Kabinetsreactie op het onderzoek van prof. dr. Ronald Meester over de manier waarop cijfers en modellen worden toegepast in het stikstofdossier
Problematiek rondom stikstof en PFAS
Brief regering
Nummer: 2026D01671, datum: 2026-01-16, bijgewerkt: 2026-01-22 16:51, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van kamerstukdossier 35334 -425 Problematiek rondom stikstof en PFAS.
Onderdeel van zaak 2026Z00720:
- Indiener: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-01-20 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-04 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
35334 Problematiek rondom stikstof en PFAS
Nr. 425 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 januari 2026
Op vrijdag 24 oktober heb ik het onderzoek van prof. dr. Ronald Meester, inclusief de review van prof. dr. Arthur Petersen, met de Tweede Kamer gedeeld.1
Het onderzoek gaat over de manier waarop cijfers en modellen worden toegepast in het stikstofdossier. Deze brief bevat een kabinetsreactie op dit onderzoek.
Het onderzoek benadrukt het belang van het breder kijken naar de daadwerkelijke staat van de natuur, dat verder reikt dan alleen stikstof. Hier zetten we al op in, bijvoorbeeld door de verbreding van de natuurdoelanalyses naar alle drukfactoren en het verbeteren van de natuurmonitoring. Deze focus zullen we blijven behouden.
Daarnaast ziet het kabinet goede suggesties om de toepassing van de natuurdoelanalyses aan te scherpen. De natuurdoelanalyses zijn niet geschikt om uitspraken te doen op het niveau van één hectare, maar beoordelen de staat van de natuur op gebiedsniveau. Dit zal worden benadrukt in de nieuwe handreiking natuurdoelanalyses.
Tegelijkertijd constateert het kabinet dat de aanbevelingen die dhr. Meester doet niet allemaal berusten op voldoende wetenschappelijke onderbouwing, zoals ook blijkt uit de review van dhr. Petersen.
In zijn eindverslag stelt dhr. Meester, samengevat, voor om een multidisciplinaire werkgroep samen te stellen die onderzoek doet naar internationale/Europese handreikingen en adviezen die bij kunnen dragen aan een alternatief voor de huidige vorm van vergunningverlening. Ik wil aan deze aanbeveling opvolging geven door opdracht te geven aan een werkgroep om een internationaal rechtsvergelijkend onderzoek in te stellen naar de wijze van natuurvergunningverlening binnen de Europese Unie. Ik zal deze werkgroep vragen om te kijken naar landen met een vergelijkbare belasting van de natuur en aanbevelingen te doen hoe we van de systematiek van vergunningverlening gebruik kunnen maken. Ik wil daarbij in ieder geval kijken naar Ierland, Italië, Denemarken, Vlaanderen en Frankrijk. Dit onderzoek moet op de korte termijn worden uitgevoerd gezien de maatschappelijk urgentie. Op korte termijn deel ik een voorstel voor de inrichting van en de opdrachtbeschrijving voor die werkgroep met uw Kamer.
De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
J.F. Rummenie
Kamerstuk II, 2025-2026, 35334, nr. 418↩︎