Motie van het lid Grinwis c.s. over bij vrijvallende WoKT-middelen voorrang geven aan woningbouwprojecten in Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
Motie (kabinetsappreciatie: Ontijdig)
Nummer: 2026D03434, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-27 10:41, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: H.E. de Hoop, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: M. Goudzwaard, Tweede Kamerlid (JA21)
- Mede ondertekenaar: C. Stoffer, Tweede Kamerlid (SGP)
- Mede ondertekenaar: P.C. (Peter) de Groot, Tweede Kamerlid (VVD)
- Mede ondertekenaar: L. Boelsma-Hoekstra, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: R.J. van Asten, Tweede Kamerlid (D66)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 A-29 Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z01439:
- Indiener: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: L. Boelsma-Hoekstra, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: H.E. de Hoop, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: P.C. (Peter) de Groot, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: R.J. van Asten, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: C. Stoffer, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: M. Goudzwaard, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-01-26 10:00: Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) (Notaoverleg), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 800 A | Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026 | |
| Nr. 29 | MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S. | |
| Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 26 januari 2026 | ||
| De Kamer, | ||
| gehoord de beraadslaging, | ||
constaterende dat Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland nog geen 1% van de recent door het kabinet voor woningbouw en bereikbaarheid toegewezen middelen ontvangen, en dat bijvoorbeeld de Regio Groningen-Assen slechts 0,06% van de beschikbare 2,5 miljard voor bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties tegemoet mag zien, terwijl hij voorziet in 3,2% van de landelijke woningbouwopgave; overwegende dat er een lijst is met afgevallen projecten waar geen WoKT-middelen (Woningbouw op Korte Termijn) meer voor beschikbaar waren; van mening dat elke regio telt en dat ook kleinere gemeenten met kleinere woningbouwopgaven in aanmerking moeten kunnen komen voor landelijke ondersteuning; verzoekt de regering binnen de lijst met afgevallen projecten voor WoKT-middelen, zodra er weer middelen vrijvallen dan wel beschikbaar komen, voorrang te geven aan woningbouwprojecten in Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland; verzoekt de regering bij eventuele volgende investeringsrondes in woningbouw en de daartoe noodzakelijke infrastructuur regionale, dus gebundelde lokale, aanvragen mogelijk te maken, zoals dat bij de Woningbouwimpuls ook het geval is, zodat de kans groter wordt dat financiële ondersteuning van het Rijk evenwichtiger over ons land wordt gespreid, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis De Hoop Stoffer Peter de Groot Goudzwaard Boelsma-Hoekstra Van Asten |
||