Motie van het lid Straatman c.s. over in kaart brengen welke wettelijke bepalingen of uitvoeringsregels in de praktijk belemmerend werken voor een doelmatige inzet van de politiecapaciteit
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026
Motie (kabinetsappreciatie: Oordeel Kamer)
Nummer: 2026D03298, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-27 14:07, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36800-VI-54).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.C.G. Straatman, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: S. Mutluer, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: J.A. Struijs, Tweede Kamerlid (50PLUS)
- Mede ondertekenaar: I. Coenradie, Tweede Kamerlid
- Mede ondertekenaar: J.J. van der Werf, Tweede Kamerlid (D66)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VI-54 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z01381:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
-
2026-02-04 14:50 ⇒ Aangenomen. (Besluit)
- Voor 150: 50PLUS | BBB | CDA | ChristenUnie | D66 | DENK | FVD | GroenLinks-PvdA | Groep Markuszower | JA21 | PVV | PvdD | SGP | SP | VVD | Volt
- Tegen 0:
-
2026-02-04 14:50 ⇒ Aangenomen. (Besluit)
- 2026-01-26 09:45: Begrotingsonderdeel Politie (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-02-04 14:50: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026
Nr. 54 MOTIE VAN HET LID STRAATMAN C.S.
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 26 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van de Politiewet 2012 verantwoordelijk is voor de vaststelling van de politiebegroting en voor de verdeling van sterkte en middelen over de politie-eenheden;
overwegende dat effectief politiewerk in toenemende mate vraagt om flexibiliteit in de inzet van personeel, materieel en informatievoorziening, mede gezien veranderende criminaliteitsvormen, regionale veiligheidsopgaven en de behoefte aan specifieke expertise;
overwegende dat uit signalen uit de politiepraktijk blijkt dat bestaande wettelijke kaders of uitvoeringsregels de flexibele inzet van politiecapaciteit soms beperken;
verzoekt de regering om in kaart te brengen welke wettelijke bepalingen of uitvoeringsregels in de praktijk belemmerend werken voor een flexibele en doelmatige inzet van politiecapaciteit;
verzoekt de regering de Kamer hierover te informeren vóór het meireces,
en gaat over tot de orde van de dag.
Straatman
Coenradie
Van der Werf
Struijs
Mutluer