Voortgang juridische procedures NAM, Shell en ExxonMobil
Gaswinning
Brief regering
Nummer: 2026D02288, datum: 2026-01-20, bijgewerkt: 2026-01-21 09:52, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Mede ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit VVD kamerlid)
- Vonnis voorlopige voorziening AoH-arbitrage
- Uitspraak voorlopige maatregel ECT-arbitrage EMPC (PO5)
- Vonnis rechtbank Noord-Nederland voorlopige voorziening heffingen NAM
- Beslisnota bij Kamerbrief over voortgang juridische procedures NAM, Shell en ExxonMobil
- Vonnis rechtbank Noord-Nederland voorlopige voorziening heffingen ExxonMobil en Shell
Onderdeel van kamerstukdossier 33529 -1369 Gaswinning.
Onderdeel van zaak 2026Z00959:
- Indiener: E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Medeindiener: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
- Volgcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-01-22 14:40: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-05 10:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over een aantal recente ontwikkelingen in de juridische procedures met NAM, Shell en ExxonMobil. Op 19 september 2025 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van de verschillende juridische procedures en geschillen met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en haar aandeelhouders Shell Nederland B.V. (Shell) en ExxonMobil Holding Company Holland LLC (ExxonMobil) of daaraan gelieerde ondernemingen.1 Voor een volledig overzicht van alle lopende procedures verwijst het kabinet naar deze brief. Daarnaast heeft het kabinet de Kamer op 27 november 2025 geïnformeerd over drie vonnissen inzake voorlopige voorzieningen in twee van deze juridische procedures.2 Zoals eerder aangegeven vindt het kabinet het van groot belang de Kamer periodiek en zo veel als mogelijk openbaar te informeren over de voortgang van deze procedures en geschillen, met inachtneming van de procespositie van de Staat en de vertrouwelijkheid van de procedures.
Kort samengevat zijn de recente ontwikkelingen in de verschillende procedures als volgt te onderscheiden:
Diverse bezwaar- en beroepszaken bij de rechtbank: In de toelichting in deze brief wordt nader uiteengezet dat NAM, Shell en ExxonMobil bezwaar hebben aangetekend tegen de heffingen over 2024 en dat de Rechtbank Noord-Nederland de door dezelfde partijen aangevraagde voorlopige voorziening tot schorsing van betaalverplichting uit deze heffingen heeft afgewezen.
Internationale investeringsarbitrages onder het Energiehandvestverdrag (ECT): Er is een tussentijdse uitspraak gedaan in de door het Belgische ExxonMobil Petroleum & Chemical BV (EMPC) reeds aangespannen ECT-arbitrage, waarin haar verzoek tot voorlopige voorzieningen met betrekking tot de op te leggen heffingen is afgewezen. Daarnaast is het Britse Shell Public Limited Company (Shell plc) op 23 december 2025 een vergelijkbare arbitrage gestart.
Nationale arbitragezaken: Dit betreft de schadearbitrage, versterkingsarbitrage en de arbitrage over het Akkoord op Hoofdlijnen (AoH) bij het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI). In de toelichting in deze brief volgt een update over de schadearbitrage en AoH-arbitrage incl. een tussenvonnis inzake een voorlopige voorziening over de gasopslagen.
Toelichting
Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 27 november 2025, heeft de Staat op 18 november 2025 tussentijdse heffingsbesluiten van in totaal 1,35 miljard euro aan NAM opgelegd voor de kosten die in 2024 zijn gemaakt voor de afhandeling van fysieke schade, immateriële schade, waardedalingsschade en de versterkingsoperatie. NAM heeft deze heffingen op 30 december 2025 tijdig en volledig voldaan. Deze ontvangsten zijn reeds in de BZK-begroting opgenomen en worden bij slotwet 2025 verantwoord.
Update bezwaarprocedures en beroepsprocedures bij de Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraak voorzieningenrechter Rechtbank Noord-Nederland over opschorting heffingen
Voorafgaand aan de betaling heeft NAM, evenals Shell en ExxonMobil, tegen de opgelegde heffingsbesluiten van 18 november 2025 bezwaar gemaakt. Ook heeft NAM een verzoek tot opschorting van de betalingsverplichting van de heffingen over 2024 ingediend. Op 25 november 2025 heeft de Staat dat verzoek afgewezen. NAM, Shell en ExxonMobil hebben vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de rechtbank om de heffingsbesluiten, en daarmee de betalingsverplichting, te schorsen tot zes weken nadat de staatssecretaris op het bezwaar heeft beslist.
De voorzieningenrechter heeft op 8 december 2025 het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.3 Ten eerste oordeelt de rechtbank dat er geen urgentie is om de heffingen op te schorten, omdat NAM niet betwist in staat te zijn deze te betalen. Ten tweede oordeelt de rechtbank dat er geen reden is om aan te nemen dat deze heffingen evident onrechtmatig zijn, omdat ze ook van een uitgebreide motivering zijn voorzien.
Update internationale arbitragezaken
Uitspraak voorlopige voorziening inzake opschorting heffingen
In de Kamerbief van 27 november 2025 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat EMPC in de internationale ECT (Energy Charter Treaty)-arbitrage een voorlopige maatregel heeft aangevraagd tot opschorting van de betaling van de heffingen. EMPC stelt indirect aandeelhouder van NAM te zijn. Op 24 december 2025 heeft het scheidsgerecht alle verzoeken van EMPC afgewezen. Zo is onder meer het verzoek afgewezen tot opschorting van de betalingsverplichting van de heffingen over 2024 en opeenvolgende jaren gedurende de looptijd van deze arbitrageprocedure. Verder is ook het subsidiaire verzoek om 30% of een ander te bepalen percentage van het bedrag van de totale heffingen op een derdengeldrekening te plaatsen afgewezen. De uitspraak treft u bijgaand aan in bijlage 2.
Aanvraag ECT-arbitrage Shell plc
In navolging van de aangevraagde ECT-arbitrage door EMPC, heeft op 23 december 2025 ook Shell plc, als gesteld indirect aandeelhouder van NAM, een arbitrageaanvraag onder het ECT ingediend bij het International Centre for Settlement of Investment Disputes (ICSID). Shell plc is van mening dat de Nederlandse Staat het ECT-verdrag heeft geschonden. Shell plc eist volledige compensatie voor de vermeende geleden schade. Als noodzakelijk onderdeel van de investeringsgeschillenbeslechting heeft Shell plc eerst een brief gestuurd met een verzoek om consultaties. Hierover is bericht in de Kamerbrief van 20 januari 2025.4 Na twee gesprekken in het afgelopen jaar over de mogelijkheid van een minnelijke oplossing heeft Shell plc besloten de stap naar een internationale arbitrage te zetten. Het scheidsgerecht voor de behandeling van deze nieuwe arbitragezaak wordt nog gevormd.
Update nationale arbitragezaken
Uitstel vonnis schadearbitrage
De drie arbitragezaken die bij het NAI aanhangig zijn gemaakt, betreffen (1) een ‘arbitrage versterken’ over de kosten van de versterkingsoperatie in de periode 1 januari 2020 tot 1 juli 2023, (2) een ‘arbitrage schade’ over de kosten voor de schadeafhandeling in de periode 2018 tot 1 juli 2020 en (3) een ‘AoH-arbitrage’ over het Akkoord op Hoofdlijnen uit 2018 en het daarna overeengekomen Interim Akkoord en Norg Akkoord.
In juli 2025 gaf het scheidsgerecht in de schadearbitrage aan naar verwachting eind 2025 uitspraak te kunnen doen in de eerste fase. Het scheidsgerecht heeft in december 2025 laten weten dat de uitspraak vertraagd is naar verwachting tot uiterlijk 1 juli 2026. Deze uitspraak zal te zijner tijd met de Kamer worden gedeeld.
Uitstel vonnis versterkingsarbitrage
Een uitspraak in de eerste fase van de arbitrage versterken wordt vooralsnog verwacht voor het einde van het eerste kwartaal 2026. Hierover is de Kamer op 27 november 2025 geïnformeerd.5
Update Akkoord op Hoofdlijnen-arbitrage
De Kamer is op 13 februari 20246, 9 oktober 20247, 6 maart 20258, 19 september 20259 en 27 november 202510 geïnformeerd over de stand van zaken in de AoH-arbitrage. De AoH-arbitrage betreft onder andere de afbouw van de gaswinning uit het Groningenveld en het niet gewonnen gas, de inzet van de gasopslagen Norg en Grijpskerk, de afhandeling van schade en versterken en de financiële afwikkeling daarvan en de robuustheid van NAM.
Shell en ExxonMobil hebben hun Memorie van Eis ingediend en de Staat is op dit moment zijn Memorie van Antwoord aan het afronden. Deze zal op korte termijn worden ingediend bij het scheidsgerecht. Omwille van de procespositie van de Staat en vanwege de vertrouwelijkheid van deze arbitrageprocedure, kan in deze brief niet nader ingegaan worden op de argumenten die in deze procedure worden aangevoerd door partijen. Het eerste vonnis in de hoofdarbitrage wordt niet voor 2028 verwacht.
Eerder is de Kamer geïnformeerd over de vonnissen in de verzochte voorlopige voorzieningen in de AoH-arbitrage, alsmede ten aanzien van de nog lopende voorlopige voorzieningen. Op 8 december 2025 heeft de Staat een verzoek gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening binnen de AoH-arbitrage met als inzet toegang te verzekeren tot gasopslag UGS Norg dan wel UGS Grijpskerk. Het scheidsgerecht heeft zich per vonnis van 12 januari jl. bevoegd verklaard kennis te nemen van dit verzoek. Met deze procedure bewandelt het kabinet een parallel spoor, naast het overleg met Shell en ExxonMobil, om tijdig onderling tot afspraken te komen. Het vonnis treft u bijgaand aan in bijlage 3.
Zodra een nieuw vonnis verschijnt in de voorlopige voorzieningen die de Staat op dit moment nog aanhangig heeft gemaakt tegen Shell en ExxonMobil, wordt de Kamer hierover geïnformeerd.
Tot slot
Zoals het kabinet ook in eerdere brieven heeft aangegeven, hebben de uitkomsten van de lopende procedures met NAM, Shell en ExxonMobil geen enkel effect op de inwoners van Groningen. De afhandeling van de schade en het versterken van de gebouwen vinden onafhankelijk van deze procedures onverminderd doorgang. Daarnaast zal de staatssecretaris op grond van de Tijdelijke wet Groningen heffingen blijven opleggen aan NAM voor de kosten van de schadeafhandeling en versterkingsoperatie. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de motie van de leden Köse, Bikker en Bushoff van 11 december 2025.11
Het kabinet zal de Kamer op de hoogte blijven houden van de planning
en het verloop van de verschillende juridische procedures. Daarbij zij
nogmaals herhaalt dat de Staat in deze juridische procedures zich zal
blijven verweren met alle (juridische) middelen die hij nodig
acht.
Indien gewenst kan de Kamer in een vertrouwelijke briefing nader
geïnformeerd worden.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Herstel Groningen, Digitalisering en Koninkrijksrelaties
Eddie van Marum
De minister van Klimaat en Groene Groei,
Sophie Hermans
Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1340↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1344↩︎
Rb Noord-Nederland, 8 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5008 en ECLI:NL:RBNNE:2025:5009 (bijlagen 1a en 1b).↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1272↩︎
Zie brief van 27 november 2025, Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1344.↩︎
Kamerstukken II 2023/24, 33529, nr. 1212↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1260↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1277↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1340↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1344↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 33529, nr. 1362↩︎