Brief van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing over een advies over het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken
Brief commissie
Nummer: 2026D02759, datum: 2026-01-22, bijgewerkt: 2026-01-22 15:19, versie: 2
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.J. Bushoff, voorzitter van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: Y.C. Kling, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36859 -9 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken .
Onderdeel van zaak 2025Z20219:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Asiel en Migratie
Onderdeel van zaak 2026Z01164:
- Indiener: T.J. Bushoff, voorzitter van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing
- Medeindiener: Y.C. Kling, griffier
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2025-11-27 13:00: Procedurevergadering Asiel en Migratie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2025-12-02 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-12-04 09:30: Procedurevergadering tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing (Procedurevergadering), tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing
- 2025-12-11 12:00: Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2026-01-22 09:30: Procedurevergadering tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing (Procedurevergadering), tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing
- 2026-01-22 13:00: Procedurevergadering Asiel en Migratie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2026-01-22 14:40: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-29 10:15: Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken (36859) (Hamerstukken), TK
- 2026-02-05 10:00: Procedurevergadering Asiel en Migratie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Asiel en Migratie
Preview document (🔗 origineel)
36 859 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken
Nr. 9 BRIEF VAN DE TIJDELIJKE COMMISSIE GRONDRECHTEN EN CONSTITUTIONELE TOETSING
Aan de Leden
Den Haag, 22 januari 2026
De tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing
(hierna: de tijdelijke commissie) heeft tijdens haar
procedurevergadering van 4 december 2025 besloten, gelet op het dictum
en het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna:
de Raad van State), een adviestraject te starten voor het wetsvoorstel
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de
bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te
verwerken (36859). De vaste commissie voor Asiel en Migratie (A&M)
is hierover geïnformeerd met een brief van 4 december (2025D50032).
Hierbij biedt de tijdelijke commissie haar advies aan.
Inhoud wetsvoorstel
Momenteel worden er op basis van een tijdelijke wettelijke
bevoegdheid biometrische gegevens van vreemdelingen verwerkt. Het gaat
om tien vingerafdrukken en een gezichtsopname. Deze gegevens worden
primair gebruikt voor het identificeren of verifiëren van de identiteit
van vreemdelingen binnen de vreemdelingenketen. Secundair kunnen de
gegevens voor een aantal andere doeleinden beschikbaar worden gesteld,
waaronder de opsporing en vervolging van strafbare feiten.
De tijdelijke bevoegdheid is een aanvulling op het Europees recht:
wanneer het op grond van Europese regelgeving niet mogelijk is
biometrische gegevens te verwerken of dit alleen in beperktere mate kan,
wordt gebruik gemaakt van de nationale bepaling. De tijdelijke
bevoegdheid verloopt op 1 maart 2026. In dit wetsvoorstel wordt
voorgesteld de tijdelijke (aanvullende) nationale bevoegdheid permanent
te maken.
Bredere context
De tijdelijke nationale bevoegdheid bestaat sinds 2014. Op dat
moment kon er onvoldoende gebruikt worden gemaakt van biometrische
gegevens om de identiteit van vreemdelingen vast te stellen of
verifiëren.1 Het Europees recht voorzag al in
enige regelgeving en er werd gewerkt aan aanvullende regelgeving.2 De nationale bevoegdheid zou daarom
aanvullend op deze (bestaande en nieuwe) Europese regelgeving gelden. Op
basis van evaluaties zou verdere besluitvorming plaatsvinden over het
verlengen of permanent maken van de aanvullende nationale bevoegdheid.3
De afgelopen jaren is er op basis van twee evaluaties besloten de
nationale bevoegdheid (opnieuw) voor een tijdelijke periode te
verlengen.4 Omdat het Europees recht zich in de
tussentijd verder ontwikkelde, werd in 2021 besloten dat deze
ontwikkelingen nadrukkelijk zouden moeten worden meegenomen in de derde
evaluatie. Op basis hiervan zou dan (definitieve) besluitvorming kunnen
plaatsvinden over de toegevoegde waarde van de aanvullende nationale
bevoegdheid. Op 26 juli 2024 is dit derde en meest recente
evaluatierapport verschenen. Mede op basis van dit evaluatierapport
stelt de regering nu voor om de tijdelijke nationale bevoegdheid
permanent te maken.
Grondrechtelijke en constitutionele aspecten
Het wetsvoorstel creëert een (permanente) nationale wettelijke grondslag
voor de verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen. De
tijdelijke commissie merkt op dat het wetsvoorstel hierdoor raakt aan
het recht op bescherming van de persoonlijke
levenssfeer en het recht op bescherming van
persoonsgegevens. Deze rechten zijn neergelegd in Artikel 10
van de Grondwet, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van
de Mens (EVRM) en artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten
van de Europese Unie (Handvest). Ten aanzien van het recht op
bescherming van persoonsgegevens geldt bovendien dat hiervoor (nadere)
regels zijn uitgewerkt in de Algemene Verordening Gegevensbescherming
(AVG) en de Richtlijn politiële en justitiële gegevens (de
Richtlijn).
De noodzaak van een nationale bevoegdheid naast Europese
wetgeving
Omdat de verwerking van biometrische gegevens een inmenging in het recht
op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer met zich brengt, dient
de noodzaak en proportionaliteit van deze nationale bevoegdheid dragend
te worden onderbouwd. Uit artikel 9 van de AVG volgt bovendien dat het
in beginsel verboden is om bijzondere persoonsgegevens - zoals
biometrische gegevens - te verwerken, tenzij hiervoor zwaarwegende
redenen bestaan. Tegen deze achtergrond vraagt de Raad van State zich af
in hoeverre het noodzakelijk is de tijdelijke nationale bevoegdheid nu
permanent te maken, aangezien er zich sinds de invoering van deze
bevoegdheid in 2014 vele ontwikkelingen in het Europees recht hebben
voorgedaan. Hierdoor zijn er nieuwe mogelijkheden ontstaan om op basis
van Europees recht biometrische gegevens van vreemdelingen te
verwerken.
De Raad van State merkt op dat de verwachte verdere ontwikkeling van het
Europees recht in 20215 nog een reden was om af te zien van
het invoeren van een permanente nationale bevoegdheid en juist te kiezen
voor (opnieuw) een tijdelijke bevoegdheid. Sinds die tijd heeft het
Europees recht zich nog verder ontwikkeld. De Raad van State noemt in
dit kader de Eurodac-verordening6: op grond hiervan houden
de EU-lidstaten een database met gegevens van asielzoekers bij. Met
ingang van 12 juni 2026 mogen deze gegevens ook voor aanvullende
doeleinden worden gebruikt, waaronder het voorkomen, opsporen en
onderzoeken van terroristische of andere ernstige strafbare feiten. Ook
wordt het mogelijk om behalve vingerafdrukken ook gezichtsopnames op te
slaan.
Wanneer een situatie onder de reikwijde van een Europese verordening
valt, kan worden beargumenteerd dat de Europese wetgever al heeft
bepaald welke gegevensverwerkingen voldoende zijn. Dit roept de vraag op
in hoeverre een permanente aanvullende nationale bevoegdheid – gezien de
huidige stand van het Europees recht – nu nog noodzakelijk is. In de
memorie van toelichting wordt hieraan volgens de Raad van State nog
onvoldoende aandacht aan besteed. Er wordt daarom geadviseerd de
noodzaak van een permanente (aanvullende) nationale bevoegdheid nader te
motiveren in het licht van de al bestaande Europese verordeningen en het
wetsvoorstel zo nodig aan te passen. Hierbij wordt geadviseerd in het
bijzonder aandacht te besteden aan artikel 9 van de AVG, omdat daaruit
volgt dat biometrische gegevens in beginsel niet mogen worden
verwerkt.
In reactie op het advies van de Raad van State heeft de regering de
memorie van toelichting aangevuld met een nadere onderbouwing van de
noodzaak van het wetsvoorstel en de verhouding tot de AVG. In dit kader
benadrukt de regering dat het gebruik van biometrische gegevens
noodzakelijk is voor een zorgvuldige en eenduidige vaststelling van de
identiteit van vreemdelingen in de gehele vreemdelingenketen. Dit wordt
essentieel geacht voor de integriteit van het toelatingsproces en het
voorkomen van potentiële fraude en administratieve onregelmatigheden.
Het gaat dan bijvoorbeeld om identiteitsfraude, documentvervalsing en
identiteitsdiefstal. De verwerking van biometrische gegevens dient
hiermee volgens de regering een dringend maatschappelijk belang. De
regering merkt op dat er bovendien geen alternatieve, minder ingrijpende
maatregelen zijn waarmee dit maatschappelijke belang op een
gelijkwaardige manier kan worden behartigd. Ook wijst de regering op het
bestaan van Europese jurisprudentie, waaruit volgt dat een nationale
regeling voor het afnemen van biometrische gegevens gerechtvaardigd kan
zijn om identiteits- en documentfraude te voorkomen en bestrijden.7
Ook uit de derde evaluatie blijkt volgens de regering de noodzaak van
het wetsvoorstel. Omdat er geen nulmeting is uitgevoerd, kan de
toegevoegde waarde van de aanvullende nationale bevoegdheid ook in deze
meest recente evaluatie weliswaar niet kwantitatief worden onderbouwd,
maar uit de evaluatie blijkt dat de ketenpartners in de
vreemdelingenketen unaniem en zonder twijfel betogen dat het gebruik van
biometrie in het algemeen van grote toegevoegde waarde is.8 Het
gebruik van biometrie is in veel gevallen het enige sluitende en
haalbare middel om te borgen dat de registratie van de identiteit van
migranten goed verloopt en vrijwel alle processen zouden zonder
biometrie veel minder doelmatig kunnen worden uitgevoerd, aldus de
ketenpartners.9
Wat betreft de verhouding van het wetsvoorstel tot het Europees recht,
merkt de regering op dat er op basis van Europese verordeningen
inderdaad ook biometrische gegevens van vreemdelingen kunnen worden
verwerkt. Voor sommige processen in de vreemdelingenketen is de
nationale aanvullende bevoegdheid dan ook niet noodzakelijk. Dit geldt
echter niet voor alle processen: er zijn ook processen waarvoor het
Europees recht niet voorziet in een juridische grondslag. In die
gevallen is de aanvullende nationale bevoegdheid essentieel om alsnog
biometrische gegevens te kunnen verwerken.10
Ook zijn er processen waarvoor geldt dat er in Europese verordeningen
andere voorwaarden worden gesteld aan de verwerking van biometrische
gegevens. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er op grond van een Europese
verordening minder biometrische gegevens kunnen worden verwerkt, of dat
deze gegevens alleen voor specifieke doeleinden kunnen worden
verwerkt.11 In die gevallen maakt de nationale
aanvullende bevoegdheid het alsnog mogelijk dat er tien vingerafdrukken
en een gezichtsscan kunnen worden verwerkt. In die aanvullende werking
ligt volgens de regering een belangrijke toegevoegde waarde van de
nationale bevoegdheid: hierdoor kunnen in alle processen
dezelfde biometrische gegevens worden verwerkt, wat de uniformiteit en
consistentie van het werk in de vreemdelingenketen ten goede komt.12
De tijdelijke commissie merkt op dat de regering – naar aanleiding van
het advies van de Raad van State - de memorie van toelichting heeft
aangevuld met een verdere onderbouwing van de noodzaak van het
wetsvoorstel en de verhouding tot (artikel 9 van) de AVG. Ook
constateert de tijdelijke commissie dat uit de derde evaluatie volgt dat
het gebruik van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen als
waardevol wordt ervaren.13 Ook de Adviesraad
Migratie onderstreept het nut van de verwerking van biometrische
gegevens in de vreemdelingenketen.14 Vanwege het ontbreken
van een nulmeting, kan hiervoor echter geen kwantitatieve onderbouwing
worden gegeven.15 Omdat dit gebrek niet meer kan
worden hersteld, wordt in het evaluatierapport opgemerkt dat het
uiteindelijk een politieke keuze is of de aanvullende nationale
bevoegdheid van belang wordt geacht voor een goede werking van de
Vreemdelingenwet.16 De tijdelijke commissie merkt op
dat het bij het maken van die keuze – zoals eveneens in het
evaluatierapport wordt onderstreept - van belang is om kritisch te
kijken naar de verhouding tot het recht op de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer.
De tijdelijke commissie benadrukt dat juist bij het wegen van de
verhouding van het wetsvoorstel tot het recht op de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer, de relatie van de nationale aanvullende
bevoegdheid tot het Europees recht een rol speelt. Wanneer de Europese
wetgever (ook) keuzes heeft gemaakt over de noodzaak van de verwerking
van biometrische gegevens van vreemdelingen, raakt dit ook aan de
onderbouwing van de noodzaak van de nationale bevoegdheid. De nationale
aanvullende bevoegdheid is volgens de regering nodig, omdat er hierdoor
in alle processen in de vreemdelingenketen dezelfde
biometrische gegevens - tien vingerafdrukken en een gezichtsopname -
kunnen worden verwerkt. Dit geldt ook voor situaties waarin het op grond
van Europees recht niet of beperkt mogelijk is om deze biometrische
gegevens te verwerken. Het zijn juist die situaties ten aanzien waarvan
de Raad van State de vraag oproept of niet kan worden beargumenteerd dat
de Europese wetgever al (uitputtend) heeft bepaald welke
gegevenswerkingen voldoende zijn. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens
wijst hierop en stelt dat er een gebrek aan noodzaak is, nu Europese
wetgeving in veel gevallen al in geharmoniseerde regels voorziet of gaat
voorzien.17
De tijdelijke commissie merkt op dat uit de evaluatie volgt dat
Nederland met de tijdelijke nationale bevoegdheid om biometrische
gegevens te verwerken ooit een voortrekkersrol vervulde. Door de
ontwikkelingen in het Europees recht wordt deze rol nu verruild voor die
van vangnet voor situaties waarin er volgens het Europees recht geen
tien vingerafdrukken en een gezichtsopname kunnen worden afgenomen.18 Hierdoor zijn er in de praktijk
verschillende situaties denkbaar: situaties waarin er geen
Europese regels gelden, situaties waarin er op grond van Europees recht
andere regels gelden (wanneer er bijvoorbeeld minder gegevens
mogen worden verwerkt) en deze regels niet uitputtend zijn bedoeld en
tot slot situaties waarin er volgens het Europees recht is gekozen om
een uitputtende regeling te treffen (hetzij om een
gegevensverwerkingen juist wel, niet, of alleen onder specifieke
voorwaarden toe te staan).19
Wanneer er in de onderbouwing van de noodzaak van de aanvullende
nationale bevoegdheid een onderscheid zou worden gemaakt tussen deze
verschillende mogelijke situaties - en daarbij zou worden
geconcretiseerd in welke situaties de aanvullende bevoegdheid wordt
ingezet en waarom dit noodzakelijk is - wordt het voor de Kamer mogelijk
een zorgvuldige afweging over de noodzaak van een permanente nationale
bevoegdheid in aanvulling op het Europees recht te maken. Uit de memorie
van toelichting en het nader rapport volgt deze informatie nog
niet.
et De tijdelijke commissie adviseert de leden om de regering te
verzoeken om de onderbouwing van de noodzaak van het wetsvoorstel aan te
vullen met een nadere reflectie op de verhouding met het Europees recht,
waarin ook regels zijn vastgelegd voor de verwerking van biometrische
gegevens van vreemdelingen.
De tijdelijke commissie adviseert de leden om de regering te
verzoeken om in deze onderbouwing onderscheid te maken tussen situaties
waarvoor de Europese wetgever al uitputtende regels heeft vastgelegd,
situaties waarvoor de Europese wetgever (nog) geen regels heeft gesteld
en situaties waarvoor de Europese wetgever heeft voorzien in
beperkte(re) mogelijkheden voor het verwerken van biometrische gegevens.
De tijdelijke commissie geeft de leden in overweging om ook de
ketenpartners uit het vreemdelingendomein hierover te bevragen,
bijvoorbeeld in de vorm van een technische briefing.
Het opsporen en vervolgen van strafbare feiten: de
CATCH-vreemdelingen database
Naast het identificeren en verifiëren van de identiteit van
vreemdelingen, kunnen biometrische gegevens van vreemdelingen secundair
beschikbaar worden gesteld voor de opsporing en vervolging van strafbare
feiten.20 Dit gebeurt in de praktijk door
gegevens van alle vreemdelingen op te nemen in de CATCH21-vreemdelingen database. In deze
database worden - onder verantwoordelijkheid van de minister van Asiel
en Migratie - door de politie de biometrische waarden van de
gezichtsopnamen berekend en toegevoegd.22
Dit maakt het mogelijk om de gegevens te vergelijken en doorzoeken. Het
gaat hierbij om gegevens van alle vreemdelingen: zo wordt er niet
gedifferentieerd op het bestaan van een eventueel crimineel verleden.
Voor de verwerking van biometrische gegevens van Nederlanders en andere
Europese burgers gelden er striktere voorwaarden.
Biometrische gegevens mogen volgens de AVG alleen onder strikte
voorwaarden worden verwerkt omdat deze gegevens gelden als “bijzondere
persoonsgegevens”. Deze gegevens mogen bijvoorbeeld worden verwerkt als
er sprake is van redenen van zwaarwegend algemeen belang en hiervoor een
basis in het recht bestaat. Een beroep op een zwaarwegend algemeen
belang vereist – zoals de Raad van State opmerkt - een verscherpte
motivering en afweging van de noodzaak en proportionaliteit. Ook mag een
dergelijke gegevensverwerking niet verder gaan dan noodzakelijk is om
het beoogde doel te bereiken. Dit volgt uit het vereiste van minimale
gegevensverwerking, dat is opgenomen in de AVG.
Volgens de Raad van State rijst de vraag in hoeverre de huidige
werkwijze in de CATCH-vreemdelingen database aan deze voorwaarden
voldoet. In de Vreemdelingenwet is weliswaar een grondslag opgenomen
voor het beschikbaar stellen van biometrische gegevens van
vreemdelingen voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten, maar
hieruit volgt volgens de Raad van State niet zonder meer dat de
gezichtsopnamen van alle vreemdelingen – zonder een daaraan
voorafgaand individueel verzoek – mogen worden opgenomen in de
CATCH-vreemdelingen database. De Raad van State wijst erop dat uit de
parlementaire geschiedenis blijkt dat bij de totstandkoming van dit
wetsartikel in de eerste plaats werd gedacht aan individuele
verstrekkingen.23 Mocht de regering dit anders zien,
dan is het volgens de Raad van State raadzaam om de toelichting bij het
huidige wetsvoorstel hierop aan te vullen, zodat hierover een
parlementair debat kan worden gevoerd. In dit licht adviseert de Raad
van State om toe te lichten op basis van welke juridische grondslag het
kopiëren van gegevens van alle vreemdelingen naar de CATCH-vreemdelingen
database plaatsvindt, en de noodzaak daarvan dragend te motiveren.
Wanneer dit niet mogelijk is, adviseert de Raad van State de verwerking
in deze vorm aan te passen of stop te zetten.
In reactie op het advies van de Raad van State is de regering een
verkenning gestart naar de juridische inbedding van de
CATCH-vreemdelingen database. Uitgangspunt is volgens de regering dat de
verwerking in lijn moet zijn met de AVG. Per brief van 17 december 2025
heeft de regering de Kamer geïnformeerd over de laatste stand van zaken
rondom deze verkenning. De tijdelijke commissie constateert dat de
regering in deze brief aangeeft dat het huidig wettelijk kader niet
voorziet in de benodigde juridische grondslag. Volgens de regering
bestaat er weliswaar een grondslag voor het verstrekken van biometrische
gegevens van vreemdelingen ten behoeve van de opsporing en vervolging
van strafbare feiten, maar voldoet de huidige werkwijze – waarin
gegevens van alle vreemdelingen naar de CATCH-vreemdelingen
database worden gekopieerd - niet aan de eisen van proportionaliteit en
noodzakelijkheid.24 Dit betekent dat het plaatsen van
gegevens van vreemdelingen in de CATCH-vreemdelingen database op dit
moment op onrechtmatige wijze gebeurt.25
In de brief aan de Kamer geeft de regering aan dat de verkenning in de
eerste plaats is gericht op het vinden van een technische oplossing.
Wanneer het - kort samengevat - mogelijk zou zijn om in individuele
gevallen een zoekopdracht uit te voeren voor het opsporen en vervolgen
van strafbare feiten in de bestaande database van de
vreemdelingenketen26, is het niet meer nodig om de
gegevens van alle vreemdelingen voor dit doel naar de
afzonderlijke CATCH-vreemdelingendatabase te kopiëren. Een dergelijke
werkwijze zou – wellicht – passen binnen het huidige wettelijke kader,
in het bijzonder de eisen van noodzakelijkheid en proportionaliteit. De
regering verwacht de Kamer in het vierde kwartaal van 2026 te kunnen
informeren over de definitieve uitkomst van de verkenning.
De tijdelijke commissie signaleert dat de regering de huidige werkwijze
in de tussenliggende periode tot aan het vierde kwartaal van 2026 beoogt
voort te zetten, zonder dat hiervoor een wettelijke grondslag bestaat.
Ook merkt de tijdelijke commissie op dat de gewijzigde (Europese)
Eurodac-verordening met ingang van 12 juni 2026 van toepassing wordt. Op
basis hiervan mogen biometrische gegevens van vreemdelingen onder
bepaalde voorwaarden ook worden gebruikt voor het voorkomen, opsporen en
onderzoeken van terroristische of andere ernstige strafbare feiten. Op
dit moment is nog onduidelijk hoe deze nieuwe Europese regels zich
volgens de regering verhouden tot de (noodzaak van de) nationale
CATCH-vreemdelingendatabase, of dat hieraan aandacht zal worden besteed
in de verkenning.
De tijdelijke commissie adviseert de leden om de regering te
verzoeken om in de aangekondigde verkenning aandacht te besteden aan de
gewijzigde Eurodac-verordening, die met ingang van 12 juni 2026 van
toepassing wordt en ook voorziet in mogelijkheden voor het verwerken van
biometrische gegevens van vreemdelingen voor het opsporen en vervolgen
van ernstige strafbare feiten.
Ook adviseert de tijdelijke commissie de leden om de regering te
vragen binnen een kortere termijn dan het vierde kwartaal van 2026 een
oplossing te vinden voor de onrechtmatige verwerking van
persoonsgegevens in de CATCH-vreemdelingendatabase, nu de regering
concludeert dat de benodigde wettelijke grondslag voor de huidige
werkwijze ontbreekt.
Waarborgen in de praktijk
De Raad van State maakt tot slot nog twee opmerkingen over de waarborgen
die in de praktijk nodig zijn voor de rechtmatige verwerking van
biometrische gegevens van vreemdelingen. De eerste opmerking ziet op de
voorwaarden voor het verstrekken van biometrische gegevens aan de
politie, wanneer de biometrische gegevens eenmaal in de
CATCH-vreemdelingen database zijn opgenomen. In de Vreemdelingenwet zijn
hierover regels opgenomen, maar die zien alleen op vingerafdrukken. Zo
mogen vingerafdrukken uit de CATCH-vreemdelingendatabase door de politie
worden gebruikt wanneer er sprake is van (de verdenking van) een
misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en na schriftelijke
machtiging van de rechter-commissaris, op vordering van de officier van
justitie.27 De Raad van State merkt op dat deze
wettelijke voorwaarden niet gelden voor de verstrekking van
gezichtsopnames aan de politie, terwijl dit evengoed raakt aan het recht
op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De Raad van State
adviseert daarom de wettelijke voorwaarden die gelden voor het gebruiken
van vingerafdrukken door de politie, ook van toepassing te verklaren op
gezichtsopnames.
De tweede opmerking van de Raad van State ziet op de (tijdige)
vernietiging van biometrische gegevens, wanneer bewaren niet meer
noodzakelijk is. De Raad van State merkt op dat uit de derde evaluatie
blijkt dat dit in de praktijk niet altijd goed verloopt. Het hebben – en
naleven – van bewaartermijnen is een waarborg die voortvloeit uit de AVG
en de Richtlijn politiële en justitiële gegevens. In de memorie van
toelichting geeft de regering in algemene zin aan dat de interne
controlemechanismen naar aanleiding van de evaluatie worden
aangescherpt, maar de Raad van State merkt op dat niet wordt uitgelegd
welke concrete maatregelen er worden getroffen. De Raad van State
adviseert om in de toelichting te concretiseren welke maatregelen er
worden genomen en om daarnaast een evaluatiebepaling in het wetsvoorstel
op te nemen. Op die manier kan worden nagegaan of de gesignaleerde
knelpunten daadwerkelijk worden opgelost.
De tijdelijke commissie constateert dat de regering naar aanleiding van
de bovengenoemde adviespunten van de Raad van State wijzigingen heeft
doorgevoerd in de memorie van toelichting en het wetsvoorstel. Zo wordt
wettelijk vastgelegd dat de voorwaarden die nu alleen gelden voor het
opvragen van vingerafdrukken, ook van toepassing zijn op het opvragen
van gezichtsopnames. In de uitvoeringspraktijk werd dit al gedaan.28 Ook heeft de regering de memorie
van toelichting aangevuld met een aantal concrete maatregelen om ervoor
te zorgen dat gegevens in de praktijk daadwerkelijk worden vernietigd,
en is er een evaluatiebepaling toegevoegd aan het wetsvoorstel die
specifiek ziet op de (tijdige) vernietiging van biometrische gegevens.
Het rapport van die evaluatie zal uiterlijk drie jaar na de
inwerkingtreding van het wetsvoorstel aan de Kamer worden
aangeboden.
De tijdelijke commissie merkt tot slot op dat de regering de
twee adviezen van de Raad van State over waarborgen in de praktijk heeft
verwerkt in het wetsvoorstel en de memorie van
toelichting.
De hiervoor genoemde punten kunnen betrokken worden bij de verdere
behandeling van het wetsvoorstel.
De voorzitter van de tijdelijke commissie Grondrechten en
Constitutionele toetsing,
Bushoff
De griffier van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele
toetsing,
Kling
Kamerstukken II, 2025/26, 36959, nr. 4 en Kamerstukken II, 2011/12, 33192, nr. 3.↩︎
Kamerstukken II, 2011/12, 33192, nr. 3.↩︎
Kamerstukken II, 2012/13, 33192, nr. 15.↩︎
Derde evaluatie van de Wet biometrie in de vreemdelingenketen, “Door de vingers bekeken”, 15 juli 2024 (hierna: derde evaluatierapport), p. 19.↩︎
Zie Advies van de Raad van State van 16 september 2020 (W16.20.0172/II) en Kamerstukken II, 2020/21, 35604 nr. 3, par. 2.2.↩︎
Verordening (EU) 2024/1358.↩︎
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 oktober 2019 (C-70/18).↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 36859, nr. 3, par. 2.3 en derde evaluatierapport, p. 88.↩︎
Idem.↩︎
Blijkens de memorie van toelichting geldt dit voor nationale toelatingsprocedures, zoals de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf, het afleggen van een inburgeringsexamen in het buitenland, de aanvraag of verlenging van een verblijfsvergunning en de naturalisatie tot Nederlander.↩︎
Blijkens de memorie van toelichting geldt dit bijvoorbeeld voor de VIS-verordening ((EG) 767/2008) en de Eurodac-verordening ((EU) 603/2013).↩︎
Blijkens de memorie van toelichting gaat het dan om de volgende processen: grensbewaking, het beoordelen van aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel, een transitvisum, een visum kort verblijf, een machtiging tot voorlopig verblijf, een verblijfsvergunning regulier, het inburgeringsexamen en voor terugkeer en vertrek.↩︎
Derde evaluatierapport, p. 88.↩︎
Adviesraad Migratie, Advies over de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken, 15 juli 2025 (hierna: advies Adviesraad Migratie), p. 4.↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 36859, nr. 3, par. 2.3, derde evaluatierapport, p. 88 en advies Adviesraad Migratie p. 3.↩︎
Derde evaluatierapport, p. 88.↩︎
Autoriteit Persoonsgegevens, Wetgevingstoets voor de bestendiging van het gebruik van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen, 26 juni 2025, p. 2.↩︎
Derde evaluatierapport, p. 46.↩︎
Derde evaluatierapport, p. 47.↩︎
Dit is geregeld in artikel 107, vijfde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet.↩︎
CATCH staat voor Centrale Automatische TeChnologie voor Herkenning.↩︎
Het gaat dan bijvoorbeeld om de afstand tussen en de afmetingen van de ogen, mond, neus en oren. Zie in dit kader Kamerstukken II, 2022/23 nr. 1943.↩︎
Kamerstukken II 2011/12, 33192, nr. 3, par. 6.4.↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 36859, nr. 7, p. 3.↩︎
Zo stelt de regering “daarmee ontbreekt de wettelijke grondslag voor het verwerken van biometrische gegevens van alle vreemdelingen in CATCH-vreemdelingen ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten.” Kamerstukken II, 2025/26, 36859, nr. 7.↩︎
Idem.↩︎
Zie artikel 107, zesde lid, van de Vreemdelingewet. Hierin is opgenomen dat er ook er een redelijk vermoeden moet bestaan dat de verdachte een vreemdeling is, of dat de verstrekking in het belang van het onderzoek is en het opsporingsonderzoek op een dood spoor is beland, dan wel snel resultaat geboden is bij de opheldering van het misdrijf.↩︎
Kamerstukken II, 2022/23 nr. 1943.↩︎