[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Onderzoek van de Universiteit Leiden naar de werking van de informatiebeschikking

Evaluatie Wet houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten ten behoeve van de rechtsbescherming met betrekking tot de administratieplicht en controlehandelingen van de fiscus

Brief regering

Nummer: 2026D02237, datum: 2026-01-20, bijgewerkt: 2026-01-21 16:32, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 33772 -7 Evaluatie Wet houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten ten behoeve van de rechtsbescherming met betrekking tot de administratieplicht en controlehandelingen van de fiscus.

Onderdeel van zaak 2026Z00936:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


33 772 Evaluatie Wet houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten ten behoeve van de rechtsbescherming met betrekking tot de administratieplicht en controlehandelingen van de fiscus

Nr. 7 Brief van de staatssecretaris van Financiën

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 januari 2026

In de brief van 6 februari 2024 is uw Kamer geïnformeerd over het onderzoek van de Universiteit Leiden uit 2023 naar de werking van de informatiebeschikking1. In het onderzoek kwam naar voren dat de informatiebeschikking op een aantal punten niet de rechtsbescherming biedt die aanvankelijk was beoogd. Met name de lange doorlooptijd van de informatiebeschikkingsprocedure in combinatie met een procedure over de belastingaanslag wordt door alle respondenten als een groot knelpunt ervaren.

Het ambtelijk vervolgonderzoek dat in 2024 en 2025 heeft plaatsgevonden, heeft geleid tot een beleidsdocument met oplossingsrichtingen dat afgelopen voorjaar in preconsultatie is gegaan.2 In deze Kamerbrief wordt ingegaan op de oplossingsrichtingen die nader zijn onderzocht om de rechtsbescherming bij de informatiebeschikking te verbeteren.

Een aantal Kamerleden heeft daarnaast gevraagd naar mogelijkheden om belastingplichtigen die niet meewerken aan een informatieverzoek (of informatiebeschikking) eerlijkere belasting te laten betalen.3 Daarnaast heeft de Kamer afgelopen jaar de motie Stultiens aangenomen die oproept om bepaalde belastingconstructies steviger aan te pakken.4 In deze Kamerbrief wordt daarom ook kort hierop ingegaan.

  1. Praktische rechtsbescherming bij informatieverzoeken

De inspecteur kan bij burgers of bedrijven (hierna: belastingplichtigen) informatie opvragen die voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kan zijn.5 Deze bevoegdheid van de inspecteur is van groot belang om te kunnen komen tot een juiste en tijdige heffing en inning. De informatiebeschikking is in 2011 in de wet opgenomen om de rechtsbescherming van belastingplichtigen bij informatieverzoeken van de inspecteur te verbeteren. Voor de invoering kon de sanctie van het omkeren en verzwaren van de bewijslast intreden wanneer de informatieplicht niet was nagekomen. Na invoering van de wet moet de door de inspecteur vastgestelde informatiebeschikking eerst onherroepelijk zijn geworden voordat de sanctie kan intreden. Via bezwaar en beroep tegen de informatiebeschikking kan de belastingplichtige vervolgens aan de belastingrechter voorleggen of een informatieverzoek van de inspecteur terecht is.

Sinds de invoering van de informatiebeschikking heeft het kabinet meermaals onderzoek laten uitvoeren naar de werking ervan. In de eerste evaluatie in 2016 kwam naar voren dat de informatiebeschikking op een aantal punten niet goed functioneert.6 Belastingplichtigen ervaren de informatiebeschikking niet altijd als een bevordering van de rechtsbescherming. Dit komt met name omdat het voeren van een aparte procedure over de informatiebeschikking gevolgd door een procedure over de belastingaanslag veel tijd kost en daarmee voor rechtsonzekerheid zorgt. In het vervolgonderzoek uit 2023, uitgevoerd door de Universiteit Leiden, is geconcludeerd dat de knelpunten die in de eerste evaluatie werden geconstateerd nog steeds gelden, en op sommige punten meer zijn gaan knellen.7

  1. Afweging oplossingsrichtingen

Na de preconsultatie van het beleidsdocument heeft het kabinet een afweging gemaakt tussen de verschillende oplossingsrichtingen. Het kabinet geeft prioriteit aan het verkorten van de lange looptijd van de informatiebeschikkingsprocedure. Hiervoor worden hieronder twee voorkeursopties toegelicht. Daarnaast worden in de loop van 2026 oplossingen voor andere knelpunten (waaronder het opheffen van de informatiebeschikking voor de administratieplicht) nader uitgewerkt.

Zowel in het onderzoek van de Universiteit Leiden als in de preconsultatie is de vraag naar voren gebracht of het niet beter is voor de rechtsbescherming van burgers en bedrijven als de informatiebeschikking wordt afgeschaft. Belangrijke vraag hierbij is of de langdurige rechtsonzekerheid waarin een belastingplichtige verkeert door een informatiebeschikking, zwaarder weegt dan de rechtsbescherming die het instrument beoogt te bieden. Het kabinet ziet de knelpunten van de informatiebeschikkingsprocedure, maar is van mening dat de informatiebeschikking nog steeds bijdraagt aan een betere rechtsbescherming voor burgers en bedrijven. Die rechtsbescherming wordt geboden door de mogelijkheid om vragen van de inspecteur door een rechter op rechtmatigheid te laten toetsen. Het kabinet is dan ook van mening dat een belastingplichtige die mogelijkheid moet behouden.

Wel is het kabinet van mening dat de lange doorlooptijd verkort moet worden.

1.2.1 Overslaan procedure rechtbank

Om ervoor te zorgen dat een belastingplichtige sneller rechtszekerheid krijgt, kan ervoor gekozen worden om in de procedure over de informatiebeschikking één rechtelijke instantie over te slaan. Dit betekent dat een belastingplichtige, als hij het niet eens is met de informatiebeschikking, die kan laten toetsen bij één feitelijke instantie, het gerechtshof, en vervolgens in cassatie kan gaan bij de Hoge Raad. Het kabinet realiseert zich dat, door een rechtelijke instantie over te slaan, een belastingplichtige minder mogelijkheden heeft om het informatieverzoek door een feitenrechter te laten toetsten. Hierdoor kan

begrijpelijkerwijs de indruk ontstaan dat deze maatregel een aantasting is van de rechtsbescherming. Toch is het kabinet van mening dat het sneller wegnemen van onduidelijkheid en daarmee eerder rechtszekerheid bieden prevaleert boven de mogelijkheid om de informatiebeschikking aan twee feitelijke instanties voor te leggen.

1.2.2 Voorzieningenrechter

Een andere mogelijkheid om meer snelheid in het proces te krijgen zou zijn dat een informatiebeschikking alleen aan een voorzieningenrechter wordt voorgelegd, voordat de fiscale rechtbank de zaak behandelt (de bodemprocedure). Een voorzieningenrechter houdt zich in de regel bezig met spoedeisende zaken, waarbij snel een uitspraak nodig is. Voor een belastingplichtige zou dit betekenen dat hij snel uitsluitsel krijgt over de vraag of een informatiebeschikking terecht is opgelegd. Een belangrijk nadeel is dat de voorzieningenrechter slechts marginaal toetst. Indien meer dan marginale toetsing nodig is, wordt doorverwezen naar de bodemprocedure bij de rechtbank.

Het kabinet ziet de voordelen van snelheid en duidelijkheid voor een belastingplichtige, maar ziet ook de nadelen van slechts één rechterlijke instantie die minder intensief toetst.

Uw Kamer wordt gevraagd de oplossingsrichtingen te overwegen. Een volgend kabinet zal de meest gewenste oplossingsrichting waar nodig en mogelijk verder uitwerken in een wetsvoorstel. Voor beide hiervoor genoemde oplossingsrichtingen geldt dat de Raad voor de Rechtspraak wordt betrokken bij het vervolgproces.

1.3 Informatiepositie inspecteur

Meerdere Kamerleden hebben vragen gesteld over het harder aanpakken van belastingconstructies en belastingplichtigen die niet meewerken aan een informatieverzoek en ook de hiervoor genoemde motie Stultiens die hierop ziet is door de Kamer aangenomen. In het proces van een informatieverzoek of -beschikking is een belangrijke rol weggelegd voor de inspecteur. Daarom besteed ik in deze Kamerbrief ook aandacht aan de informatiepositie van de inspecteur.

De inspecteur is in veel gevallen afhankelijk van informatie waarover alleen een belastingplichtige beschikt of kan beschikken om een juiste belastingaanslag te kunnen vaststellen. Dat de inspecteur een wettelijke grondslag heeft voor het opvragen van deze informatie betekent helaas niet dat die informatie in alle gevallen ook wordt aangeleverd.

Uit het onderzoek naar de werking van de informatiebeschikking komt naar boven dat in situaties waarin geen medewerking wordt verleend aan een informatieverzoek van de inspecteur, een informatiebeschikking geen uitkomst biedt om de fiscaal relevante gegevens ter verkrijgen. Onder andere de door Kamerlid Stultiens bedoelde belastingconstructies komen hierdoor vaak moeilijk aan het licht. Denk hierbij onder andere aan de zogenoemde drielandenpuntconstructies, waaraan in de genoemde motie ook wordt gerefereerd. De inspecteur heeft nog andere mogelijkheden om de informatie boven water te krijgen. De inspecteur kan bijvoorbeeld een derdenonderzoek instellen, maar hierbij blijft het risico reëel dat de informatie alsnog niet boven water komt, bijvoorbeeld omdat de informatie bij de derde niet (meer) aanwezig is. Ook zou de inspecteur een civiele dwangsomprocedure kunnen starten, maar dit is in de praktijk uiterst kostbaar (met name voor belastingplichtige) en zadelt de civiele rechter op met een fiscale kwestie. Naast het verbeteren van de rechtsbescherming van belastingplichtigen bij de inzet van een informatiebeschikking, acht het kabinet het van belang te kijken of de informatiepositie van de inspecteur in zulke situaties kan worden verbeterd.

Op ambtelijk niveau wordt in 2026 onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de informatiepositie van de inspecteur te verbeteren. Mogelijke verbetervoorstellen worden in de loop van 2026 met uw Kamer gedeeld.

2. Vervolg

In de loop van 2026 zullen de oplossingsrichtingen voor de informatiebeschikking waar nodig en mogelijk worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Het is aan uw Kamer om uw voorkeur uit te spreken voor een oplossingsrichting om de doorlooptijd van informatiebeschikkingsprocedures te verkorten. Vervolgens zal dat wetsvoorstel worden geconsulteerd.

In een separaat traject wordt op ambtelijk niveau onderzoek gedaan naar het verbeteren van de informatiepositie van de inspecteur. Over de uitkomsten van dit onderzoek wordt uw Kamer in 2026 afzonderlijk geïnformeerd. Hiermee wordt ook direct uitvoering gegeven aan de eerdergenoemde motie Stultiens.

De staatssecretaris van Financiën,

E.H.J. Heijnen


  1. Kamerstuk 33 772, nr. 6↩︎

  2. Pre-consultatie beleidsrichting informatiebeschikking; Overheid.nl | Consultatie pre-consultatie beleidsrichting informatiebeschikking.↩︎

  3. Zie o.a. verslag Commissiedebat Nationale Fiscaliteit van 2 juli 2025, p. 33Kamerstuk 32 140, nr. 269↩︎

  4. Kamerstuk 31 066, nr. 1471↩︎

  5. Artikel 47, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)↩︎

  6. Kamerstuk 33 722, nr. 2; Evaluatierapport Wet-Dezentjé.↩︎

  7. Rapport onderzoek Informatiebeschikking 2023, par. 4.8↩︎