[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Uitbetaling indemniteitssubsidie naar aanleiding van de kunstroof bij het Drents museum

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026

Brief regering

Nummer: 2026D01723, datum: 2026-01-16, bijgewerkt: 2026-01-22 16:48, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VIII-37 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026.

Onderdeel van zaak 2026Z00739:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026

Nr. 37 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 januari 2026

Hierbij informeer ik uw Kamer dat de indemniteitssubsidie naar aanleiding van de kunstroof bij het Drents museum is uitbetaald.

Op 25 januari 2025 werd een aantal gouden topstukken uit het Drents Museum van de tentoonstelling Dacia – Rijk van goud en zilver gestolen. Bij deze diefstal zijn vier belangrijke objecten ontvreemd die als Roemeens erfgoed van grote culturele waarde zijn.

Voor de tentoonstelling is op grond van de indemniteitsregeling een indemniteitsverklaring afgegeven door de staat. Daarmee is een garantstelling verleend tot maximaal 30% van de totaal verzekerde waarde. De verzekeraar heeft de geleden schade vastgesteld op € 5,7 miljoen, op basis van de verzekerde waarde van de vier objecten. Dit bedrag is conform de indemniteitsregeling uitbetaald. De middelen zijn gedekt uit het Museaal Aankoopfonds. Het Museaal aankoopfonds werd eerder dit jaar al aangevuld vanuit de eindejaarsmarge, vooruitlopend op deze uitbetaling1.

Hoewel hiermee de financiële afwikkeling is geregeld, blijft de gebeurtenis een ingrijpend verlies voor alle betrokkenen in Nederland en Roemenië. Ik blijf hopen dat de objecten worden opgespoord en kunnen terugkeren naar het publiek waarvoor zij van betekenis zijn.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

G. Moes


  1. Kamerstuk 36725-VIII↩︎