[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Nieuwe werkwijze en Handreiking constitutionele toetsing

Reikwijdte van artikel 68 Grondwet

Brief regering

Nummer: 2026D04022, datum: 2026-01-28, bijgewerkt: 2026-01-30 10:49, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 28362 -86 Reikwijdte van artikel 68 Grondwet.

Onderdeel van zaak 2026Z01685:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Inleiding

Het kabinet vindt het van groot belang dat voorstellen voor wet- en regelgeving scherper worden getoetst op hun verenigbaarheid met de Grondwet, het Europese en internationale recht en rechtsbeginselen. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (JenV) en ik hebben het afgelopen jaar intensief gewerkt aan het (verder) verbeteren van de algemene wetgevingstoets respectievelijk de constitutionele toets ex ante, zoals ook in het regeerprogramma is aangekondigd.1 Toegezegd is dat hierover aan uw Kamer zal worden gerapporteerd.2 Voor de algemene wetgevingstoets is dit inmiddels gebeurd.3 De rapportage van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over de constitutionele toets ex ante treft u hierbij aan.

Versterking constitutionele en algemene wetgevingstoets

Op basis van de Aanwijzingen voor de regelgeving verrichten de ministeries van JenV en BZK respectievelijk een algemene wetgevingstoets en een constitutionele toets bij daarvoor in aanmerking komende wetsvoorstellen en ontwerp-algemene maatregelen van bestuur.

In het licht van onder meer de toeslagenaffaire en de nieuwe werkwijze van JenV bij de algemene wetgevingstoets4 heeft mijn departement de werkwijze bij de constitutionele toetsing van ontwerpregelgeving de afgelopen periode herijkt en versterkt. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat met JenV zowel inhoudelijk als procedureel hernieuwde werkafspraken zijn gemaakt over de samenwerking bij de toetsing van nieuwe regelgeving, met als doel de kwaliteit van toetsing te versterken. De constitutionele toetsing door BZK wordt in onderlinge afstemming met JenV verricht, met respect voor elkaars verantwoordelijkheden. BZK probeert in een vroegtijdig stadium zicht te krijgen op dossiers die mogelijk in aanmerking komen voor een constitutionele toets. Anders dan voorheen wordt niet langer uitsluitend op verzoek van dossierhouders getoetst, maar selecteert BZK in overleg met de departementen nu ook zelf actief, op basis van selectiecriteria.5

(Verdere) herijking en versterking constitutionele toetsing

Een andere belangrijke wijziging is dat BZK meer aandacht besteedt aan de constitutionele toetsing van ontwerpregelgeving, hiervoor is ook extra capaciteit beschikbaar gesteld. Bij de aanbieding van stukken voor de besluitvorming in voorportalen, onderraden en ministerraad moet sinds kort bovendien expliciet worden aangegeven welke eventuele bezwaren BZK vanuit constitutioneel oogpunt heeft. Op deze manier is de aandacht voor constitutionele aspecten sterker verankerd in het wetgevings- en besluitvormingsproces.

Herziene Handreiking

De nieuwe werk- en selectiewijze van BZK bij de constitutionele toetsing is opgenomen in een herziene versie van de Handreiking constitutionele toetsing (bijlage). De herziene Handreiking bevat ook praktische handvatten en informatie over de uitvoering van een constitutionele toets op ontwerpregelgeving; zowel voor de interne kwaliteitsborging door de departementen zelf als voor de advisering en toetsing door BZK.

De Handreiking heeft een andere opzet dan de vorige.6 Deze is overzichtelijker en praktischer gemaakt, onder meer door de opname van een stappenplan voor het uitvoeren van een constitutionele toets. Net als de vorige editie is de Handreiking opgenomen in het Beleidskompas,7 waardoor zij een vast onderdeel vormt van de voorbereidende fase van wet- en regelgeving.

Tot slot

De vergrote aandacht vanuit de Tweede Kamer voor de constitutionele houdbaarheid van wetgeving sluit goed aan bij de verscherpte aandacht van het kabinet voor dit onderwerp. Het parlement draagt als controleur van de regering en medewetgever eveneens verantwoordelijkheid voor het borgen van de constitutionele houdbaarheid van wetgeving. Vermeldenswaardig is daarbij de instelling van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing van de Tweede Kamer, die onlangs haar eerste ervaringen en adviezen heeft geëvalueerd.8 De commissie beoogt met haar adviezen een actieve bijdrage te leveren aan de verscherping van het constitutionele bewustzijn van de Kamer.

De toetsing door BZK en de adviezen van de Kamer kunnen allebei op hun eigen manier bijdragen aan de kwaliteit en constitutionaliteit van (ontwerp)regelgeving.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

F. Rijkaart


  1. Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 36471, nr. 96, p. 84.↩︎

  2. Laatstelijk bij brief van 25 juni 2025, Kamerstukken II 2024/25, 28362, nr. 83.↩︎

  3. Brief van 6 juni 2025, Kamerstukken II 2024/25, 36600-VI, nr. 151.↩︎

  4. In september 2023 is een nieuw kader gepresenteerd voor het uitvoeren van een selectievere rijksbrede wetgevingstoets.↩︎

  5. Zie voor de selectiecriteria paragraaf 2.3 van de Handreiking constitutionele toetsing. JenV heeft voor de algemene wetgevingstoets eigen selectiecriteria.↩︎

  6. De eerste versie van de Handreiking constitutionele toetsing is bij brief van 15 maart 2022 aan uw Kamer toegezonden, bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 35925-VII, nr. 142.↩︎

  7. De Handreiking is beschikbaar via het Kenniscentrum beleid en regelgeving (www.kcbr.nl).↩︎

  8. Zie het verslag ‘Zorgvuldig wegen’ van 4 september 2025, bijlage bij Kamerstukken II 2025/26, 36642, nr. 2. De tijdelijke commissie heeft onlangs een doorstart gemaakt, zie https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail/2025-2026/12#f7d7c943.↩︎