SCoPAFF-vergadering gewasbeschermingsmiddelen januari 2026
Gewasbeschermingsbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D01859, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-22 11:14, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-27858-739).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Brief van het Ctgb over beslissing Ctgb tot start herbeoordeling van 46 gewasbeschermingsmiddelen vanwege metaboliet TFA naar het grondwater
- Beslisnota bij SCoPAFF-vergadering gewasbeschermingsmiddelen januari 2026
Onderdeel van kamerstukdossier 27858 -739 Gewasbeschermingsbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z00778:
- Indiener: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-01-20 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-04 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
27 858 Gewasbeschermingsbeleid
Nr. 739 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 januari 2026
Hierbij informeer ik uw Kamer over de voorgenomen Nederlandse standpunten inzake de onderwerpen die ter stemming worden voorgelegd aan het eerstvolgende Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) over regelgeving voor gewasbescherming. Het overleg vindt plaats op 20 en 21 januari 2026. De standpunten zijn ambtelijk voorbereid met de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (lenW), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), op basis van advisering door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Verder informeer ik uw Kamer over het besluit van het Ctgb om 46 gewasbeschermingsmiddelen met de metaboliet trifluorazijnzuur (TFA) te herbeoordelen.
De onderstaande punten staan op de agenda ter (mogelijke) stemming (de zogenaamde B-punten).
De stof Spinosad
Deze stof wordt gebruikt als insecticide. In Nederland zijn twee middelen op basis van deze stof toegelaten voor gebruik in verschillende gewassen. De EC stelt voor om de goedkeuring van deze werkzame stof te hernieuwen. Het Ctgb adviseert positief op dit voorstel. De Nederlandse delegatie is voornemens om in te stemmen met het voorstel van de EC.
Toewijzing van twee rapporterende lidstaten
De EC stelt voor om Nederland als rapporterende lidstaat en België als co-rapporterende lidstaat aan te wijzen voor de stof 8-hydroxyquinoline. Daarnaast stelt de EC voor om Zweden als rapporterende lidstaat en België als co rapporterende lidstaat aan te wijzen voor de stof metconazool. Het Ctgb adviseert positief op dit voorstel. De Nederlandse delegatie is voornemens om in te stemmen met het voorstel van de EC.
De stof Bixlozone
Dit betreft een nieuwe werkzame stof met beoogd gebruik als herbicide, onder andere in de teelt van granen. De EC stelt voor deze stof goed te keuren. Het Ctgb adviseert positief op dit voorstel. De Nederlandse delegatie is voornemens om in te stemmen met het voorstel van de EC.
De stof Pyrimethanil
Deze stof wordt gebruikt als fungicide. In Nederland zijn zeven middelen toegelaten, onder andere voor de teelt van appel en peer. De EC stelt voor de goedkeuring van deze werkzame stof te hernieuwen. Het Ctgb adviseert positief op dit voorstel. De Nederlandse delegatie is voornemens om in te stemmen met het voorstel van de EC.
Herbeoordeling trifluorazijnzuur (TFA) vormende middelen
Op 18 december heeft het Ctgb mij geïnformeerd (zie bijlage) dat het, naar aanleiding van nieuwe wetenschappelijke informatie uit Denemarken, 46 middelen die de metaboliet trifluorazijnzuur (TFA) vormen tussentijds gaat herbeoordelen. Specifiek gaat het om 46 middelen op basis van de werkzame stoffen fluopyram, fluazinam, diflufenican, mefentrifluconazol, taufluvalinaat en fluazifop-P-butyl waarbij het Ctgb zal beoordelen of de uitspoeling van de metaboliet TFA met inachtneming van de nieuwe wetenschappelijke informatie voldoet aan de wettelijke grondwaternorm (0,1 µg/l).
Het Ctgb ziet zich hiertoe, als eigenstandige toelatingsautoriteit, genoodzaakt omdat een gewenste versnelling van stofbeoordelingen (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1743) door de Europese Commissie niet kan worden verwacht en het Ctgb het daarom niet verantwoord acht om het Europese proces af te wachten. Denemarken heeft op basis van nationale wetgeving omtrent persistentie de toelating van diverse middelen reeds ingetrokken (Kamerstuk 2025Z17850). Nederland beschikt niet over een dergelijk nationaal kader en zal, net als Zweden en Noorwegen, een herbeoordeling conform artikel 44 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 opstarten. Dit betekent dat alle toepassingen van de betreffende middelen worden herbeoordeeld, de toelatinghouders de gelegenheid krijgen om aanvullende informatie aan te leveren en een besluit over het al dan niet intrekken of wijzigen van de toelatingen zal worden genomen.
Een zorgvuldige herbeoordeling van 46 middelen met vele toepassingen, inclusief consultatie en beoordeling van aanvullende informatie is noodzakelijk om de juridische houdbaarheid van het traject te waarborgen. Het Ctgb is voornemens om, net als Zweden en Noorwegen, uiterlijk 30 april 2028 alle besluiten te nemen.
Omdat de herbeoordeling mogelijk grote gevolgen kan hebben voor de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen voor de Nederlandse landbouw heb ik, in lijn met wat het Ctgb mij adviseert, de WUR gevraagd om een eerste impactanalyse uit te laten voeren voor de middelen die nu worden herbeoordeeld. Op basis van de uitkomsten van deze impactanalyse, die ik in het tweede kwartaal van dit jaar verwacht, zal een bredere landbouwkundige inventarisatie worden uitgevoerd en zal samen met de sector worden gekeken naar alternatieve middelen en maatregelen.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
F.M. Wiersma