[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verzamelbrief welzijn dieren buiten de veehouderij

Dierenwelzijn

Brief regering

Nummer: 2026D03987, datum: 2026-01-28, bijgewerkt: 2026-01-29 09:43, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 28286 -1416 Dierenwelzijn.

Onderdeel van zaak 2026Z01670:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Met deze brief informeer ik de Kamer over de voortgang op een aantal dierenwelzijnsonderwerpen, moties en toezeggingen die gaan over dieren buiten de veehouderij. De volgende onderwerpen komen aan bod:

Honden en katten

  • Toezegging informeren over alle maatregelen inzake bijtincidenten met honden en specifiek ingaan op het afstammingsbewijs van honden en het diagnoseregistratiesysteem (TZ202510-064)

  • EU-verordening welzijn en traceerbaarheid van honden en katten

  • Houdverbod katten met vouworen en naaktkatten

  • Houdverbod extreem kortsnuitige honden

Uitwerking AMvB’s

  • Verbod wedstrijden, tentoonstelling en keuringen met rechtmatig gecoupeerde honden en paarden

  • Motie-Teunissen inzake een verbod op alle dieronvriendelijk hulp- en trainingsmiddelen (Kamerstuk 36 163, nr. 13)

Verantwoord houderschap

  • Campagne ‘Zo schattig dat het pijn doet’

Wildopvang

  • Uitvoering amendement financiering wildopvangcentra (Kamerstuk 36 725 XIV, nr. 14)

  • Toezegging informeren over de gesprekken met gemeenten en provincies over financiering van wildopvang (TZ202510-060)


Honden en katten

Voortgang aanpak bijtincidenten

Tijdens het Commissiedebat van 2 oktober 2025 heb ik toegezegd de Kamer te informeren over de voortgang op alle vier de maatregelen tegen bijtincidenten met honden, en daarbij specifiek in te gaan op het afstammingsbewijs voor honden met bepaalde kenmerken, en het diagnoseregistratiesysteem (TZ202510‑064).

Landelijk meldpunt hondenbeten

Om bijtincidenten effectief aan te pakken is het belangrijk om een beter beeld te krijgen van de aard en omvang van de bijtproblematiek in Nederland. Mijn ambitie is om dit via twee sporen te doen: het landelijk meldpunt hondenbeten én het structureel ophalen van beschikbare data over bijtincidenten bij partijen die hier nu al over beschikken, bijvoorbeeld gemeenten. Zo ontstaat een steeds vollediger beeld van de aantallen en soorten incidenten met honden in heel Nederland, wat gebruikt kan worden ter onderbouwing van nieuw beleid.

Op 13 januari 2026 is het landelijk meldpunt hondenbeten live gegaan. Het meldpunt is te vinden op de website van de rijksoverheid, via rijksoverheid.nl/meldpunthondenbeten en biedt een plek voor iedereen om gevaarlijke situaties of incidenten met honden te registreren, zoals betrokkenen, slachtoffers, getuigen, (zorg)professionals, enzovoort. Op deze manier is er ook plek voor de ervaringen die via reguliere meldstructuren niet in beeld komen. Ik roep iedereen op gevaarlijke situaties of incidenten te melden. Hoe meer er geregistreerd wordt, des te beter het beeld van de problematiek wordt. Zo kunnen maatregelen nog beter aansluiten op de praktijk. Deze meldingen worden alleen gebruikt voor analysedoeleinden en beleidsvorming, niet voor handhaving. Voor de benodigde actie op lokaal niveau kan bij de gemeente of politie worden gemeld. Bedoeling is de effectiviteit van het meldpunt te evalueren, wanneer hiervoor voldoende gegevens beschikbaar zijn.

Afstammingsbewijs

Om het risico op een ernstige beet te minimaliseren werk ik aan een verplicht afstammingsbewijs voor honden met bepaalde risicokenmerken. Dat kunnen kenmerken zijn die ervoor zorgen dat een beet ernstig kan zijn of kenmerken die het waarschijnlijker maken dat de hond zal bijten. De insteek is om voor de honden met deze kenmerken een afstammingsbewijs met voorwaarden te verplichten, om te zorgen dat deze honden verantwoord gefokt, gesocialiseerd en gehabitueerd1 worden. Ik heb daarom een onderzoeksbureau gevraagd onderzoek te doen naar risicokenmerken bij honden die de kans op ernstige beten vergroten. Voor honden met deze risicokenmerken zal een afstammingsbewijs verplicht gesteld worden. Het onderzoek start in 2026 en heeft een verwachte doorlooptijd van minimaal een jaar. Parallel zal ook het afstammingsbewijs verder worden uitgewerkt.

Tijdens het Commissiedebat van 2 oktober 2025 vroeg het lid Van Groningen (VVD) of het diagnose registratiesysteem van dierenartsen (PetScan) zal worden benut voor het afstammingsbewijs voor honden met bepaalde kenmerken. Bij de verdere uitwerking wordt bekeken of een systeem zoals PetScan, waarin dierenartsen DNA-onderzoek en erfelijke ziektes registreren, een aanvulling kan zijn op het afstammingsbewijs. Ik beschouw toezegging TZ202510-064 hiermee als afgedaan.

Landelijk geldende aanlijn- en muilkorfplicht

Op verzoek van de Kamer geef ik daarnaast prioriteit aan een landelijk geldende aanlijn- en muilkorfplicht en de verplichte cursus (motie Kostić, Kamerstuk 28 286, nr. 1363). Op dit moment is het al zo dat indien een rechter via het strafrecht een aanlijn- en/of muilkorfplicht oplegt deze landelijk geldt. Deze opgelegde maatregel wordt gegeven in combinatie met een voorwaardelijke straf. Daarnaast kan een burgermeester op basis van de APV een gebod voor aanlijnen of muilkorven opleggen voor honden die zich gevaarlijk gedragen voor de eigen gemeente, maar de verplichting geldt dan niet automatisch ook in andere gemeenten. Om een door een burgermeester opgelegde aanlijn- en muilkorfplicht landelijk te laten gelden en hierop bestuursrechtelijk te kunnen handhaven is het nodig een specifieke wettelijke bevoegdheid te creëren. Dit vraagt een wetswijziging met een doorlooptijd van minimaal 2 jaar. Voor een sluitende handhaving is daarnaast een verplichte landelijke registratie nodig van de opgelegde geboden.

Om in de tussentijd ook actie te kunnen ondernemen ben ik met gemeenten in gesprek om te bezien welke maatregelen zij zelf op kortere termijn al kunnen nemen. Zij kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om risicovol gedrag van honden en de opgelegde maatregelen vrijwillig te registreren in het Landelijk Honden Dossier (LHD). Op deze manier kunnen gemeenten elkaar informeren over opgelegde maatregelen aan hondeneigenaren en biedt dit de mogelijkheid om maatregelen van elkaar over te nemen.

Verplichte pre-aanschaf cursus

De verplichte cursus heeft als doel het vergroten van kennis bij (toekomstige) eigenaren over het verantwoord aanschaffen én veilig houden van een hond. Een algemene maatregel van bestuur (AMvB) die voorziet in de invoering van deze verplichting wordt momenteel voorbereid. Het ontwerp hiervan zal naar verwachting later dit jaar voorgelegd worden ter internetconsultatie.

Daarnaast is een start gemaakt met het in kaart brengen hoe een dergelijke cursus effectief opgezet kan worden, en op basis van welke vereisten de inhoud bepaald gaat worden. Ik kijk hierbij onder andere naar ervaringen in andere lidstaten. Ook is een groep inhoudelijk experts gevraagd aan te geven welke elementen naar hun inzicht minimaal terug zouden moeten komen in een dergelijke cursus. Zodra er inhoudelijk concrete ontwikkelingen zijn, wordt de Kamer hierover informeren.

EU-verordening welzijn en traceerbaarheid van honden en katten

Op 25 november 2025 heeft het Raadsvoorzitterschap een voorlopig akkoord bereikt over de EU-verordening welzijn en traceerbaarheid van honden en katten. Op 10 december 2025 heeft het Comité van Permanente Vertegenwoordigers van de lidstaten bij de Europese Unie (Coreper) ingestemd met deze tekst. De voorzitter van het Coreper heeft een brief naar de voorzitter van de AGRI-commissie gestuurd om deze te informeren dat, indien het Europees Parlement in eerste lezing zijn standpunt over de finale compromistekst exact conform vaststelt, de verordening zal worden aangenomen. De verordening zal twintig dagen na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking treden, en zal twee jaar daarna van toepassing zijn. Enkele artikelen zullen later van toepassing worden, waaronder de artikelen die nog worden uitgewerkt in gedelegeerde handelingen. Ik ben erg blij met dit mooie resultaat. Door de verscheidene vereisten die zijn vastgelegd in de verordening ten aanzien van identificatie en registratie van honden en katten en erkenning van fokbedrijven, zal illegale handel effectiever bestreden kunnen worden. Daarnaast zal het dierenwelzijn in alle lidstaten beter geborgd zijn door de vereisten met betrekking tot kennis en kunde van dierverzorgers en huisvesting van honden en katten. De verordening bevat ook verboden ten aanzien van fokken met en tentoonstellen van honden en katten met schadelijke kenmerken en het gebruik van dieronvriendelijke hulp- en trainingsmiddelen, waardoor het dierenwelzijn in de EU aanzienlijk zal verbeteren.

Houdverbod katten met vouworen en naaktkatten

Alle katten met vouworen en naaktkatten lijden onder hun uiterlijke kenmerken. Ik ben dan ook blij dat op 31 oktober 2025 het houdverbod voor katten met vouworen en naaktkatten in het Staatsblad is gepubliceerd (Staatsblad 2025, 288). Op 11 november 2025 is ook de regeling gepubliceerd waarin de boetecategorieën zijn aangewezen voor overtreding van het verbod (Staatscourant nr. 38354). Het houdverbod is op 1 januari 2026 in werking getreden. Vanaf dat moment mogen er geen nieuwe katten met vouworen en naaktkatten meer aangeschaft worden. Het was al verboden om deze dieren te fokken in Nederland. Er geldt een overgangsregeling voor katten die vóór
1 januari 2026 al gehouden werden en ook voor die datum gechipt zijn om dit aan te tonen. Katten die onder het overgangsrecht vallen mogen verhandeld worden, maar ze mogen niet deelnemen aan wedstrijden, tentoonstellingen en keuringen. Dierenartsen mogen alle katten met vouworen en naaktkatten gewoon behandelen en er is geen meldplicht. Als houder ben je verplicht om je dier de nodige zorg te verlenen, ik roep houders dan ook op om de dierenarts niet te mijden. Asielen mogen verboden katten incidenteel opvangen en herplaatsen, in dat geval moet de nieuwe eigenaar een verklaring van het asiel krijgen waarmee aangetoond wordt dat de kat geadopteerd is. Het is namelijk niet in het belang van het dierenwelzijn als een kat levenslang in het asiel moet verblijven. Overtreding van het houdverbod kan beboet worden met een bestuurlijke boete van categorie 2 (€ 1.500,-) per kat. Overtreding van het verbod op wedstrijden, tentoonstellingen en keuringen kan beboet worden met een boete van categorie 1 (€ 500,-) per kat.

Houdverbod extreem kortsnuitige honden

In het kader van de motie-Graus en Kostić (Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 36), waarin de regering wordt verzocht een handel- en houdverbod in te stellen voor dieren die niet mogen worden gefokt in Nederland, heb ik tijdens het tweeminutendebat dieren buiten de veehouderij op 5 december 2024 toegezegd om de Kamer te laten weten of het mogelijk is om een houdverbod voor kortsnuitige honden in te stellen en hoe dat er dan uit zou komen te zien. Zoals ik in de verzamelbrief welzijn dieren buiten de veehouderij – overig (Kamerstuk 28 286, nr. 1397) heb aangegeven, is dit ingewikkeld omdat niet alle kortsnuitige honden lijden en er momenteel geen valide kenmerk is waarop een houdverbod voor extreem kortsnuitige honden kan worden gebaseerd. De criteria voor de fokkerij, waarmee het onderscheid tussen normaal en extreem kortsnuitig kan worden gemaakt, zijn namelijk pas vanaf een leeftijd van 1 jaar betrouwbaar te bepalen. Het is nu dus niet mogelijk om aan een puppy te zien of deze uiteindelijk aan de normen zal gaan voldoen of niet. Dit is wel noodzakelijk om een houdverbod in te kunnen stellen. Een koper kan dus ook niet aan een puppy zien of deze al dan niet extreem kortsnuitig is, waardoor er veel ruimte is voor misleiding door handelaren. Daarom heb ik het Expertisecentrum Genetica Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht gevraagd om onderzoek te doen naar de voorspellende waarde van uiterlijke- en DNA-kenmerken bij kortsnuitige pups. Ik roep mensen die een kortsnuitige pup kopen op om mee te doen aan dit belangrijke onderzoek, alleen met voldoende metingen kunnen we stappen zetten richting gezonde kortsnuiten. Dit onderzoek zal twee jaar duren, aangezien de ontwikkeling van kortsnuitige puppy’s gevolgd moet worden. Als er een of meerdere geschikte kenmerken uit het onderzoek komen, zal daarna een AMvB moeten worden opgesteld om een houdverbod voor extreem kortsnuitige honden te realiseren.

Uitwerking AMvB’s

Verbod wedstrijden, tentoonstelling en keuringen met rechtmatig gecoupeerde honden en paarden

Bij de Wet aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing in 2024 is de bevoegdheid in de Wet dieren opgenomen om lichamelijke ingrepen bij dieren bij AMvB aan te wijzen waarmee het verboden is deel te nemen aan en om deze toe te laten tot wedstrijden, tentoonstellingen en keuringen. Er is een AMvB opgesteld waarin het rechtmatig verwijderen van een of meerdere staartwervels bij paarden die zijn geboren op of na 1 januari 2016 en het rechtmatig couperen van de oren en/of staart bij honden worden aangewezen als ingrepen waar dit verbod voor zal gelden. Deze AMvB is op 19 december 2025 aan beide Kamers der Staten-Generaal gestuurd in het kader van de voorhang. De AMvB gaat vergezeld van een vrijstellingsregeling voor deelname aan en toelating tot sportieve wedstrijden waarbij het uiterlijk op geen enkele wijze wordt beoordeeld, met honden waarbij de staart met diergeneeskundige noodzaak (deels) is geamputeerd. Deze vrijstellingsregeling zorgt ervoor dat deze honden kunnen blijven profiteren van de welzijnsvoordelen die dergelijke activiteiten met zich meebrengen, zoals regelmatige beweging en mentale uitdaging. In dezelfde regeling wordt de boetecategorie aangewezen voor overtreding van het verbod op deelname aan en toelating tot wedstrijden, tentoonstellingen en keuringen met dieren die een aangewezen ingreep hebben ondergaan. Overtreding van dit verbod zal beboet kunnen worden met een bestuurlijke boete van categorie 2 (€ 1.500,-). Om misverstanden te voorkomen raad ik eigenaren van honden met een aangeboren korte of afwezige staart aan om bij deelname aan wedstrijden, tentoonstellingen en keuringen bewijs mee te nemen dat er bij dat dier geen ingreep heeft plaatsgevonden.

Verbod op dieronvriendelijk gebruik van hulp- en trainingsmiddelen bij honden en paarden

Ter uitvoering van de motie-Teunissen (Kamerstuk 36 163, nr. 13), die de regering verzoekt alsnog te komen met een AMvB waarmee een verbod wordt ingesteld op alle dieronvriendelijke hulp- en trainingsmiddelen, werk ik aan een AMvB waarin bepaalde vormen van gebruik van de meest risicovolle middelen worden aangewezen als verboden vorm van dierenmishandeling (Kamerstuk 28 286, nr. 1384). Ik concentreer mij daarbij op honden en paarden. Hierbij is het van belang om de juiste balans te vinden tussen een verbodsbepaling die ruim genoeg is om excessen bij incorrect gebruik van risicovolle middelen effectief aan te kunnen pakken, maar ook specifiek genoeg om correct gebruik van deze middelen nog steeds toe te staan. In het eerste kwartaal van dit jaar wordt naar verwachting de bedrijfseffectentoets van de ontwerp-AMvB uitgevoerd, waarna de internetconsultatie kan starten.

Om de kennis bij paardentrainers te verbeteren heb ik eerder aangegeven een afwegingskader te willen ontwikkelen waarmee welzijnsrisico’s bij het gebruik van hulp- en trainingsmiddelen in kaart kunnen worden gebracht (Kamerstuk 28 286, nr. 1352). In dat kader heb ik gesprekken gevoerd met verschillende door de stichting Opleiding Ruiterfederatie Nederland (ORUN) erkende opleidingen. ORUN bewaakt de kwaliteit van de erkende instructeursopleidingen in de paardensport en certificeert en diplomeert instructeurs. Uit deze gesprekken blijkt dat het curriculum op deze onderdelen recentelijk vernieuwd is en dat de verschillende onderwijsinstellingen hier steeds meer aandacht aan besteden. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat de nieuwe generatie instructeurs die een door ORUN erkende opleiding hebben gevolgd de juiste kennis in huis hebben en deze ook goed over kunnen brengen. Ik zie daarom af van het ontwikkelen van een afwegingskader.

Verantwoord houderschap

Campagne ‘Zo schattig dat het pijn doet’

Vorig jaar november is de voorlichtingscampagne ‘Zo schattig dat het pijn doet’ gelanceerd2. Het doel van de campagne was om (toekomstige) huisdiereigenaren bewust te maken dat het aanschaffen van een huisdier een grote verantwoordelijkheid is en had als pay-off ‘Kies bewust voor een dier, dat is beter voor jullie allebei’. En riep daarmee (toekomstige) huisdiereigenaren op om zich goed te laten infomeren voordat ze een huisdier aanschaffen. Hiervoor is onder andere een online checklist op rijksoverheid.nl beschikbaar en wordt doorverwezen naar het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG). De campagne had bijzondere aandacht voor schadelijke uiterlijke kenmerken bij huisdieren, omdat mensen eerder voor het uiterlijk van het dier kiezen dan dat ze letten op het welzijn en de gezondheid. Mensen kwamen de campagnebeelden tegen op plekken waar ze zich oriënteren op een huisdier, zoals Marktplaats en sociale media. Er is veel media-aandacht geweest. Online advertenties werden goed bekeken en veel mensen zijn naar de campagnepagina geleid, die in de top drie stond van de meest bezochte LVVN-pagina’s op rijksoverheid.nl van 2025 ondanks dat de pagina pas sinds november te bezoeken was. Ook op sociale media waren veel reacties. Ik waardeer dat veel stakeholders zoals dierenwelzijn ngo’s, medeoverheden, veterinaire professionals, bracheorganisaties en kinderboerderijen de campagne hebben gedeeld. Dit heeft geholpen in het bereiken en bewust maken van de (toekomstige) diereigenaar.   

 

Ik heb het effect van de campagne laten onderzoeken onder een brede afspiegeling van de maatschappij. Daaruit blijkt dat het een passende manier is geweest om mensen voor te lichten. Men vond de campagne geloofwaardig, opvallend en aansprekend. In het onderzoek is ook gevraagd waar mensen betrouwbare informatie zoeken over het aanschaffen van huisdieren. Men noemt daarop een aantal betrouwbare bronnen, zoals de dierenarts en het LICG. Wat ook uit de effectmeting naar voren komt is dat mensen onvoldoende kunnen benoemen welke schadelijke uiterlijke kenmerken er zijn en dat een deel van de mensen bepaalde kenmerken bij het ras vindt horen, ondanks dat dit schadelijke kenmerken zijn.

Zoals eerder aangekondigd (Kamerstuk 28 286, nr. 1397) wilde ik het effect van de campagne afwachten om te bezien of ik andere maatregelen zoals een bedenktijd voorafgaand aan de koop van een dier, ga onderzoeken. Nu blijkt dat het effect heeft, wil ik ook dit jaar weer een campagne lanceren over verantwoord houderschap van huisdieren. Omdat uit de effectmeting ook blijkt dat betrouwbare bronnen belangrijk zijn ga ik in gesprek met het LICG om te zorgen dat informatie nog beter vindbaar en bruikbaar wordt voor (toekomstige) houders.  

Wildopvang

Uitvoering amendement financiering wildopvangcentra

In juli 2025 heeft de Kamer een amendement op de begroting van LVVN aangenomen (Kamerstuk 36 725 XIV, nr. 14). Hiermee stelt het Rijk jaarlijks € 0,9 miljoen beschikbaar voor de periode 2025–2029, specifiek ter ondersteuning van de Nederlandse wildopvangcentra. Graag licht ik toe hoe ik invulling geef aan dit amendement.

De middelen die met het amendement beschikbaar komen zijn hoofdzakelijk bedoeld als bijdrage voor het aannemen van vakbekwaam personeel binnen wildopvangcentra. Veel wildopvangcentra staan al langere tijd financieel onder druk, dus het is belangrijk dat met de middelen bijgedragen wordt aan de continuïteit binnen de wildopvang. Het eerste deel van de middelen is in 2025 beschikbaar gesteld aan de wildopvangcentra.

Voor de resterende vier jaar (2026–2029) vind ik het belangrijk dat een klein deel van de middelen ook wordt besteed aan het verhogen van kwaliteit en/of financiële stabiliteit binnen de wildopvangsector. Sinds de oprichting van de Spreekbuis Wildopvangcentra en Dierenambulances is al veel gedaan aan de professionaliteit en zorgkwaliteit binnen de wildopvang, maar er zijn ook nog veel stappen die gezet kunnen worden om de basiskwaliteit van de wildopvang als sector te verhogen en de sector (financieel) sterker te maken. Dergelijke investeringen dragen bij aan de duurzaamheid van de sector, zodat wildopvangcentra hun essentiële werk in de toekomst kunnen blijven doen. De beschikbare middelen kunnen bijvoorbeeld worden ingezet voor het volgen van (financiële) trainingen, de ontwikkeling van een uniform triagesysteem of het opstellen van veterinaire richtlijnen en protocollen.

Uiteraard blijft de bijdrage voor vakbekwaam personeel het belangrijkste doel van de middelen. Dit zorgt voor directe verlichting van de financiële druk, zodat wildopvangcentra zich kunnen blijven richten op hun kerntaak: het opvangen en verzorgen van hulpbehoevende wilde dieren.

Terugkoppeling gesprekken met gemeenten en provincies over financiering van wildopvang

Tijdens het Commissiedebat over dieren buiten de veehouderij van 2 oktober 2025 heb ik toegezegd de Kamer te informeren over de gesprekken met gemeenten en provincies aangaande financiering van de wildopvang (TZ202510‑060). Deze gesprekken sluiten aan bij het eerder in deze brief genoemde amendement. In de toelichting van het amendement wordt namelijk gerefereerd aan een voorstel van de Spreekbuis Wildopvang en Dierenambulances, waarin provincies en gemeenten ook financieel bijdragen aan de wildopvang.

Ik heb onlangs met een aantal provincies gesproken over hun (financiële) rol in het wildopvangdossier. Meerdere provincies steunen de wildopvang al financieel, al dan niet structureel. Politieke afwegingen en regionale verschillen in de prioritering van thema’s bepalen in belangrijke mate of, en in welke mate een provincie de wildopvang financieel ondersteunt. Daarnaast spelen ook andere factoren hierin een rol.

Provincies merken bijvoorbeeld dat de regionale organisatie tussen wildopvangcentra niet altijd optimaal is en dat de professionaliteit en kwaliteit van werken binnen opvangcentra wisselt. Het zou provincies helpen als wildopvangcentra in deze zaken investeren. Het gaat hierbij om zorgkwaliteit, maar bijvoorbeeld ook om het goed trainen van medewerkers van wildopvangcentra in de financiële aspecten van het beheren van een opvangcentrum.

Daarnaast kan het uitzetten van bepaalde beschermde soorten door wildopvangcentra in strijd zijn met provinciaal beleid. Voor onder meer exoten geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning dieren uit te zetten (artikel 11.61, van het Besluit activiteiten leefomgeving). Voor invasieve exoten van de Europese Unielijst zijn ook de verboden van de Exotenverordening (1143/2014) van toepassing. Sommige provincies zijn van mening dat invasieve uitheemse soorten in beginsel al niet moeten worden opgevangen en hebben bezwaren tegen het financieel ondersteunen hiervan. Provincies vinden het verder belangrijk dat het uitzetten van beschermde soorten in goed overleg met de provincie gebeurt.

Tot slot hebben provincies nog onvoldoende inzicht in de bijdrage van het werk van wildopvangcentra aan de instandhouding van opgevangen inheemse of beschermde diersoorten. Mocht uit onderzoek blijken dat de wildopvang hieraan bijdraagt, kan dit provincies motiveren om opvangcentra te ondersteunen.

Uiteraard bespreek ik de uitkomsten van het overleg met de Spreekbuis Wildopvangcentra en Dierenambulances. Het organiseren van een bijeenkomst met meerdere gemeenten vergt meer tijd. Dit voorjaar vinden gesprekken met gemeenten plaats over hun rol in de financiering van wildopvang. De uitkomst van dit overleg worden teruggekoppeld aan de Kamer.

Jean Rummenie

Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


  1. Bij habituatie went een hond aan alledaagse prikkels, zoals geluiden of voorwerpen, en leert de hond dat deze geen gevaar opleveren. Daardoor zal de hond er na verloop van tijd minder of helemaal niet meer op reageren.↩︎

  2. www.rijksoverheid.nl/huisdieren↩︎