[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Appreciatie ingediende moties en amendementen

Bijlage

Nummer: 2026D02784, datum: 2026-01-22, bijgewerkt: 2026-01-22 14:36, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Beantwoording resterende vragen gesteld tijdens het wetgevingsoverleg, gehouden op 19 januari 2026, over Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3) (kamerstuk 36748) en appreciatie van de ingediende moties en amendementen (2026D02783)

Preview document (🔗 origineel)


Bijlage - appreciatie ingediende moties en amendementen

Appreciatie moties

Kamernummer: 36748 nr. 13 Inhoud motie: de structurele budgettaire meeropbrengsten in kaart brengen van een vermogenswinstbelasting in box 3
Indiener(s): Grinwis (CU) c.s.

Appreciatie: Ontraden

  • Een vermogenswinstbelasting i.p.v. een vermogensaanwasbelasting levert in de eerste 5 jaar cumulatief circa € 5 mld. minder op dan het hybride stelsel.

  • In de raming die is gemaakt door het Ministerie en is gecertificeerd door het CPB, leveren een vermogenswinstbelasting en een vermogensaanwasbelasting structureel evenveel op per jaar. De grote derving van de vermogenswinstbelasting in de eerste jaren wordt echter nooit goed gemaakt.

  • Nadat de vermogenswinstbelasting en eventuele verliesverrekening zijn ingegroeid is, op de (zeer) lange termijn de grondslag voor beide varianten immers gelijk.

  • Van een zogenoemd ‘rente-op-rente-effect’ waardoor een vermogenswinstbelasting op de lange termijn meer zou opleveren is geen sprake. Ten opzichte van vermogensaanwas wordt in een vermogenswinststelsel op een later moment belasting betaald. Belastinguitstel levert de staat nooit extra geld op.

  • Daar komt bij dat de staat bij een vermogenswinstbelasting de belasting op een later moment ontvangt, waardoor de staat zelf dit rente-effect misloopt. De rente van de belastingplichtige is gemiste rente van de staat. Dit oordeel zal bij nader onderzoek niet wijzigen.

  • Zo bezien zie ik geen noodzaak voor verder onderzoek naar de structurele opbrengsten.

Kamernummer: 36748 nr. 14 Inhoud motie: de consequenties in kaart brengen van de doorwerking van het volatieler wordende box 3-inkomen op het verzamelinkomen
Indiener(s): Grinwis (CU) c.s.

Appreciatie: Ontraden

  • In het nieuwe stelsel zal het belastbare inkomen uit sparen en beleggen meer gaan fluctueren. Hierdoor zullen de overheidsinkomsten en het verzamelinkomen dat geldt als toetsingsinkomen voor de toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen meer gaan verschillen tussen de jaren.

  • Conform het trendmatig begrotingsbeleid dat het kabinet voert, lopen eventuele mee- en tegenvallers in het saldo. Dit zorgt voor stabiel fiscaal beleid en stabiliseert de economie. Tegenvallers hoeven niet gedekt te worden. Eveneens biedt een meevaller geen extra budgettaire ruimte. Dit is ook zo opgenomen in de begrotingsregels en vergt geen aanvullingen. Het toetsingsinkomen wordt minder voorspelbaar voor gerechtigden die box 3-inkomen boven het heffingsvrije resultaat hebben.

  • Er is al eerder onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen voor toeslaggebruikers en hun verzamelinkomen. De uitkomsten hiervan staan beschreven in de memorie van toelichting op de Wet werkelijk rendement op pagina’s 50 en 51.

  • Uit dit onderzoek blijkt dat er slechts beperkte overlap is tussen box 3-betalers en toeslaggerechtigden, omdat bijna alle toeslaggerechtigden onder het heffingsvrije resultaat blijven.

  • Een gesimuleerd 5%-punt hoger werkelijk rendement op effecten leverde deze groep gemiddeld een extra box 3-inkomen op van € 2.550. Als gevolg van de doorwerking via het verzamelinkomen kregen zij gemiddeld genomen € 170 per jaar minder toeslagen door dit hogere rendement. Een eventueel verlies aan toeslagen is dus het gevolg van een toename in het box 3-inkomen dat het verlies aan toeslagen ruimschoots compenseert.

  • In het licht van deze uitkomsten zie ik geen noodzaak tot verder onderzoek.

Kamernummer: 36748 nr. 15 Inhoud motie: het vastgoedbijtellingspercentage zo snel mogelijk actualiseren op basis van de meest recente en representatieve data
Indiener(s): Grinwis (CU) c.s.

Appreciatie: Oordeel Kamer

  • Op verzoek van het kabinet heeft Stichting Economisch Onderzoek (SEO) onderzoek gedaan naar de hoogte en de spreiding van de huurwaarde van niet verhuurde box 3-woningen.

  • Uit dit onderzoek van SEO blijkt dat in de periode 2019–2021 de gemiddelde (bruto) economische huurwaarde gelijk was aan 5,06% van de WOZ-waarde.

  • De ruwheid die inherent is aan een forfaitaire regeling geeft aanleiding om bij het vaststellen van de bijtelling een aanzienlijke voorzichtigheidsmarge in te bouwen ten opzichte van deze gemiddelde huurwaarde. Daarom is gekozen voor een brutohuurwaarde die behoort bij het 10e percentiel van de verdeling. De brutohuurwaarde van het 10e percentiel is 3,35%. Volgens het kabinet is de vastgoedbijtelling daarmee proportioneel en ook juridisch houdbaar.

  • Uit dit onderzoek van SEO blijkt dat de economische huurwaarde, uitgedrukt als percentage van de WOZ-waarde, over de tijd stabiel is.

  • Het kabinet verwacht dan ook dat nieuwe data geen (substantiële) wijziging tot gevolg hebben van de in aanmerking genomen hoogte van de gemiddelde (bruto) economische huurwaarde.

  • Het kabinet heeft eerder aangegeven dat de vastgoedbijtelling periodiek zal worden herijkt op basis van actuele gegevens over de huurwaarden en over de kosten, waarbij het eerste moment samenvalt met de evaluatie van de wet, vijf jaar na inwerkingtreding van de nieuwe wet.

  • Als de Kamer dat wenselijk vindt, zal het kabinet op korte termijn nader onderzoek doen naar de gemiddelde (bruto) economische huurwaarde op basis van de beschikbare recente gegevens. Een actualisatie kan leiden tot bijstellen van de vastgoedbijtelling naar boven of naar beneden.

  • Op basis van bovengenoemd onderzoek van SEO uit 2024 zal een afwijking van het percentage van de vastgoedbijtelling van 0,5 procentpunt leiden tot een opbrengst dan wel een derving van ongeveer € 150 miljoen.

Kamernummer: 36748 nr. 16 Inhoud motie: Tegenbewijsregeling voor werkelijk voordeel eigen gebruik en openingsbalanswaarde
Indiener(s): Van Eijk (VVD) c.s.

Appreciatie: Ontraden

  • Het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken in box 3 is lastig te bepalen, zowel voor de belastingplichtige als voor de Belastingdienst.

  • Daarbij is gekozen voor eenvoud, zowel voor de belastingplichtigen met onroerende zaken als voor de Belastingdienst (uitvoering).

  • De introductie van een tegenbewijsregeling om het werkelijke eigen gebruik te bepalen, is een grote structuurwijziging en is daardoor niet uitvoerbaar per 1 januari 2028.

  • In het wetsvoorstel is de openingswaarde voor woningen de WOZ-waarde op 1 januari 2028 (WOZ-beschikking 2029) en voor niet-woningen de waarde in het economische verkeer op 1 januari 2028.

  • Ook hier is gekozen voor eenvoud, zowel voor de belastingplichtigen met onroerende zaken als voor de Belastingdienst (uitvoering).

  • Belastingplichtigen met een woning zijn ook gewend om de door de gemeente bepaalde WOZ-waarde te gebruiken.

  • Het staat belastingplichtigen uiteraard vrij om (tijdig) bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde.

  • Belastingplichtigen met een niet-woning, zoals een verhuurd kantoorpand in privé, zijn gewend om de waarde in het economische verkeer te (laten) bepalen. Bij niet-woningen sluit de WOZ-waarde ook minder goed aan bij de werkelijke waarde dan bij woningen.

  • De introductie van een tegenbewijsregeling om de openingswaarde te bepalen, is een grote structuurwijziging en is daardoor niet uitvoerbaar per 1 januari 2028.


Kamernummer: 36748 nr. 17 Inhoud motie: voor kapitaalverzekeringen van vóór 2001 uit te werken of het mogelijk is om de verschuldigde belasting wel per 1 november 2029 vast te stellen, maar pas invorderbaar te maken op het moment dat de kapitaalverzekering daadwerkelijk tot uitkering komt.
Indiener(s): Van Eijk (VVD) c.s.

Appreciatie: Ontraden

  • Deze oplossing is onderzocht, maar bleek niet uitvoerbaar.

  • De insteek van het wetsvoorstel is afschaffing van het huidige overgangsrecht.

  • Dat is in het belang van burgers, verzekeringsmaatschappijen en Belastingdienst.

  • Door de invordering uit te stellen zou er toch nog overgangsrecht blijven bestaan en dus de complexiteit voor de net vermelde partijen. Dat zou met het oog daarop dat het volgens de motie om een beperkte groep gaat buitenproportioneel zijn.

  • Dergelijke kapitaalverzekeringen kunnen namelijk nog tientallen jaren doorlopen, waardoor verzekeraars, belastingplichtigen en de Belastingdienst na het uiterste afrekenmoment van 1 november 2029 bij moeten houden dat er nog een belastingbedrag verschuldigd is.

  • Daar komt nog bij dat deze kapitaalverzekeringen naar volgende generaties doorgegeven kunnen worden. Een dergelijk lang uitstel van belastingheffing is voor de Belastingdienst niet uitvoerbaar en vergt ook veel van het doenvermogen van burgers.

  • Feit is verder dat juist deze verzekeringen al tientallen jaren belastinguitstel hebben genoten. Het kabinet ziet geen noodzaak om dit belastinguitstel oneindig te verlengen.

  • Belastingplichtigen wisten bij het aangegaan van de verzekering (vaak tientallen jaren geleden, lang vóór 2001) dat er over het rentebestanddeel fiscaal afgerekend dient te worden, dus de heffing komt niet onverwacht.

  • De belasting hoeft niet altijd uit de kapitaalverzekering zelf te worden betaald. Er zal vaak ander liquide vermogen aanwezig zijn. En als iemand geen andere liquide middelen heeft (of die niet wil inzetten), kan degene aan de verzekeraar opdracht geven om de verschuldigde belasting uit het kapitaal te voldoen.

  • Tot slot bestaan in de invordering mogelijkheden voor betalingsregelingen die ook op deze situaties van toepassing zijn.

Kamernummer: 36748 nr. 18

Inhoud motie: zorgen voor een ruimhartige en

investeringsvriendelijke toepassing bij de uitwerking van de fiscale regeling voor startende ondernemingen

Indiener(s): Van Eijk, Martens-America (VVD)

Appreciatie: Oordeel Kamer

  • Het kabinet werkt aan een verbetering en verfijning van de definitie voor startende ondernemingen. Dit zal worden opgenomen in een afzonderlijk wetsvoorstel, gezamenlijk met de nieuwe fiscale regeling voor medewerkersparticipaties in startups en scale-ups.

  • Zoals in de kamerbrief van 16 januari 2026 aangegeven, wordt hierbij gekoerst op de beoogde inwerkingtredingsdatum voor de fiscale regeling voor medewerkersparticipaties van 1 januari 2027, waarna de nieuwe definitie vanaf de inwerkingtredingsdatum per 1 januari 2028 ook in het nieuwe box 3-stelsel zal worden gehanteerd.

  • De insteek van de nieuwe definitie is om beter aan te sluiten bij specifieke kenmerken van startups en scale-ups, zoals innovatie, schaalbaarheid en liquiditeit, en om tegelijkertijd werkbaar te zijn voor de praktijk en uitvoerbaar voor RVO en de Belastingdienst. Het afgeven van een beschikking voor investeringen in startups op fondsniveau is naar verwachting uitvoeringstechnisch complex.


Kamernummer: 36748 nr. 19 Inhoud motie: Brede fiscale regeling om langetermijnbeleggingen in Nederlandse en Europese ondernemingen aantrekkelijker te maken
Indiener(s): Van Eijk (VVD) c.s.

Appreciatie: Oordeel Kamer

  • In een commissiedebat van 3 december 2025 heb ik toegezegd een onderzoek op te starten naar mogelijkheden om beleggingen fiscaal te stimuleren.

  • Het onderzoek wordt in de eerste helft van 2026 uitgevoerd en ik zal de Kamer uiteraard per brief informeren over de uitkomsten.

Kamernummer: 36748 nr. 20 Inhoud motie: op zo kort mogelijke termijn zorgen voor een Box 3-stelsel waarbij enkel gerealiseerde winsten worden belast op basis van een vermogenswinstbelasting
Indiener(s): Vlottes (PVV)

Appreciatie: Ontraden

  • Invoering van een volledige vermogenswinstbelasting is niet mogelijk op korte termijn.

  • Dit zou een fundamentele wijziging van het wetsvoorstel zijn.

  • Hierbij is in de eerste plaats tijd nodig om de wetgeving voor te bereiden. Daarbij zijn ook nieuwe wetgevingstoetsen zoals een uitvoeringstoets en een advies van de Raad van State nodig.

  • Ook voor de Belastingdienst en ketenpartners is extra tijd nodig voor de implementatie.

  • Dat neemt niet weg dat er na invoering van het nieuwe stelsel voor box 3, op het moment dat een nieuw kabinet en uw Kamer dat te zijner tijd opportuun achten, nog ruimte blijft voor doorontwikkeling van het nieuwe stelsel.

  • Hierbij kan in kaart gebracht worden hoeveel tijd nodig is voor ketenpartners, wetgeving en implementatie door de Belastingdienst.

  • Voor de implementatietermijn van de Belastingdienst is van belang welke wensen en prioriteiten het nieuwe kabinet heeft voor andere wijzigingen in de inkomstenheffing.

  • Een volledige vermogenswinstbelasting kent verschillende nadelen, zoals de mogelijkheid tot langdurig belastinguitstel en een budgettaire derving in de eerste jaren na invoering.

  • Het is aan het volgende kabinet om deze aspecten gezamenlijk te wegen.

Kamernummer: 36748 nr. 21 Inhoud motie: Invoeringstoets
Indiener(s): Stoffer (SGP) c.s.

Appreciatie: Ontraden

  • Deze motie vraagt om na de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 te monitoren en na inwerkingtreding regelmatig, bijvoorbeeld elk half jaar, invoeringstoetsen uit te voeren waarin ingegaan wordt op de invoering, uitwerking en uitvoerbaarheid.

  • Na invoering zal het kabinet de beschikbare gegevens monitoren, maar het is pas mogelijk om conclusies te trekken als er voldoende gegevens beschikbaar zijn.

  • Er wordt na invoering één keer een invoeringstoets gedaan.

  • De invoeringstoets wordt opgestart op het snelst mogelijke moment waarop de relevante informatie beschikbaar is. Bij de Inkomensheffing is van belang dat de aangifte en definitieve aanslag na het belastingjaar plaatsvinden.

  • Vervolgens vindt na vijf jaar een evaluatie plaats.

  • De invoering, uitwerking en uitvoerbaarheid wordt hierin meegenomen.


Kamernummer: 36748 nr. 22 Inhoud motie: Een afgebakende definitie opnemen voor familiebedrijven
Indiener(s): Stoffer (SGP) c.s.

Appreciatie: Ontraden

  • Bij de uitwerking van het voorstel is uitgebreid onderzoek gedaan naar familiebedrijven.

  • Hierbij is gekeken of een mogelijke uitzondering voor familiebedrijven juridisch houdbaar is. Dat bleek niet het geval te zijn. Dit is ook extern juridisch getoetst.

  • Het begrip “familiebedrijf” is geen homogene categorie en laat zich daarom niet lenen voor een uniforme, bruikbare definitie. Een nauwere afbakening, bijvoorbeeld alleen kleine en middelgrote familiebedrijven, biedt geen oplossing. In die situatie is het nog steeds niet mogelijk om te onderbouwen waarom een uitzondering gerechtvaardigd is ten opzichte van bedrijven die onder de hoofdregel vallen.

Kamernummer: 36748 nr. 23 Inhoud motie: oplossingen ten aanzien van de vererving of schenking van verpachte landbouwgronden
Indiener(s): Stoffer (SGP) c.s.

Appreciatie: Ontraden

  • De Wet Werkelijk rendement box 3, waarin het werkelijke rendement wordt belast, zal doorgaans gunstiger zijn voor belastingplichtigen met verpachte landbouwgronden dan de huidige wetgeving.

  • Immers, bij deze verpachte landbouwgronden wordt de werkelijke pachtvergoeding belast.

  • In de huidige wetgeving is in de hoogte van het forfait in box 3 de waardeontwikkeling eveneens belast.

  • Mogelijk zal ook de waardestijging beperkt zijn bij pachtgronden met langdurige contracten vanwege het waardedrukkende effect van de (lage) pachtvergoeding.

  • Het kabinet vindt een verdergaande tegemoetkoming bij vererving en schenking van verpachte landbouwgronden niet wenselijk.

Kamernummer: 36748 nr. 24 Inhoud motie: Bij het komende belastingplan toewerken naar een progressief belastingstelsel
Indiener(s): Stultiens (GroenLinks-PvdA)

Appreciatie: Ontraden

  • Het kabinet kiest ervoor om een uniform, vlak tarief van 36% te houden in box 3. Het nieuwe stelsel wordt budgettair neutraal vormgegeven. Het kabinet is geen voorstander van een hoger tarief in box 3.

  • Er is gelet op het globale evenwicht beperkt ruimte om een toptarief in te voeren in box 3.

Het laagste gecombineerde tarief in de vennootschapsbelasting en box 2 is 38,85%. Een tarief in box 3 hoger dan dit gecombineerde tarief leidt tot grotere gedragseffecten en het verplaatsen van vermogen van box 3 naar de vennootschap.

  • Het invoeren van een progressief tarief is een grote structuurwijziging die niet op korte termijn geïmplementeerd kan worden.


Kamernummer: 36748 nr. 25 Inhoud motie: Bij grote vermogenswinstheffingen bij ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen de mogelijkheid tot een betalingsregeling actief onder de aandacht brengen
Indiener(s): Oosterhuis (D66) c.s.

Appreciatie: Oordeel Kamer

  • Uit onderzoek blijkt dat box 3 zelden tot betalingsproblemen leidt.

  • Dit is ook niet te verwachten in het nieuwe stelsel.

  • De bestaande betalingsregelingen voldoen naar verwachting ook bij het nieuwe stelsel.

  • Dit geldt ook voor gebeurtenissen waarbij een vermogenswinstbelasting van toepassing is zoals bijvoorbeeld met betrekking tot onroerende zaken bij het aangaan van een gemeenschap van goederen, echtscheiding en overlijden van de belastingplichtige waarbij op grond van het reguliere uitstel voor particulieren kan worden gekeken naar een oplossing.

  • De Belastingdienst wijst belastingplichtigen op de bestaande betalingsregelingen.

  • Als de Belastingdienst signalen krijgt dat de betalingsproblemen oplopen, kan worden bezien of de bestaande betalingsregelingen voldoen.

Kamernummer: 36748 nr. 26 Inhoud motie: Aanvullend onderzoek naar rendementen op vakantiewoningen
Indiener(s): Inge van Dijk (CDA)

Appreciatie: Oordeel Kamer

  • In het onderzoek naar de huurwaarderatio door SEO hebben de onderzoekers op basis van wél verhuurde woningen een verband geschat tussen woningkenmerken en huur. Kenmerken waarvan gebruik is gemaakt, zijn onder andere gebruiksoppervlak, locatie, bouwjaar, woningtype en wel/niet nieuwbouw.

  • Vervolgens is dit verband toegepast op niet verhuurde box 3-woningen om op basis van de kenmerken een inschatting te maken van de huurwaarde.

  • Het kabinet kan aanvullend het rendement van specifiek vakantiewoningen verkennen.

Kamernummer: 36748 nr. 27 Inhoud motie: In kaart brengen hoe het hybride stelsel kan worden doorontwikkeld naar een volledige vermogenswinstbelasting
Indiener(s): Inge van Dijk (CDA) c.s.

Appreciatie: Oordeel Kamer

  • Het is mogelijk om samen met ketenpartners de doorontwikkelingen naar een volledige vermogenswinstbelasting te verkennen, inclusief tijdlijnen.

  • Hierbij kan in kaart gebracht worden hoeveel tijd nodig is voor ketenpartners, wetgeving en implementatie door de Belastingdienst.

  • Voor de implementatietermijn van de Belastingdienst is van belang welke wensen en prioriteiten het nieuwe kabinet heeft voor andere wijzigingen in de inkomstenheffing.

  • De overgang naar een vermogenswinstbelasting zorgt voor een budgettaire derving in de eerste jaren na invoering en geeft een prikkel om belastingheffing uit te stellen.

  • Het is aan het volgende kabinet om deze aspecten gezamenlijk te wegen.


Appreciatie amendementen

Kamernummer: 36748 nr. 8 Inhoud amendement: Doorschuifregeling voor huwen en scheiden
Indiener(s): Hoogeveen (JA21) Appreciatie: Ontraden

Gevolgen: Het amendement introduceert een doorschuifregeling voor trouwen en scheiden. Deze geldt voor onroerende zaken en aandelen in start-ups. Dit betekent dat er geen heffingsmoment zal zijn, indien deze vermogensbestanddeel vanwege een huwelijk of geregistreerd partnerschap onderdeel worden van een gemeenschap van goederen. Ook is er geen heffingsmoment als deze vermogensbestanddelen vanwege een scheiding geen onderdeel meer zijn van de gemeenschap van goederen.

Het amendement wordt ontraden, vanwege het ontbreken van een dekking van de budgettaire effecten en omdat het niet uitvoerbaar is per 1 januari 2028.

Budgettaire aspecten: Door de verschuiving van het heffingsmoment leidt dit amendement tot een budgettaire derving. Deze wordt niet wordt gedekt. Structureel is het effect nihil.

Budgettair in mln. € 2028 2029 2030 2031 2032 2033 struc
Budgettair effect echtscheiding -7 -15 -22 -30 -37 -45 0
Budgettair effect huwelijken 0 -1 -1 -2 -2 -3 0
Totaal effect amendement -8 -16 -24 -32 -40 -48 0
Uitvoeringsgevolgen: Het opnemen van een doorschuifregeling bij trouwen en scheiden door middel van een ICT-aanpassing is een structuurwijziging. Binnen het tijdpad van de quickscan heeft de Belastingdienst niet kunnen vaststellen of invoering mogelijk zou zijn zonder structuurwijziging, bijvoorbeeld via een aanpassing in de toelichting. Daarmee is dit amendement niet uitvoerbaar per 1 januari 2028.
Kamernummer: 36748 nr. 9 Inhoud amendement: Achterwaartse verliesverrekening van één jaar
Indiener(s): Hoogeveen (JA21) Appreciatie: Ontraden

Gevolgen: Het amendement strekt ertoe de voorgestelde verliesverrekening in box 3 uit te breiden met een achterwaartse verliesverrekening van één jaar (carry back), naast de onbeperkte voorwaartse verliesverrekening. De achterwaartse verliesverrekening treedt op grond van dit amendement in werking met ingang van 1 januari 2029, zodat verliesverrekening eerst mogelijk zal zijn met het inkomen uit sparen en beleggen uit 2028.

Het amendement wordt ontraden, vanwege het ontbreken van een dekking van de budgettaire effecten en omdat het niet uitvoerbaar is per 1 januari 2029.

Budgettaire aspecten: Dit amendement leidt tot een budgettaire derving die niet wordt gedekt.

Budgettair in mln. € 2027 2028 2029 2030 2031 2032 struc
Carry back 1 jaar - -1236 -1010 -526 -367 -250 -12
Uitvoeringsgevolgen: Het amendement niet uitvoerbaar per 1 januari 2029. De introductie van de mogelijkheid tot achterwaartse verliesverrekening van één jaar is zeer complexiteit verhogend. Het leidt tot een grote, ingrijpende structuurwijziging in de keten Inkomensheffingen.


Kamernummer: 36748 10 Inhoud amendement: Het invoeren van een toptarief van 49,5%
Indiener(s): Stultiens (Groenlinks-PvdA), Jimmy Dijk (SP) Appreciatie: Ontraden
Gevolgen: Het amendement voert een toptarief van 49,50% in vanaf een box 3-inkomen van € 78.426. Dit brengt het globale evenwicht uit balans. Het laagste gecombineerde tarief in de vennootschapsbelasting en box 2 is 38,85%. Een tarief in box 3 hoger dan dit gecombineerde tarief leidt tot grotere gedragseffecten en het verplaatsen van vermogen van box 3 naar de vennootschap.

Budgettaire aspecten: Dit amendement leidt tot een budgettaire opbrengst.

Budgettair in mln. € 2027 2028 2029 2030 2031 2032 struc
- 749 628 606 604 613 879
Uitvoeringsgevolgen: Niet uitvoerbaar per 1 januari 2028. Het invoeren van een toptarief is een grote structuurwijziging in de keten Inkomensheffingen.
Kamernummer: 36748 nr. 11 Inhoud amendement: Evaluatie binnen drie jaar
Indiener(s): Inge van Dijk (CDA) Appreciatie: Ontraden

Gevolgen: In het amendement wordt geregeld dat binnen drie jaar na inwerkingtreding een evaluatie wordt uitgevoerd.

Als evaluatie moet plaatsvinden in 2030, zijn over geen enkel belastingjaar voldoende aangiftegegevens beschikbaar voor de evaluatie. Het is dan niet mogelijk om een kwalitatief goede evaluatie uit te voeren.

Budgettaire aspecten: N.v.t.
Uitvoeringsgevolgen: N.v.t.
Kamernummer: 36748 nr. 12 (ter vervanging van 7) Inhoud amendement: het niet belasten van vervreemdingsvoordelen bij NSW-landgoederen
Indiener(s): Grinwis (CU) Appreciatie: Ontraden

Gevolgen:

  • Dit amendement zorgt ervoor dat bij schenking of vererving van gebouwde eigendommen op een NSW-lichaam geen vermogenswinstbelasting is verschuldigd in box 3 mits de verkrijger het landgoed en de gebouwde eigendommen op dit landgoed gedurende een nieuwe periode van 25 jaar na de verkrijging als NSW-landgoed in stand houdt.

  • Als aan deze voorwaarde voor het in stand houden niet wordt voldaan, dan zal alsnog bij de vervreemder de vermogenswinstbelasting verschuldigd zijn.

  • Dat betekent dat als sprake was van een verkrijging door overlijden of schenking, bij erflater dan wel schenker alsnog een heffing over de vermogenswinst ten aanzien van de gebouwde eigendommen op het NSW-landgoed moet plaatsvinden. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen ruim 24 jaar na overlijden of schenking.

  • De heffing vindt plaats bij de vervreemder die het landgoed niet meer onder zich heeft. Onduidelijk is hoe een heffing bij vervreemder wordt vormgegeven en geeffectueerd.

Budgettaire aspecten:

  • Dit amendement leidt tot een budgettaire derving die niet wordt gedekt.

Budgettair in mln. € 2028 2029 2030 2031 2032 struc Struc in
-1 -2 -3 -3 -4 -14 2043
Uitvoeringsgevolgen: De uitvoerbaarheid is niet op deze termijn vast te stellen, hiervoor is een uitvoeringstoets nodig vanwege de complexiteit van het amendement.