[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Toezegging gedaan tijdens het commissiedebat Water van 24 september 2025, over officiële zwemwaterlocaties

Brief regering

Nummer: 2026D03069, datum: 2026-01-23, bijgewerkt: 2026-01-23 14:42, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z01293:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Aanleiding

Tijdens het commissiedebat Water van 24 september 2025 heb ik toegezegd aan het lid Hertzberger om in het Bestuurlijk Overleg Water (BOW) de mogelijkheden voor meer zwemwater, waaronder in rivieren, te bespreken en daarbij aandacht te hebben voor mensen met een beperking (TZ202510-068).

Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van dat overleg. Daarnaast wordt geschetst hoe zwemwater in Nederland is geregeld en welke stappen worden gezet om uitbreiding en toegankelijkheid verder te verkennen.

Zwemwater in Nederland

Zwemwaterlocaties in oppervlaktewater dragen bij aan een gezonde, aantrekkelijke en inclusieve leefomgeving. Ze bieden ruimte voor ontspanning, beweging en ontmoeting en zijn voor veel mensen een laagdrempelige manier om in de buitenruimte actief te zijn. Zwemmen in open water is bovendien meestal vrij toegankelijk. Daarmee zijn deze plekken belangrijk voor iedereen, ook voor mensen voor wie een bezoek aan een zwembad niet vanzelfsprekend is. Zeker in stedelijke gebieden, waar de druk op de openbare ruimte toeneemt, kunnen toegankelijke zwemplekken een waardevolle aanvulling zijn op bestaande sport- en recreatievoorzieningen.

Nederland kent ruim 800 aangewezen zwemwaterlocaties in oppervlaktewater. Deze locaties worden jaarlijks vastgesteld door de provincies. Tijdens het zwemseizoen wordt de waterkwaliteit regelmatig gecontroleerd door de waterbeheerder (waterschappen of Rijkswaterstaat). Provincies zijn verantwoordelijk voor informatievoorziening aan het publiek, terwijl gemeenten verantwoordelijk zijn voor de fysieke veiligheid op en rond de locatie. Jaarlijks wordt gerapporteerd richting de Europese Commissie conform de Europese Zwemwaterrichtlijn (Richtlijn 2006/7/EG), die in Nederland is geïmplementeerd via het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingswet.

Door klimaatverandering en toenemende stedelijke hitte groeit de behoefte aan veilige en toegankelijke zwemwaterlocaties, met name tijdens langdurige warme

perioden. Tegelijkertijd zien gemeenten en waterbeheerders dat er vaker wordt gezwommen op plekken die (nog) niet officieel als zwemwaterlocatie zijn aangewezen. Dit vraagt om duidelijkheid en een goede balans tussen veiligheid, kwaliteit en gebruik.

Zwemmen in steden

Zwemmen in stedelijk open water kan een waardevolle bijdrage leveren aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het biedt verkoeling tijdens warme perioden en geeft extra mogelijkheden voor recreatie dicht bij huis, juist in gebieden waar de druk op de openbare ruimte toeneemt. In verschillende steden, waaronder Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, zijn al locaties waar in de stad gezwommen kan worden.

In 2024 vond in Rotterdam de eerste Swimmable Cities Summit plaats. Het kunnen zwemmen in stedelijk water is niet alleen een indicatie van goede waterkwaliteit, maar hangt ook samen met leefbaarheid en klimaatbestendigheid. Tegelijkertijd blijkt het in de praktijk niet altijd eenvoudig om zwemwaterlocaties in stedelijk gebied te realiseren, bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik, veiligheid, waterkwaliteit en beheer.

In het kader van de afspraak in het Bestuurlijk Overleg Water om te verkennen waar uitbreiding van zwemwaterlocaties mogelijk is, worden daarom samen met Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies, gemeenten en maatschappelijke partners de kansen en belemmeringen voor zwemmen in stedelijk open water nader in beeld gebracht.

Publiekscommunicatie

Goede en actuele informatie is belangrijk om recreanten te helpen veilige keuzes te maken. Daarbij is het van belang dat informatie begrijpelijk en toegankelijk is voor verschillende doelgroepen. Daarom wordt landelijk gecommuniceerd over de kwaliteit en veiligheid van aangewezen zwemwaterlocaties via zwemwater.nl en de Zwemwater-app. Deze informatievoorziening is een gezamenlijke voorziening van Rijkswaterstaat, provincies en waterschappen en biedt actuele informatie over alle officiële zwemwaterlocaties.

Tijdens het zwemseizoen (voor de meeste locaties van 1 mei tot 30 september) worden meetresultaten en eventuele waarschuwingen of verboden, bijvoorbeeld bij blauwalg, botulisme of bacteriologische verontreiniging, via deze kanalen ontsloten. Daarnaast plaatsen provincies op officiële zwemwaterlocaties informatieborden, zodat bezoekers ook ter plekke kunnen zien of er waarschuwingen of beperkingen gelden.

In 2026 wordt gestart met een verkenning naar de publiekscommunicatie van de toekomst. Daarbij wordt bezien hoe nieuwe technologische mogelijkheden kunnen bijdragen aan betere, snellere en meer doelgroepgerichte informatievoorziening over zwemwater.

Veiligheid van zwemmen

De veiligheid van zwemmen in open water vraagt echter wel blijvende aandacht. Jaarlijks overlijden in Nederland tussen de 100 en 150 mensen door verdrinking.

Driekwart van de verdrinkingen vond plaats in open water: een sloot, rivier, kanaal, gracht, recreatieplas, meer, vijver of in zee. Het overgrote deel van de verdrinkingen vindt plaats onder ouderen en nieuwkomers.

Om het risicobewustzijn te vergroten werken verschillende partijen samen binnen het Nationaal Plan Zwemveiligheid. Vanuit deze samenwerking is de landelijke campagne ‘Wie checkt jou? – Veilig in en uit het water’ ontwikkeld. De campagne benadrukt het belang van voorbereid het water ingaan, samen zwemmen en toezicht, bijvoorbeeld door een buddy in het water of iemand aan de kant. Ook vraagt de campagne aandacht voor specifieke risico’s in open water, zoals stroming, plotselinge temperatuurverschillen en veranderende omstandigheden.

Deze inzet op risicobewustzijn en zwemvaardigheid is van belang, omdat zwemmen in open water vaak spontaan gebeurt op warme dagen, ook op plekken die niet altijd zijn aangewezen als zwemwaterlocatie. Juist daarom is het belangrijk dat overheden, beheerders en lokale partners zorgvuldig afwegen waar zwemmen verantwoord kan worden gefaciliteerd, en waar het nodig is om risico’s actief te beperken of zwemmen te ontmoedigen.

De Wegwijzer Wildzwemmen

Om overheden te ondersteunen bij het omgaan met recreatief zwemmen buiten aangewezen zwemwaterlocaties is de Wegwijzer Wildzwemmen ontwikkeld. Deze wegwijzer biedt een praktisch hulpmiddel om per locatie te beoordelen of en hoe zwemmen veilig en verantwoord mogelijk kan worden gemaakt en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Wanneer dat niet mogelijk is, ondersteunt de wegwijzer ook bij het gemotiveerd ontmoedigen van zwemmen, inclusief passende communicatie richting recreanten.

De wegwijzer helpt om alle relevante aspecten in samenhang te bekijken, zoals fysieke veiligheid, waterkwaliteit, aanwezige scheepvaart, bereikbaarheid en de kenmerken van de omgeving. Daarmee biedt de wegwijzer een gezamenlijke basis voor gemeenten, provincies en waterbeheerders om tot duidelijke keuzes en afspraken te komen. Dit is met name relevant in riviergebieden, waar het gebruik vaak snel verandert en meerdere functies samenkomen.

In het Bestuurlijk Overleg Water is afgesproken dat Rijkswaterstaat in 2026 samen met provincies een pilot start om te verkennen waar in riviergebieden nieuwe zwemwaterlocaties kunnen worden aangewezen met behulp van de Wegwijzer Wildzwemmen. Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan toegankelijkheid, waaronder voor mensen met een beperking.

Project Connected Rivers

Rijkswaterstaat ziet dat het gebruik van de Nederlandse grote rivieren is veranderd. Naast de beroepsvaart maken ook recreatievaart en zwemmers steeds intensiever gebruik van dezelfde vaarwegen. Dit is vooral zichtbaar in en nabij stedelijke gebieden en bij knooppunten zoals bruggen en sluizen. Op warme dagen en bij lage waterstanden neemt de drukte toe en worden veiligheidsrisico’s groter. Daarom werkt Rijkswaterstaat samen met gebruikers en lokale partners aan concrete oplossingen om meervoudig gebruik veilig en werkbaar te houden.

In 2022 is hiervoor het internationale project Connected Rivers gestart, waarin 13 organisaties uit zes Europese landen kennis en ervaring uitwisselen over het

omgaan met snel veranderend gebruik van rivieren. In meerdere landen worden experimenten uitgevoerd om tot lokaal werkbare oplossingen te komen, die ook breder toepasbaar zijn. Nederlandse experimenten vinden plaats in de Spiegelwaal bij Nijmegen en op het IJ in Amsterdam.

De experimenten laten zien dat monitoring en gerichte communicatie direct kunnen bijdragen aan meer veiligheid. Op het IJ in Amsterdam zijn vaarbewegingen met camera’s en sensoren in beeld gebracht. Hierdoor werd zichtbaar dat recreatievaarders onbedoeld de minst veilige routes kozen. In overleg met gebruikers zijn vervolgens nieuwe informatieborden ontwikkeld. Herhaalde monitoring liet zien dat het aantal bijna-incidenten is afgenomen.

In de Spiegelwaal is monitoring van brugspringers ingezet. Daarbij bleek dat dit op zomerse dagen kan oplopen tot circa 1.000 keer per dag en leidt tot tientallen risicovolle situaties. Dit inzicht helpt om samen met betrokken partijen gerichte afspraken te maken en maatregelen te nemen om de veiligheid van recreanten te verbeteren.

Uit de internationale samenwerking blijkt dat de groei van recreatie en zwemmers in rivieren en steden een bredere Europese trend is. Connected Rivers draagt bij aan kennisontwikkeling rond gedeelde verantwoordelijkheid, effectieve communicatie, monitoring en digitalisering. In maart 2026 organiseert het project een internationale conferentie op de Nederlandse ambassade in Parijs om ervaringen te delen en de samenwerking te versterken. De opgedane inzichten kunnen tevens bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de EU Zwemwaterrichtlijn.

Project Het Strand Veilig

In 2021 is het project Het Strand Veilig gestart. Dit project is een samenwerking tussen onder meer de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ), Reddingsbrigade Nederland, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) en het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemwaterlocaties (NIVZ), in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het project is gestart naar aanleiding van het grote aantal verdrinkingen in de zomer van 2020.

Het project heeft als doel het zwem- en strandveiligheidsniveau aan de Nederlandse kust te versterken. In dat kader is onder meer de Code Lifeguarding ontwikkeld als kwaliteitstandaard voor meer uniformiteit en duidelijkheid in het toezicht en de hulpverlening langs de kust. Ook zijn vernieuwde waarschuwingsvlaggen ontwikkeld en landelijk ingevoerd, met als doel strandbezoekers beter en eenduidiger te informeren.

Het project wordt voortgezet tot en met 2028. Daarmee wordt ook in 2026 ingezet op verdere professionalisering, samenwerking tussen partners en het versterken van de strandveiligheidsaanpak.

Vervolg en toezegging

In het Bestuurlijk Overleg Water is afgesproken dat provincies, gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat gezamenlijk verkennen waar uitbreiding van zwemwaterlocaties mogelijk is. Daarbij wordt de Wegwijzer Wildzwemmen ingezet als praktisch hulpmiddel om per locatie zorgvuldig te beoordelen wat veilig en verantwoord kan.

Als onderdeel hiervan start Rijkswaterstaat in 2026 samen met provincies een pilot in riviergebieden. In de pilot wordt tevens aandacht besteed aan toegankelijkheid, waaronder voor mensen met een beperking. De Kamer wordt in de tweede helft van 2026 geïnformeerd over de voortgang en de eerste resultaten.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,





ing. R. (Robert) Tieman