[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Kabinetsreactie EU-VS Coreper II (spoedoverleg)

Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Brief regering

Nummer: 2026D01754, datum: 2026-01-18, bijgewerkt: 2026-01-22 13:48, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 02-3317 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken .

Onderdeel van zaak 2026Z00746:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 3317 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 januari 2026

Hierbij bied ik u de brief aan, mede namens de staatssecretaris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, over de kabinetsinzet voor de spoed Coreper II bespreking op 18 januari 2026.

Het kabinet is ongelukkig met de aankondiging van de president van de Verenigde Staten om importheffingen in te voeren als reactie op Europese militaire aanwezigheid op Groenland. Deze militaire aanwezigheid is bedoeld als een positieve agenda, omdat we de Amerikaanse zorgen over de veiligheid rondom Groenland serieus nemen. De Nederlandse deelname aan de verkenning was en is bedoeld om opties voor een gezamenlijke oefening in het Arctisch gebied in kaart te brengen. Dit ook als ​opmaat naar een mogelijke grotere inzet in NAVO verband, waarover binnen het bondgenootschap wordt gesproken. Deze militaire aanwezigheid is nooit gericht geweest tegen de VS. Het kabinet was dan ook verrast door deze aankondiging.

Het is onwenselijk om handelsmaatregelen in te zetten als drukmiddel. Volgens het kabinet is dit niet de manier waarop bondgenoten met elkaar moeten omgaan. Deze door president Trump aangekondigde importheffingen zijn ook in strijd met het Joint-Statement dat de EU en de VS in augustus 2025 hebben ondertekend.1 Nederland beraadt zich samen met EU-partners op de gevolgen voor de afspraken onder deze overeenkomst, mocht de VS deze importheffingen daadwerkelijk implementeren.

Op dit moment ligt de prioriteit van het kabinet bij het voorkomen dat de door president Trump aangekondigde importheffingen op 1 februari aanstaande daadwerkelijk ingaan. Nederland zal zich via de EU, NAVO en bilaterale contacten inzetten om te de-escaleren. Zo ook tijdens het World Economic Forum in Davos komende week.

De Nederlandse inzet tijdens het spoedoverleg van EU-ambassadeurs zal er op gericht zijn ervoor te zorgen dat EU-lidstaten gezamenlijk en eensgezind optreden en ervoor te pleiten dat lidstaten zich scharen achter de verklaring van de voorzitter van de Europese Commissie Ursula van der Leyen. Uiteraard zal ook worden gesproken over voorbereidingen voor het geval de importheffingen van president Trump daadwerkelijk materialiseren. De EU heeft verschillende instrumenten om hier indien nodig op te reageren. Hierbij is een nauwe samenwerking met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen belangrijk. Europese solidariteit is breder dan alleen de EU.

Ook Nederland heeft een verklaring aangenomen met Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Noorwegen, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Nederland naar aanleiding van de aangekondigde Amerikaanse tariefverhoging: Als lidstaten van de NAVO zetten wij ons in voor het versterken van de veiligheid in het Noordpoolgebied als een gedeeld trans-Atlantisch belang. De vooraf gecoördineerd Deense oefening “Artic Endurance”, die samen met bondgenoten wordt uitgevoerd, beantwoordt aan deze noodzaak. Deze oefening vormt voor niemand een bedreiging. Wij zijn volledig solidair met het Koninkrijk Denemarken en de bevolking van Groenland. Voortbouwend op het proces dat vorige week is begonnen, zij wij bereid een dialoog aan te gaan op basis van de beginselen van soevereiniteit en territoriale integriteit, waar wij volledig achter staan.

De minister van Buitenlandse Zaken,

D.M. van Weel


  1. Zie kamerstuk 21 501-02 nr. 3221 voor de kabinetsappreciatie van deze gezamenlijke verklaring.↩︎