[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Brief van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing over een advies over het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken

Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken

Brief commissie

Nummer: 2026D02759, datum: 2026-01-22, bijgewerkt: 2026-01-22 15:19, versie: 2

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36859 -9 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken .

Onderdeel van zaak 2025Z20219:

Onderdeel van zaak 2026Z01164:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 859 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken

Nr. 9 BRIEF VAN DE TIJDELIJKE COMMISSIE GRONDRECHTEN EN CONSTITUTIONELE TOETSING

Aan de Leden

Den Haag, 22 januari 2026

De tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing (hierna: de tijdelijke commissie) heeft tijdens haar procedurevergadering van 4 december 2025 besloten, gelet op het dictum en het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Raad van State), een adviestraject te starten voor het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken (36859). De vaste commissie voor Asiel en Migratie (A&M) is hierover geïnformeerd met een brief van 4 december (2025D50032). Hierbij biedt de tijdelijke commissie haar advies aan.

Inhoud wetsvoorstel
Momenteel worden er op basis van een tijdelijke wettelijke bevoegdheid biometrische gegevens van vreemdelingen verwerkt. Het gaat om tien vingerafdrukken en een gezichtsopname. Deze gegevens worden primair gebruikt voor het identificeren of verifiëren van de identiteit van vreemdelingen binnen de vreemdelingenketen. Secundair kunnen de gegevens voor een aantal andere doeleinden beschikbaar worden gesteld, waaronder de opsporing en vervolging van strafbare feiten.

De tijdelijke bevoegdheid is een aanvulling op het Europees recht: wanneer het op grond van Europese regelgeving niet mogelijk is biometrische gegevens te verwerken of dit alleen in beperktere mate kan, wordt gebruik gemaakt van de nationale bepaling. De tijdelijke bevoegdheid verloopt op 1 maart 2026. In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de tijdelijke (aanvullende) nationale bevoegdheid permanent te maken.

Bredere context
De tijdelijke nationale bevoegdheid bestaat sinds 2014. Op dat moment kon er onvoldoende gebruikt worden gemaakt van biometrische gegevens om de identiteit van vreemdelingen vast te stellen of verifiëren.1 Het Europees recht voorzag al in enige regelgeving en er werd gewerkt aan aanvullende regelgeving.2 De nationale bevoegdheid zou daarom aanvullend op deze (bestaande en nieuwe) Europese regelgeving gelden. Op basis van evaluaties zou verdere besluitvorming plaatsvinden over het verlengen of permanent maken van de aanvullende nationale bevoegdheid.3

De afgelopen jaren is er op basis van twee evaluaties besloten de nationale bevoegdheid (opnieuw) voor een tijdelijke periode te verlengen.4 Omdat het Europees recht zich in de tussentijd verder ontwikkelde, werd in 2021 besloten dat deze ontwikkelingen nadrukkelijk zouden moeten worden meegenomen in de derde evaluatie. Op basis hiervan zou dan (definitieve) besluitvorming kunnen plaatsvinden over de toegevoegde waarde van de aanvullende nationale bevoegdheid. Op 26 juli 2024 is dit derde en meest recente evaluatierapport verschenen. Mede op basis van dit evaluatierapport stelt de regering nu voor om de tijdelijke nationale bevoegdheid permanent te maken.

Grondrechtelijke en constitutionele aspecten
Het wetsvoorstel creëert een (permanente) nationale wettelijke grondslag voor de verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen. De tijdelijke commissie merkt op dat het wetsvoorstel hierdoor raakt aan het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op bescherming van persoonsgegevens. Deze rechten zijn neergelegd in Artikel 10 van de Grondwet, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Ten aanzien van het recht op bescherming van persoonsgegevens geldt bovendien dat hiervoor (nadere) regels zijn uitgewerkt in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Richtlijn politiële en justitiële gegevens (de Richtlijn).

De noodzaak van een nationale bevoegdheid naast Europese wetgeving
Omdat de verwerking van biometrische gegevens een inmenging in het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer met zich brengt, dient de noodzaak en proportionaliteit van deze nationale bevoegdheid dragend te worden onderbouwd. Uit artikel 9 van de AVG volgt bovendien dat het in beginsel verboden is om bijzondere persoonsgegevens - zoals biometrische gegevens - te verwerken, tenzij hiervoor zwaarwegende redenen bestaan. Tegen deze achtergrond vraagt de Raad van State zich af in hoeverre het noodzakelijk is de tijdelijke nationale bevoegdheid nu permanent te maken, aangezien er zich sinds de invoering van deze bevoegdheid in 2014 vele ontwikkelingen in het Europees recht hebben voorgedaan. Hierdoor zijn er nieuwe mogelijkheden ontstaan om op basis van Europees recht biometrische gegevens van vreemdelingen te verwerken.

De Raad van State merkt op dat de verwachte verdere ontwikkeling van het Europees recht in 20215 nog een reden was om af te zien van het invoeren van een permanente nationale bevoegdheid en juist te kiezen voor (opnieuw) een tijdelijke bevoegdheid. Sinds die tijd heeft het Europees recht zich nog verder ontwikkeld. De Raad van State noemt in dit kader de Eurodac-verordening6: op grond hiervan houden de EU-lidstaten een database met gegevens van asielzoekers bij. Met ingang van 12 juni 2026 mogen deze gegevens ook voor aanvullende doeleinden worden gebruikt, waaronder het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische of andere ernstige strafbare feiten. Ook wordt het mogelijk om behalve vingerafdrukken ook gezichtsopnames op te slaan.

Wanneer een situatie onder de reikwijde van een Europese verordening valt, kan worden beargumenteerd dat de Europese wetgever al heeft bepaald welke gegevensverwerkingen voldoende zijn. Dit roept de vraag op in hoeverre een permanente aanvullende nationale bevoegdheid – gezien de huidige stand van het Europees recht – nu nog noodzakelijk is. In de memorie van toelichting wordt hieraan volgens de Raad van State nog onvoldoende aandacht aan besteed. Er wordt daarom geadviseerd de noodzaak van een permanente (aanvullende) nationale bevoegdheid nader te motiveren in het licht van de al bestaande Europese verordeningen en het wetsvoorstel zo nodig aan te passen. Hierbij wordt geadviseerd in het bijzonder aandacht te besteden aan artikel 9 van de AVG, omdat daaruit volgt dat biometrische gegevens in beginsel niet mogen worden verwerkt.

In reactie op het advies van de Raad van State heeft de regering de memorie van toelichting aangevuld met een nadere onderbouwing van de noodzaak van het wetsvoorstel en de verhouding tot de AVG. In dit kader benadrukt de regering dat het gebruik van biometrische gegevens noodzakelijk is voor een zorgvuldige en eenduidige vaststelling van de identiteit van vreemdelingen in de gehele vreemdelingenketen. Dit wordt essentieel geacht voor de integriteit van het toelatingsproces en het voorkomen van potentiële fraude en administratieve onregelmatigheden. Het gaat dan bijvoorbeeld om identiteitsfraude, documentvervalsing en identiteitsdiefstal. De verwerking van biometrische gegevens dient hiermee volgens de regering een dringend maatschappelijk belang. De regering merkt op dat er bovendien geen alternatieve, minder ingrijpende maatregelen zijn waarmee dit maatschappelijke belang op een gelijkwaardige manier kan worden behartigd. Ook wijst de regering op het bestaan van Europese jurisprudentie, waaruit volgt dat een nationale regeling voor het afnemen van biometrische gegevens gerechtvaardigd kan zijn om identiteits- en documentfraude te voorkomen en bestrijden.7

Ook uit de derde evaluatie blijkt volgens de regering de noodzaak van het wetsvoorstel. Omdat er geen nulmeting is uitgevoerd, kan de toegevoegde waarde van de aanvullende nationale bevoegdheid ook in deze meest recente evaluatie weliswaar niet kwantitatief worden onderbouwd, maar uit de evaluatie blijkt dat de ketenpartners in de vreemdelingenketen unaniem en zonder twijfel betogen dat het gebruik van biometrie in het algemeen van grote toegevoegde waarde is.8 Het gebruik van biometrie is in veel gevallen het enige sluitende en haalbare middel om te borgen dat de registratie van de identiteit van migranten goed verloopt en vrijwel alle processen zouden zonder biometrie veel minder doelmatig kunnen worden uitgevoerd, aldus de ketenpartners.9

Wat betreft de verhouding van het wetsvoorstel tot het Europees recht, merkt de regering op dat er op basis van Europese verordeningen inderdaad ook biometrische gegevens van vreemdelingen kunnen worden verwerkt. Voor sommige processen in de vreemdelingenketen is de nationale aanvullende bevoegdheid dan ook niet noodzakelijk. Dit geldt echter niet voor alle processen: er zijn ook processen waarvoor het Europees recht niet voorziet in een juridische grondslag. In die gevallen is de aanvullende nationale bevoegdheid essentieel om alsnog biometrische gegevens te kunnen verwerken.10 Ook zijn er processen waarvoor geldt dat er in Europese verordeningen andere voorwaarden worden gesteld aan de verwerking van biometrische gegevens. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er op grond van een Europese verordening minder biometrische gegevens kunnen worden verwerkt, of dat deze gegevens alleen voor specifieke doeleinden kunnen worden verwerkt.11 In die gevallen maakt de nationale aanvullende bevoegdheid het alsnog mogelijk dat er tien vingerafdrukken en een gezichtsscan kunnen worden verwerkt. In die aanvullende werking ligt volgens de regering een belangrijke toegevoegde waarde van de nationale bevoegdheid: hierdoor kunnen in alle processen dezelfde biometrische gegevens worden verwerkt, wat de uniformiteit en consistentie van het werk in de vreemdelingenketen ten goede komt.12

De tijdelijke commissie merkt op dat de regering – naar aanleiding van het advies van de Raad van State - de memorie van toelichting heeft aangevuld met een verdere onderbouwing van de noodzaak van het wetsvoorstel en de verhouding tot (artikel 9 van) de AVG. Ook constateert de tijdelijke commissie dat uit de derde evaluatie volgt dat het gebruik van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen als waardevol wordt ervaren.13 Ook de Adviesraad Migratie onderstreept het nut van de verwerking van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen.14 Vanwege het ontbreken van een nulmeting, kan hiervoor echter geen kwantitatieve onderbouwing worden gegeven.15 Omdat dit gebrek niet meer kan worden hersteld, wordt in het evaluatierapport opgemerkt dat het uiteindelijk een politieke keuze is of de aanvullende nationale bevoegdheid van belang wordt geacht voor een goede werking van de Vreemdelingenwet.16 De tijdelijke commissie merkt op dat het bij het maken van die keuze – zoals eveneens in het evaluatierapport wordt onderstreept - van belang is om kritisch te kijken naar de verhouding tot het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De tijdelijke commissie benadrukt dat juist bij het wegen van de verhouding van het wetsvoorstel tot het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de relatie van de nationale aanvullende bevoegdheid tot het Europees recht een rol speelt. Wanneer de Europese wetgever (ook) keuzes heeft gemaakt over de noodzaak van de verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen, raakt dit ook aan de onderbouwing van de noodzaak van de nationale bevoegdheid. De nationale aanvullende bevoegdheid is volgens de regering nodig, omdat er hierdoor in alle processen in de vreemdelingenketen dezelfde biometrische gegevens - tien vingerafdrukken en een gezichtsopname - kunnen worden verwerkt. Dit geldt ook voor situaties waarin het op grond van Europees recht niet of beperkt mogelijk is om deze biometrische gegevens te verwerken. Het zijn juist die situaties ten aanzien waarvan de Raad van State de vraag oproept of niet kan worden beargumenteerd dat de Europese wetgever al (uitputtend) heeft bepaald welke gegevenswerkingen voldoende zijn. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens wijst hierop en stelt dat er een gebrek aan noodzaak is, nu Europese wetgeving in veel gevallen al in geharmoniseerde regels voorziet of gaat voorzien.17

De tijdelijke commissie merkt op dat uit de evaluatie volgt dat Nederland met de tijdelijke nationale bevoegdheid om biometrische gegevens te verwerken ooit een voortrekkersrol vervulde. Door de ontwikkelingen in het Europees recht wordt deze rol nu verruild voor die van vangnet voor situaties waarin er volgens het Europees recht geen tien vingerafdrukken en een gezichtsopname kunnen worden afgenomen.18 Hierdoor zijn er in de praktijk verschillende situaties denkbaar: situaties waarin er geen Europese regels gelden, situaties waarin er op grond van Europees recht andere regels gelden (wanneer er bijvoorbeeld minder gegevens mogen worden verwerkt) en deze regels niet uitputtend zijn bedoeld en tot slot situaties waarin er volgens het Europees recht is gekozen om een uitputtende regeling te treffen (hetzij om een gegevensverwerkingen juist wel, niet, of alleen onder specifieke voorwaarden toe te staan).19

Wanneer er in de onderbouwing van de noodzaak van de aanvullende nationale bevoegdheid een onderscheid zou worden gemaakt tussen deze verschillende mogelijke situaties - en daarbij zou worden geconcretiseerd in welke situaties de aanvullende bevoegdheid wordt ingezet en waarom dit noodzakelijk is - wordt het voor de Kamer mogelijk een zorgvuldige afweging over de noodzaak van een permanente nationale bevoegdheid in aanvulling op het Europees recht te maken. Uit de memorie van toelichting en het nader rapport volgt deze informatie nog niet.

et De tijdelijke commissie adviseert de leden om de regering te verzoeken om de onderbouwing van de noodzaak van het wetsvoorstel aan te vullen met een nadere reflectie op de verhouding met het Europees recht, waarin ook regels zijn vastgelegd voor de verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen.

De tijdelijke commissie adviseert de leden om de regering te verzoeken om in deze onderbouwing onderscheid te maken tussen situaties waarvoor de Europese wetgever al uitputtende regels heeft vastgelegd, situaties waarvoor de Europese wetgever (nog) geen regels heeft gesteld en situaties waarvoor de Europese wetgever heeft voorzien in beperkte(re) mogelijkheden voor het verwerken van biometrische gegevens. De tijdelijke commissie geeft de leden in overweging om ook de ketenpartners uit het vreemdelingendomein hierover te bevragen, bijvoorbeeld in de vorm van een technische briefing.

Het opsporen en vervolgen van strafbare feiten: de CATCH-vreemdelingen database
Naast het identificeren en verifiëren van de identiteit van vreemdelingen, kunnen biometrische gegevens van vreemdelingen secundair beschikbaar worden gesteld voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten.20 Dit gebeurt in de praktijk door gegevens van alle vreemdelingen op te nemen in de CATCH21-vreemdelingen database. In deze database worden - onder verantwoordelijkheid van de minister van Asiel en Migratie - door de politie de biometrische waarden van de gezichtsopnamen berekend en toegevoegd.22 Dit maakt het mogelijk om de gegevens te vergelijken en doorzoeken. Het gaat hierbij om gegevens van alle vreemdelingen: zo wordt er niet gedifferentieerd op het bestaan van een eventueel crimineel verleden. Voor de verwerking van biometrische gegevens van Nederlanders en andere Europese burgers gelden er striktere voorwaarden.

Biometrische gegevens mogen volgens de AVG alleen onder strikte voorwaarden worden verwerkt omdat deze gegevens gelden als “bijzondere persoonsgegevens”. Deze gegevens mogen bijvoorbeeld worden verwerkt als er sprake is van redenen van zwaarwegend algemeen belang en hiervoor een basis in het recht bestaat. Een beroep op een zwaarwegend algemeen belang vereist – zoals de Raad van State opmerkt - een verscherpte motivering en afweging van de noodzaak en proportionaliteit. Ook mag een dergelijke gegevensverwerking niet verder gaan dan noodzakelijk is om het beoogde doel te bereiken. Dit volgt uit het vereiste van minimale gegevensverwerking, dat is opgenomen in de AVG.

Volgens de Raad van State rijst de vraag in hoeverre de huidige werkwijze in de CATCH-vreemdelingen database aan deze voorwaarden voldoet. In de Vreemdelingenwet is weliswaar een grondslag opgenomen voor het beschikbaar stellen van biometrische gegevens van vreemdelingen voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten, maar hieruit volgt volgens de Raad van State niet zonder meer dat de gezichtsopnamen van alle vreemdelingen – zonder een daaraan voorafgaand individueel verzoek – mogen worden opgenomen in de CATCH-vreemdelingen database. De Raad van State wijst erop dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat bij de totstandkoming van dit wetsartikel in de eerste plaats werd gedacht aan individuele verstrekkingen.23 Mocht de regering dit anders zien, dan is het volgens de Raad van State raadzaam om de toelichting bij het huidige wetsvoorstel hierop aan te vullen, zodat hierover een parlementair debat kan worden gevoerd. In dit licht adviseert de Raad van State om toe te lichten op basis van welke juridische grondslag het kopiëren van gegevens van alle vreemdelingen naar de CATCH-vreemdelingen database plaatsvindt, en de noodzaak daarvan dragend te motiveren. Wanneer dit niet mogelijk is, adviseert de Raad van State de verwerking in deze vorm aan te passen of stop te zetten.

In reactie op het advies van de Raad van State is de regering een verkenning gestart naar de juridische inbedding van de CATCH-vreemdelingen database. Uitgangspunt is volgens de regering dat de verwerking in lijn moet zijn met de AVG. Per brief van 17 december 2025 heeft de regering de Kamer geïnformeerd over de laatste stand van zaken rondom deze verkenning. De tijdelijke commissie constateert dat de regering in deze brief aangeeft dat het huidig wettelijk kader niet voorziet in de benodigde juridische grondslag. Volgens de regering bestaat er weliswaar een grondslag voor het verstrekken van biometrische gegevens van vreemdelingen ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten, maar voldoet de huidige werkwijze – waarin gegevens van alle vreemdelingen naar de CATCH-vreemdelingen database worden gekopieerd - niet aan de eisen van proportionaliteit en noodzakelijkheid.24 Dit betekent dat het plaatsen van gegevens van vreemdelingen in de CATCH-vreemdelingen database op dit moment op onrechtmatige wijze gebeurt.25

In de brief aan de Kamer geeft de regering aan dat de verkenning in de eerste plaats is gericht op het vinden van een technische oplossing. Wanneer het - kort samengevat - mogelijk zou zijn om in individuele gevallen een zoekopdracht uit te voeren voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten in de bestaande database van de vreemdelingenketen26, is het niet meer nodig om de gegevens van alle vreemdelingen voor dit doel naar de afzonderlijke CATCH-vreemdelingendatabase te kopiëren. Een dergelijke werkwijze zou – wellicht – passen binnen het huidige wettelijke kader, in het bijzonder de eisen van noodzakelijkheid en proportionaliteit. De regering verwacht de Kamer in het vierde kwartaal van 2026 te kunnen informeren over de definitieve uitkomst van de verkenning.

De tijdelijke commissie signaleert dat de regering de huidige werkwijze in de tussenliggende periode tot aan het vierde kwartaal van 2026 beoogt voort te zetten, zonder dat hiervoor een wettelijke grondslag bestaat. Ook merkt de tijdelijke commissie op dat de gewijzigde (Europese) Eurodac-verordening met ingang van 12 juni 2026 van toepassing wordt. Op basis hiervan mogen biometrische gegevens van vreemdelingen onder bepaalde voorwaarden ook worden gebruikt voor het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische of andere ernstige strafbare feiten. Op dit moment is nog onduidelijk hoe deze nieuwe Europese regels zich volgens de regering verhouden tot de (noodzaak van de) nationale CATCH-vreemdelingendatabase, of dat hieraan aandacht zal worden besteed in de verkenning.

De tijdelijke commissie adviseert de leden om de regering te verzoeken om in de aangekondigde verkenning aandacht te besteden aan de gewijzigde Eurodac-verordening, die met ingang van 12 juni 2026 van toepassing wordt en ook voorziet in mogelijkheden voor het verwerken van biometrische gegevens van vreemdelingen voor het opsporen en vervolgen van ernstige strafbare feiten.

Ook adviseert de tijdelijke commissie de leden om de regering te vragen binnen een kortere termijn dan het vierde kwartaal van 2026 een oplossing te vinden voor de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens in de CATCH-vreemdelingendatabase, nu de regering concludeert dat de benodigde wettelijke grondslag voor de huidige werkwijze ontbreekt.

Waarborgen in de praktijk
De Raad van State maakt tot slot nog twee opmerkingen over de waarborgen die in de praktijk nodig zijn voor de rechtmatige verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen. De eerste opmerking ziet op de voorwaarden voor het verstrekken van biometrische gegevens aan de politie, wanneer de biometrische gegevens eenmaal in de CATCH-vreemdelingen database zijn opgenomen. In de Vreemdelingenwet zijn hierover regels opgenomen, maar die zien alleen op vingerafdrukken. Zo mogen vingerafdrukken uit de CATCH-vreemdelingendatabase door de politie worden gebruikt wanneer er sprake is van (de verdenking van) een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en na schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie.27 De Raad van State merkt op dat deze wettelijke voorwaarden niet gelden voor de verstrekking van gezichtsopnames aan de politie, terwijl dit evengoed raakt aan het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De Raad van State adviseert daarom de wettelijke voorwaarden die gelden voor het gebruiken van vingerafdrukken door de politie, ook van toepassing te verklaren op gezichtsopnames.

De tweede opmerking van de Raad van State ziet op de (tijdige) vernietiging van biometrische gegevens, wanneer bewaren niet meer noodzakelijk is. De Raad van State merkt op dat uit de derde evaluatie blijkt dat dit in de praktijk niet altijd goed verloopt. Het hebben – en naleven – van bewaartermijnen is een waarborg die voortvloeit uit de AVG en de Richtlijn politiële en justitiële gegevens. In de memorie van toelichting geeft de regering in algemene zin aan dat de interne controlemechanismen naar aanleiding van de evaluatie worden aangescherpt, maar de Raad van State merkt op dat niet wordt uitgelegd welke concrete maatregelen er worden getroffen. De Raad van State adviseert om in de toelichting te concretiseren welke maatregelen er worden genomen en om daarnaast een evaluatiebepaling in het wetsvoorstel op te nemen. Op die manier kan worden nagegaan of de gesignaleerde knelpunten daadwerkelijk worden opgelost.

De tijdelijke commissie constateert dat de regering naar aanleiding van de bovengenoemde adviespunten van de Raad van State wijzigingen heeft doorgevoerd in de memorie van toelichting en het wetsvoorstel. Zo wordt wettelijk vastgelegd dat de voorwaarden die nu alleen gelden voor het opvragen van vingerafdrukken, ook van toepassing zijn op het opvragen van gezichtsopnames. In de uitvoeringspraktijk werd dit al gedaan.28 Ook heeft de regering de memorie van toelichting aangevuld met een aantal concrete maatregelen om ervoor te zorgen dat gegevens in de praktijk daadwerkelijk worden vernietigd, en is er een evaluatiebepaling toegevoegd aan het wetsvoorstel die specifiek ziet op de (tijdige) vernietiging van biometrische gegevens. Het rapport van die evaluatie zal uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel aan de Kamer worden aangeboden.

De tijdelijke commissie merkt tot slot op dat de regering de twee adviezen van de Raad van State over waarborgen in de praktijk heeft verwerkt in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting.

De hiervoor genoemde punten kunnen betrokken worden bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel.


De voorzitter van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing,
Bushoff


De griffier van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing,
Kling


  1. Kamerstukken II, 2025/26, 36959, nr. 4 en Kamerstukken II, 2011/12, 33192, nr. 3.↩︎

  2. Kamerstukken II, 2011/12, 33192, nr. 3.↩︎

  3. Kamerstukken II, 2012/13, 33192, nr. 15.↩︎

  4. Derde evaluatie van de Wet biometrie in de vreemdelingenketen, “Door de vingers bekeken”, 15 juli 2024 (hierna: derde evaluatierapport), p. 19.↩︎

  5. Zie Advies van de Raad van State van 16 september 2020 (W16.20.0172/II) en Kamerstukken II, 2020/21, 35604 nr. 3, par. 2.2.↩︎

  6. Verordening (EU) 2024/1358.↩︎

  7. Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 oktober 2019 (C-70/18).↩︎

  8. Kamerstukken II 2025/26, 36859, nr. 3, par. 2.3 en derde evaluatierapport, p. 88.↩︎

  9. Idem.↩︎

  10. Blijkens de memorie van toelichting geldt dit voor nationale toelatingsprocedures, zoals de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf, het afleggen van een inburgeringsexamen in het buitenland, de aanvraag of verlenging van een verblijfsvergunning en de naturalisatie tot Nederlander.↩︎

  11. Blijkens de memorie van toelichting geldt dit bijvoorbeeld voor de VIS-verordening ((EG) 767/2008) en de Eurodac-verordening ((EU) 603/2013).↩︎

  12. Blijkens de memorie van toelichting gaat het dan om de volgende processen: grensbewaking, het beoordelen van aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel, een transitvisum, een visum kort verblijf, een machtiging tot voorlopig verblijf, een verblijfsvergunning regulier, het inburgeringsexamen en voor terugkeer en vertrek.↩︎

  13. Derde evaluatierapport, p. 88.↩︎

  14. Adviesraad Migratie, Advies over de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken, 15 juli 2025 (hierna: advies Adviesraad Migratie), p. 4.↩︎

  15. Kamerstukken II 2025/26, 36859, nr. 3, par. 2.3, derde evaluatierapport, p. 88 en advies Adviesraad Migratie p. 3.↩︎

  16. Derde evaluatierapport, p. 88.↩︎

  17. Autoriteit Persoonsgegevens, Wetgevingstoets voor de bestendiging van het gebruik van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen, 26 juni 2025, p. 2.↩︎

  18. Derde evaluatierapport, p. 46.↩︎

  19. Derde evaluatierapport, p. 47.↩︎

  20. Dit is geregeld in artikel 107, vijfde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet.↩︎

  21. CATCH staat voor Centrale Automatische TeChnologie voor Herkenning.↩︎

  22. Het gaat dan bijvoorbeeld om de afstand tussen en de afmetingen van de ogen, mond, neus en oren. Zie in dit kader Kamerstukken II, 2022/23 nr. 1943.↩︎

  23. Kamerstukken II 2011/12, 33192, nr. 3, par. 6.4.↩︎

  24. Kamerstukken II 2025/26, 36859, nr. 7, p. 3.↩︎

  25. Zo stelt de regering “daarmee ontbreekt de wettelijke grondslag voor het verwerken van biometrische gegevens van alle vreemdelingen in CATCH-vreemdelingen ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten.” Kamerstukken II, 2025/26, 36859, nr. 7.↩︎

  26. Idem.↩︎

  27. Zie artikel 107, zesde lid, van de Vreemdelingewet. Hierin is opgenomen dat er ook er een redelijk vermoeden moet bestaan dat de verdachte een vreemdeling is, of dat de verstrekking in het belang van het onderzoek is en het opsporingsonderzoek op een dood spoor is beland, dan wel snel resultaat geboden is bij de opheldering van het misdrijf.↩︎

  28. Kamerstukken II, 2022/23 nr. 1943.↩︎