Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken 29 januari 2026 (CD 13/1) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D03792, datum: 2026-01-27, bijgewerkt: 2026-01-28 08:23, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-27 16:15: Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken 29 januari 2026 (CD 13/1) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026
Voorzitter: Paulusma
Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken d.d.
29 januari 2026 (CD d.d. 13/01).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Raad
Buitenlandse Zaken. Ik heet de leden van de Kamer welkom, ik heet de
minister welkom in vak K, en ik nodig de heer Ceder van de fractie van
de ChristenUnie uit voor zijn bijdrage. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst heb ik een vraag. Een paar dagen
geleden heeft het Franse parlement een resolutie aangenomen om in
Europees verband te kijken of het mogelijk is om de Moslimbroederschap,
of in ieder geval een aantal takken daarvan, op de EU-terrorismelijst te
plaatsen. Ik vraag me af of de minister de komende dagen kan gaan
verkennen in de RBZ hoe, wat en waarom dit tot stand is gekomen en of
Nederland daar iets mee moet. Mijn vraag is of hij dat wil
toezeggen.
Voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer zich in meerderheid al had uitgesproken over
het binnen de EU steun vergaren voor het plaatsen van de IRGC op de
EU-terreurlijst (motie-Ceder/Stoffer (32623, nr. 373));
constaterende dat specifiek Spanje, Frankrijk en Italië het op de
EU-terreurlijst plaatsen van de IRGC blokkeren;
verzoekt de regering actief steun te vergaren voor het plaatsen van de
IRGC op de EU-terreurlijst en in het bijzonder bovengenoemde blokkerende
landen te vragen het verzet te staken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Boswijk.
Zij krijgt nr. 3321 (21501-02).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al berichten zijn over executies van Koerden, de
belegering van Kobani en andere mensenrechtenschendingen;
overwegende dat er na de moorden op alawieten en druzen
begrijpelijkerwijs veel vrees is bij Koerden over het handelen van de
Syrische overgangsregering als het hele gebied straks in hun handen
is;
constaterende dat de EU op 10 januari jongstleden opriep tot het
beëindigen van de vijandelijkheden tussen het Syrische leger en de SDF,
maar dat Von der Leyen de dag daarvoor ook aankondigde graag met Syrië
te gaan spreken over het hervatten van de samenwerkingsovereenkomst met
Syrië en miljoenen aan financiële hulp aankondigde;
verzoekt de regering om in EU-verband te pleiten voor een stop op de
steeds verdergaande normalisatie van de betrekkingen met de Syrische
interim-regering en duidelijke voorwaarden te verbinden aan verdere
steun, inclusief bescherming van en gelijke rechten voor alle
minderheden, inclusief de Koerden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Stoffer.
Zij krijgt nr. 3322 (21501-02).
Dit geeft aanleiding tot een vraag van de heer Boswijk.
De heer Boswijk (CDA):
Zou ik onder de eerste motie mogen, voorzitter?
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, hoor. En als er meer gegadigden zijn, kunnen die zich bij mij
melden.
De voorzitter:
Liever niet allemaal plenair. Dank u wel.
Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Dobbe, die spreekt namens de
fractie van de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Iraanse autoriteiten bij het neerslaan van
demonstraties buitensporig geweld hebben gebruikt, waarbij mogelijk
30.000 doden zijn gevallen onder de burgerbevolking;
overwegende dat slachtoffers en hun families recht hebben op waarheid,
gerechtigheid en verantwoording en dat straffeloosheid moet worden
tegengegaan;
verzoekt de regering om onafhankelijke internationale
onderzoekscapaciteit naar het buitensporige geweld tegen demonstranten
in Iran actief te ondersteunen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 3323 (21501-02).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Israëlische regering het UNRWA-hoofdkantoor in
Oost-Jeruzalem heeft gesloopt;
overwegende dat Nederland UNRWA dient te steunen als lid van de VN en
vanuit de grondwettelijke verplichting de internationale rechtsorde te
versterken;
overwegende dat UNRWA onmisbaar is voor humanitaire hulp aan
Palestijnen;
verzoekt de regering het slopen van het UNRWA-hoofdkantoor te
veroordelen;
verzoekt de regering met UNRWA in gesprek te gaan over wat zij nodig
hebben om in staat te blijven om hulp aan de Palestijnse bevolking te
leveren, en hierover de Kamer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 3324 (21501-02).
Dank u wel.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan gaan we nu luisteren naar de heer Boswijk namens de fractie van het
CDA. Gaat uw gang.
De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Twee korte punten.
We hebben het al even besproken in het debat, maar sinds die tijd zijn
de ontwikkelingen helaas niet veel verbeterd. Ik doel dan op de situatie
van de Koerden in Syrië. Collega Ceder vroeg hier al aandacht voor en
collega Piri heeft er net schriftelijke vragen over gesteld. Wellicht
kan de minister iets meer delen over de actualiteit en over de vraag of
hij druk uitoefent, en welke druk dan, op de Amerikanen, die toch de
Koerden in de steek lijken te hebben gelaten.
Ook krijg ik graag een update over hoe het staat met Iran en het
plaatsen van de Revolutionaire Garde op de terreurlijst. Collega Ceder
heeft daar net een motie over ingediend.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag mevrouw Piri uit. Zij spreekt namens
de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik hou het nu gewoon bij één motie, want we hebben straks
nog een heel begrotingsdebat waarin eigenlijk alle onderwerpen waar
collega's aan refereerden gewoon terug zullen komen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet om familieleden van hooggeplaatste leden van het
Iraanse regime waar mogelijk tot persona non grata te verklaren, en dit
ook in Europees verband te agenderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Boswijk, Ceder, Dassen,
Dobbe, Van der Burg, Teunissen en Van der Werf.
Zij krijgt nr. 3325 (21501-02).
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Roon. Hij spreekt
namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. De Iraniërs willen perspectief op vrijheid na jarenlange
islamitische repressie. De terreur die het bewind tegen hen uitoefent,
is ongekend grof en onmenselijk. Denk aan het massale geweld tegen de
eigen burgers, maar vooral ook aan de diepe angst die wordt gezaaid.
Verplaats je in gedachten maar eens in die, veelal jonge, mensen die nu
zijn opgesloten in de Iraanse kerkers van ontmenselijking en marteling.
Vergeet ook niet de wurgende angst van en ontzetting bij al hun
naasten.
Nederland moet een volgende stap zetten. Het is onbegrijpelijk dat de
legitimiteit van dat bewind nog steeds wordt erkend door de
wereldgemeenschap; dat is een grove schande. Nederland moet het Iraanse
regime wat ons betreft niet langer meer als legitiem erkennen. De
aanwezigheid van de Iraanse ambassade en de diplomaten in Nederland is
een schandvlek, die moet worden uitgewist.
Dat is wat ik ga voorstellen in de motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering te erkennen dat het Iraanse regime zijn
legitimiteit heeft verloren door het aanhoudende en grootschalige geweld
tegen de eigen bevolking;
verzoekt de regering om de Iraanse ambassade in Nederland te sluiten en
alle Iraanse diplomaten het land uit te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Roon en Wilders.
Zij krijgt nr. 3326 (21501-02).
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag de heer Hoogeveen uit. Hij spreekt namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter. Zoals bekend is JA21 geen voorstander van toetreding
van Oekraïne tot de Europese Unie. We zien dat er steeds meer druk wordt
opgevoerd om dit wel tot stand te brengen. Dat zagen we ook onlangs, een
paar uur geleden nog.
Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor toetreding tot de Europese Unie de
Kopenhagencriteria en andere toetredingsvoorwaarden gelden;
verzoekt de regering om in EU-verband geen enkele versoepeling of
afwijking te accepteren van alle toetredingsvoorwaarden voor Oekraïne en
andere kandidaat-lidstaten en vast te houden aan volledige naleving
voordat er sprake zou kunnen zijn van eventueel volwaardig
EU-lidmaatschap,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Ceulemans.
Zij krijgt nr. 3327 (21501-02).
De heer Hoogeveen (JA21):
De volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de VS een driestappenplan hanteren voor het economisch
herstel van Venezuela;
overwegende dat bedrijven in het Koninkrijk hierin een belangrijke rol
kunnen spelen;
verzoekt de regering om, in het licht van het Amerikaanse
driestappenplan, het bedrijfsleven via bestaande instrumenten voor te
bereiden op mogelijke economische kansen in Venezuela, inclusief
duidelijkheid over sancties, risico's en voorwaarden, en ook de Kamer
hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 3328 (21501-02).
Dank u wel.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan nodig ik nu graag de heer Van Baarle uit, die spreekt namens de
fractie van DENK. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Europese overeenstemming over een aanvullend
sanctiepakket tegen kolonisten die mensenrechtenschendingen plegen tot
dusver uitblijft;
verzoekt de regering de mogelijkheden te verkennen om gewelddadige
kolonisten die aantoonbaar mensenrechtenschendingen hebben gepleegd, te
plaatsen op de lijst voor een Schengen-inreisverbod
(SIS-signalering),
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3329 (21501-02).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet de volledige regering-Netanyahu tot persona non
grata te verklaren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3330 (21501-02).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat ons zorgwekkende berichten en rapportages bereiken over
mensenrechtenschendingen die gepleegd worden tegen burgers in
Iran;
verzoekt de regering om in Europees verband gerichte sancties te
bepleiten tegen personen die aantoonbaar verantwoordelijk zijn voor het
plegen van mensenrechtenschendingen in Iran,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3331 (21501-02).
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Verenigde Staten militaire middelen, waaronder een
vliegdekschip en begeleidende marineschepen, richting het Midden-Oosten
hebben verplaatst in de context van oplopende spanningen met Iran;
verzoekt de regering uit te spreken dat niet Trump of Netanyahu, maar
het Iraanse volk gaat over de toekomst van Iran,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3332 (21501-02).
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag de heer Erkens uit, die spreekt namens
de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Erkens (VVD):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Iraanse regime protesten met extreem geweld
neerslaat, met naar verluidt tienduizenden dodelijke slachtoffers tot
gevolg;
overwegende dat een verenigde oppositie essentieel is voor het verhogen
van de druk op het regime;
overwegende dat de Iraanse diaspora een sleutelrol vervult in de
ondersteuning van de binnenlandse oppositie en het ontsluiten van deze
netwerken;
verzoekt de regering om de contacten met regimekritische leden van de
diaspora te intensiveren;
verzoekt de regering tevens om in Europees verband een coalitie van
gelijkgezinde landen te vormen om de oppositiekrachten gezamenlijk te
ondersteunen en de druk op het bewind in Teheran maximaal op te
voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Erkens, Hoogeveen en
Boswijk.
Zij krijgt nr. 3333 (21501-02).
De heer Erkens (VVD):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de dappere bevolking van Iran opstaat voor haar
vrijheid, terwijl het regime deze roep beantwoordt met brute repressie,
marteling en moord;
overwegende dat de Tweede Kamer op geen enkele wijze mag bijdragen aan
de legitimering van dit bewind door vertegenwoordigers van het regime
toegang of een podium te geven;
spreekt uit dat diplomatiek personeel en overige vertegenwoordigers van
de Islamitische Republiek Iran niet langer welkom zijn in de gebouwen
van de Tweede Kamer en verzoekt het Presidium om hen de toegang te
ontzeggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Erkens, Van der Burg en
Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 3334 (21501-02).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Stoffer, die spreekt namens de fractie van de SGP. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat meer dan honderdduizend Koerden Aleppo ontvlucht zijn
vanwege beschietingen en bombardementen, Kobani inmiddels al meer dan
een week afgesloten is van water, elektriciteit en internet en
IS-strijders massaal ontsnapt zijn uit gevangenissen;
overwegende dat de Syrische overgangsregering voorwaarden voor Europese
steun en normalisatie van de betrekkingen momenteel met voeten
treedt;
overwegende dat de Kamer harde voorwaarden gesteld heeft voor EU-steun
aan Damascus, onder meer met betrekking tot omgang met
minderheden;
verzoekt de regering in EU-verband druk uit te oefenen op het Syrische
regime en het standpunt in te nemen en actief uit te dragen dat verdere
uitbetalingen van het steunpakket moeten worden opgeschort, indien de
Syrische overgangsregering niet aantoonbaar op haar schreden
terugkeert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Ceder.
Zij krijgt nr. 3335 (21501-02).
De heer Stoffer (SGP):
Dan heb ik nog een tweede motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland tot op heden het Al-Sharaaregime heeft
erkend als overgangsregering;
overwegende dat recente ontwikkelingen erop wijzen dat het handelen van
deze regering niet langer strookt met de voorwaarden waaronder de Kamer
instemde met erkenning, en daarmee het door de Kamer verleende mandaat
onder druk staat;
overwegende dat erkenning van staten en regeringen een nationale
bevoegdheid van lidstaten is en niet exclusief tot de competentie van de
Europese Unie behoort;
verzoekt de regering nu al de Nederlandse erkenning te evalueren en zo
nodig op te schorten, en dit standpunt actief in EU-verband uit te
dragen, en daarbij desnoods als eerste af te wijken van het gezamenlijke
EU-standpunt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Ceder.
Zij krijgt nr. 3336 (21501-02).
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, tot slot. De heer Boswijk heeft een verzoek gedaan om wat
dieper in te gaan op de actuele situatie in Syrië en de rol van de
Amerikanen. Daar sluit ik mij graag bij aan. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar mevrouw Van der Werf,
die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Islamitische Revolutionaire Garde een sleutelrol
speelt in de gewelddadige repressie door het Iraanse regime, waaronder
het doden van duizenden Iraniërs tijdens de recente protesten;
constaterende dat de IRGC via een internationaal netwerk bijdraagt aan
terrorisme en destabilisatie in de regio en daarbuiten;
overwegende dat plaatsing van de IRGC op de EU-terrorismelijst
vooralsnog uitblijft, maar verdere Europese maatregelen acuut
noodzakelijk zijn;
van mening dat de EU meer moet doen om de financiële en operationele
slagkracht van de IRGC in te perken;
verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor de oprichting
van een sanctietaskforce tegen Iran, gericht op het afknijpen van de
financiering van de IRGC, naar het voorbeeld van de Freeze and Seize
Task Force tegen Rusland en Belarus,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Piri, Boswijk,
Erkens en Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 3337 (21501-02).
Dank u wel. De minister heeft aangegeven zeven minuten nodig te hebben voor de beantwoording van de vragen en de appreciatie van de moties, dus ik schors zeven minuten.
De vergadering wordt van 16.35 uur tot 16.42 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Raad
Buitenlandse Zaken. We zijn toegekomen aan de beantwoording van de
gestelde vragen en de appreciaties van de ingediende moties. Ik geef
daartoe graag het woord aan de minister. Gaat uw gang.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met een drietal vragen die zijn
gesteld. Ik zeg bij voorbaat dat als ik in dit debat niet volledig kan
zijn, ik het vanzelfsprekend wat uitgebreider zal meenemen in het
begrotingsdebat, dat ik straks met uw Kamer ga hebben.
Laat ik beginnen met het verzoek van de heer Ceder om de
Moslimbroederschap op de EU-terrorismesanctielijst te plaatsen. Ik ben
zeer bereid om daar het gesprek over aan te gaan, ook met mijn Franse
collega, aangezien het voortkomt uit het Franse parlement. Ik moet daar
wel een winstwaarschuwing bij geven, namelijk dat hiervoor unanimiteit
is vereist. Er is een zware basis nodig om zo'n organisatie op de
terreurlijst te kunnen zetten. Onze eigen dienst ziet die basis op dit
moment niet voor de Moslimbroederschap in Nederland. Ik zie dit dus als
een oproep tot een informerend gesprek, dat ik met hem zal hebben. We
gaan kijken hoe we daarmee verdergaan.
Het tweede verzoek ging over de actualiteit in Syrië. Die is erg fluïde
op dit moment. Daarom denk ik dat we daar morgen ook nog over gaan
spreken. Op dit moment is er een staakt-het-vuren, dat standhoudt. De
Verenigde Staten hebben een grote rol gespeeld om dat af te dwingen. Er
wordt opgeroepen om beide partijen aan tafel te krijgen en te komen tot
een overeenkomst. Het uitgangspunt daarbij is wel dat de territoriale
integriteit van Syrië behouden blijft. Dat betekent dat er een akkoord
moet komen tussen de SDF, de bredere Koerdische bewindvoerders en het
Syrische regime. Dat is de insteek van de internationale gemeenschap,
waar de VS zich voor inzetten. Het is tot op heden een tweetal keer
geklapt. Dat heeft geleid tot de situatie waarin we ons nu bevinden. Op
dit moment is die stabiel. We zullen druk blijven uitoefenen, ook via de
VS, om te komen tot een overeenkomst die de integriteit van Syrië en de
rechten van de Koerdische bevolking in Syrië waarborgt.
De heer Boswijk vroeg hoe het staat met de IRGC. Het laatste nieuws dat
ik heb, is dat Italië publiekelijk bekend heeft gemaakt niet langer
tegen een listing te zijn. Dat betekent dat unanimiteit langzaam in
zicht komt. Ik ben in contact met de resterende landen, die ik formeel
niet in de openbaarheid kan noemen, om te kijken of we ook die kunnen
bewegen tot een beweging, zodat we donderdag tijdens de Raad
Buitenlandse Zaken kunnen overgaan tot het formeel listen van de
Revolutionaire Garde op de sanctielijst.
Dan kom ik bij de moties. De motie-Ceder/Boswijk op stuk nr. 3321 gaat
precies hierover, dus die kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3321 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie-Ceder/Stoffer op stuk nr. 3322 gaat over het stoppen van de
betrekkingen. Ik heb getwijfeld tussen aanhouden en ontraden. Op dit
moment ontraad ik 'm, niet omdat ik de zorgen over de gebeurtenissen in
Syrië niet snap, maar omdat ik vind dat we op dit moment het
staakt-het-vuren en de onderhandelingen die gaande zijn, nog even de
tijd moeten geven voordat we drastische stappen nemen. Vandaar dat ik
uitkom op ontraden. Dat zult u ook horen bij de andere aan Syrië
gerelateerde moties.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3322 wordt ontraden.
Minister Van Weel:
De motie-Dobbe op stuk nr. 3323 over een onafhankelijk onderzoek krijgt
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3323 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie-Dobbe op stuk nr. 3324 over UNRWA krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3324 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie-Piri c.s. op stuk nr. 3325 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3325 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie-De Roon/Wilders op stuk nr. 3326 over het sluiten van de
ambassade ontraad ik, onder verwijzing naar het debat. Mijn argumentatie
daar was dat ik zeer hecht aan onze eigen ambassade daar. Op het moment
dat wij de Iraanse ambassade hier sluiten, dan sluiten we de facto ook
onze eigen ambassade in Teheran en dat wil ik op dit moment niet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3326 wordt ontraden.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3327 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3327 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3328 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3328 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3329 ontraad ik, onder verwijzing naar het debat.
Ik heb uitgebreid uitgelegd waarom SIS-signalering hiervoor niet de
aangewezen weg is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3329 wordt ontraden. Mevrouw Piri heeft een vraag.
Gaat uw gang.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 3327. Die krijgt oordeel
Kamer van het kabinet. We zagen de aankondiging van Commissievoorzitter
Von der Leyen. Zij zei dat er gekeken wordt naar mogelijke oplossingen,
omdat er nu, zoals we weten, een blokkade ligt. Begrijp ik dat het
kabinet daar voor de resterende drie weken niet positief tegenover
staat?
Minister Van Weel:
Het kabinet staat altijd welwillend tegenover oplossingen, maar het is
nu eerst aan de Commissie om te komen met een voorstel. Het is duidelijk
dat wij aan de voorkant vasthouden aan de criteria zoals we die altijd
hebben vastgesteld, namelijk dat je voor volwaardig lidmaatschap moet
voldoen aan de Kopenhagencriteria. Als er een voorstel komt, dan zullen
we daar uiteraard met uw Kamer het gesprek over aangaan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3330.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3330, over de hele regering-Netanyahu tot png
verklaren, ontraad ik, want dat zou niet bevorderlijk zijn voor de
implementatie van het vredesplan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3330 wordt ontraden.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3331, van de heer Van Baarle: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3331 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3332 ontraad ik. Ik ga niet preëmptief uitspraken
doen over acties die al dan niet zullen plaatsvinden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3332 wordt ontraden.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3333: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3333 krijgt oordeel Kamer. Dat geeft aanleiding tot
een vraag van de heer Van Baarle. Ik denk dat die over de vorige motie
gaat. Ga uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Ja, die gaat over een van de vorige moties.
De voorzitter:
Over welke motie gaat het specifiek?
De heer Van Baarle (DENK):
Het gaat over mijn eerste motie, die gaat over de SIS-signalering.
De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 3329.
De heer Van Baarle (DENK):
Exact. De minister zegt over die motie dat SIS-signalering niet de
aangewezen weg is om iets in de richting van gewelddadige kolonisten te
doen. In het debat heeft de minister in een toezegging, die hij vrij
algemeen omkleedde, aangegeven de Kamer daar nog wel informatie over te
willen sturen. Volgens mij sluiten de volgende twee dingen elkaar uit.
De minister kan nu al aangeven dat het niet de geëigende weg is, maar
dat is niet hetzelfde als wat de minister in het debat zei.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
In heel veel gevallen is het wel een geëigende weg. Wat zou dan wel de
geëigende weg zijn, nu we zien dat Europees alles spaak loopt?
Minister Van Weel:
Dat is een hele andere discussie die ik graag bij het begrotingsdebat
zou betrekken. Daarin gaan we het hebben over de EU, buitenlandbeleid en
wat je doet op het moment dat je geen unanimiteit hebt, die nu
noodzakelijk is voor buitenlandbeleid. Die toezegging staat. Als u uw
motie wilt aanhouden hangende die toezegging, dan zou u 'm moeten
aanhouden. Als ik 'm nu moet appreciëren, dan verwijs ik terug naar mijn
stelling zoals ik die in het debat heb ingenomen. Dat is dat ik
SIS-signalering niet de geëigende weg vind.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3334.
Minister Van Weel:
Dat is een spreekt-uitmotie.
De motie op stuk nr. 3335, van de heer Stoffer, over Syrië ontraad ik,
met dezelfde redenering als ik eerder bij de heer Ceder heb gegeven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3335 wordt ontraden.
Minister Van Weel:
Dat geldt dus ook voor de motie op stuk nr. 3336.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3336 wordt ontraden.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3337, van mevrouw Van der Werf, geef ik oordeel
Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3337 krijgt oordeel Kamer. Hiermee zijn we aan het
einde gekomen van dit tweeminutendebat. O, de heer Ceder heeft er toch
nog een vraag over. Een hele korte vraag, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Kan ik nog een toezegging noteren ten aanzien van het gesprek met de
Fransen over de Moslimbroederschap? Dan moet er namelijk een verslag van
terugkomen. Ik vraag daarom omdat ik de juridische opties aan het
verkennen ben. Dan helpt het wel als er een verslag van het gesprek, of
in ieder geval een terugkoppeling, naar de Kamer komt.
Minister Van Weel:
De uitkomsten van het overleg met de Fransen volgen via het verslag van
de RBZ.
De voorzitter:
Dank u wel. Heel kort, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De motie op stuk nr. 3333, van de heer Erkens, heeft oordeel Kamer. Ik
kan die op zich ook wel steunen, maar volgens mij is het onvermijdelijke
gevolg van aanname van deze motie dat de Nederlandse overheid de
oppositie steunt. Mijn vraag is: waartoe leidt dat? Ik vraag dat omdat
we ook zien dat er de afgelopen dagen bewegingen van Amerikaanse schepen
plaatsvinden in het Midden-Oosten. Ik ben benieuwd wat het standpunt van
de overheid is, omdat dit verder gaat dan de gewonde demonstranten of
het sanctioneren van de aanvallers. Daar gaan andere moties over. Dit
gaat over het ondersteunen van de oppositie. Nogmaals, ik ben hiervoor.
Wel is mijn vraag wat de doelstelling van het kabinet op dit punt is,
ook in het licht van wat anderen landen beogen.
Minister Van Weel:
Die is niet militair gericht en niet gericht op een daadwerkelijke
opstand tegen het regime. Dat past ons niet. De doelstelling ziet op het
steunen van het kunnen demonstreren, waarbij men geen geweld van de
regering hoeft te vrezen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn wij nu echt aan het einde gekomen van dit
tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik stel voor dat wij in één keer doorgaan met ... Excuus, ik had nog
even moeten zeggen dat we woensdag over de ingediende moties
stemmen.