Reactie op verzoek commissie over de opzet van de Periodieke rapportage kansspelen
Kansspelen
Brief regering
Nummer: 2026D02155, datum: 2026-01-20, bijgewerkt: 2026-01-22 13:52, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 24557 -279 Kansspelen.
Onderdeel van zaak 2026Z00894:
- Indiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-01-21 13:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-11 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
24 557 Kansspelen
Nr. 279 Brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 januari 2026
In een brief van 27 november 2025 heeft de griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid mij verzocht enkele vragen te beantwoorden over de opzet van de Periodieke rapportage kansspelen, zoals ik deze per brief van 15 september 2025 heb aangekondigd.1 Hieronder geef ik per gestelde vraag mijn antwoord.2
Vraag 1
Wanneer kan de Kamer de Periodieke rapportages over de
subthema’s screenen, jeugdcriminaliteit en aanpak
criminaliteitsfenomenen verwachten?
Antwoord op vraag 1
Elke vier tot zeven jaar wordt een Periodieke rapportage uitgevoerd. De volgende Periodieke rapportage staat nog niet gepland, maar zal binnen deze tijdspanne worden uitgevoerd.
Gezien de ongelijksoortigheid van de subthema’s binnen het hoofdthema ‘Voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag’ is het niet mogelijk noch wenselijk één beleidstheorie te formuleren voor alle subthema’s gezamenlijk. Per subthema dient derhalve een beleidstheorie te worden ontwikkeld. Om die reden volgen nu twee Periodieke rapportages op de subthema’s waarvoor al wél een beleidstheorie en inzichtbehoefte is opgesteld: kansspelen en forensische zorg. Bovendien is er op basis van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) 2022 ruimte om binnen de (beleids)thema’s onderbouwd keuzes te maken voor wat betreft de focus in de agendering voor de komende periode.3 De overige subthema’s zullen in de volgende Periodieke rapportage(s) worden meegenomen. Voor deze subthema’s wordt op dit moment een beleidstheorie ontwikkeld.
Vraag 2
Kan de minister toelichten of, en zo ja hoe het beleidsthema Voorkomen
van (herhaald) crimineel gedrag volledig wordt gecoverd door de
subthema’s forensische zorg, kansspelen, screenen, jeugdcriminaliteit en
aanpak criminaliteitsfenomenen?
Antwoord op vraag 2
Uit de artikel 2a Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE 2022) volgt
de eis dat “alle belangrijke (beleids)thema’s zijn vertegenwoordigd in
termen van budgettaire en maatschappelijke relevantie”. Deze eis houdt
niet in dat de thema’s volledig dekkend moeten zijn, hetgeen ook niet
het geval is bij het beleidsthema Voorkomen van (herhaald) crimineel
gedrag.
Bij de subthema’s forensische zorg, kansspelen, screenen, jeugdcriminaliteit en aanpak criminaliteitsfenomenen is het voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag een zwaarwegend doel voor beleid. Binnen elk beleidsthema bestaat ruimte om onderbouwd keuzes te maken voor wat betreft de focus in de agendering voor de komende periode.
Vraag 3
Hoe wordt de beleidstheorie van de oude visie (2011-2025) in kaart gebracht, en hoe wordt deze vergeleken met de onderliggende aannames van de nieuwe visie (2025 en verder)?
Vraag 4
In hoeverre wil de periodieke evaluatie de visies vergelijken?
Antwoord op vraag 3 en 4
In de vorige beleidsdoorlichting (2012–2018), waar het kansspelbeleid onderdeel van uitmaakte, is ten aanzien van kansspelen de beleidstheorie van het toen geldende beleid uiteengezet. Op basis van deze beleidstheorie, aangevuld met informatie uit nadien gepubliceerde beleidsdocumenten, kan de beleidstheorie tot februari 2025 worden aangevuld en gereconstrueerd.
De beleidstheorie voor de periode na februari 2025 volgt uit de brief van 14 februari 2025 aan uw Kamer en is in hoofdlijnen weergegeven in de Harbersbrief.4 Deze twee beleidstheorieën en de daaronder liggende aannames zullen in de Periodieke rapportage naast elkaar worden gelegd. Het is aan de onderzoekers om daar een vorm voor te vinden.
Vraag 5
Wordt er een expliciete brug gemaakt tussen beide beleidskaders — bijvoorbeeld via een overgangsmatrix van oude naar nieuwe doelstellingen?
Antwoord op vraag 5
Indien een tabel of matrix bijdraagt aan het inzichtelijk maken van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid over de te evalueren periode, zal daar gebruik van worden gemaakt.
Vraag 6
Op welke wijze wordt omgegaan met het feit dat de beschikbare data en monitoring zich vooral op verslaving richten, terwijl de nieuwe visie gokschade in bredere zin omvat (zoals financiële, sociale en psychische schade)?
Vraag 7
Hoe wordt transparant gemaakt welke onderdelen van de nieuwe doelstellingen op dit moment niet toetsbaar zijn, en wat dit betekent voor de betrouwbaarheid van de conclusies?
Antwoord op vraag 6 en 7
De verwachting is dat op veel onderdelen van het beleid voldoende informatie beschikbaar is om richtinggevende uitspraken over het gevoerde beleid te kunnen doen. Tegelijkertijd zal nog niet alle gewenste informatie voor deze Periodieke rapportage beschikbaar zijn tijdens de uitvoering van het onderzoek. Zo zijn indicatoren, bijvoorbeeld op het gebied van gokschade, naar verwachting niet tijdig beschikbaar. Daarom is aan de onderzoekers van de Periodieke rapportage verzocht om in beeld te brengen op welke onderdelen nog nadere indicatoren nodig zijn om de doeltreffendheid en doelmatigheid volledig in beeld te kunnen brengen.
Vraag 8
Worden de oude indicatoren (bijv. kanalisatiegraad, verslavingsprevalentie, naleving) doorontwikkeld of volledig herzien onder de nieuwe visie?
Vraag 9
Indien herzien: op welke wijze wordt de trendmatige ontwikkeling over de jaren nog inzichtelijk gemaakt?
Antwoord op vraag 8 en 9
Zoals is aangegeven in de visiebrief kansspelen van 14 februari 2025 vraagt de nieuwe visie nog om verdere operationalisering in beleid naar concrete subdoelstellingen, zoals op kansspelgerelateerde schade, kansspelverslaving en het tegengaan van illegaal aanbod en de wijze waarop deze subdoelstellingen kunnen worden bereikt.5 Ook is het van belang om indicatoren op te stellen en een nulmeting te doen om vervolgens de effecten van de beleidswijzigingen en de realisatie van de doelstellingen te kunnen meten. Indicatoren, zoals de kanalisatiegraad en cijfers uit de verslavingszorg, blijven relevant om de ontwikkelingen binnen het kansspelbeleid te meten. Daarnaast zijn aanvullende indicatoren nodig om bijvoorbeeld gokschade meetbaar te maken. Dit wordt momenteel ontwikkeld door het Expertisecentrum gokken en is naar verwachting eind 2026 gereed. Daarna worden tijdgebonden doelen gesteld met betrekking tot de daling van gokschade. In de tussentijd wordt gekeken naar, en gestuurd op de indicatoren die middels verschillende monitoringsrapportages worden gemeten, zoals het aantal en percentage laag-, gemiddeld en hoog-risicospelers.
Vraag 10
Welke criteria worden gebruikt om te bepalen of een indicator uit de oude visie behouden blijft, aangepast wordt, of vervalt?
Antwoord op vraag 10
Het criterium voor indicatoren is dat ze een basis bieden om de doelen van het kansspelbeleid te meten en uitspraken kunnen worden gedaan over de bescherming van burgers tegen kansspelgerelateerde schade, het tegengaan van kansspelgerelateerde criminaliteit en het verhinderen van deelname aan illegaal kansspelen en bestrijding van illegaal aanbod.
Vraag 11
Waarom is deze periodieke rapportage niet eerder uitgevoerd, zodat de bevindingen uit de evaluatie nog gebruikt konden worden voor het opstellen van het nieuwe beleid?
Antwoord op vraag 11
De inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand in april 2021 was een belangrijk element van de beoogde modernisering van het kansspelbeleid in de visie uit 2011. In de vorige beleidsdoorlichting was juist deze belangrijke wijziging nog niet doorgevoerd. Voor het kunnen opstellen van een Periodieke rapportage was het van belang dat de evaluatie van de Wet kansspelen op afstand was afgerond.
Vraag 12
In hoeverre is deze periodieke evaluatie nog zinvol, aangezien er al een evaluatie van de wet KOA is, op basis waarvan het hele beleid sinds februari 2025 flink op de schop gegaan is? Waarom voor de wetswijziging n.a.v. de evaluatie van de Wet Koa niet eerst deze periodieke evaluatie afgewacht?
Antwoord op vraag 12
De Periodieke rapportage betreft meer dan alleen kansspelen op afstand en het is voor andere onderdelen van het kansspelbeleid nog zeer relevant om terug te kijken. Vanaf eind 2024 waren op basis van uitgevoerde onderzoeken en rapportages voldoende gegevens beschikbaar over de ontwikkelingen in het kansspelbeleid om tot een nieuwe visie en nieuwe doelstellingen van het beleid te komen. Deze herijking was voorts op dat moment noodzakelijk omdat voor aanpassingen van kansspelen op afstand ook aanpassingen van de uitgangspunten van de Wet op de kansspelen vereist zijn. Gezien de urgentie van aanscherping van wet- en regelgeving op het gebied van kansspelen op afstand is besloten de Periodieke rapportage niet af te wachten.
Vraag 13
Kan de staatssecretaris meer informatie geven over de methode die gehanteerd wordt bij het onderzoek?
Vraag 14
Welke analysemethoden worden gebruikt om de bijdrage van beleid aan resultaten te schatten?
Antwoord op vraag 13 en 14
De Periodieke rapportage is een syntheseonderzoek naar de (voorwaarden voor) doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Dit houdt in dat de Periodieke rapportage een synthese geeft van eerder uitgevoerde evaluaties onder het SEA-thema, en verder bouwt op deze eerdere inzichten. Deze onderzoekmethode is Rijksbreed bepaald, en volgt uit de Handreiking Periodieke rapportage.6
De handreiking Periodieke rapportage bepaalt ook dat er naast het syntheseonderzoek ruimte is voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld om eventuele nog ontbrekende inzichten te adresseren. De mogelijke noodzaak voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld door interviews, zal in het plan van aanpak van het onderzoeksbureau dat de Periodieke rapportage gaat uitvoeren, in overleg met de begeleidingscommissie, nader worden bepaald
Vraag 15
Worden kwantitatieve indicatoren vooraf vastgelegd en zo ja, welke?
Antwoord op vraag 15
Het vaststellen op basis van welke indicatoren de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid worden beoordeeld, maakt onderdeel uit van de Periodieke rapportage en zal door de onderzoekers in overleg met de begeleidingscommissie nader worden bepaald.
Vraag 16
Hoe wordt de betrouwbaarheid van bestaande data beoordeeld, zeker waar het illegaal aanbod of gokschade betreft?
Antwoord op vraag 16
De Periodieke rapportage betreft een syntheseonderzoek op basis van reeds opgeleverde onderzoeken en rapportages op basis van de SEA. In de betreffende onderzoeken is door de onderzoekers stilgestaan bij de betrouwbaarheid en compleetheid van de data.
Vraag 17
Worden belanghebbenden (bijv. toezichthouders, verslavingszorg, marktpartijen) betrokken in de dataverzameling of interpretatie, en zo ja welke?
Antwoord op vraag 17
In beginsel betreft de Periodieke rapportage een synthese onderzoek op basis van uitgevoerde onderzoeken en evaluaties. Daarbij kan, zoals ik heb aangegeven in de Harbersbrief kansspelen een analyse van de beschikbare onderzoeken en rapportages worden aangevuld door interviews te houden met belanghebbenden, zoals aangegeven in het antwoord op vragen 13 en 14.
Vraag 18
Welke onderzoeken lopen er nog en worden pas in 2025 afgerond? Is dit op tijd om in de periodieke rapportage meegenomen te kunnen worden.
Antwoord op vraag 18
Inmiddels zijn de meeste onderzoeken die worden genoemd in de bijlage bij de Harbersbrief afgerond en aangeboden aan uw Kamer. Naar verwachting worden de onderzoeken naar risico’s op witwassen en naar de risicoclassificatie van kansspelen op gokschade in het eerste kwartaal van 2026 afgerond. Indien deze tijdig beschikbaar zijn, zullen ze worden betrokken bij de Periodieke rapportage.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte
Voor verwijzingen zijn de vragen en antwoorden doorgenummerd.↩︎
Staatscourant 2022, 19587 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen↩︎
Handreiking Periodieke rapportage 2024, www.rijksfinancien.nl↩︎