Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december 2025 in Brussel (Kamerstuk 21501-07-2156)
Raad voor Economische en Financiële Zaken
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D01872, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-23 12:09, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-21501-07-2157).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: A.H.M. Weeber, griffier
- Beslisnota bij Kamerbrief Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december 2025 in Brussel (Kamerstuk 21501-07-2156)
- Aanbiedingsbrief
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 07-2157 Raad voor Economische en Financiële Zaken.
Onderdeel van zaak 2026Z00782:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-01-20 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2157 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 19 januari 2026
De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over de brieven van 12 januari 2026 over de Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2155) en over het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december 2025 in Brussel (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2156).
De vragen en opmerkingen zijn op 14 januari 2026 aan de Minister van Financiën voorgelegd. Bij brief van 19 januari 2026 zijn de vragen beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Lee
De griffier van de commissie,
Weeber
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad op 19 en 20 januari 2026. Hier hebben deze leden enkele vragen over.
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen» dat, in overeenstemming met de Defence Readiness Roadmap 2030, extra overheidsuitgaven moeten worden omgezet in tijdige en effectieve defensiecapaciteiten.
Kan de Minister verduidelijken welke specifieke financiële doelstellingen hierbij worden voorgeschreven en welke concrete tijdlijn geldt voor de implementatie hiervan? Indien dergelijke doelstellingen en tijdslijnen ontbreken, hoe kan dan worden gewaarborgd dat lidstaten zich evenredig inspannen?
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen» dat de implementatie van de herstel- en veerkrachtplannen uiterlijk op 31 augustus 2026 moet zijn voltooid. Zij merken op dat Nederland wijzigingen heeft opgesteld. Zullen deze wijzigingen ertoe leiden dat Nederland het volledige voor Nederland gereserveerde bedrag van het HVP kan ontvangen?
Kan de Minister verduidelijken wat er gebeurt met niet-uitbetaalde middelen?
De leden van de PVV-fractie nemen kennis van het advies van de Commissie om binnen de interne markt nationale belemmeringen en verschillen in regelgeving te elimineren. Hoe beoordeelt de Minister dit advies en op welke terreinen ziet hij mogelijkheden voor implementatie?
De leden van de PVV-fractie lezen tot slot bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen» dat de Commissie adviseert alle noodzakelijke maatregelen te treffen voor de invoering van de digitale euro. Het is echter nog de vraag of het Europees Parlement dit voorstel zal steunen, nog los van het feit dat het gaat om een miljardeninvestering. Hoe kijkt de Minister tegen dit advies aan? En welke stappen onderneemt hij ter ondersteuning dan wel ter afwijzing van dat advies?
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne» dat tijdens de Europese Raad een akkoord is bereikt om Oekraïne de komende twee jaar te ondersteunen met € 90 miljard aan leningen. Deze leden vinden het steeds toenemen van de gezamenlijke Europese schulden zorgelijk. Zo werd er voor de coronapandemie nauwelijks gebruikgemaakt van gezamenlijke schulden, maar nu gaan we van leeninstrument naar leeninstrument.
Wat vindt de Minister van deze ontwikkeling en welke stappen onderneemt hij om deze trend te doorbreken?
Kan de Minister een overzicht verstrekken van de gezamenlijke schuld in de Europese Unie van de afgelopen tien jaar?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Eurogroep/Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
Eurozone aanbevelingen
De leden van de VVD-fractie concluderen dat de Raad een aantal goede aanbevelingen doet in de EAR, maar vragen nog wat de status is van deze aanbevelingen indien deze worden bekrachtigd. Deze leden vinden het bijvoorbeeld verstandig als andere landen actie ondernemen om hun schuldhoudbaarheid te verbeteren en zij vinden het van groot belang dat snel stappen worden gezet voor een Spaar- en Investeringsunie. Kan de Minister ingaan op de voortgang van de ambitie om een kopgroep te vormen met landen om toe te werken naar de kapitaalmarktunie?
Werkprogramma Cypriotisch voorzitterschap
De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd of er reeds iets bekend is of verwacht wordt van de agenda van Cyprus voor vereenvoudiging en «tax decluttering». Kan de Minister daarop ingaan?
Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de VVD-fractie vinden het goed dat er een oplossing gevonden is voor het grotendeels oplossen van het financieringstekort van Oekraïne voor 2026 en 2027. Kan de Minister een inschatting geven hoe het overige gedeelte van de benodigde middelen ingevuld zal worden?
Beoordeling buitensporige tekorten
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Commissie oordeelt dat een groot aantal landen, waaronder Frankrijk en Italië, voldoende opvolging hebben gegeven aan aanbevelingen als resultaat van buitensporige tekorten. Heeft dit er dan ook toe heeft geleid dat de tekorten zijn teruggelopen?
De leden van de VVD-fractie wijzen er bijvoorbeeld op dat in Frankrijk het begrotingstekort in 2025 nog steeds zo’n 5,8% was, hetgeen dit ver boven het maximum van 3% BBP is.
Douane-unie
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorzitterschap voortgang boekt met het wetgevingswerk richting een gemoderniseerde Douane-unie. Wat zijn de verwachte gevolgen van douane-modernisering voor Nederlandse bedrijven, met name in de logistieke sector? Hoe wordt geborgd dat nieuwe douaneregels uitvoerbaar blijven voor de Nederlandse douane?
Digitale euro
De leden van de VVD-lezen dat de Spaanse rapporteur Navarrete uitgesproken sceptisch is over nut en noodzaak van de digitale euro en ziet vooral heil in private oplossingen. Hoe kijkt het kabinet naar het risico dat de digitale euro private alternatieven (zoals WERO) verdringt? Hoe kijkt het kabinet tegen de het door de rapporteur van het Europees Parlement gewenste vereiste dat eerst vastgesteld moet worden dat er geen privaat alternatief is alvorens wordt gegaan tot uitgifte van de digitale euro?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Eurogroep/Ecofin en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben aandachtig kennisgenomen van de aanbevelingen van de commissie over het economische beleid van de eurozone. Zij herkennen in de prioriteiten de uitdagingen waar ook Nederland mee te maken heeft op de extra defensie uitgaven, verhogen van de arbeidsproductiviteit, investeringen en innovatie, sparen en investeren, verduurzaming, enz.
Waarom belicht de Minister in de appreciatie van alle belangrijke thema’s alleen een paar elementen die Nederland onderschrijft? Kan de Minister achtereenvolgens op de beschreven thema’s ingaan en kan hij bevestigen dat er op elk van de thema’s voor Nederland ook belangrijke prioriteiten zijn? Kan de Minister ook toelichten welke elementen Nederland volgens hem niet kan steunen?
Graag zouden de leden van de CDA-fractie zien dat de Minister een constructieve en open houding aanneemt in de besprekingen hierover en daarbij een langetermijnvisie behoudt met het oog op weerbaarheid van de EU.
Kan de Minister beschrijven wat het verdere proces is rond de aanbevelingen?
De leden van de CDA-fractie onderschrijven de oproep van de commissie dat begrotingsstrategieën moeten worden uitgevoerd voor de middellange termijn, die ruimte bieden voor uitgaven in verband met defensie, concurrentievermogen en vergroten van investeringen in strategische prioriteiten. Daarnaast moeten lidstaten nationale begrotingen herprioriteren en verbeteren. Hoe kijkt de Minister naar strategieën van andere lidstaten in dit kader, in het bijzonder van Duitsland, België en Frankrijk?
De commissie adviseert ook het bevorderen van meer particuliere verzekering van klimaatveranderinggerelateerde verliezen. Kan de Minister ingaan op de vraag of de Europese Commissie ook checkt of verzekeringsmaatschappijen in lidstaten zulke risico’s afdoende en betaalbaar afdekken? Kan de Minister hierop ook reflecteren in het geval van Nederland, waar zulke verzekeringen ook niet in alle gevallen beschikbaar zijn?
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland nu een paar mijlpalen en doelstellingen doorschuift en hoopt dat een wijzigingsverzoek en betaalverzoek worden goedgekeurd. Hoe groot acht de Minister het risico dat geen goedkeuring volgt?
Ook vragen deze leden de Minister hoeveel beslismomenten er nog volgen. Klopt het dat hierna nog één beslismoment is? Zo ja, wanneer is dat?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de commissie voor de twaalfde keer op rij een diepteonderzoek heeft aangekondigd voor Nederland naar mogelijke onevenwichtigheden in de economie. Kan de Minister schetsen wat de planning van dit onderzoek is? En ziet de Minister ook de noodzaak tot actie in het kader van het overschot op de lopende rekening en hoge private schulden?
II Reactie van de bewindspersoon
Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van PVV, VVD en CDA inzake de geannoteerde agenda voor de vergaderingen van de informele Eurogroep en de Ecofinraad d.d. 19 en 20 januari. Bij de beantwoording is de volgorde van het schriftelijk overleg aangehouden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad op 19 en 20 januari 2026. Hier hebben deze leden enkele vragen over.
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen» dat, in overeenstemming met de Defence Readiness Roadmap 2030, extra overheidsuitgaven moeten worden omgezet in tijdige en effectieve defensiecapaciteiten.
Kan de Minister verduidelijken welke specifieke financiële doelstellingen hierbij worden voorgeschreven en welke concrete tijdlijn geldt voor de implementatie hiervan? Indien dergelijke doelstellingen en tijdslijnen ontbreken, hoe kan dan worden gewaarborgd dat lidstaten zich evenredig inspannen?
In de Euro Area Recommendation (Herfstpakket 2025) wordt vastgesteld dat de gewijzigde Europese veiligheidssituatie leidt tot substantiële verhogingen van defensie-uitgaven door lidstaten. Hierbij wordt verwezen naar de binnen de NAVO gemaakte afspraak over een nieuwe doelstelling van 5% van het bbp voor defensie- en defensiegerelateerde uitgaven en de activatie van de nationale ontsnappingsclausule voor twaalf lidstaten om dit mogelijk te maken. Ook het White Paper for European Defence – Readiness 2030 en het ReArm Europe-plan, inclusief het SAFE-instrument met maximaal EUR 150 miljard aan leningen, maken het verhogen van uitgaven voor defensiedoeleinden mogelijk.
Deze elementen worden echter niet vertaald in bindende, eurozone-brede financiële doelstellingen of afdwingbare implementatietijdslijnen per lidstaat. Het is aan lidstaten zelf om de invulling te bepalen van de ophoging van de defensie-uitgaven binnen bovengenoemde instrumenten en de NAVO-planningsdoelstellingen, waarin wel landspecifieke capaciteitsdoelen en termijnen worden vastgesteld.
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen» dat de implementatie van de herstel- en veerkrachtplannen uiterlijk op 31 augustus 2026 moet zijn voltooid. Zij merken op dat Nederland wijzigingen heeft opgesteld. Zullen deze wijzigingen ertoe leiden dat Nederland het volledige voor Nederland gereserveerde bedrag van het HVP kan ontvangen?
Kan de Minister verduidelijken wat er gebeurt met niet-uitbetaalde middelen?
Het wijzigingsverzoek heeft tot doel om mijlpalen en doelstellingen die op dit moment niet meer haalbaar worden geacht binnen de looptijd van de Herstel- en Veerkracht Faciliteit (HVF) aan te passen of te vervangen voor een beter alternatief. Zoals aangeven in de kamerbrief van 4 november 20251 heeft het kabinet voorgesteld om de vertraagde hervormingen (de Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR), de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wet regie) en het ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten van het derde naar het vijfde betaalverzoek te verplaatsen. Met deze verplaatsing wordt de maximale looptijd van de HVF benut om het alsnog mogelijk te maken de mijlpalen te behalen. Een inhoudelijke wijziging van de mijlpalen is echter (vooralsnog) niet mogelijk. Dit geldt ook voor de Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) die reeds in het vijfde betaalverzoek was opgenomen. De naderende deadline (de wetten dienen uiterlijk op 31 augustus 2026 gepubliceerd te zijn in het Staatsblad) vormt een grote uitdaging. Indien deze deadline niet gehaald wordt zal dit leiden tot een forse korting op de te ontvangen HVF-middelen, oplopend tot € 600 miljoen per niet-behaalde mijlpaal. Het kabinet zet zich in voor een adequate behandeling van deze mijlpalen in goede samenwerking met uw Kamer om een korting te voorkomen.
De Europese Commissie leent namens de EU op de kapitaalmarkten om RRF-middelen te financieren. In het geval een deel van de RRF-middelen niet worden uitbetaald, hoeft de Commissie voor dit deel niet te lenen. Hieruit volgt dat voor de betreffende niet-uitbetaalde RRF-middelen, geen schulden worden aangegaan die op een later moment moeten worden terugbetaald via de MFK-afdrachten.
De leden van de PVV-fractie nemen kennis van het advies van de Commissie om binnen de interne markt nationale belemmeringen en verschillen in regelgeving te elimineren. Hoe beoordeelt de Minister dit advies en op welke terreinen ziet hij mogelijkheden voor implementatie?
Het kabinet hecht veel belang aan het versterken van de interne markt door middel van het wegnemen van belemmeringen en het verminderen van verschillen in regelgeving en de toepassing daarvan. Dit is van belang om grensoverschrijdende handel te bevorderen en het Europese groeipotentieel te vergroten. Het kabinet verwelkomt daarom ook de vorig jaar uitgebrachte horizontale interne-marketstrategie, en ziet daarbij een belangrijke rol weggelegd voor de belemmeringen en onderwerpen die de Commissie met voorrang wil aanpakken. Verder werkt het kabinet aan een actualisering van de kabinetsbrede interne-marktactieagenda waarover uw Kamer later in dit kwartaal een brief ontvangt. Tevens beziet het kabinet in deze context het belang van het versterken van de kapitaalmarktunie, waarbij het specifiek aandacht heeft voor de versterking van toezicht op de financiële markten in de EU.
De leden van de PVV-fractie lezen tot slot bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen» dat de Commissie adviseert alle noodzakelijke maatregelen te treffen voor de invoering van de digitale euro. Het is echter nog de vraag of het Europees Parlement dit voorstel zal steunen, nog los van het feit dat het gaat om een miljardeninvestering. Hoe kijkt de Minister tegen dit advies aan? En welke stappen onderneemt hij ter ondersteuning dan wel ter afwijzing van dat advies?
Op 19 december jl. is er een Raadsakkoord gesloten, maar bij het Europees Parlement is het wetsvoorstel nog in behandeling, waarna de triloogonderhandelingen nog moeten volgen. Desalniettemin vind ik de aanbeveling van de Europese Commissie verstandig, omdat de mogelijke invoering van de digitale euro een goede voorbereiding vereist van het Eurosysteem en op termijn ook van banken, betaaldienstverleners en bedrijven. Op dit moment vind ik het daarom gepast dat het Eurosysteem is begonnen met het ontwikkelen en testen van de technische infrastructuur die nodig is voor het verwerken van digitale euro transacties. Ik vind het daarbij belangrijk dat het Eurosysteem dit stap voor stap doet en oog houdt voor de politieke ontwikkelingen, zodat de plannen indien nodig nog kunnen worden aangepast.
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne» dat tijdens de Europese Raad een akkoord is bereikt om Oekraïne de komende twee jaar te ondersteunen met € 90 miljard aan leningen. Deze leden vinden het steeds toenemen van de gezamenlijke Europese schulden zorgelijk. Zo werd er voor de coronapandemie nauwelijks gebruikgemaakt van gezamenlijke schulden, maar nu gaan we van leeninstrument naar leeninstrument.
Wat vindt de Minister van deze ontwikkeling en welke stappen onderneemt hij om deze trend te doorbreken?
Kan de Minister een overzicht verstrekken van de gezamenlijke schuld in de Europese Unie van de afgelopen tien jaar?
Voor een overzicht van, en toelichting op, de diverse instrumenten die met gemeenschappelijke schuld zijn gefinancierd verwijs ik u naar een brief van 30 maart 2022.2 Zoals aangegeven in die brief gaat het om het Europees Financieel Stabiliteitsmechanisme (EFSM) en de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) die in reactie op de financiële crisis (tijdelijk) werden opgericht; het permanente Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) voor eurolanden; de betalingsbalansfaciliteit voor landen die de euro nog niet hebben; het SURE-instrument en het herstelinstrument Next Generation EU (NGEU) die werden opgericht in reactie op de COVID-19 pandemie; en macro-financiële bijstand (MFB) voor nabuurlanden. Sinds 2022 zijn daar het instrument SAFE3; de hervormings- en groeifaciliteiten voor respectievelijk de Westelijke Balkan en Moldavië; macro-financiële bijstand plus (MFB+) voor Oekraïne; de Oekraïne faciliteit; en meest recent het politiek overeengekomen leeninstrument voor Oekraïne bijgekomen. Bij al deze instrumenten gaat het om leningen die de Unie doorleent aan lidstaten of derde landen, met uitzondering van het subsidiegedeelte van NGEU. Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle instrumenten die met gemeenschappelijke schulduitgifte worden gefinancierd, op basis van het contingent liabilities report 4 van de Europese Commissie per 31-12-2024. Voor SAFE en het recente leeninstrument voor Oekraïne zijn er nog geen uitstaande leningen. Voor de uitstaande leningen en betalingen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit, die het leeuwendeel vormt van het herstelinstrument NGEU is de meest recente stand te vinden op de website van de Europese Commissie.5
Kenmerk van deze instrumenten is dat ze bedoeld zijn voor uitzonderlijke en onvoorziene situaties, waarvoor in het Meerjarig Financieel Kader daarom niet was voorzien en die te omvangrijk waren om binnen het MFK op te vangen. Zoals bekend is Nederland geen voorstander van gemeenschappelijke schuld als financieringswijze voor EU-instrumenten. Nederland is zodoende steeds kritisch op de noodzaak en tijdelijkheid van de geboden steun, de juiste besteding ervan en, waar relevant, de gepaste voorwaarden waaronder steun verleend kon worden.
Tabel: overzicht van instrumenten die met gemeenschappelijke schulduitgifte worden gefinancierd (op basis van het contingent liabilities report van de Europese Commissie, stand per 31-12-2024)
| EFSM | 45 | 42 |
| EFSF | 240 | 186 |
| ESM | 500 | 83 |
| Betalingsbalansfaciliteit | 50 | 0 |
| SURE | 100 | 98 |
| NGEU leningen | 292 | 155 |
| NGEU subsidiedeel | 421 | 238 |
| MFB+ Oekraïne | 18 | 18 |
| Oekraïne Faciliteit | 33 | 13 |
| MFB1 | 16 | |
| Groeifaciliteit Westelijke Balkan1 | 4 | – |
| Groeifaciliteit Moldavië1 | 2 | – |
| SAFE | 150 | – |
| Leeninstrument Oekraïne | 90 | – |
| 1 Deze instrumenten kennen worden gegarandeerd uit de EU-begroting middels het common provisioning fund en niet via de headroom. Hier is dus geen aparte nationale garantie voor opgenomen. |
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde agenda voor de Eurogroep/Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
Eurozone aanbevelingen
De leden van de VVD-fractie concluderen dat de Raad een aantal goede aanbevelingen doet in de EAR, maar vragen nog wat de status is van deze aanbevelingen indien deze worden bekrachtigd. Deze leden vinden het bijvoorbeeld verstandig als andere landen actie ondernemen om hun schuldhoudbaarheid te verbeteren en zij vinden het van groot belang dat snel stappen worden gezet voor een Spaar- en Investeringsunie.
De Europese Commissie heeft op 26 november 2025 het voorstel voor aanbevelingen aan de eurozone gepubliceerd (Euro Area Recommendation, EAR) in het kader van het Europees Semester.6 De EAR wordt, na eventuele tekstuele wijzigingen, goedgekeurd door de Ecofinraad van februari a.s. Daarop volgt bekrachtiging door de Europese Raad naar verwachting in maart a.s., en formele aanname van de EAR in de Ecofinraad van april a.s.
De EAR biedt een kader om gesprekken te voeren over de gezamenlijke prioriteiten voor de eurozone. Zo draagt de EAR bij aan het sturen van de agenda en gesprekken in de Eurogroep. Lidstaten en de eurozone als geheel worden uitgenodigd om deze aanbevelingen aan boord te nemen bij het vormen van economisch beleid. De EAR zijn niet bindend.
Kan de Minister ingaan op de voortgang van de ambitie om een kopgroep te vormen met landen om toe te werken naar de kapitaalmarktunie?
Het kabinet neemt deel aan een kopgroep van lidstaten met onder andere Spanje, Duitsland en Frankrijk, genaamd Europese Concurrentievermogen Laboratoria (European Competitiveness Labs). Doel van deze kopgroep is om met een groep welwillende lidstaten voortgang te maken ter verbetering van de Europese spaar- en investeringsunie, in aanvulling op de stappen die de Europese Unie zet. Een eerste resultaat van deze kopgroep was het beleggingslabel «Finance Europe», waarover ik uw Kamer op 5 juni jl. heb geïnformeerd.7 De meest recente bijeenkomst van de Europese Concurrentievermogen Laboratoria was op 9 oktober 2025, ook hier heb ik uw Kamer over geïnformeerd.8
Ook buiten deze bijeenkomsten ben ik geregeld met lidstaten in gesprek om te kijken hoe we zo veel mogelijk voortgang kunnen maken op dit onderwerp. Lidstaten zoals Nederland kunnen het voortouw nemen door onder andere ambitieus te zijn in de behandeling van het kapitaalmarktintegratie- en toezichtpakket. Dit pakket is op 4 december jl. door de Europese Commissie gepubliceerd en ik zal uw Kamer binnenkort met een BNC-fiche informeren over de kabinetsinzet.
Werkprogramma Cypriotisch voorzitterschap
De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd of er reeds iets bekend is of verwacht wordt van de agenda van Cyprus voor vereenvoudiging en «tax decluttering». Kan de Minister daarop ingaan?
Er is veel aandacht voor vereenvoudiging en versimpeling van Europese regelgeving, zo ook in het werkprogramma van het Cypriotisch voorzitterschap en bij de Europese Commissie. Concreet werkt de Europese Commissie bijvoorbeeld aan een rapport over de staat van het Europese bankenraamwerk, waarin vereenvoudiging één van de belangrijke thema’s zal zijn. Dit rapport – en mogelijke wetsvoorstellen die hierop volgen – worden naar verwachting pas in de tweede helft van 2026 gepubliceerd. Uw Kamer wordt hierover via de geëigende wegen nader geïnformeerd.
Ten aanzien van «tax decluttering», is de verwachting dat de Europese Commissie in juni van dit jaar een Omnibusvoorstel op directe belastingen en een herziening van de richtlijn betreffende administratieve samenwerking (DAC) publiceert. Er wordt niet verwacht dat deze voorstellen al gedurende het Cypriotisch voorzitterschap worden besproken, maar dat dit in de tweede helft van 2026 aanvangt onder het Ierse voorzitterschap. Uw Kamer zal, wanneer de voorstellen zijn gepubliceerd, nader geïnformeerd worden hierover door middel van BNC-fiches.
Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de VVD-fractie vinden het goed dat er een oplossing gevonden is voor het grotendeels oplossen van het financieringstekort van Oekraïne voor 2026 en 2027. Kan de Minister een inschatting geven hoe het overige gedeelte van de benodigde middelen ingevuld zal worden?
De Europese Commissie dekt met de leningen van EUR 90 mld. bij de huidige aannames twee-derde van de macro-financiële en militaire noden van Oekraïne voor de komende twee jaar. Hiermee dekt de EU een nog groter deel van de noden van Oekraïne dan in voorgaande jaren. Voor de invulling van de overige één derde blijft aanzienlijke inzet van de rest van de internationale gemeenschap nodig. In internationale gremia als het Ukraine Donor Platform, de Ukraine Defence Contact Group en de NAVO vinden hier ook gesprekken over plaats. Ook blijft Nederland bij partnerlanden benadrukken dat het noodzakelijk is dat zij een eerlijke bijdrage blijven leveren. Recent heeft Japan USD 6 mld. aan extra begrotingssteun toegezegd voor 2026. Het resterende tekort dient volgens de Commissie gedekt te worden door andere internationale donoren. Oekraïne heeft de militaire steun nodig om zich op het slagveld te verdedigen, maar ook de begrotingssteun is essentieel om maatschappelijk en economisch overeind te blijven en de strijd tegen Russische agressie voort te kunnen zetten.
Beoordeling buitensporige tekorten
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Commissie oordeelt dat een groot aantal landen, waaronder Frankrijk en Italië, voldoende opvolging hebben gegeven aan aanbevelingen als resultaat van buitensporige tekorten. Heeft dit er dan ook toe heeft geleid dat de tekorten zijn teruggelopen?
De leden van de VVD-fractie wijzen er bijvoorbeeld op dat in Frankrijk het begrotingstekort in 2025 nog steeds zo’n 5,8% was, hetgeen dit ver boven het maximum van 3% BBP is.
Voor lidstaten in een buitensporigtekortprocedure, waaronder Frankrijk en Italië, stelt de Raad een aanbeveling vast voor de correctie van buitensporige tekorten op basis van artikel 126(7) VWEU. Dit correctief uitgavenpad is in beginsel gelijk aan het uitgavenpad dat de Raad heeft vastgesteld op basis van het budgettair-structureel plan van een lidstaat voor de middellange termijn, maar moet voldoen aan een minimale jaarlijkse verbetering van het structureel saldo van 0,5% bbp als benchmark. Er worden in een buitensporigtekortprocedure geen eisen gesteld aan de jaarlijkse verbetering van het nominale begrotingstekort. De Commissie heeft beoordeeld dat Frankrijk en Italië effectieve actie hebben ondernomen om het buitensporig tekort te corrigeren conform de hierboven genoemde Raadsaanbeveling. Dit betekent dat zij het correctief uitgavenpad naleven. Volgens de herfstraming van de Commissie daalt het nominaal begrotingstekort van Frankrijk van 5,5% bbp in 2025 naar 4,9% bbp in 2026. Het nominaal begrotingstekort van Italië daalt van 3,0% bbp in 2025 naar 2,8% bbp in 2026.
Douane-unie
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorzitterschap voortgang boekt met het wetgevingswerk richting een gemoderniseerde Douane-unie. Wat zijn de verwachte gevolgen van douane-modernisering voor Nederlandse bedrijven, met name in de logistieke sector? Hoe wordt geborgd dat nieuwe douaneregels uitvoerbaar blijven voor de Nederlandse douane?
De modernisering van de Douane-unie heeft naar verwachting positieve gevolgen voor Nederlandse bedrijven, inclusief de logistieke sector. Er is in onderhandelingen met de Europese Raad specifiek aandacht geweest voor het behoud van toegang tot douanefaciliteiten voor het mkb, waaronder behoud van de AEO-C status en reële mogelijkheden tot douanevertegenwoordiging. Hierdoor kan het mkb onder gunstige voorwaarden internationaal blijven opereren.
Ten aanzien van de logistieke sector zijn in de raadsinzet diverse praktische aanpassingen gedaan, zoals het terugbrengen van de termijn voor tijdelijke opslag naar 90 dagen en het hanteren van een werkbare definitie van «importeur». Dit waarborgt de continuïteit van logistieke processen in Nederland.
Met de oprichting van een EU-douaneagentschap is geborgd dat de operationele uitvoering en toezichtprioriteiten bij de lidstaten blijven. De EU-Douanedatahub versterkt de datakwaliteit, met behoud van nationale beleidsruimte, digitale soevereiniteit en vertrouwelijkheid
Het kabinet doet er alles aan om deze punten zo goed mogelijk terug te laten komen in het definitieve akkoord van de triloog tussen het Europees Parlement, de Raad van de EU en de Europese Commissie.
Digitale euro
De leden van de VVD-lezen dat de Spaanse rapporteur Navarrete uitgesproken sceptisch is over nut en noodzaak van de digitale euro en ziet vooral heil in private oplossingen. Hoe kijkt het kabinet naar het risico dat de digitale euro private alternatieven (zoals WERO) verdringt? Hoe kijkt het kabinet tegen de het door de rapporteur van het Europees Parlement gewenste vereiste dat eerst vastgesteld moet worden dat er geen privaat alternatief is alvorens wordt gegaan tot uitgifte van de digitale euro?
Het is goed dat er wordt gewerkt aan private initiatieven, zoals Wero. Dit draagt bij aan een divers en weerbaar betaallandschap. Ik ben van mening dat Wero en de digitale euro naast elkaar kunnen bestaan en elkaar kunnen versterken. Wero is een privaat Europees alternatief voor grote niet-Europese betaalbedrijven en kan innovaties in het betalingsverkeer introduceren. De digitale euro daarentegen is een publiek digitaal alternatief voor contant geld en zorgt ervoor dat publiek geld, ook in digitale vorm, in de samenleving gebord blijft. Daarnaast hecht ik veel waarde aan de interoperabiliteit tussen de digitale euro en private initiatieven en blijf ik hiervoor aandacht houden in het vervolg van de onderhandelingen.
De EP-rapporteur Navarrete stelt een gefaseerde en conditionele invoering van de digitale euro voor: in de eerste fase worden dan de offline functionaliteiten geïntroduceerd, omdat deze belangrijk zijn voor de strategische autonomie en weerbaarheid van Europa. De online functionaliteiten zouden pas volgen als wordt geconcludeerd dat private initiatieven onvoldoende van de grond komen of onvoldoende pan-Europees bereik hebben. Ik ben geen voorstander van deze aanpak, omdat de online en offline functionaliteiten samen cruciaal zijn om de rol van publiek geld in de samenleving en het digitaliserende betalingsverkeer te borgen. Bovendien vind ik het belangrijk om vooraf voldoende zekerheid te bieden over de invoering, zodat het Eurosysteem, banken, betaaldienstverleners en bedrijven bij een politiek akkoord duidelijkheid hebben en tijdig kunnen starten met de voorbereidingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde agenda van de Eurogroep en Ecofinraad 19–20 januari en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben aandachtig kennisgenomen van de aanbevelingen van de commissie over het economische beleid van de eurozone. Zij herkennen in de prioriteiten de uitdagingen waar ook Nederland mee te maken heeft op de extra defensie uitgaven, verhogen van de arbeidsproductiviteit, investeringen en innovatie, sparen en investeren, verduurzaming, enz.
Waarom belicht de Minister in de appreciatie van alle belangrijke thema’s alleen een paar elementen die Nederland onderschrijft? Kan de Minister achtereenvolgens op de beschreven thema’s ingaan en kan hij bevestigen dat er op elk van de thema’s voor Nederland ook belangrijke prioriteiten zijn? Kan de Minister ook toelichten welke elementen Nederland volgens hem niet kan steunen?
Graag zouden de leden van de CDA-fractie zien dat de Minister een constructieve en open houding aanneemt in de besprekingen hierover en daarbij een langetermijnvisie behoudt met het oog op weerbaarheid van de EU.
Kan de Minister beschrijven wat het verdere proces is rond de aanbevelingen?
Het voorstel voor een Raadsaanbeveling voor de eurozone (Euro Area Recommendation, EAR)9 bestaat uit 14 aanbevelingen op het gebied van begrotingsbeleid en defensie, arbeidsmarkt, investeringen en innovatie, interne markt, Spaar- en Investeringsunie, de internationale rol van de euro, de digitale euro, en macro-financiële stabiliteit. Alle thema’s raken aan voor Nederland belangrijke prioriteiten. In de appreciatie van de EAR is, mede vanwege het grote aantal aanbevelingen, een aantal specifieke thema’s uitgelicht die het kabinet in het bijzonder steunt, waaronder aandacht voor voortgang op de kapitaalmarktunie, onderzoek en innovatie, verdieping van de interne markt, aanpak van regeldruk, en het stimuleren van een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Dit laat onverlet dat het kabinet ook waarde hecht aan de overige aanbevelingen, en zich ten aanzien van alle aanbevelingen constructief opstelt.
De Ecofinraad van februari a.s. zal de EAR, na eventuele tekstuele wijzigingen, goedkeuren. Daarop volgt bekrachtiging door de Europese Raad naar verwachting in maart a.s., en formele aanname van de EAR in de Ecofinraad van april a.s. De EAR biedt een kader om gesprekken te voeren over de prioriteiten voor de eurozone, waaronder in de Eurogroep. Lidstaten en de eurozone als geheel worden uitgenodigd om deze aanbevelingen mee te wegen bij het vormen van economisch beleid.
De leden van de CDA-fractie onderschrijven de oproep van de commissie dat begrotingsstrategieën moeten worden uitgevoerd voor de middellange termijn, die ruimte bieden voor uitgaven in verband met defensie, concurrentievermogen en vergroten van investeringen in strategische prioriteiten. Daarnaast moeten lidstaten nationale begrotingen herprioriteren en verbeteren. Hoe kijkt de Minister naar strategieën van andere lidstaten in dit kader, in het bijzonder van Duitsland, België en Frankrijk?
In april 2024 is het herziene Europese begrotingsraamwerk in werking getreden. In het kader van dit begrotingsraamwerk stellen alle lidstaten een budgettair-structureel plan voor de middellange termijn op. Deze plannen bestaan uit een uitgavenpad voor minimaal vier jaar en maximaal zeven jaar, ook wel de budgettaire aanpassingsperiode genoemd. Het uitgavenpad moet ertoe leiden dat 1. Het begrotingstekort onder de referentiewaarde van 3% bbp wordt gebracht voor het einde van de aanpassingsperiode én daar onder blijft op de middellange termijn (de tien jaar na de aanpassingsperiode); en 2. De overheidsschuld na afloop van de aanpassingsperiode geloofwaardig daalt of op een prudent niveau blijft (onder de referentiewaarde van 60% bbp) op de middellange termijn (de tien jaar na de aanpassingsperiode). Daarnaast bevat het plan structurele hervormingen en investeringen. Lidstaten kunnen in aanmerking komen voor een verlenging van de aanpassingsperiode van vier naar zeven jaar indien zij structurele hervormingen en investeringen doorvoeren die bijdragen aan schuldhoudbaarheid, economische groei, de landspecifieke aanbevelingen uit het Europees Semester en EU-prioriteiten. Duitsland, België en Frankrijk hebben gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, evenals Finland, Italië, Oostenrijk, Roemenië en Spanje. De genoemde eisen zorgen ervoor dat de budgettair-structurele plannen van Duitsland, België en Frankrijk zowel maatregelen bevatten om nationale begrotingen te herprioriteren en verbeteren, als uitgaven bevatten op het gebied van EU-prioriteiten (o.a. defensie, concurrentievermogen).
De Raad van de Europese Unie (Raad) heeft in 2025, op aanbeveling van de Europese Commissie, aanbevelingen vastgesteld die toezien op i) het vaststellen van een meerjarig uitgavenpad voor alle lidstaten, ii) het goedkeuren van hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de budgettaire aanpassingsperiode voor België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Roemenië, Spanje, ii) het vaststellen en corrigeren van buitensporige tekorten voor België, Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta, Oostenrijk, Polen, Slowakije en Roemenië. De Kamer is geïnformeerd over de kabinetsinzet ten aanzien van de Raadsaanbevelingen voor alle lidstaten. Het kabinet kon zich vinden in de Commissiebeoordeling dat de plannen in lijn zijn met Verordening 2024/1263 en Verordening 1467/97 en heeft het kabinet ingestemd met de Raadsaanbevelingen, waaronder die voor Duitsland, België en Frankrijk.
De commissie adviseert ook het bevorderen van meer particuliere verzekering van klimaatveranderinggerelateerde verliezen. Kan de Minister ingaan op de vraag of de Europese Commissie ook checkt of verzekeringsmaatschappijen in lidstaten zulke risico’s afdoende en betaalbaar afdekken? Kan de Minister hierop ook reflecteren in het geval van Nederland, waar zulke verzekeringen ook niet in alle gevallen beschikbaar zijn?
De Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen brengt in kaart in welke mate klimaatrisico’s momenteel verzekerbaar zijn binnen de Europese Unie. Zij publiceert actuele inzichten hierover in een openbaar toegankelijk dashboard.10 De Europese Commissie maakt waar nodig gebruik van deze data. Tevens hebben op initiatief van de Europese Commissie in het verleden de Klimaatweerbaarheid Dialogen plaatsgevonden. Dit heeft in 2024 geleid tot een rapport11 waarin ook uitgebreid aandacht is besteed aan de mate waarin klimaatrisico’s worden afgedekt door verzekeraars.
Met betrekking tot de situatie in Nederland verwijs ik naar de brief die eerder gezamenlijk door de Ministers van Financiën, van Justitie en Veiligheid en van Infrastructuur en Waterstaat aan de Kamer is aangeboden.12
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland nu een paar mijlpalen en doelstellingen doorschuift en hoopt dat een wijzigingsverzoek en betaalverzoek worden goedgekeurd. Hoe groot acht de Minister het risico dat geen goedkeuring volgt?
Ook vragen deze leden de Minister hoeveel beslismomenten er nog volgen. Klopt het dat hierna nog één beslismoment is? Zo ja, wanneer is dat?
De Europese Commissie heeft het Nederlandse voorstel voor aanpassing van het bestaande HVP op 17 december 2025 positief beoordeeld. De Commissie legt tijdens de Ecofinraad van 19 en 20 januari het aangepaste raaduitvoeringsbesluit ter goedkeuring voor aan de Raad, waarmee het besluitvormingsproces voor het wijzigingsverzoek wordt afgerond. De ervaring leert dat de Raad het voorstel van de Commissie overneemt. Vervolgens zal de Commissie het derde betaalverzoek beoordelen. Wij voorzien daarbij op dit moment geen knelpunten. Betaalverzoeken worden niet ter goedkeuring voorgelegd aan de Ecofinraad.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de commissie voor de twaalfde keer op rij een diepteonderzoek heeft aangekondigd voor Nederland naar mogelijke onevenwichtigheden in de economie. Kan de Minister schetsen wat de planning van dit onderzoek is? En ziet de Minister ook de noodzaak tot actie in het kader van het overschot op de lopende rekening en hoge private schulden?
De Commissie voert de diepteonderzoeken in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP) begin 2026 uit. De resultaten van de diepteonderzoeken worden in het voorjaar van 2026 verwacht, als onderdeel van het lentepakket in het kader van het Europees Semester. Zoals gebruikelijk zal de Kamer een appreciatie hiervan ontvangen. Afgelopen voorjaar constateerde de Commissie op basis van het uitgevoerde diepteonderzoek macro-economische onevenwichtigheden in Nederland op grond van het overschot op de lopende rekening en de hoge private schulden. Hierover is de Kamer destijds geïnformeerd.13
Het overschot op de lopende rekening bestaat voornamelijk uit een overschot op de handelsbalans dat past bij het open karakter en de gunstige concurrentiepositie van de Nederlandse economie. Het overschot op de lopende rekening correspondeert – per definitie – met een spaaroverschot (saldo nationale besparingen en investeringen) waar begrotingsdiscipline, het omvangrijke pensioenstelsel, de vergrijzing en de aanwezigheid van grote multinationals een rol in spelen. Volgens de Commissie kunnen hogere investeringen in Nederland het lopende rekeningoverschot terugdringen.14
Het kabinet voert geen expliciet beleid ten aanzien van de lopende rekening, gelet op het feit dat het overschot in belangrijke mate een uitkomst is van structurele kenmerken van de Nederlandse economie. De Commissie adviseert Nederland ook niet om beleidsmatig te sturen op het overschot op de lopende rekening. Het is wel verstandig om verstoringen die mogelijk ten grondslag liggen aan het overschot te adresseren. Het kabinet erkent dat Nederland voor een investeringsopgave staat en herkent de uitdagingen en investeringsbelemmeringen in Nederland die de Commissie in de resultaten van haar diepteonderzoek in 2025 noemde.15 Zoals uiteengezet in de kabinetsreactie op het IBO bedrijfsfinanciering zet het kabinet zich op verschillende manieren in om deze belemmeringen weg te nemen.16 Daarnaast zet het kabinet zich in dit kader in voor beter werkende kapitaalmarkten17, maatregelen die bijdragen aan productiviteitsgroei18, en een versterking van de Europese interne markt door onder andere het verlagen van interne barrières.
De hoge private schulden in Nederland worden hoofdzakelijk gedreven door hypotheekschulden. De Commissie gaf in haar diepteonderzoek uit 2025 aan dat, ondanks beleidswijzigingen over de afgelopen jaren, verstoringen op de woningmarkt blijven bestaan door subsidies in het belastingsysteem voor met schuld gefinancierd woningbezit. Het kabinet erkent dat de private schulden in Nederland relatief hoog zijn en werkt hard aan de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van woningen. De maatregelen die worden genomen om de woningmarkt te verbeteren kunnen op termijn een dempend effect hebben op de hoge private schulden.
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/11/04/voortgang-implementatie-herstel-en-veerkrachtplan↩︎
Kamerstuk 35 925, nr. 170.↩︎
https://defence-industry-space.ec.europa.eu/eu-defence-industry/safe-security-action-europe_en↩︎
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52025DC0781↩︎
https://ec.europa.eu/economy_finance/recovery-and-resilience-scoreboard/disbursements.html↩︎
https://commission.europa.eu/publications/2026-european-semester-autumn-package_en↩︎
Verslag bijeenkomst «Finance Europe»: een beleggingslabel voor investeren in Europa↩︎
Verslag Eurogroep en Ecofinraad 9 en 10 oktober 2025 - EK↩︎
https://commission.europa.eu/publications/euro-area-recommendation_en↩︎
Dashboard on insurance protection gap for natural catastrophes - European Insurance and Occupational Pensions Authorit↩︎
https://climate.ec.europa.eu/document/download/4df5c2fe-80f9-4ddc-8199-37eee83e04e4_en?filename=policy_adaptation_climate_resilience_dialogue_report_en.pdf↩︎
Kamerstuk 32 013, nr. 291.↩︎
https://open.overheid.nl/documenten/1727a7c0-ea5d-4a67-93ca-70f02c2cc9b2/file↩︎
https://economy-finance.ec.europa.eu/document/download/aef18a4c-e1bd-4840-82b4-e96e77a3f16f_en?filename=ip313_en.pdf↩︎
https://economy-finance.ec.europa.eu/document/download/aef18a4c-e1bd-4840-82b4-e96e77a3f16f_en?filename=ip313_en.pdf↩︎
Kamerstuk 32 637, nr. 658.↩︎
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/03/17/kabinetsinzet-kapitaalmarktunie↩︎
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/09/08/productiviteitsagenda↩︎