Antwoord op vragen van het lid Mohandis over de aanwijzingsprocedure voor regionale publieke omroepen
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D03090, datum: 2026-01-23, bijgewerkt: 2026-01-26 08:38, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2026Z00231:
- Gericht aan: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Indiener: M. Mohandis, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 949
2026Z00231
Antwoord van minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 23 januari 2026)
Vraag 1
Bent u zich ervan bewust dat het voorkeursadvies van de Friese politiek ten gunste van Omrop Fryslân, gevolgd door de aanwijzing op 16 december 2025 door het Commissariaat voor de Media vooralsnog voor medewerkers, kijkers en luisteraars nog geen duidelijkheid betekent, doordat de concurrent stichting ORT FRL nog tot eind januari 2026 beroep kan aantekenen tegen de beslissing van het Commissariaat voor de Media aangezien de beroepsprocedure nog tot eind maart kan voortduren, terwijl de aanwijzing al op 1 januari 2026 is ingegaan?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de huidige procedure voor concessieverlening en aanwijzing bij de dertien regionale publieke omroepen een ernstige bedreiging voor een gezonde bedrijfsvoering kan vormen als er daardoor iedere vijf jaar een einde kan komen aan hun bestaan, doordat deze omroepen dan onvoldoende kunnen vooruitplannen en hun continuïteit ter discussie komt te staan, met alle gevolgen van dien voor de contracten met leveranciers, voor onderhoud en met freelancers?
Antwoord 2
De aanwijzingsprocedure voor regionale publieke media-instellingen is geregeld in de Mediawet 2008. Kerngedachte hierachter is dat het gaat om een (vijfjaarlijkse) open procedure en dat wie voldoet aan de wettelijke eisen en als het meest geschikt naar voren komt, wordt aangewezen. Bij aanvang van de verlening is de duur en financiële omvang van de aanwijzing voor eenieder bekend.
Vraag 3
Welke rol ziet u voor zichzelf bij de aanwijzingsprocedure voor regionale omroepen indien een nieuweling zich meldt?
Antwoord 3
Ik heb geen rol in de aanwijzingsprocedure voor regionale publieke media-instellingen. Die bevoegdheid ligt geheel bij het Commissariaat voor de Media die via de Beleidsregel aanwijzingsprocedure regionale publieke media-instellingen 2024 nadere invulling geeft aan de procedure. Provinciale Staten geven daarbij een advies.
Vraag 4
Mocht men in een regio overstappen naar een nieuwe omroep, wat is er dan geregeld voor de overgang van onderneming, dus voor de medewerkers en freelancers, voor het gebouw en voor de kostbare technische voorzieningen?
Antwoord 4
Zie ook het antwoord op vraag 3. Op grond van de Mediawet 2008 is er een systeem van schaarse vergunningen. Deze vergunningen hebben een vaste looptijd van vijf jaar en vervallen vervolgens van rechtswege. Inherent aan dit systeem is de kans dat een andere partij wordt aangewezen als regionale publieke media-instelling.
De Mediawet 2008 voorziet in zo’n geval niet in een overgangsregeling. Wel heeft het Commissariaat voor de Media in zijn Beleidsregel aanwijzingsprocedure regionale publieke media-instellingen 2024 opgenomen dat er onder omstandigheden voorzien kan worden in een korte overgangsperiode tussen de voorgaande aanwijzingsperiode en de nog aan te vangen aanwijzingsperiode, zodat de overgang van de regionale publieke media-instelling op de nieuw aangewezen regionale publieke media-instelling in praktische zin goed kan verlopen. Van de provincie en de betrokken media-instellingen wordt verwacht dat zij hier onderling afspraken over maken.
De regels van overgang van een onderneming in privaatrechtelijke zin strekken tot bescherming van werknemers die bij de overgang van ondernemingsactiviteiten zijn betrokken. De twee betrokken instellingen zouden kunnen besluiten tot een (privaatrechtelijke) overgang van een onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. BW. Dat staat echter los van de (publiekrechtelijke) aanwijzing als regionale publieke omroep op grond van de Mediawet 2008.
Vraag 5
Hoe denkt u over de mogelijkheid dat regionale omroepen taakomroepen zouden worden, met beleidsplannen en prestatieafspraken, zoals dit ook bij de NPO/NOS/NTR gebeurt?
Antwoord 5
Veel bepalingen in de Mediawet 2008 gelden voor alle lagen van de publieke omroep; lokaal, regionaal en landelijk. Zo geldt voor alle lagen dat zij geacht worden de publieke mediaopdracht, zoals neergelegd in artikel 2.1 van de Mediawet 2008, uit te voeren. Zowel voor de RPO als de NPO geldt daarnaast dat zij een concessiebeleidsplan indienen en dat er een prestatieovereenkomst wordt gesloten.
Verschil tussen deze lagen is dat de landelijke publieke omroep op dit moment twee zogeheten “taakomroepen” kent met een vaste plek in het bestel, NTR en NOS, aan wie het verzorgen van specifiek aanbod, als nadere invulling van de publieke mediaopdracht is opgedragen. De NPO is geen taakomroep.
De regionale laag kent dergelijke taakomroepen op dit moment niet. Het feit dat regionale publieke omroepen beleidsplannen maken en dat er met hen prestatieafspraken gemaakt worden, staat daarbij los van het feit of zij wel of geen taakomroep zijn. Hier zijn geen wijzigingen in voorzien.
Vraag 6
Kunt u deze vragen beantwoorden vóórafgaand aan het wetgevingsoverleg over de mediabegroting van 26 januari 2026?
Antwoord 6
Hiermee beantwoord ik uw vragen voordat dit wetgevingsoverleg plaatsvindt.