[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Nota naar aanleiding van het verslag

Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW)

Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag

Nummer: 2026D03948, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-29 16:38, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36799 -6 Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW) .

Onderdeel van zaak 2025Z15911:

Onderdeel van zaak 2026Z01651:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 799 Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW)

Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 29 januari 2026

Wijziging van de Wet structuuruitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW)

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding

2. Reikwijdte en afbakening van het wetsvoorstel

3. Introductie proactieve dienstverlening in de Wet SUWI

4. Uitvoering

5. Financiële gevolgen

6. Advies en consultatie

7. Monitoring en evaluatie

1. Inleiding

Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van het verslag van 8 oktober 2025 over het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW. Wij danken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie, VVD-fractie, NSC-fractie, D66-fractie, BBB-fractie, SP-fractie, SGP-fractie en de ChristenUnie-fractie voor hun bijdragen en de gestelde vragen. Graag beantwoorden wij de door de leden gestelde vragen, waarbij de volgorde van het verslag wordt aangehouden. De vragen zijn in een cursief lettertype geplaatst. De beantwoording van de vragen staat in gewone typografie.

Mede naar aanleiding van door de leden van de fracties van de SGP (vraag 30) en D66 (vraag 55) gestelde vragen, is een nota van wijziging opgesteld. Daarin wordt een wetstechnische wijziging aangebracht, die de rechtmatigheid van interne verdere gegevensverwerking ten behoeve van proactieve dienstverlening verduidelijkt.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden vinden dat de overheid er alles aan zou moeten doen om zich in te zetten om niet-gebruik en niet-bereik tegen te gaan. Zij zien deze wet dan ook als een eerste goede stap, maar vragen zich af in hoeverre dit idee goed geëffectueerd kan worden in de uitvoering.

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel inzake proactieve dienstverlening SZW.

De leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW. Deze leden zijn verheugd dat met dit wetsvoorstel belangrijke stappen worden gezet om de proactieve dienstverlening van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en gemeenten te bevorderen. Zij zijn van mening dat de overheid gericht en actief mensen met geldzorgen moet gaan helpen, omdat te veel mensen met geldzorgen niet weten dat ze recht hebben op financiële ondersteuning of dit uit angst niet aan durven te vragen. Zij hebben nog enkele vragen aan de regering over de uitwerking van het wetsvoorstel.

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden moedigen deze stap naar een proactieve overheid, die de bestaanszekerheid van burgers wil versterken door het niet-gebruik van regelingen tegen te gaan, ten zeerste aan. Te vaak maken kwetsbare mensen geen gebruik van regelingen die voor hen bedoeld zijn, terwijl juist zij het kunnen gebruiken. Alle stappen die genomen kunnen worden om dat te beperken, zijn welkom.

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW).

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben enkele vragen.

De leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden delen de doelstelling om niet-gebruik van regelingen tegen te gaan teneinde (kinder)armoede te verminderen. (Vraag 1) Zij vragen ten eerste hoe dit voorstel zich verhoudt tot de aangenomen motie-Flach over toewerken naar één onlinegezinsportaal waarin alle gezinsregelingen zijn ondergebracht (Kamerstuk 36600 XV, nr. 73). (Vraag 2) Wat is de stand van zaken van de uitvoering van deze motie, en welke mogelijkheden biedt dit wetsvoorstel hiertoe?

Antwoord 1

Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW maakt het mogelijk voor de overheid om mensen actief te wijzen op hun rechten op financiële ondersteuning. Door gegevensuitwisseling kunnen UWV, de SVB en gemeenten hun dienstverlening toegankelijker maken. Het wetsvoorstel kan daarmee gaan helpen bij het mogelijk maken van één onlinegezinsportaal, waarin alle gezinsregelingen zijn ondergebracht, zoals bedoeld in de motie-Flach (SGP).1 Het eventueel introduceren van een onlinegezinsportaal brengt kosten met zich mee en hier is momenteel geen dekking voor.

Antwoord 2

Momenteel wordt onderzocht of de (financiële) ondersteuning van ouders en kinderen op termijn zoveel mogelijk in een onlinegezinsportaal kan worden samengebracht. Met één onlinegezinsportaal en goede en zorgvuldige gegevensuitwisseling kan de overheid voor een beter beeld zorgen welke kinderen steun behoeven. Dit draagt ook bij aan meer overzicht voor ouders en kinderen, waardoor niet-gebruik van regelingen en voorzieningen wordt tegengegaan. Zoals aangegeven bij antwoord 1 zal het introduceren van een dergelijk portaal kosten met zich meebrengen, waarvoor geen dekking is.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel Wet proactieve dienstverlening SZW. Het huidig belasting- en toeslagenstelsel in combinatie met een complexe sociale zekerheidsstelsel maakt inkomenszekerheid voor burgers onnodig ingewikkeld. Dit wetsvoorstel is volgens deze leden een kleine stap in de goede richting. Echter zou een volledig vereenvoudigd belastingstelsel zonder toeslagen daadwerkelijk een verbetering zijn. Deze leden maken van de gelegenheid gebruik tot het stellen van enkele vragen.

2. Reikwijdte en afbakening van het wetsvoorstel

De leden van de NSC-fractie lezen dat dit wetsvoorstel de bevoegdheid tot proactieve dienstverlening alleen verankert voor UWV, de SVB en gemeenten. Deze leden begrijpen dat voor deze afbakening is gekozen omdat dit in het verlengde ligt van de wijze waarop reeds binnen het SUWI-stelsel wordt samengewerkt. Toch zijn zij van mening dat het een gemiste kans is om de Dienst Toeslagen niet de bevoegdheid tot proactieve dienstverlening te geven. De Dienst Toeslagen keerde in 2024 ruim 8 miljoen toeslagen uit, met een waarde van 20 miljard euro. Zij lezen dat dit wetsvoorstel mogelijk een kiem legt voor samenwerking vanuit de sociale zekerheid naar aanverwante terreinen voor proactieve dienstverlening in de toekomst. (Vraag 3) Zij vragen de regering daarom op welke wijze de bevoegdheid tot proactieve dienstverlening wettelijk verankerd zou kunnen worden voor de Dienst Toeslagen?

Antwoord 3

De bevoegdheid tot proactieve dienstverlening voor de Dienst Toeslagen kan wettelijk worden verankerd via een wetsvoorstel dat de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) wijzigt. De Staatssecretaris van Herstel en Toeslagen werkt aan de voorbereiding daarvan, waarbij de mogelijkheid en wenselijkheid van een wettelijke grondslag voor de gegevensdeling voor proactieve dienstverlening bij de Dienst Toeslagen wordt onderzocht.2

De leden van de SP-fractie lezen dat het begrip bestaanszekerheid in de wetgeving wordt opgenomen en gedefinieerd. (Vraag 4) Hoe wordt middels deze definiëring specifiek getoetst of iemand aanspraak maakt op deze regelingen? (Vraag 5) Wat is bijvoorbeeld een ‘goede gezondheid’ of ‘adequate opleiding’?

Antwoord 4

Het versterken van de bestaanszekerheid is een doel waarvoor proactieve dienstverlening toegepast kan worden. De definitie van proactieve dienstverlening, waar het begrip bestaanszekerheid onderdeel van is, wordt gebruikt bij het onderzoek naar wie mogelijk recht heeft op een uitkering of voorziening. Dit voorstel brengt geen inhoudelijke veranderingen aan in de regelingen waarvoor proactieve dienstverlening kan worden toegepast. Het begrip bestaanszekerheid wordt dus niet gebruikt om concreet te toetsen of iemand daadwerkelijk aanspraak maakt op een bepaalde uitkering of voorziening. Wel kunnen nu de benodigde persoonsgegevens worden gebruikt, in combinatie met de voorwaarden die voor de verschillende uitkeringen en voorzieningen gelden, om op de persoon afgestemd advies te geven en om te begeleiden bij een aanvraag.

Antwoord 5

Bij de inschatting of iemand recht heeft op een uitkering of voorziening kunnen ook gezondheid en opleiding een rol spelen. Dat iemand een WIA- of Wajong-uitkering ontvangt is bijvoorbeeld een gezondheidsgegeven dat op een mogelijk recht op een aanvulling op grond van de Toeslagenwet wijst. Het proactief aanbieden van de studietoeslag op grond van de Participatiewet kan iemand met gezondheidsbeperkingen helpen een opleiding te volgen. In het wetsvoorstel worden begrippen als bestaanszekerheid, een goede gezondheid en adequate opleiding niet verder in de artikelen ingekleurd. Wel worden in de memorie van toelichting enkele handvatten geboden. Een ruime invulling van proactieve dienstverlening is immers wenselijk, zodat alle relevante regelingen voor inkomensondersteuning onder proactieve dienstverlening kunnen vallen. Zo worden ook toekomstige ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

De leden van de SGP-fractie constateren dat dit wetsvoorstel zich beperkt tot het verankeren van de bevoegdheid tot proactieve dienstverlening bij UWV, de SVB en gemeenten. (Vraag 6) Is ook overwogen andere uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen, bij deze beweging aan te laten haken, en waarom is hiervoor niet gekozen? (Vraag 7) In hoeverre is het mogelijk om de kring met uitvoeringsorganisaties die onder deze wet vallen in de toekomst eenvoudig uit te breiden, en wat is daarvoor nodig?

Antwoord 6

Bij de vormgeving van het wetsvoorstel is zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande socialezekerheidswetgeving, zodat UWV, de SVB en gemeenten snel kunnen beginnen met het uitvoeren van proactieve dienstverlening en mensen er binnen afzienbare tijd echt iets van kunnen gaan merken. Het wetsvoorstel bouwt voort op de bestaande samenwerking en gegevensuitwisseling tussen UWV, de SVB en gemeenten in de sociale zekerheid. De bevoegdheid tot proactieve dienstverlening kan later naar de Dienst Toeslagen worden uitgebreid.

De Staatssecretaris van Herstel en Toeslagen werkt aan de voorbereiding daarvan.3

Antwoord 7

De Wet SUWI is niet geschikt om andere bestuursorganen dan UWV, de SVB en gemeenten de bevoegdheid tot proactieve dienstverlening te verlenen. Voor deze afbakening is gekozen omdat dit in het verlengde ligt van de wijze waarop al binnen het SUWI-stelsel door de SUWI-partijen samengewerkt wordt. Dat neemt niet weg dat het zinvol kan zijn om de kring van uitvoeringsorganisaties op termijn uit te breiden die proactieve dienstverlening kunnen toepassen. De Minister van BZK verkent mede naar aanleiding van het advies van de Staatscommissie Rechtsstaat wat daarvoor nodig is en wat de budgettaire gevolgen hiervan zouden zijn.4 Daarbij kan gedacht worden aan wijziging van verschillende wetten, het verbeteren van ICT-voorzieningen voor gegevensuitwisseling, extra middelen voor de financiering en experimenten met proactieve dienstverlening.

(Vraag 8) Is de regering het met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat voorliggend wetsvoorstel maar een kleine stap is om de inkomenszekerheid van mensen te verbeteren en een daadwerkelijke verbetering herziening van het belastingstelsel en afschaffing van toeslagen zou betekenen? (Vraag 9) Welke stappen worden hiertoe gezet?

Antwoord 8

De regering onderschrijft met de leden van de ChristenUnie-fractie dat naast het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW vereenvoudiging van de sociale zekerheid en het belasting- en toeslagenstelsel nodig is.

Antwoord 9

Er zijn stappen gezet om de inkomenszekerheid van mensen te verbeteren, zoals de Hervormingsagenda inkomensondersteuning: een werkagenda voor de sociale zekerheid richting 2035 met een jaarlijks proces rondom de budgettaire voorjaarsbesluitvorming.5 Er zijn zeven inhoudelijke sporen waarbij de ambities op de korte, middellange en lange termijn zijn opgenomen.6 Enkele voorbeelden zijn de hervorming van de WIA, de Participatiewet in Balans en een vereenvoudigde regeling van het kindgebonden budget en kinderbijslag.

3. Introductie proactieve dienstverlening in de Wet SUWI

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat in het wetsvoorstel drie oorzaken van niet-gebruik worden genoemd. Later staat er dat dit wetsvoorstel slechts toeziet op een deel van de oorzaken met name die bij de burger ligt. (Vraag 10) Welke aanvullende maatregelen neemt de regering om ook de andere oorzaken van niet-gebruik tegen te gaan?

Antwoord 10

De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben gelijk dat het wetsvoorstel zich primair richt op het persoonlijk informeren van mensen en het eenvoudiger kunnen aanvragen van een uitkering. In de memorie van toelichting worden de oorzaken van niet-gebruik ingedeeld in drie categorieën, te weten oorzaken op het niveau van de regelgeving, oorzaken op het niveau van de uitvoering en oorzaken op het niveau van de burger. Het wetsvoorstel richt zich op het wegnemen van oorzaken van niet-gebruik op het niveau van de uitvoering en op het niveau van de burger. De regering pakt alle oorzaken van niet-gebruik aan door het stelsel van inkomensondersteuning te vereenvoudigen, de dienstverlening te verbeteren en de samenwerking tussen overheden en maatschappelijke organisaties te versterken. Dit gebeurt zowel via de Hervormingsagenda inkomensondersteuning als via het Nationaal Programma Armoede en Schulden.7

De focus ligt op het wegnemen van belemmeringen in de uitvoering, het vergroten van het vertrouwen en het beter informeren en ondersteunen van burgers. Zo zijn er onder meer concrete acties ingezet om werkenden met een laag inkomen eerder te bereiken.

Denk bijvoorbeeld aan reeds ingezette fysieke en digitale hulp (o.a. de Geldfit-website en -bellijn, hulp aan huis of bij inlooppunten en de Potjescheck) voor mensen met geldvragen en geldzorgen. Hierdoor kunnen meer mensen gebruik maken van de hulp die er is. Vanuit Dienst Toeslagen worden sinds 2024 verschillende attenderingsacties uitgevoerd om mensen te bereiken en aan te sporen om toeslagen waar ze recht op hebben te gebruiken. Voorbeelden zijn de aanschrijving van mensen die mogelijk recht hadden op zorgtoeslag over het voorgaande jaar, kwaliteitsverbeteringen (zoals de toegang tot zorgverzekeringsgegevens) en mogelijkheden voor attenderingen voor het kindgebonden budget.8


(Vraag 11)
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering de toezegging kan doen dat burgers niet worden benadeeld of geconfronteerd met terugbetalingen als fouten ontstaan door vooraf ingevulde gegevens waarvoor zij zelf niet verantwoordelijk zijn. Kan de regering waarborgen dat burgers erop kunnen vertrouwen dat, wanneer gegevens vooraf door de overheid zijn ingevuld en hun inkomen niet is gewijzigd, zij niet achteraf worden geconfronteerd met correcties of terugvorderingen? (Vraag 12) En wordt bij een inkomenswijziging, bijvoorbeeld door het verkrijgen van werk, de informatie automatisch aangepast?

Antwoord 11

Proactieve dienstverlening is gerichte communicatie en begeleiding voor mensen die mogelijk recht hebben op inkomensondersteuning, maar daar nog geen gebruik van maken. Door bij de overheid beschikbare gegevens te hergebruiken in plaats van af te wachten tot de burger actie onderneemt of opnieuw gegevens bij die burger op te vragen, wordt de drempel om een aanvraag te doen verlaagd. Proactieve dienstverlening gaat vooraf aan de aanvraag van een uitkeringen of voorziening, en schept op zichzelf geen recht; het kan dus ook niet leiden tot correcties of terugvorderingen en is daarmee begunstigend. Als iemand vervolgens kiest om een uitkering of voorziening aan te vragen start de reguliere dienstverlening. UWV, de SVB of de gemeente controleren dan definitief of de aanvrager aan de voorwaarden van de uitkering voldoet. Zij gebruiken ook daarvoor bij de overheid bekende gegevens. Dat zullen voor een deel dezelfde gegevens zijn die voor proactieve dienstverlening kunnen worden gebruikt. Daarnaast vragen zij zo nodig gegevens op bij de aanvrager. In het aanvraagproces wordt de burger zelf in staat gesteld om te controleren of vooraf ingevulde gegevens kloppen. Daarna volgt een besluit om de uitkering of voorziening al dan niet toe te kennen.

Naar aanleiding van de vraag van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie over terugvorderingen is het goed om te wijzen op het voorgestelde verbod voor UWV, de SVB en gemeenten om gegevens, die aan hen zijn verstrekt met het oogmerk om deze te gebruiken voor proactieve dienstverlening, verder te verwerken voor handhaving (artikel 73b, derde lid, van het wetsvoorstel). Deze bepaling strekt ertoe om te voorkomen dat als gegevens worden verstrekt met het oogmerk om mensen te helpen, door na te gaan of er sprake is van niet-gebruik en daar acties op te ondernemen, deze gegevensverstrekking de belanghebbenden in een slechtere positie brengt vanwege een opschorting, intrekking of terugvordering van een lopende uitkering of voorziening.

Antwoord 12

Het wetsvoorstel verandert de reguliere dienstverlening niet. Mensen blijven in beginsel verantwoordelijk om via de inlichtingenplicht de overheid te informeren over wijzigingen in hun situatie. Als UWV, de SVB of de gemeente in de overheidsregistraties relevante wijzigingen zien, kunnen zij de uitkeringsgerechtigde daarop wijzen om correcties en terugvorderingen te voorkomen.

(Vraag 13) De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie van de regering toelichten hoe wordt voorkomen dat automatische (ambtshalve) toekenning van uitkeringen en tegemoetkomingen leidt tot terugvorderingen, bijvoorbeeld wanneer gegevens achteraf worden aangepast of fouten bij de uitvoeringsorganisatie optreden.

Antwoord 13

Het wetsvoorstel schrapt of wijzigt geen aanvraagprocedures. Wat dat betreft introduceert het wetsvoorstel geen nieuwe mogelijkheden voor automatische (ambtshalve) toekenning van uitkeringen en voorzieningen. Met de mogelijkheden die het wetsvoorstel geeft voor de uitwisseling van persoonsgegevens kan wel beter worden ingeschat of iemand recht heeft op een uitkering en kan de doelgroep van een bepaalde uitkering beter worden gevonden. Bestaande mogelijkheden voor ambtshalve toekenning kunnen hierdoor waarschijnlijk wel beter worden benut, zoals de recent aangenomen mogelijkheid om de individuele inkomenstoeslag automatisch toe te kennen (het met de Participatiewet in balans gewijzigde artikel 36 van de Participatiewet9). De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken terecht op dat terugvorderingen, bijvoorbeeld wanneer gegevens achteraf worden aangepast of door fouten bij de uitkeringsinstantie, zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Daarom is het belangrijk automatisch toekennen met de grootst mogelijke zorg uit te voeren.

De leden van de VVD-fractie lezen dat de Wet proactieve dienstverlening SZW wordt ingericht als een discretionaire bevoegdheid, wat het mogelijk maakt dat er verschillen ontstaan tussen de SUWI-partijen in hoe zij deze dienstverlening in de praktijk uitvoeren. Op het moment is er al een groot verschil tussen gemeenten op het gebied van inkomensondersteuning. Dit verschil kan oplopen tot 200 euro per maand, wat leidt tot ongelijke inkomensondersteuning tussen Nederlanders (Instituut voor Publieke Economie, Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid, p. 13). (Vraag 14) Deze leden vragen of de regering toe kan lichten in hoeverre de Wet proactieve dienstverlening SZW deze verschillen tussen gemeenten versterkt doordat de SUWI-partijen elk zelfstandig invulling kunnen geven aan de wet.

Antwoord 14

Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW stelt gemeente in staat om persoonsgerichte communicatie te voeren over uitkeringen en andere sociale voorzieningen waar iemand mogelijk recht op heeft. Het wetsvoorstel verandert niets aan de beschikbare soorten, de hoogte of de voorwaarden van regelingen, waardoor dit bestaande verschillen tussen inkomensondersteuning door gemeenten niet wijzigt.

Gemeenten behouden beleidsvrijheid in de uitvoering van proactieve dienstverlening. Dit betekent dat de ene gemeente intensiever of uitgebreider proactieve dienstverlening kan inzetten dan de andere, afhankelijk van bijvoorbeeld:

  • de mate van niet-gebruik van voorzieningen binnen de lokale doelgroep;

  • de gevolgen van niet-gebruik voor die doelgroep;

  • het doenvermogen van de doelgroep (bijvoorbeeld extra inspanning bij minder zelfredzame groepen); en

  • lokale prioriteiten en urgente taken die op dat moment voorrang krijgen.

Verschillen tussen gemeenten kunnen dus voortkomen uit risicoafwegingen, effectiviteitsoverwegingen of prioritering. Gemeenten beschikken zelf over de kennis en ervaring om zo het niet-gebruik van uitkeringen en sociale voorzieningen het meest gericht tegen te gaan. Een verplichting tot proactieve dienstverlening zou bovendien ten koste kunnen gaan van de reguliere dienstverlening, wat niet de bedoeling is van dit wetsvoorstel.

Te grote verschillen tussen gemeenten moeten worden beperkt. Daarom gaan regels gelden voor de samenwerking en gegevensuitwisseling bij proactieve dienstverlening. Dit is opgenomen in artikel 10b, derde lid, van het wetsvoorstel en wordt verder uitgewerkt in de onderliggende algemene maatregel van bestuur, het conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW.10

Om de dienstverlening af te stemmen en ervoor te zorgen dat mensen in de gebruikerservaring altijd bij het juiste loket zijn, krijgen SUWI-partijen de opdracht om samen te werken in fysieke en digitale loketten. Verder wil de regering zorgen voor een gecoördineerde uitvoering.

Denk daarbij aan het opstellen van richtlijnen en handreikingen. Daarnaast wordt proactieve dienstverlening in samenwerking met UWV, de SVB en de VNG gemonitord, om zo nodig bij te kunnen sturen.

De leden van de NSC-fractie onderschrijven volledig dat niet-gebruik ten koste gaat van bestaanszekerheid. Deze leden lezen dat niet-gebruik een factor kan zijn die leidt tot (instandhouding van) armoede, en dat er bij mensen met een inkomen op of onder de lage-inkomensgrens onder andere vaker sprake is van sociale uitsluiting, een slechtere gezondheid, een kortere levensduur en lagere tevredenheid met het leven als geheel. (Vraag 15) Zij vragen de regering of er een inschatting is van de jaarlijkse maatschappelijke kosten van niet-gebruik? In het geval dat deze inschatting er niet is, kan de regering dan nader onderzoek doen naar de maatschappelijke kosten die niet-gebruik met zich meebrengt?

Antwoord 15

Naar aanleiding van de vraag van de leden van NSC-fractie naar de maatschappelijke kosten van niet-gebruik is het recente onderzoek ‘De impact van eenvoud’ vermeldenswaardig.11 Het onderzoek becijfert onder meer de maatschappelijke baten van het tegengaan van niet-gebruik door proactieve dienstverlening. De maatschappelijke baten worden geschat op €26 miljoen per jaar door minder schuldenproblematiek, €155 tot €210 miljoen per jaar door minder criminaliteit, €1.930 miljoen per jaar door verbeterde gezondheid en €105 miljoen per jaar door betere schoolprestaties. Kanttekening hierbij is dat een deel van de baten terecht komt bij de overheid, maar dat de overheid ook extra uitvoeringskosten maakt. Deze uitvoeringskosten zijn relatief beperkt, zodat proactieve dienstverlening ingeschat per saldo meer maatschappelijke baten heeft.

De leden van de NSC-fractie lezen in het wetsvoorstel dat de uitwerking van proactieve dienstverlening tweeledig is: enerzijds informeren, en anderzijds faciliteren. Over het informeren lezen deze leden dat het voorstel niet voorschrijft hoe bestuursorganen in het uitvoeren van proactieve dienstverlening mensen moeten informeren. Dit kan volgens de regering nader worden uitgewerkt in de algemene maatregel van bestuur (AMvB). Deze leden begrijpen echter ook dat er geen specifieke regels zijn opgenomen in de AMvB die reeds in internetconsultatie is geweest. (Vraag 16) Zij vragen de regering welke regels zij voornemens is nader te stellen aan de wijze van mensen informeren over de proactieve dienstverlening. (Vraag 17) Hoe is de regering voornemens te zorgen voor toegankelijke en begrijpelijke communicatie van de bestuursorganen in de uitvoering van de proactieve dienstverlening?

Antwoord 16

De leden van de NSC-fractie wijzen op het belang van toegankelijke en begrijpelijke communicatie in de uitvoering van proactieve dienstverlening. De regering onderschrijft dat volledig. UWV, de SVB, gemeenten en ook cliëntenraden hebben de meeste kennis en ervaring met communicatie met de doelgroepen van uitkeringen en voorzieningen, ook in relatie tot het tegengaan van niet-gebruik. Zij zijn het beste in staat om de proactieve dienstverlening af te stemmen op de kennis en vaardigheden van de verschillende doelgroepen, en daar zo nodig in te differentiëren. Daarbij hebben zij een belang om het aantal kansloze aanvragen zoveel mogelijk te beperken, en dus zo duidelijk, gericht en effectief mogelijk te informeren. Het wetsvoorstel wil de uitvoering ruimte geven om de persoonlijke dienstverlening te verbeteren (het wat), maar zonder dat in regelgeving in te vullen (het hoe). Er zijn allerlei momenten en manieren waarop geïnformeerd kan worden: per brief, telefonisch of per e-mail, en in het kader van een nieuw contactmoment of een moment dat in het kader van andere dienstverlening al moet plaatsvinden. Het voorschrijven van de manier van informeren heeft als voordeel dat dit voor meer uniformiteit in de uitvoering zorgt. Het haalt echter de beoordeling bij de uitvoering weg, welk middel op welk moment het meest passend is.

Dit kan knellen als er niet-gebruik is onder verschillende doelgroepen (die zich al wel en niet in de administratie bevinden), waarvoor verschillende benaderingen passend kunnen zijn. Ook zou dit de mogelijkheid wegnemen om andere manieren en momenten te proberen, en zo de proactieve dienstverlening gaandeweg te optimaliseren, zonder steeds de regelgeving te moeten wijzigen.

Al met al schat de regering de voordelen van deze flexibiliteit hoger in dan de voordelen van een geüniformeerde aanpak.

Antwoord 17

De regering wil zorgen voor gecoördineerde uitvoering om te voorzien in toegankelijke en begrijpelijke informatie over proactieve dienstverlening voor burgers, publieke dienstverleners, beleidsmakers en de politiek. Dit is onderdeel van de implementatie van het wetsvoorstel. Daarbij wordt ingezet op samenwerking met ervaringsdeskundigen en op uitwisseling van kennis en ervaring tussen UWV, de SVB, de VNG en gemeenten. Een eerste resultaat is de infographic over proactieve dienstverlening die bij de nota naar aanleiding van het verslag is gevoegd. De komende tijd zal intensief worden samengewerkt om de implementatie zo soepel, toegankelijk en begrijpelijk mogelijk te laten verlopen.

De leden van de NSC-fractie lezen in het advies van de Raad van State dat de Afdeling van mening is dat vereenvoudiging van het sociale zekerheidsstelsel en de daarmee samenhangende regelgeving noodzakelijk blijft, en proactieve dienstverlening niet ten koste moet gaan van de reguliere dienstverlening waartoe de SUWI-partijen gehouden zijn. Deze leden onderschrijven deze noodzakelijkheid volledig. (Vraag 18) Zij vragen de regering daarom om een tijdspad van de stappen die zij komend jaar wil zetten om de vereenvoudiging van het sociale zekerheidsstelsel verder vorm te geven.

Antwoord 18

Naar aanleiding van de vraag van de leden van de NSC-fractie over de vereenvoudiging van het socialezekerheidsstelsel verwijst de regering graag naar de brief ‘Routekaart Hervormingsagenda inkomensondersteuning’ die op 11 juli 2025 aan uw Kamer is verstuurd.12 Deze routekaart bevat zeven sporen waarop de vereenvoudiging van het socialezekerheidsstelsel wordt vormgegeven. Verder gaat de Stand van de uitvoering sociale zekerheid periodiek in op de knelpunten in de uitvoering van de sociale zekerheid en hoe deze worden opgelost om de dienstverlening te verbeteren.13 Een aantal knelpunten was mede aanleiding voor het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW.

De leden van de NSC-fractie lezen dat er een opt-out bepaling wordt opgenomen in het wetsvoorstel waarmee de betrokkene uit eigen beweging of desgevraagd bezwaar kan maken tegen het verwerken van de gegevens voor proactieve dienstverlening. Deze leden onderstrepen het belang van deze opt-out. (Vraag 19) Zij vragen de regering in hoeverre er invulling wordt gegeven aan dat burgers het recht hebben om te weten welke informatie met wie wordt gedeeld. (Vraag 20) Worden burgers daar actief op gewezen, en worden zij daarbij ook actief gewezen op de mogelijkheid om de gegevensdeling te weigeren?

Antwoord 19

Het wetsvoorstel en de uitwerking daarvan in het conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW voorzien in algemene zin in de transparantie over en de voorspelbaarheid van de gegevensverwerking voor proactieve dienstverlening, waarnaar de leden van de NSC-fractie vragen. Communicatie over gegevensverwerking voor proactieve dienstverlening zal ook onderdeel zijn van de implementatie. Een eerste resultaat is de infographic over proactieve dienstverlening die bij deze nota naar aanleiding van het verslag is gevoegd. De opt-out geeft mensen de mogelijkheid om er individueel bezwaar tegen te maken dat de overheid contact met hen opneemt om te informeren over uitkeringen en voorzieningen waarop zij mogelijk recht hebben en voor hulp bij het doen van een aanvraag.

Antwoord 20

Het voornemen is te regelen dat UWV, de SVB en de gemeente de betrokkene op een geschikt moment en uiterlijk op het moment van het eerste contact met de betrokkene uitdrukkelijk wijzen op de mogelijkheid om bezwaar te maken in de vorm van een opt-out.

Zij kunnen een opt-out niet weigeren, in tegenstelling tot het recht op bezwaar dat volgt uit artikel 21 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) waar een belangenafweging op kan plaatsvinden. De opt-out is hiermee een bijzondere invulling van het recht op bezwaar uit de AVG. Daarnaast blijven de bestaande privacyrechten uit de AVG bestaan, waaronder het genoemde recht op bezwaar en de rechten op informatie, inzage en rectificatie.

De leden van de NSC-fractie zien dat er in de vormgeving is gekozen om een discretionaire bevoegdheid te geven aan het UWV, de SVB en gemeenten. Door deze vormgeving kan er door deze partijen verschillend om worden gegaan met de bevoegdheid en dus de vormgeving van de proactieve dienstverlening in de praktijk. De Raad van State schrijft hierover ook in haar advies dat de effectiviteit van deze aanpak van niet-gebruik afhankelijk is van de wijze waarop de uitvoerende instanties hiermee zullen omgaan, en dat de wetgever gerechtvaardigde verschillen in behandeling aanvaardt die zullen ontstaan door de wijze waarop SUWI-partijen omgaan met hun bevoegdheid. (Vraag 21) Deze leden vragen de regering om een nadere reflectie op deze opmerkingen van de Raad van State. (Vraag 22) Hoe is de regering voornemens om zorg te dragen voor generieke uitvoering van de proactieve dienstverlening? (Vraag 23) Tot welke reikwijdte vindt de regering verschillen in de wijze van omgaan met de discretionaire bevoegdheid wenselijk in de uitvoering? (Vraag 24) Hoe garandeert de regering met dit wetsvoorstel dat er een effectieve aanpak komt van niet-gebruik ondanks de mogelijke verschillen in wijze van omgaan met de discretionaire bevoegdheid?

Antwoord 21

De leden van de NSC-fractie vragen om een nadere reflectie op het advies van de Raad van State om twee aspecten toe te lichten van de keuze om proactieve dienstverlening als een discretionaire bevoegdheid vorm te geven. De Raad van State wijst erop dat de effectiviteit van deze aanpak van niet-gebruik afhankelijk is van de wijze waarop de uitvoerende instanties hiermee zullen omgaan. De regering heeft in het nader rapport geantwoord dat deze aanpak naar verwachting effectief is, omdat UWV, de SVB, gemeenten en ook cliëntenraden de meeste kennis en ervaring hebben met het tegengaan van niet-gebruik. Het wetsvoorstel is met het oog op het oplossen van knelpunten in de uitvoering geschreven. Daar waar UWV, de SVB, gemeenten en cliëntenraden mogelijkheden zien en soms ook al toepassen, wil het wetsvoorstel duidelijkheid geven, en ruimte om de dienstverlening daadwerkelijk te verbeteren met uiteenlopende vormen van proactieve dienstverlening. De Raad van State wijst er verder op dat de wetgever met de keuze voor een discretionaire bevoegdheid gerechtvaardigde verschillen in behandeling aanvaardt die zullen ontstaan door de wijze waarop SUWI-partijen omgaan met hun bevoegdheid tot proactieve dienstverlening. De regering vindt gerechtvaardigde verschillen in behandeling, die zullen ontstaan door de wijze waarop SUWI-partijen omgaan met hun bevoegdheid tot proactieve dienstverlening, aanvaardbaar. Het doel is dat inkomensondersteuning terechtkomt bij de rechthebbenden. De uitdaging is dat daarvoor verschillende vormen van proactieve dienstverlening nodig zijn, waar verschillende persoonsgegevens voor nodig zijn, die door verschillende instanties beheerd worden. Het is daarom niet mogelijk vooraf volledig te bepalen en af te bakenen wat UWV, de SVB en gemeenten op welk moment moeten weten, wanneer mensen op welke inkomensondersteuning gewezen moeten worden en op welke wijze dat moet gebeuren. De memorie van toelichting is naar aanleiding van het advies van de Raad van State aangevuld (paragraaf 3.4.2) en gaat in op de keuze voor een discretionaire bevoegdheid, de nadelen van een verplichting, de specificering van de gegevensverwerking voor proactieve dienstverlening, en het voorkomen van en bijsturen op te grote verschillen in de uitvoering.

Antwoord 23

De leden van de NSC-fractie vragen welke verschillen in de uitvoering aanvaardbaar of zelfs wenselijk zijn. Het kan aanvaardbaar zijn als verschillen voortvloeien uit de aard van de uitkeringen en voorzieningen, die onderling variëren in voorwaarden en verplichtingen.

Ook de mate van niet-gebruik van voorzieningen, de gevolgen van dat niet-gebruik en een lager doenvermogen bij een bepaalde doelgroep kunnen rechtvaardigen dat extra inspanningen worden verricht ten opzichte van een meer zelfredzame doelgroep. Verschil in (de mate van) een proactieve opstelling naar inwoners van verschillende gemeenten kunnen aanvaardbaar zijn, aangezien ook op dit moment niet elke gemeente dezelfde voorzieningen aanbiedt en de ene gemeente meer capaciteit aan proactieve dienstverlening kan wijden dan de andere.

Antwoorden 22 en 24

De leden van de NSC-fractie vragen verder hoe de regering gaat zorgdragen voor generieke uitvoering en hoe de regering garandeert dat proactieve dienstverlening effectief is ondanks verschillen in de uitvoering. Ruimte in de uitvoering voor verschillende vormen van proactieve dienstverlening kan juist de effectiviteit vergroten. Monitoring van verschillende vormen van proactieve verlening geeft inzicht in wat goed werkt en wat niet. Het maakt een overwogen keuze mogelijk om verder te gaan met effectieve aanpakken en successen van koplopers op te schalen. Het moet echter worden voorkomen dat op oneigenlijke gronden onaanvaardbare verschillen ontstaan in de mate waarin de overheid de burgers tegemoetkomt bij het maken van aanspraken op inkomensondersteuning. In de eerste plaats zal het wettelijk kader dat is voorgesteld voor proactieve dienstverlening en de uitwerking daarvan in het conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW hierbij helpen. In de tweede plaats gaat de voorgenomen gecoördineerde uitvoering helpen te grote verschillen in de uitvoering te voorkomen. De gecoördineerde uitvoering bouwt voort op de bestaande samenwerking en gegevensuitwisseling in de sociale zekerheid. In de derde plaats zal de geplande monitoring en evaluatie, waarmee zo nodig kan worden bijgestuurd, bijdragen aan een effectieve uitvoering.

De leden van de D66-fractie merken op dat een centraal opt-out-register de privacy van burgers beter zou waarborgen en de administratieve lasten aanzienlijk verlagen. (Vraag 25) Deze leden vragen de regering daarom te motiveren waarom er in het wetsvoorstel is gekozen voor een versnipperde aanpak per SUWI-partij, in plaats van voor deze efficiëntere en burgervriendelijkere oplossing.

Antwoord 25

Onder de mensen met wie UWV, de SVB en gemeenten contact gaan opnemen in het kader van proactieve dienstverlening, zullen zich personen bevinden die er geen prijs op stellen dat zij ongevraagd benaderd worden. Met de opt-out kunnen zij tijdens het eerste contact gelijk aangeven dat ze niet willen dat de UWV, de SVB of de gemeente contact met hen zoekt voor proactieve dienstverlening. Vooralsnog is gekozen voor een registratie van opt-outs per bestuursorgaan, naar keuze per uitkering of voorziening en voor een periode van maximaal vijf jaar. Aan deze keuze liggen verschillende overwegingen ten grondslag, zowel op het terrein van privacy, doenvermogen en uitvoerbaarheid. De gekozen invulling voorkomt namelijk aanvullende gegevensuitwisselingen tussen UWV, de SVB en gemeenten over de mensen die van de opt-out gebruik maken voor het vullen van een centraal opt-outregister. Om te bepalen of de inrichting van de opt-out aansluit bij de behoeften van burgers is onder meer gebruik gemaakt van het onderzoek Burgerperspectief proactieve dienstverlening.14 Respondenten vinden een opt-out zinvol, maar vragen zich tegelijkertijd af of het mogelijk is de gevolgen volledig te overzien. Welke uitkeringen en voorzieningen er zijn en welke instanties die verstrekken, kan niet als bekende informatie worden verondersteld. Iemands levensfase en levensomstandigheden veranderen, waarmee ook de behoefte aan ondersteuning verandert. Door de registratie per bestuursorgaan en per uitkering of voorziening in te richten denkt de regering het beste aan deze wens tegemoet te komen. De vormgeving van de opt-out die nu gekozen is, is als uitvoerbaar beoordeeld door UWV, de SVB en de VNG.

(Vraag 26) De leden van de BBB-fractie vragen of het risico reëel is dat de beoogde voordelen voor burgers teniet worden gedaan wanneer uitvoeringsinstanties onvoldoende capaciteit hebben voor proactieve dienstverlening.

(Vraag 27) Daarnaast vragen deze leden of er een risico bestaat dat andere vormen van dienstverlening door de uitvoeringsorganisaties zullen lijden onder de toegenomen administratieve druk die dit wetsvoorstel met zich meebrengt, zeker wanneer gemeenten en andere partijen hebben aangegeven dat extra kosten en inspanning nodig zijn om proactieve dienstverlening goed uit te voeren.

Antwoord 26

De leden van de BBB-fractie vragen naar de beschikbare capaciteit bij UWV, de SVB en gemeenten voor proactieve dienstverlening, want die is cruciaal om het doel van het tegengaan van het niet-gebruik te realiseren. In samenwerking met UWV, de SVB en de VNG zijn middelen gereserveerd om extra capaciteit te kunnen financieren. Zie voor een meer gedetailleerde toelichting de antwoorden onder 5 (Financiële gevolgen).

Antwoord 27

De regering onderschrijft dat reguliere dienstverlening vooropstaat en dat proactieve dienstverlening daaraan ondersteunend is. Dit neemt niet weg dat UWV, de SVB en gemeenten de inspanningsverplichting hebben om met proactieve dienstverlening het niet-gebruik van uitkeringen en voorzieningen tegen te gaan (het wat). Zij kunnen zelf sturen in de vormen van proactieve dienstverlening, omdat het een kan-bepaling is en geen verplichting (het hoe). Overigens kan de inzet mede via het conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW worden gestuurd, door te regelen voor welke uitkeringen en voorzieningen gegevensuitwisseling voor proactieve dienstverlening mogelijk wordt gemaakt. Het voornemen is te evalueren hoe de verschillende uitvoerders proactieve dienstverlening invullen. Dit kan de zorg wegnemen die de BBB-fractie verwoordt als het risico dat andere dienstverlening gaat lijden onder proactieve dienstverlening. Ten slotte wil de regering met landelijke ondersteuning de implementatie van proactieve dienstverlening efficiënt laten verlopen, bijvoorbeeld met trainingen en pilots.

De leden van SP-fractie lezen dat de regering het onwenselijk vindt om proactieve dienstverlening als een verplichte opdracht in de wet vast te leggen, omdat er ruimte moet zijn voor een afweging per individueel geval. (Vraag 28) Hoe wordt voorkomen dat er grote verschillen in behandeling per casus worden ontweken en er geen vooroordelen mee gaan wegen, zoals ook de Arbeidsinspectie aangeeft?

Antwoord 28

Proactieve dienstverlening mag niet leiden tot onrechtmatige verschillen in de mate waarin de overheid de burgers tegemoetkomt bij het maken van aanspraken op inkomensondersteuning. Zo mogen er, met uitzondering van gezondheidsgegevens, geen bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt. In nauwe samenwerking met de uitvoering en cliëntenraden zal de regering proactieve dienstverlening monitoren en toetsen met een invoeringstoets en een evaluatie. Het voornemen is onder meer om te onderzoeken hoe de verschillende uitvoerders vorm geven aan de discretionaire bevoegdheid en in hoeverre dit eventueel verschilt. Zo nodig kan op basis hiervan worden bijgestuurd.

De leden van de SP-fractie begrijpen niet waarom er niet gekozen is voor een opt-out rondom de restcategorie van mensen waarbij het toch belangrijk is om persoonsgegevens te bewaren. Voor de rest van de betrokkenen is hier wel mogelijkheid toe, maar voor deze restcategorie niet omdat er belang wordt gehecht aan het in kaart brengen van het niet-gebruik voor een bepaalde regeling. Dit zou nog steeds mogelijk moeten zijn met een opt-out, aangezien dit een kleine groep betreft. Ook draagt dit bij aan een betrouwbare overheid. (Vraag 29) Hoe reflecteert de regering hierop?

Antwoord 29

De leden van de SP-fractie vragen reflectie op de mogelijkheid om voor onderzoek naar niet-gebruik persoonsgegevens te verwerken, ook als iemand zich op een opt-out beroept. Om de benodigde vorm en inzet voor proactieve dienstverlening te bepalen hebben UWV, de SVB en gemeenten inzicht nodig in het niet-gebruik van uitkeringen en voorzieningen.

Daarom staat het wetsvoorstel het gebruik van persoonsgegevens voor onderzoek naar niet-gebruik toe.

Dit sluit aan op de ruimte die de AVG daarvoor geeft (artikel 5, eerste lid, onder b, AVG). Daarin is bepaald dat de verdere verwerking van persoonsgegevens met het oog op onder meer wetenschappelijk onderzoek of statistische doeleinden niet als onverenigbaar met de oorspronkelijke doeleinden wordt beschouwd. De regering heeft deze uitzondering bewust beperkt tot alleen statistische analyses, zoals het meten van niet-gebruik per regeling of doelgroep, en niet voor individuele benadering.

(Vraag 30) De leden van de SGP-fractie vragen de regering nader toe te lichten waarom voor het uitwisselen van gegevens tussen SUWI-partijen niet volstaan kan worden met een basis in de wet zoals het geval is met het gebruiken van de eigen gegevens door een SUWI-partij.

Antwoord 30

Voor zowel het uitwisselen van gegevens tussen SUWI-partijen en met derden voor proactieve dienstverlening als het gebruiken van de eigen gegevens voor proactieve dienstverlening wordt met het wetsvoorstel voorzien in een wettelijke grondslag.

Voor het uitwisselen van gegevens tussen de partijen bieden de bestaande artikelen 54, 62 en 73 van de Wet SUWI de basis. Naar aanleiding van het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over het wetsvoorstel is gekozen de gegevensuitwisseling voor proactieve dienstverlening te specificeren.15 De reden is dat deze bestaande artikelen in de Wet SUWI onvoldoende duidelijk en nauwkeurig zijn, en daarom volgens de AP niet voldoen aan het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom biedt het voorgestelde artikel 73b, tweede lid, Wet SUWI in zekere zin een aanvulling op deze artikelen, zodat inzichtelijk is welke instanties welke persoonsgegevens verstrekken voor het doel van proactieve dienstverlening.

Voor het hergebruiken van de gegevens in de eigen administraties is het nieuwe artikel 73b, eerste lid, Wet SUWI de grondslag. Nadere specificering op AMvB-niveau is daarbij niet nodig, omdat het gaat om het verder verwerken voor een doel dat verenigbaar is met het doel, waarvoor de gegevens aanvankelijk zijn verzameld. De AVG geeft die ruimte in met name artikel 6, vierde lid, AVG. Niettemin dient ook de rechtmatigheid van het gebruiken van de eigen gegevens voor proactieve dienstverlening gewaarborgd te zijn. Daarom wordt met een nota van wijziging in artikel 73b, eerste lid, verduidelijkt dat het gebruik van de bevoegdheid tot proactieve dienstverlening de verplichting met zich meebrengt de daarvoor noodzakelijke eigen gegevens te verwerken. Dit voorkomt uitvoeringsvragen over een eventuele blokkerende werking van geheimhoudingsplichten.

(Vraag 31) De leden van de SGP-fractie vragen de regering de voorgestelde maatregelen te vergelijken met de situatie in België, waar het Vlaamse Groeipakket gebruik maakt van het Rijksregister en Kruispuntbank Sociale Zekerheid om alle benodigde gegevens te ontvangen waardoor burgers hun gegevens meestal niet zelf hoeven aan te leveren en niet-gebruik wordt tegengegaan. In België gebeurt veel al automatisch via authentieke bronnen; (Vraag 32) waarom kiest Nederland voor actieve outreach in plaats van automatische toekenning? (Vraag 33) Welke lessen kunnen getrokken worden uit de Vlaamse aanpak via het Kruispuntbankmodel en het "only once"-principe? (Vraag 34) Wat is ervoor nodig om dit in Nederland te realiseren? (Vraag 35) Is de regering bereid te verkennen wat de mogelijkheden hiervoor zijn? (Vraag 36) Welke mogelijke vervolgstappen ziet de regering om tot een eenvoudiger en sluitender toeslagensysteem te komen?

Antwoord 31

De situatie in België, waar het Vlaams Groeipakket gebruikmaakt van het Rijksregister en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, was een inspiratie voor het wetsvoorstel. Bij beide neemt de overheid het initiatief om te zorgen dat mensen gebruik maken van de uitkeringen en voorzieningen waar zij recht op hebben. Beide gaan uit van een overheid die datagedreven werkt, zodat burgers zo min mogelijk gegevens hoeven aan te leveren. Ook maken beide gebruik van authentieke gegevensbronnen. In Nederland zijn dat onder meer de Basisregistratie Personen (BRP) en de polisadministratie van UWV. De bestaande Nederlandse gegevensknooppunten Bureau Keteninformatisering Werk een Inkomen (BKWI, onderdeel van UWV) en het Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN) lijken op de Belgische Kruispuntenbank, maar hebben het wetsvoorstel nodig om proactieve dienstverlening beter te kunnen gaan ondersteunen.

Antwoord 32

Een verschil met de Belgische aanpak is dat het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW geen aanvraagprocedures schrapt. Wat dat betreft geeft het wetsvoorstel geen nieuwe mogelijkheden voor automatische toekenning van uitkeringen en voorzieningen. Met de mogelijkheden die het wetsvoorstel geeft voor de uitwisseling van persoonsgegevens kan wel beter worden ingeschat of iemand recht heeft op een uitkering en kan de doelgroep van een bepaalde uitkering beter worden gevonden.

Dat gaat waarschijnlijk helpen bij de bestaande mogelijkheden voor ambtshalve toekenning, bijvoorbeeld bij de recent aangenomen mogelijkheid om de individuele inkomenstoeslag automatisch toe te kennen (het met de Participatiewet in balans gewijzigde artikel 36 van de Participatiewet).16 Verder is het belangrijk te realiseren dat niet alle uitkeringen en voorzieningen zich lenen voor automatische toekenning, omdat bij uitkeringen ook verplichtingen kunnen horen, bijvoorbeeld om te solliciteren of te participeren, en omdat een aanvraag nodig kan zijn om te kunnen beoordelen of iemand aan de voorwaarden voor de uitkering voldoet.

Antwoord 33

Uit de Vlaamse aanpak van de Kruispuntbank is een aantal lessen te trekken. De eerste les is dat voor automatische toekenning duidelijke wettelijke criteria voor inkomensondersteuning nodig zijn, die eenduidig kunnen worden toegepast en toetsbaar zijn aan beschikbare en kwalitatief hoogwaardige data. De tweede les is dat wetgeving en de daarop gebaseerde gegevensregistratie uit moeten gaan van gestandaardiseerde definities. De derde les is dat nieuwe wetgeving zoveel mogelijk moet aansluiten bij al gehanteerde definities en beschikbare gegevensregistraties. Alleen zo kan het "only once"-principe goed werken, dat wil zeggen dat burgers maar één keer gegevens hoeven te verstrekken aan overheid en dat die gegevens vervolgens worden hergebruikt om uitkeringen al dan niet automatisch te verstrekken.

Antwoord 34 en 35

Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening is een stap richting de Belgische aanpak met persoonsgerichte proactieve dienstverlening en automatische toekenning. Specifiek over het beter toepassen in de Nederlandse sociale zekerheid van het "only once"-principe is de Kamer recent geïnformeerd met de evaluatie van de Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen (WEU).17 De regering is bereid voor de middellange en lange termijn beleidsopties uit te werken voor proactieve dienstverlening en automatische toekenning bij meer uitkeringen en voorzieningen. Hoe ver we daarmee kunnen komen is afhankelijk van de mate waarin het lukt de sociale zekerheid te vereenvoudigen. Verder zijn betere datakwaliteit en databeschikbaarheid nodig, meer mogelijkheden voor gegevensdeling, en harmonisatie en standaardisatie van begrippen. De routekaart voor de Hervormingsagenda inkomensondersteuning bevat voorstellen die hieraan bijdragen.18

Antwoord 36

Voor wat betreft mogelijke vervolgstappen om tot een eenvoudiger en sluitender toeslagensysteem te komen verwijst de regering graag naar de Taakopdracht hervorming belasting- en toeslagenstelsel en de Hervormingsagenda inkomensondersteuning.19

De leden van de ChristenUnie-fractie zijn het eens met de kritiek van de Raad van State dat de discretionaire bevoegdheid onder het wetsvoorstel betekent dat de effectiviteit van de aanpak beperkt zal zijn. (Vraag 37) Kan de regering nader toelichten waarom zij niet gekozen heeft voor een meer verplichtend wettelijk kader om niet-gebruik van regelingen tegen te gaan?

De discretionaire bevoegdheid heeft ook gevolgen voor de verschillen tussen de SUWI-partijen. Al te grote verschillen achten de leden van de ChristenUnie-fractie zeer onwenselijk.

(Vraag 38) Is de regering dit met deze leden eens?

(Vraag 39) Hoe borgt de regering dat – de vaak nu al grote verschillen – eerder verkleind dan vergroot worden? (Vraag 40) Op welke wijze rechtvaardigt de regering verschillen?

Antwoord 37

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen toe te lichten waarom proactieve dienstverlening niet een meer verplichtend wettelijk kader krijgt. De reden is dat een verplichtende taak voor proactieve dienstverlening nadelen heeft. Een uitvoerbare verplichting vereist concrete en precieze vastlegging van vorm en inhoud van proactieve dienstverlening.

Om de doelen van proactieve dienstverlening te bereiken, is het echter belangrijk dat het nu en in de toekomst aansluit bij de behoeften van mensen. Met een bevoegdheid hoeft de dienstverlening zich niet te beperken tot wat op dit moment nodig is, maar zijn in de toekomst ook andere vormen van proactieve dienstverlening mogelijk. Sommige regelingen hebben een hoog niet-gebruik en vragen om intensieve proactieve benadering, terwijl voor andere regelingen de baten van proactieve dienstverlening beperkt kunnen zijn. Het kan bovendien veranderen in de tijd. Een verplichtend kader zou kunnen leiden tot een inefficiënte inzet van middelen, waarbij SUWI-partijen gedwongen worden om proactieve dienstverlening toe te passen waar dit niet noodzakelijk is of waar de middelen beter elders kunnen worden ingezet. Dit zou de kwaliteit van de reguliere dienstverlening kunnen aantasten en de beschikbare capaciteit onnodig belasten.

Daarnaast is het van belang dat SUWI-partijen de ruimte behouden om prioriteiten te stellen op basis van behoeften. Gemeenten verschillen bijvoorbeeld in hun demografische samenstelling, economische situatie en beschikbare capaciteit. Een verplichtend kader zou deze verschillen niet voldoende recht doen en zou kunnen leiden tot een eenheidsaanpak die niet past bij de specifieke omstandigheden. Dit zou de effectiviteit van de proactieve dienstverlening kunnen verminderen.

Antwoord 38

De regering onderschrijft de opmerking van de ChristenUnie-fractie dat het nadeel van een bevoegdheid is dat er verschillen kunnen ontstaan bij de uitvoering van proactieve dienstverlening. Wanneer verschillen ontstaan, zouden die kunnen leiden tot ongelijke behandeling van burgers in verschillende regio’s. Het wetsvoorstel en het conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW bevatten verschillende maatregelen om dit risico te beperken, zie hiervoor het volgende antwoord.

Antwoord 39

Om te bevorderen dat er geen te grote verschillen tussen SUWI-partijen ontstaan, geven het wetsvoorstel en de voorgenomen uitwerking in het conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW een aantal voorwaarden voor proactieve dienstverlening. Ook wordt de uitvoering onderling afgestemd. Een voorbeeld is dat de SUWI-partijen de opdracht krijgen samen te werken in fysieke en digitale loketten, zodat mensen beter afgestemde dienstverlening krijgen. Verder is het voornemen de implementatie landelijk gecoördineerd te laten plaatsvinden. Denk daarbij aan het opstellen van richtlijnen en handreikingen. De uitvoering kan daarbij bouwen op de bestaande samenwerking en gegevensuitwisseling in de sociale zekerheid. Ten slotte kan op basis van de geplande monitoring en evaluatie zo nodig worden bijgestuurd. Te grote verschillen moeten uiteraard worden voorkomen, maar ruimte in de uitvoering voor verschillende vormen van proactieve dienstverlening kan bijdragen aan effectiviteit. Het geeft inzicht in wat goed werkt en wat niet. Het maakt een overwogen keuze mogelijk om verder te gaan met effectieve aanpakken en successen van koplopers op te schalen.

Antwoord 40

Naar aanleiding van de vraag van de ChristenUnie-fractie naar de rechtvaardiging van verschillen is het belangrijk op te merken dat verschillen tot op zekere hoogte aanvaardbaar zijn. Ze vloeien namelijk voort uit de aard van de uitkeringen en voorzieningen, die ook verschillen in voorwaarden en verplichtingen hebben. De mate van niet-gebruik en de gevolgen van dat niet-gebruik voor de doelgroep kan ook een rechtvaardiging voor een verschil zijn. Ook kan een lager doenvermogen bij een bepaalde doelgroep rechtvaardigen dat extra inspanningen worden verricht ten opzichte van een meer zelfredzame doelgroep. Verschillen in de proactieve opstelling naar inwoners van verschillende gemeenten kunnen ook verklaarbaar zijn, omdat niet elke gemeente dezelfde voorzieningen aanbiedt en de ene gemeente meer capaciteit aan proactieve dienstverlening kan wijden dan de andere.

Bijvoorbeeld, een gemeente met een hoog percentage ouderen kan ervoor kiezen om extra inspanningen te leveren voor die inwoners, terwijl een andere gemeente zich meer richt op jongeren. Zolang deze verschillen gebaseerd zijn op een redelijke afweging van de lokale situatie en niet leiden tot willekeurige ongelijkheid, zijn ze acceptabel.

4. Uitvoering

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering momenteel onderzoek doet naar hoe ook voor gemeentelijke regelingen interne gegevensuitwisseling mogelijk kan worden gemaakt. (Vraag 41) Is in de Voorjaarsnota bij de budgettaire reserveringen al rekening gehouden met de financiële gevolgen van deze gemeentelijke regelingen?

Antwoord 41

In de Voorjaarsnota 202420 en 202521 zijn zowel voor de extra uitvoeringskosten als de extra uitkeringslasten in het kader van proactieve dienstverlening middelen gereserveerd voor gemeentelijke regelingen zoals de algemene bijstand, studietoeslag en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

(Vraag 42) De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering kan toezeggen dat er goede monitoring plaatsvindt of de programmabudgetten, zoals het Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeenten-budget (BUIG-budget) en het Gemeentefonds, afdoende zijn om eventuele meerkosten op te vangen.

Antwoord 42

Voor de gemeentelijke regelingen zijn er middelen voor extra uitvoeringskosten en uitkeringslasten gereserveerd. Via een invoeringstoets en een evaluatie wordt de besteding waar mogelijk gevolgd. Daarnaast zal proactieve dienstverlening worden gemonitord. Aan de hand van de uitkomsten wordt een inschatting gemaakt of de middelen in de programmabudgetten afdoende zijn. Als er na inwerkingtreding van de wet en het besluit onvoorziene financiële gevolgen optreden, zal dit worden bezien binnen de SZW-begroting conform de begrotingsregels.

De leden van de D66-fractie constateren dat de regering erkent dat de keuze voor een kan-bepaling kan leiden tot verschillen in de uitvoering tussen gemeenten en andere SUWI-partijen. Het voornemen om de dienstverlening te 'monitoren en evalueren' om bij te sturen, is in de toelichting echter nog abstract. (Vraag 43) Kan de regering daarom concreet specificeren welke maatregelen en instrumenten zij zal inzetten om te waarborgen dat de verschillen in behandeling gerechtvaardigd blijven en onwenselijke rechtsongelijkheid wordt geminimaliseerd? (Vraag 44) Hoe gaat dit monitoringsproces er in de praktijk uitzien en op basis van welke criteria zal worden bepaald wanneer bijsturing noodzakelijk is?

Antwoord 43

De leden van de D66-fractie vragen te specificeren hoe met de monitoring en evaluatie van proactieve dienstverlening bijgestuurd kan worden als er rechtsongelijkheid in de uitvoering blijkt te zijn. De monitoring beoogt de doeltreffendheid van wet te volgen door het meten van het niet-gebruik en door te onderzoeken hoe burgers de dienstverlening ervaren. Verder willen we bij de monitoring informatie ophalen over de voortgang van de implementatie van proactieve dienstverlening en in het bijzonder van de door UWV, de SVB en gemeenten voorgenomen pilots. De monitoring zal ook signalen en knelpunten gaan verzamelen vanuit de uitvoering en vanuit burgers.

Antwoord 44

We willen in de praktijk snel kunnen schakelen naar aanleiding van signalen en knelpunten. Informatie over hoe burgers en medewerkers in de uitvoering proactieve dienstverlening ervaren en over de voortgang van de implementatie zal worden verwerkt in de invoeringstoets, die gepland is voor het eerste jaar van inwerkingtreding.

De leden van de D66-fractie delen de zorg van de VNG dat de effectiviteit van dit wetsvoorstel wordt ondermijnd door de huidige, smalle scope. Cruciale data van onder meer de Belastingdienst en Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) ontbreken om de wet zijn volle potentieel te laten benutten.

(Vraag 45) Is de regering bereid de scope van gegevensuitwisseling in de toekomst te verbreden? (Vraag 46) Zo ja, welke mogelijkheden ziet zij om dit te doen op een wijze die de rechtszekerheid voor de burger te allen tijde waarborgt?

Antwoord 45

Naar aanleiding van de vraag van de leden van de D66-fractie over de scope van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening kan de regering bevestigen dat de mogelijkheid bestaat in de toekomst de gegevensuitwisseling met de Belastingdienst en DUO voor proactieve dienstverlening uit te breiden. Dit is aan een nieuw kabinet. De noodzaak van het tegengaan van niet-gebruik moet dan wel aangetoond zijn, net als de uitvoerbaarheid en financierbaarheid. Om gegevensverstrekking door de Belastingdienst en DUO aan gemeenten voor proactieve dienstverlening mogelijk te maken is een wijziging van de Wet SUWI nodig.

Antwoord 46

Bij een eventuele uitbreiding van de mogelijkheden voor gegevensuitwisseling met de Belastingdienst en DUO voor proactieve dienstverlening ligt het voor de hand dezelfde waarborgen voor de rechtszekerheid voor de burger op te nemen. Zoals een handhavingsverbod, het verbod op de verwerking van bijzondere persoonsgegevens (behoudens gegevens over de gezondheid) en de uitwerking van de gegevensverstrekkingen in een AMvB.

(Vraag 47) De leden van de SGP-fractie vragen de regering of zij er een risico in ziet dat SUWI-partijen, zoals gemeenten, op verschillende wijze om zullen gaan met proactieve dienstverlening en zo ja, hoe de regering van plan is dit bij te sturen.

Antwoord 47

De regering beaamt dat gemeenten op verschillende wijze kunnen omgaan met proactieve dienstverlening. Tot op zekere hoogte is dit aanvaardbaar, omdat uitkeringen en voorzieningen verschillen, evenals de mate van niet-gebruik, de doelgroepen en hun doenvermogen, en gemeenten onderling. Ook is ruimte nodig om verschillende vormen van proactieve dienstverlening toe te passen en te evalueren, om onderbouwde keuzes te kunnen maken over effectieve aanpakken en opschaling. Om onaanvaardbare verschillen te voorkomen stellen het wetsvoorstel en de voorgenomen uitwerking in het conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW een aantal voorwaarden. Het voornemen is de implementatie landelijk gecoördineerd te laten plaatsvinden. Op basis van de geplande monitoring en evaluatie kan zo nodig worden bijgestuurd in samenspraak met UWV, de SVB, de VNG en ook de Landelijke Cliëntenraad.

5. Financiële gevolgen

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat in de Voorjaarsnota 2024 en 2025 reserveringen zijn gemaakt voor uitvoeringskosten en uitkeringslasten van onder andere de bijstand, Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en Toeslagenwet (TW) in verband met dit wetsvoorstel. (Vraag 48) Waarop zijn deze reserveringen precies gebaseerd? (Vraag 49) Worden deze geschat voldoende te zijn voor gemeenten om optimaal uitvoering te kunnen geven aan deze wet? (Vraag 50) Kan de regering daarnaast een overzicht geven van de geraamde kosten indien in de berekeningen zou worden uitgegaan van volledig gebruik van de regelingen die in tabel 3.1 zijn opgenomen?

Antwoord 48

Om een inschatting te maken van de effectiviteit van proactieve dienstverlening wordt bij de AIO en algemene bijstand gebruikgemaakt van empirische resultaten van de Pilot niet-gebruik AIO van de SVB, waarbij een effectiviteit van 2,5% is berekend.22 Bij de TW blijkt uit een experiment dat het aantal TW-aanvullingen op de WW toeneemt met ca. 20%. Dit percentage is gebruikt als uitgangspunt om de effectiviteit bij andere moederwetten in te schatten.

Antwoord 49

De gehele dekking voor het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW is gereserveerd.

De ontbrekende dekking heeft enkel betrekking op het conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW. Voor de bijzondere bijstand is nog geen dekking (structureel € 12,1 miljoen). De regelingen kwijtschelden lokale belastingen en gemeentelijke minimaregelingen vallen onder de autonome bevoegdheid van gemeenten. Gemeenten zijn daarom zelf financieel verantwoordelijk voor deze regelingen. In de uitvoeringstoets op het conceptbesluit raamt de VNG € 19 miljoen structureel per jaar aan uitvoeringskosten voor gemeenten.23 De VNG heeft in haar uitvoeringstoets de extra uitkeringslasten niet meegenomen in de berekening, omdat de hoogte van de kosten afhangt van de mate waarin proactieve dienstverlening door de gemeenten wordt uitgevoerd. De invoeringstoets, de jaarlijkse monitoring en evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de wet en het besluit zullen inzichten bieden.

Antwoord 50

Er zijn oorzaken van niet-gebruik waarop dit wetsvoorstel niet ziet, en mensen houden de vrijheid om te kiezen of zij van een uitkering of voorziening gebruik willen maken. Het verschilt per regeling hoe het geraamde gebruik zich verhoudt tot het maximaal mogelijk gebruik, omdat ook de aard van regelingen verschilt. Het is niet realistisch om voor proactieve dienstverlening 100% gebruik als doel aan te houden. Er is daarom geen overzicht beschikbaar van de uitkeringslasten als 100% gebruik gemaakt zou worden van de regelingen.

(Vraag 51) De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering de mening deelt dat wanneer dit wetsvoorstel als een kan-bepaling wordt vormgegeven, gemeenten dit in de praktijk alleen zullen uitvoeren indien daarvoor ook voldoende budget beschikbaar is.

Antwoord 51

Gemeenten kunnen proactieve dienstverlening alleen uitvoeren als daarvoor voldoende budget beschikbaar is. Dit geldt los van de keuze voor een kan-bepaling. Daarom zijn extra middelen gereserveerd, zodat gemeenten de benodigde investeringen kunnen doen. Overigens is de verwachting dat proactieve dienstverlening per saldo meer maatschappelijke baten dan kosten heeft. Die baten zullen voor een deel ook bij de overheid neerslaan, waaronder gemeenten.24

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat er in 2024 en 2025 geld is gereserveerd voor dit wetsvoorstel, echter na de suppletoire begroting van 2024 is dit niet meer helder terug te vinden. (Vraag 52) Kan de regering een actueel en volledig overzicht geven van alle gereserveerde bedragen, gespecificeerd naar uitkeringslasten en uitvoeringskosten? (Vraag 53) Op welke manier worden de eventuele grotere financiële gevolgen van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening gedekt?

Antwoord 52

Bij de voorjaarsbesluitvorming 2024 zijn middelen gereserveerd voor de grootste drie regelingen (bijstand, TW, AIO) die onder het wetsvoorstel en het voorgenomen Besluit proactieve dienstverlening SZW vallen. Vervolgens zijn bij de voorjaarsbesluitvorming 2025 additionele middelen gereserveerd die enkel betrekking hebben op het conceptbesluit. De onderstaande tabel geeft per regeling de gereserveerde uitvoeringskosten en uitkeringslasten weer. Het wetsvoorstel heeft enkel betrekking op de Toeslagenwet.

x € 1 mln 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Struc
Wetsvoorstel 0,0 7,9 8,8 14,6 20,5 23,4 24,4
TW
Uitkeringslasten 0,0 2,4 7,3 12,1 17,0 19,4 19,4
Uitvoeringskosten 0,0 5,5 1,5 2,5 3,5 4,0 5,0
Besluit 0,8 13,8 19,3 26,5 33,8 37,7 37,7
Gemeentelijk domein
Bijstand uitkeringslasten 0,0 3,1 9,4 16,1 23,0 26,7 26,7
Uitvoeringskosten 0,1 5,7 6,8 7,0 7,0 7,1 7,1
AIO
Uitkeringslasten 0,0 0,2 0,6 0,9 1,3 1,5 1,5
Uitvoeringskosten 0,0 3,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0
Ondersteuning
BKWI en BIDN 0,8 1,8 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
Totaal 0,8 21,6 28,0 41,1 54,3 61,1 62,1

*Wegens de in de tabel gebruikte afronding met een decimaal achter de komma, lijken totalen soms niet overeen te komen met de onderliggende getallen, deze kloppen echter wel.

Antwoord 53

De berekende financiële gevolgen zijn volgens ons de beste inschatting op dit moment.

6. Advies en consultatie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat het wetsvoorstel als kan-bepaling is geformuleerd. Dit kan leiden tot verschillen in toepassing en uitvoering tussen gemeenten, met het risico van rechtsongelijkheid zoals de Landelijke Cliëntenraad (LCR) ook opmerkt. (Vraag 54) Waarom kiest de regering voor een kan-bepaling, terwijl zij bij SZW-maatregelen steeds het uitgangspunt van harmonisatie heeft benadrukt?

Antwoord 54

De regering verwacht dat het niet-gebruik van uitkeringen en andere sociale voorzieningen effectief aangepakt kan worden door proactieve dienstverlening als kan-bepaling te formuleren. Hierdoor krijgen UWV, de SVB, gemeenten de ruimte om allerlei werkwijzen in te zetten en te ontwikkelen en afhankelijk van de behoefte en resultaten zelf keuzes te maken. UWV, de SVB en gemeenten en ook de Landelijke Cliëntenraad hebben namelijk de meeste kennis en ervaring met het tegengaan van niet-gebruik. Het wetsvoorstel is geschreven om belemmeringen in de uitvoering weg te nemen.

Bij invoering kunnen UWV, de SVB en gemeenten in samenwerking met cliëntenraden gericht met proactieve dienstverlening aan de slag. De keuze voor een kan-bepaling wil ook nieuwe belemmeringen voorkomen, zoals een knellende invulling die het lastig maakt bij de uitvoering aan te sluiten bij de behoeften van mensen of een onevenredige belasting van de uitvoering met risico’s voor de reguliere dienstverlening.

De leden van de D66-fractie hechten belang aan het zwaarwegende advies van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over dit wetsvoorstel. De AP stelt dat de wettelijke basis voor gegevensverwerking te vaag is om te voldoen aan het rechtszekerheidsbeginsel. Essentiële waarborgen, zoals welke specifieke gegevens worden uitgewisseld, horen volgens de AP in de wet zelf thuis en niet in een lagere AMvB. (Vraag 55) Kan de regering reflecteren op dit fundamentele punt van kritiek? (Vraag 56) Waarom kiest de regering ervoor om deze waarborgen, tegen het advies van de AP in, niet op het hoogste wettelijke niveau te verankeren?

Antwoord 55

Voor zowel het uitwisselen van gegevens tussen SUWI-partijen en met derden voor proactieve dienstverlening als het verder verwerken van de eigen gegevens voor proactieve dienstverlening wordt voorzien in een wettelijke grondslag die voldoet aan het advies van de AP. Voor het uitwisselen van gegevens zijn de bestaande artikelen 54, 62 en 73 van de Wet SUWI in de basis de wettelijke grondslag. Naar aanleiding van het advies van de AP over het wetsvoorstel is gekozen de gegevensuitwisseling voor proactieve dienstverlening te specificeren in artikel 73b, in combinatie met een onderliggende AMvB (conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW). De reden is dat de bestaande artikelen in de Wet SUWI onvoldoende duidelijk en nauwkeurig zijn, aldus de AP in het advies op het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW. Het voorgestelde artikel 73b, tweede lid, Wet SUWI bepaalt onder meer dat de gegevens die voor proactieve dienstverlening worden uitgewisseld bij AMvB worden gespecificeerd. Voor het opnieuw gebruiken van de eigen gegevens voor proactieve dienstverlening is het nieuwe artikel 73b, eerste lid, Wet SUWI de grondslag.

Om de rechtszekerheid op wettelijk niveau verder te borgen wordt met een nota van wijziging artikel 73b, eerste lid, verduidelijkt. De verduidelijking houdt in dat het gebruik van de bevoegdheid tot proactieve dienstverlening door UWV, de SVB of gemeenten, de verplichting met zich meebrengt de daarvoor noodzakelijke gegevens in de eigen gevoerde administraties verder te verwerken. Dit voorkomt uitvoeringsvragen over een eventuele blokkerende werking van geheimhoudingsplichten.

Antwoord 56

Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW beperkt met zijn bevoegdheid en de daarbij benodigde gegevensverwerking een grondrecht: de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Daarom zijn de grondslagen daarvoor in lijn met het internationaal en Nederlandse recht, waaronder de AVG en Grondwet, verankerd in formele wetgeving. Voor het gedetailleerder uitwerken en concretiseren van deze wettelijke grondslagen is gekozen voor een AMvB.

Een AMvB biedt meer waarborgen dan een ministeriële regeling, waarmee ook op dit punt aan het AP-advies tegemoet is gekomen, en biedt tegelijk beduidend meer flexibiliteit dan een volledige uitwerking van de kaders voor proactieve dienstverlening op wetsniveau. Zo kan de AMvB nu en in de toekomst sneller en eenvoudiger aangepast kan worden aan de behoeftes van UWV, de SVB en gemeenten en de ervaringen van burgers die de monitoring van proactieve dienstverlening wil gaan volgen.

7. Monitoring en evaluatie

De leden van de NSC-fractie onderschrijven de lezing van de Raad van State dat de effectiviteit van de aanpak van niet-gebruik met een discretionaire bevoegdheid voor UWV, SVB en gemeenten afhankelijk is van de wijze waarop de uitvoerende instanties hiermee zullen omgaan. Deze leden zijn van mening dat proactieve dienstverlening een belangrijke stap is in het bevorderen van de bestaanszekerheid van burgers, en dat dit daarom nauwlettend gemonitord en geëvalueerd zou moeten worden. (Vraag 57) Zij vragen de regering daarom of zij bereid is om de termijn van evaluatie van de wetgeving na vijf jaar te vervroegen?

Antwoord 57

Voorafgaand aan de evaluatie zal er een jaar na inwerkingtreding een invoeringstoets plaatsvinden.

Deze nota wordt ondertekend mede namens de Staatssecretaris van Participatie en Integratie.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

M.L.J. Paul


  1. Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XV, nr. 73.↩︎

  2. Kamerstukken II 2024/25, 36 708, nrs. 8 en 28.↩︎

  3. Kamerstukken II 2024/25, 36 708, nrs. 8 en 28.↩︎

  4. Kamerstukken II 2024/25, 29 279, nr. 981 en 29 362 nr. 386.↩︎

  5. Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nrs. 792 en 849.↩︎

  6. Brief Minister en Staatssecretaris van SZW van 11 juli 2025, 26448-849.↩︎

  7. Kamerstukken II 2024/25, 24 515, nr. 799.↩︎

  8. Kamerstukken II 2024/25, 36 708, nr. 18, bijlage Jaarrapportage Dient Toeslagen 2024.↩︎

  9. Stb. 2025, 312.↩︎

  10. Artikel 2.7 van Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit SUWI in verband met de uitwerking van proactieve dienstverlening en het vervallen van de grondslagen voor SyRI is in voorbereiding, internet consultatie heeft plaatsgevonden. Zie Overheid.nl | Consultatie Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit SUWI in verband met de uitwerking van proactieve dienstverlening en het vervallen van de grondslagen voor SyRI.↩︎

  11. De impact van eenvoud; Een verkenning naar de brede kosten en baten van eenvoudigere inkomensondersteuning. SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam, november 2024. Bijlage bij Routekaart Hervormingsagenda inkomensondersteuning, Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 849.↩︎

  12. Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 849.↩︎

  13. Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 845.↩︎

  14. Eindrapport burgerperspectief proactieve dienstverlening | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎

  15. Autoriteit Persoonsgegevens, 14 juli 2025, 2025-010899.↩︎

  16. Stb. 2025, 312.↩︎

  17. Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nrs. 843.↩︎

  18. Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nrs. 792 en 849.↩︎

  19. Kamerstukken II 2024/25, 32 140 nr. 211 en 26 448, nrs. 792 en 849.↩︎

  20. Kamerstukken II 2023/24, 36 550 XV, nrs. 1 en 2.↩︎

  21. Kamerstukken II 2024/25, 36 725 XV, nrs. 1 en 2.↩︎

  22. Stct. 2022, 24731 (Tijdelijke regeling pilot gerichte bevordering gebruik AIO). Kamerstukken II 2022/23, 29 389, nr. 121.↩︎

  23. Brede gegevensdeling nodig voor proactieve dienstverlening | VNG↩︎

  24. De impact van eenvoud; Een verkenning naar de brede kosten en baten van eenvoudigere inkomensondersteuning. SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam, November, 2024. Bijlage bij Routekaart Hervormingsagenda inkomensondersteuning, Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 849.↩︎