Uitstel beantwoording vragen van de leden Straatman en Inge van Dijk over het bericht ‘Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op’
Mededeling (uitstel antwoord)
Nummer: 2026D01886, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-19 15:24, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-892).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2025Z22721:
- Gericht aan: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Indiener: J.C.G. Straatman, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
892
Vragen van de leden Straatman en Inge van Dijk (beiden CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op» (ingezonden 29 december 2025).
Mededeling van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 19 januari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel in het FD: «Misbruik via de plof-bv kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er grip op»?1
Vraag 2
Was het risico dat turboliquidaties gebruikt kunnen worden als verdwijningstruc voor fraudeurs bij introductie van het voorstel voorzien? Zo ja, waarom is dit risico destijds ingeschat als acceptabel?
Vraag 3
Deelt u de mening dat er geen volledig beeld is van de omvang van het misbruik van turboliquidaties? Zo ja, waarom? Zo nee, kunt u het volledige beeld delen met de Kamer?
Vraag 4
Waarom zijn de negatieve signalen, zoals 1. dat de helft van degenen die gebruik maken van turboliquidaties, jarenlang of nooit een jaarrekening deponeerden, ondanks dat dit verplicht is, 2. dat de helft van de ontbindingen te laat zijn gemeld bij de Kamer van Koophandel of 3. dat de opheffing gebeurde met terugwerkende kracht, niet eerder boven tafel gekomen? Waarom is er niet eerder op deze signalen geacteerd?
Vraag 5
Wat is er nodig om het toezicht op het bij een turboliquidatie verplicht deponeren van extra documenten te intensiveren zodat er inzicht ontstaat over de omvang van het probleem en zodat er gehandhaafd en opgetreden kan worden, aangezien het eerste bestuursverbod wegens foute turboliquidatie nog uitgedeeld moet worden?
Vraag 6
Wanneer is het rapport van het in 2019 gelastte onderzoek naar de omvang van het misbruik bij turboliquidaties gereed? Zal dit rapport enkel constateringen of ook oplossingsrichtingen bevatten?
Vraag 7
Hoe kijkt u naar de wetsbepaling die in Duitsland bestaat die ondernemers dwingt om bij betalingsonmacht hun eigen faillissement aan te vragen? Zou een dergelijke wetsbepaling een onderdeel van de oplossing van het probleem kunnen zijn?
Mededeling
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Straatman en Inge van Dijk (beiden CDA), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op» (ingezonden 29 december 2025) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.
Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
FD, 20 december 2025, «Misbruik via de plof-bv kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er grip op», https://fd.nl/bedrijfsleven/1581493/misbruik-via-de-plof-bv-kinderlijk-eenvoudig-en-niemand-krijgt-er-vat-op↩︎