Samenloop Europees voorstel acceptatieplicht contant geld n.a.v. het amendement van het lid Van Eijk c.s. over de aanstaande acceptatieplicht van contant geld voor ondernemers schrappen (Kamerstuk 36711-18) en het amendement van het lid Ergin over een grondslag voor regels over het waarborgen van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van contant geld voor kwetsbare groepen (Kamerstuk 36711-34)
Betalingsverkeer
Brief regering
Nummer: 2026D02089, datum: 2026-01-20, bijgewerkt: 2026-01-20 13:37, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (VVD)
Onderdeel van kamerstukdossier 27863 -145 Betalingsverkeer.
Onderdeel van zaak 2026Z00868:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-01-21 13:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-29 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Afgelopen woensdag 14 januari vond het plenaire debat plaats over de Wet chartaal betalingsverkeer. Tijdens deze behandeling werd een amendement ingediend waarmee de nationale acceptatieplicht voor contant geld wordt geschrapt.1
Zoals ik tijdens het debat heb toegezegd, informeer ik met deze brief uw Kamer over de Europese verordening contant geld als wettig betaalmiddel (hierna LTCR-voorstel), de lidstaatopties voor uitzonderingen daarop, de relatie tussen deze opties en de voorgestelde algemene maatregel van bestuur (hierna: Besluit uitzonderingen acceptatie contant geld), alsmede de status van de nationale acceptatieplicht zoals naar aanleiding van het amendement-Dijk/Flach vastgelegd in artikel 6:113 van het Burgerlijk Wetboek in verhouding tot het LTCR-voorstel. Daarnaast zal ik uw Kamer in een separate brief informeren of ik een nota van wijziging wenselijk vind om eventuele aanvullende kosten bij Geldmaat te reguleren. Na het plenaire debat heeft het lid Ergin een amendement2 ingediend; dat amendement zal ik ook in die separate brief appreciëren.
Tijdslijn LTCR-voorstel
Afgelopen 19 december is een Raadsakkoord bereikt voor het LTCR-voorstel. Het voorstel is onderdeel van het pakket voor de gemeenschappelijke munt en wordt gezamenlijk behandeld met het voorstel voor een verordening voor de invoering van een digitale euro. Het LTCR-voorstel introduceert een algemene verplichting tot acceptatie van contant geld, met beperkte uitzonderingen.
Het Raadsakkoord sluit goed aan bij de Nederlandse inzet. Zo biedt het Raadsakkoord voldoende ruimte voor nationale uitzonderingen op de acceptatieplicht. Nederland heeft zich onder andere ingezet voor een uitzondering voor onbemande verkooppunten. Deze uitzondering is opgenomen in het Raadsakkoord. In het Raadsakkoord zijn daarnaast lidstaatopties opgenomen die onder strikte voorwaarden uitzonderingen mogelijk maken. Lidstaten kunnen bijvoorbeeld nadere invulling geven aan situationele en sectorale uitzonderingen, bijvoorbeeld voor bepaalde bedrijfstakken waar het accepteren van contant geld tot disproportionele lasten leidt of veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Deze opties zijn gebonden aan transparantievereisten en moeten proportioneel worden toegepast, conform de kaders uit de verordening.
In het Europees Parlement wordt op dit moment het rapport over het voorstel van de rapporteur besproken. Het Europees Parlement heeft de ambitie om in het voorjaar een positie in te nemen over het pakket voor de gemeenschappelijke munt. Vervolgens vinden de triloogonderhandelingen plaats tussen de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie.
Verhouding lidstaatopties LTCR-voorstel en uitzonderingsbesluit acceptatieplicht
De in het Nederlandse uitzonderingsbesluit opgenomen uitzonderingen zijn geënt op de ruimte die artikel 6:113 BW biedt en anticiperen op de mogelijkheden die naar verwachting uit het LTCR-voorstel zullen voortvloeien. Bovendien zijn de voorgestelde uitzonderingen in lijn met de uitspraak van het Europese Hof van Justitie inzake Hessischer Rundfunk.3
Zoals hierboven uiteengezet, kunnen onder de teksten zoals die zijn opgenomen in het Raadsakkoord ook nationale uitzonderingen bestaan. Er wordt daarom in het Nederlandse uitzonderingsbesluit ingezet op zo veel mogelijk aansluiting bij de ruimte die het LTCR-voorstel biedt. Op deze manier proberen we te borgen dat de uitzonderingen die gelden voor de acceptatieplicht voor ondernemers zo veel mogelijk gelijk zijn.
Wanneer het LTCR-voorstel wordt aangenomen, werkt de Europese algemene acceptatieplicht rechtstreeks door in het Nederlandse recht. Dit betekent dat de acceptatieplicht blijft bestaan, maar dat de juridische grondslag vanwege wetstechnische redenen wordt verplaatst van nationaal naar Europees niveau.
Vervolgproces
Bij het appreciëren van het amendement-Dijk/Flach4 noemde ik dat op termijn het LTCR-voorstel de acceptatieplicht zal regelen. Daarom heb ik het amendement destijds ontraden. De Tweede Kamer heeft dit amendement met een ruime meerderheid aangenomen en mij gevraagd om zorg te dragen voor de uitwerking van het uitzonderingsbesluit. De openbare consultatie van het besluit is inmiddels afgelopen en er zijn 121 reacties. Deze zullen zorgvuldig worden verwerkt.
In het debat met uw Kamer op 14 januari werd door mevrouw Van Eijk (VVD) en de heer Flach (SGP) de suggestie gedaan om de inwerkingtreding van artikel 6:113 BW en het Besluit uitzonderingen acceptatie contant geld uit te stellen totdat het LTCR-voorstel in werking treedt. Het amendement-Van Eijk c.s.5 om de aanstaande acceptatieplicht te schrappen, zou in dat geval worden ingetrokken. Een dergelijk uitstel heeft als voordeel dat zeker is dat geen uitzonderingen gaan gelden die daarna moeten worden aangepast aan het definitieve Europese compromis. Tegelijkertijd is het onzeker tot wanneer het uitstel duurt. Ik stel daarom voor dat ik uw Kamer periodiek op de hoogte houd van de voortgang van deze onderhandelingen, zoals ik dat ook doe voor de verordeningen voor de invoering van een digitale euro. Daarbij zal ik uw Kamer meenemen in de voortgang van de onderhandelingen, door inzicht te geven in de gezette en nog te verwachten stappen, de belangrijkste besluitmomenten en zover mogelijk de bijbehorende tijdslijnen.
Het amendement-Dijk/Flach en de consultatie van het Besluit uitzonderingen acceptatie contant geld hebben een discussie op gang gebracht over dit onderwerp. Dit zal helpen bij de daadwerkelijke implementatie van het LTCR-voorstel. Daarbij speelt mee dat de huidige compromisteksten van het LTCR-voorstel niet voorzien in een implementatietermijn voor nationale uitzonderingen. Zodra de Raad en het Europees Parlement tot overeenstemming komen over het LTCR-voorstel, zal de verordening binnen enkele maanden rechtstreeks van toepassing worden in de Nederlandse rechtsorde. Het is dan van belang om op korte termijn de nationale uitzonderingen vorm te geven, juist om iedereen die hier mee te maken heeft in de praktijk duidelijkheid en nog enige voorbereidingstijd te geven. De suggestie van de leden Van Eijk en Flach sluit daarbij aan.
Tot slot
In deze brief heb ik uw Kamer inzicht proberen te geven in het Europese wetgevingsproces en de samenhang met het nationale besluit. De suggestie van mevrouw Van Eijk en de heer Flach in het debat van 14 januari om de inwerkingtreding van nationale uitzonderingen uit te stellen tot de Europese regelgeving in werking treedt, is naar mijn mening passend.
Ik stel voor dat ik de consultatiereacties en de adviezen op het Besluit uitzonderingen acceptatie contant geld verwerk, maar wacht met voorhang bij uw Kamer totdat de eindteksten van het LTCR-voorstel beschikbaar zijn. Pas dan weten we zeker welke uitzonderingen precies mogelijk zijn en kan daarover een zinvol gesprek met de Kamer worden gevoerd.
Ik zal uw Kamer tot die tijd periodiek op de hoogte houden van de onderhandelingen van het LTCR-voorstel. Op die manier doen we enerzijds recht aan het belang van de brede acceptatie van contant geld en beperken we anderzijds de onzekerheid en lasten voor ondernemers.
Hoogachtend,
de minister van Financiën,
E. Heinen