[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Ceder over structureel €300.000 voor de Speciaal Gezant voor Vrijheid van Religie en Levensovertuiging

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026

Amendement

Nummer: 2026D03762, datum: 2026-01-27, bijgewerkt: 2026-01-27 17:06, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36800 V-41 Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026.

Onderdeel van zaak 2026Z01570:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026
Nr. 41 AMENDEMENT VAN HET LID ceder
Ontvangen 27 januari 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 300 (x € 1.000).

II

In artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 300 (x € 1.000).

Toelichting

Dit amendement beoogt structureel €300.000 vrij te maken voor de Speciaal Gezant voor Vrijheid van Religie en Levensovertuiging en deze daarmee een volwaardige en structurele positie te geven binnen het buitenlandbeleid van de Nederlandse overheid.

“De Nederlandse Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging (SGRL) speelt een sleutelrol in de diplomatieke coördinatie (…) om godsdienstvrijheid te bevorderen en de vervolging van religieuze minderheden tegen te gaan,” zo stelt het kabinet zelf in laatste Mensenrechtenrapportage.1 Indiener is het hier mee eens en beoogt met dit amendement de positie van de Speciaal Gezant te bestendigen.

Eind 2018 werd door een brede Kamermeerderheid motie-Helvert c.s. aangenomen.2 Deze motie riep op om, in navolging van landen als het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Duitsland, ook een Speciaal Gezant Godsdienst en Levensovertuiging aan te stellen. Tot nu toe heeft deze Speciaal Gezant een formatieplaats binnen Buitenlandse Zaken. Hij heeft echter niet de beschikking over eigen budget, wat het mogelijk zou maken om met partners onderzoek te initiëren, voorlichting te geven over religieuze geletterdheid binnen en buiten het ministerie en een koers uit te zetten voor de komende jaren. Indiener ziet dit als gemis en meent dat met een klein, structureel budget, de Speciaal Gezant nog meer werk dan nu zou kunnen verzetten.

Een stevigere positie van de Speciaal Gezant voor Vrijheid van Religie en Levensovertuiging past binnen de prioriteiten van het Nederlands buitenlandbeleid, waar vrijheid van religie en levensovertuiging er één van is. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat in de IOB-evaluatie van 2023 wordt gesteld dat de Speciaal Gezant in de onderzochte periode niet sterk was geïntegreerd binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken en slechts beperkt werd ingezet bij (digitale) landenbezoeken. Ook is in de evaluatie onder meer te lezen dat de vrijheid van religie en levensovertuiging ten opzichte van andere prioritaire thema’s het thema was dat in de praktijk de minste aandacht kreeg (4% van de reacties ging over dit thema).3 Een versterking van de rol van de Speciaal Gezant zal, zo verwacht indiener, leiden tot betere integratie van de Speciaal Gezant binnen het ministerie en draagt er tevens aan bij om het opkomen voor de vrijheid van religie en levensovertuiging de aandacht te geven die het verdient.

Dekking voor dit amendement wordt gevonden in de niet-juridisch verplichte middelen van artikel 1.

Ceder


  1. Bijlage bij Kamerstuk 32735, nr. 405.↩︎

  2. Kamerstuk 35000-V, nr. 26.↩︎

  3. Bijlage bij Kamerstuk 32735, nr. 402.↩︎