Motie van het lid Inge van Dijk c.s. over een aanvullend onderzoek naar rendementen op vakantiewoningen
Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Motie (kabinetsappreciatie: Nog niet bekend)
Nummer: 2026D02074, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-21 13:14, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36748-26).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: I. (Inge) van Dijk, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid (VVD)
Onderdeel van kamerstukdossier 36748 -26 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3).
Onderdeel van zaak 2026Z00859:
- Indiener: I. (Inge) van Dijk, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-01-19 11:30: Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
- 2026-02-03 18:00: Voortzetting Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 26 MOTIE VAN HET LID INGE VAN DIJK C.S.
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat voordelen uit eigen gebruik van onroerende zaken worden belast met een vastgoedbijtelling;
overwegende dat de vastgoedbijtelling is gebaseerd op onderzoek naar de huurwaarde van niet-verhuurde box 3-woningen;
overwegende dat vakantiewoningen verschillen van andere woningen omdat specifieke kenmerken zoals seizoensgebondenheid een rol kunnen spelen;
overwegende dat het van belang is de vastgoedbijtelling juridisch houdbaar vorm te geven, met het oog op het recht op ongestoord genot van eigendom;
verzoekt de regering een aanvullend onderzoek te laten doen naar rendementen op specifiek vakantiewoningen, en een juridische analyse te doen ten aanzien van een houdbare vastgoedbijtelling voor vakantiewoningen in eigen bezit,
en gaat over tot de orde van de dag.
Inge van Dijk
Van Eijk
Grinwis