Motie van het lid Stoffer c.s. over in de Wet werkelijk rendement box 3 een passende en afgebakende definitie opnemen van familiebedrijven
Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Motie (kabinetsappreciatie: Nog niet bekend)
Nummer: 2026D02070, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-21 13:11, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36748-22).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C. Stoffer, Tweede Kamerlid (SGP)
- Mede ondertekenaar: H. Vermeer, Tweede Kamerlid (BBB)
- Mede ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van kamerstukdossier 36748 -22 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3).
Onderdeel van zaak 2026Z00855:
- Indiener: C. Stoffer, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: H. Vermeer, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-01-19 11:30: Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
- 2026-02-03 18:00: Voortzetting Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 22 MOTIE VAN HET LID STOFFER C.S.
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in een eerdere versie van de Wet werkelijk rendement box 3 een vermogenswinstbelasting gold voor aandelen in familiebedrijven;
overwegende dat deze vorm van belastingheffing daarbij ook beter past, omdat deze aandelen bijvoorbeeld niet vrij verhandelbaar zijn en niet jaarlijks gewaardeerd worden;
overwegende dat met name het definiëren van «familiebedrijven» de uitvoering van een vermogenswinstbelasting voor deze groep uitdagend maakt;
constaterende dat de definitie van «startups en scale-ups» nog nader uitgewerkt moet worden;
verzoekt de regering hierbij ook een passende en afgebakende definitie van familiebedrijven mee te nemen, en alsnog te bezien hoe aandelen in familiebedrijven op basis van een vermogenswinstbelasting belast kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Stoffer
Grinwis
Vermeer