Motie van het lid Grinwis c.s. over de structurele budgettaire meeropbrengsten in kaart brengen van een vermogenswinstbelasting in box 3
Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Motie (kabinetsappreciatie: Nog niet bekend)
Nummer: 2026D02060, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-21 10:15, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36748-13).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: H. Vermeer, Tweede Kamerlid (BBB)
- Mede ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid (VVD)
- Mede ondertekenaar: I. (Inge) van Dijk, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: C. Stoffer, Tweede Kamerlid (SGP)
Onderdeel van kamerstukdossier 36748 -13 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3).
Onderdeel van zaak 2026Z00846:
- Indiener: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: C. Stoffer, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: H. Vermeer, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: I. (Inge) van Dijk, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-01-19 11:30: Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
- 2026-02-03 18:00: Voortzetting Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 13 MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S.
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de voorliggende Wet werkelijk rendement box 3 zeer waarschijnlijk geen eindstation is, en dat in de toekomst een verdere beweging richting een vermogenswinstbelasting (vwb) denkbaar is;
overwegende dat het vanwege het rente-op-rente-effect voor de hand ligt dat de vermogensopbouw bij een box 3-systeem dat gebaseerd is op een vermogenswinstbelasting, en mitsdien de structurele belastingopbrengst in box 3, groter is dan in het voorliggende voorstel;
overwegende dat toekomstige besluitvorming vraagt om inzicht in de structurele budgettaire effecten;
verzoekt de regering in kaart te brengen wat de structurele budgettaire meeropbrengsten van een vermogenswinstbelasting in box 3 zijn, de Kamer hierover voor de zomer te informeren, en de uitkomsten mee te wegen in toekomstige besluitvorming over het box 3-stelsel,
en gaat over tot de orde van de dag.
Grinwis
Van Eijk
Inge van Dijk
Vermeer
Stoffer