Amendement van het lid Bikker c.s. over aanvullende middelen voor het Platform ondermijning kleine zeehavens
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026
Amendement
Nummer: 2026D02699, datum: 2026-01-22, bijgewerkt: 2026-01-22 12:57, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.H. Bikker, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: D.J.H. (Diederik) van Dijk, Tweede Kamerlid (SGP)
- Mede ondertekenaar: I. Coenradie, Tweede Kamerlid
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VI-37 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z01149:
- Indiener: M.H. Bikker, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: I. Coenradie, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: D.J.H. (Diederik) van Dijk, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 800 VI | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 | |
| Nr. 37 | AMENDEMENT VAN HET LID bikker c.s. | |
| Ontvangen 22 januari 2026 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 3.000 (x € 1.000).
II
In artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 3.000 (x € 1.000).
Toelichting
Bij de behandeling van de J&V-begroting 2025 is met steun van D66, PVV, VVD, GL-PvdA, CDA, JA21, BBB, DENK, SGP, PvdD, SP en Volt de motie Ceder/Bikker (36600-VI, nr. 103) aangenomen, waarin het kabinet werd verzocht in te zetten op een adequate financiering van het Platform ondermijning kleine zeehavens. Dit in het licht van de drugs- en ondermijningsproblematiek rond zeehavens, die door sterkere handhaving bij grote havens steeds meer verplaatst naar kleinere zeehavens. Inmiddels is een gericht plan van aanpak opgesteld door de verschillende gemeenten, inclusief een overkoepelende programmaorganisatie. Bij de uitvoering van de motie Ceder/Bikker heeft het ministerie weliswaar een paar ton uitgetrokken, maar dit is niet de door de Kamer verzochte “adequate financiering” die nodig is om dit project te laten slagen. Zo is er nu bijvoorbeeld geen geld voor camera’s die in- en uitgaande schepen monitoren en de inzet van andere technische hulpmiddelen. Belangrijker, ook financiering voor specifieke acties in de zeehavens zelf – de inzet van een politieboot bijvoorbeeld – is nu niet beschikbaar. Indieners achten deze opstelling onverstandig, en stellen met dit amendement 3 miljoen euro beschikbaar zodat de aanpak van drugscriminaliteit en (drugs gerelateerde) ondermijning in kleine zeehavens adequaat gefinancierd van start kan gaan, conform het eerdere verzoek van de Kamer.
Dekking voor dit amendement wordt gevonden in de verwachte onderuitputting op het ondermijningsbudget. Bij dit budget is het in de afgelopen jaren (2023, 2024 en 2025) structureel minimaal 10 procent van de begrote middelen niet tot besteding gekomen. Dit leidde tot onderuitputting van respectievelijk 95, 99 en 86 miljoen euro. Het Ministerie van Financiën schrijft dan ook dat «een besparing [kan] worden gerealiseerd van 20 miljoen euro structureel».1 Dit laatste beogen indieners expliciet niet, daar zij de aanpak van ondermijning van groot belang vinden, en willen dat deze middelen tot volledige besteding komen. Evenwel denken zij dat een beperkte inzet van de verwachte onderuitputting in 2026 inpasbaar is. Indieners roepen de regering op de adequate financiering van het Platform ondermijning kleine zeehavens in de toekomst structureel te verwerken in de begroting.
Bikker
Coenradie
Diederik van Dijk