Antwoord op vragen van het lid Van Eijk over het bericht ‘AFM: Schade door oplichting met beleggingstrucs tien keer hoger dan gedacht’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D01980, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-20 09:52, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-898).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (VVD)
- Mede namens: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Antwoord op vragen van het lid Van Eijk over het bericht ‘AFM: Schade door oplichting met beleggingstrucs tien keer hoger dan gedacht’
Onderdeel van zaak 2025Z21796:
- Gericht aan: E. Heinen, minister van Financiën
- Indiener: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
898
Vragen van het lid Van Eijk (VVD) aan de Minister van Financiën over het bericht «AFM: Schade door oplichting met beleggingstrucs tien keer hoger dan gedacht» (ingezonden 11 december 2025).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën), mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 19 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport «Van piramide tot ijsberg: de onzichtbare omvang van beleggingsfraude in Nederland» naar aanleiding van een door de Autoriteit Financiële Markten uitgevoerd onderzoek?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat beleggingsfraude hard aangepakt dient te worden, zeker als het maatschappelijk wenselijk is dat er steeds meer mensen gaan beleggen zodat de Nederlandse en Europese concurrentiepositie worden verstevigd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ja. Beleggingsfraude kan aanzienlijke financiële en emotionele schade veroorzaken bij slachtoffers en ondermijnt het vertrouwen in de financiële markten. Wij onderschrijven dat dit zorgelijk is en vinden dat beleggingsfraude hard moet worden aangepakt. Ook omdat het – zowel op individueel als maatschappelijk niveau – wenselijk is dat Nederlandse huishoudens, die voldoende financiële buffers hebben en waar het past binnen hun risicoprofiel en -bereidheid, verantwoord meer gaan beleggen.
Vraag 3
Wat is uw reactie op bovengenoemd rapport? Onderschrijft u de schatting in het rapport dat de omvang van beleggingsfraude mogelijk wel tien keer hoger is dan aanvankelijk gedacht?
Antwoord 3
Wij waarderen het dat de AFM met dit rapport aandacht vestigt op beleggingsfraude. Het rapport laat duidelijk zien dat beleggingsfraude in Nederland nog veel omvangrijker is dan gedacht. Het is van belang om beleggingsfraude aan te pakken en wij vinden het dan ook positief dat de AFM voorstellen doet om de aanpak van beleggingsfraude te verbeteren. De schatting dat de daadwerkelijke schade mogelijk tien keer hoger ligt dan aanvankelijk gedacht, is afkomstig uit het rapport. Het betreft een ruwe schatting van de AFM op basis van de geregistreerde omvang van beleggingsfraude in Nederland, een verwacht geregistreerd schadebedrag op basis van een internationale vergelijking en een correctie van dit bedrag voor de meldingsbereidheid van mensen. Wij kunnen de werkwijze en de daaruitvolgende schatting van de AFM goed volgen, maar het blijft een schatting en het is niet mogelijk om de omvang exact te bepalen.
Vraag 4
Wat zijn volgens u momenteel de grootste problemen in het voorkomen van beleggingsfraude?
Antwoord 4
Volgens het rapport zijn er meerdere knelpunten die het voorkomen van beleggingsfraude bemoeilijken. Beleggingsfraude en nieuwe modus operandi ontwikkelen zich snel door toenemende digitalisering en internationalisering. Via socialemediaplatformen komen beleggers vaak voor het eerst in contact met fraudeurs. Ze worden verleid met hoge rendementen en bekende personen die vertrouwen creëren en de belegging aanprijzen in nepadvertenties. De AFM wijst dan ook op de verantwoordelijkheid van socialemediaplatformen en andere poortwachters in het voorkomen dat hun diensten worden misbruikt voor malafide doeleinden. Verder constateert de AFM dat de meldingsbereidheid onder slachtoffers laag is, onder meer vanwege gevoelens van schaamte en gebrek aan vertrouwen in het nut van melden. Daarnaast noemt het rapport dat er geen centrale en uniforme registratie is, waardoor meldingen versnipperd zijn over verschillende instanties en het totale beeld van het probleem onvoldoende duidelijk blijft. Beide factoren belemmeren gericht preventief en repressief handelen van instanties, terwijl dit beleggingsfraude deels zou kunnen voorkomen. Wij onderschrijven de knelpunten die de AFM in haar rapport beschrijft. Daarnaast benadrukken wij dat het van belang is dat beleggers- voordat zij een belegging doen -controleren of zij dat doen bij een instelling die daarvoor de vereiste vergunning(en) heeft.
Vraag 5
Wat zijn volgens u momenteel de grootste problemen die repressief handelen tegen beleggingsfraude in de weg staan?
Antwoord 5
De belangrijkste knelpunten bij de voorkoming van beleggingsfraude (zoals hierboven genoemd) gelden ook als problemen die repressiein de weg staan. Daarnaast geldt voor repressief handelen specifiek dat het internationale en digitale karakter van beleggingsfraude het moeilijk maakt daders te traceren en te vervolgen.
Vraag 6
Deelt u de mening dat de integratie van de huidige diverse meldpunten tot één meldpunt voor beleggingsfraude verstandig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid zich hiervoor in te spannen en op welke termijn zou dit dan gereed kunnen zijn?
Antwoord 6
Op dit moment kunnen wij niet beoordelen of de integratie van de huidige diverse meldpunten tot één centraal meldpunt voor beleggingsfraude verstandig en (juridisch) mogelijk is. De AFM heeft in het rapport opgeroepen tot overleg met ketenpartners en opsporingsdiensten over dit onderwerp om te onderzoeken of deze wens breder gedeeld wordt en, zo ja, hoe hier invulling aan gegeven kan worden. De AFM heeft ons laten weten hiertoe graag het initiatief te nemen. Wij ondersteunen dit initiatief van de AFM. Mede gezien de oproep van de AFM, zien wij op dit moment geen rol voor ons weggelegd in die gesprekken. Wel zullen wij bezien, indien nodig en mogelijk, welke ondersteuning te geven is aan eventuele vervolgstappen die hieruit voortvloeien.
Vraag 7
Overweegt u aanvullende maatregelen tegen beleggingsfraude? Zo nee, waarom niet? Zo ja, aan welke maatregelen denkt u?
Antwoord 7
Binnen de publiek-private samenwerking voor de integrale aanpak van online fraude werken verschillende publieke en private partijen samen, waaronder de Ministeries van Financiën, van Economische Zaken en van Justitie en Veiligheid, OM, politie, toezichthouders, financiële instellingen en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en consumentenorganisaties om uiteenlopende vormen van fraude te voorkomen, te signaleren en te bestrijden. Voor online beleggingsfraude zijn in 2025 met experts technische barrières en interventies ontwikkeld om online beleggingsfraude te voorkomen.1 Wij willen bezien of het naar aanleiding van voornoemde verkenning noodzakelijk is om aanvullende maatregelen te nemen tegen (online) beleggingsfraude. Daarbij zullen wij met de betrokken partijen optrekken.
Actieplan 2025, bijlage bij Kamerstukken II, 2024/25, 29 911, nr. 474, p. 8.↩︎