Motie van het lid Van Eijk c.s. over de verschuldigde belasting voor oude kapitaalverzekeringen in box 1 pas invorderbaar maken bij daadwerkelijke uitkering van de kapitaalverzekering
Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Motie (kabinetsappreciatie: Nog niet bekend)
Nummer: 2026D02065, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-21 13:11, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36748-17).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid (VVD)
- Mede ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: C. Stoffer, Tweede Kamerlid (SGP)
Onderdeel van kamerstukdossier 36748 -17 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3).
Onderdeel van zaak 2026Z00850:
- Indiener: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: C. Stoffer, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-01-19 11:30: Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
- 2026-02-03 18:00: Voortzetting Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 17 MOTIE VAN HET LID VAN EIJK C.S.
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het afschaffen van het overgangsrecht voor oude kapitaalverzekeringen in box 1 ertoe leidt dat per 1 november 2029 in één keer belasting wordt geheven over het volledige opgebouwde rendement;
overwegende dat betrokkenen deze belasting vaak niet kunnen voldoen omdat het vermogen niet liquide is;
overwegende dat het gaat om een beperkte en overzichtelijke groep, terwijl de financiële gevolgen groot en onverwacht zijn;
overwegende dat burgers om redenen van uitvoeringseenvoud niet opeens kunnen worden geconfronteerd met hoge belastingaanslagen zonder dat zij over het geld kunnen beschikken;
verzoekt de regering uit te werken of het mogelijk is om de verschuldigde belasting wel per 1 november 2029 vast te stellen, maar pas invorderbaar te maken op het moment dat de kapitaalverzekering daadwerkelijk tot uitkering komt,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Eijk
Stoffer
Grinwis