Motie van het lid Teunissen c.s. over nationale sancties tegen de Israëlische regering tot 37 organisaties hun humanitaire werkzaamheden kunnen hervatten
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026
Motie (kabinetsappreciatie: Ontraden)
Nummer: 2026D04080, datum: 2026-01-28, bijgewerkt: 2026-01-29 13:21, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36800-V-74).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C. Teunissen, Tweede Kamerlid (PvdD)
- Mede ondertekenaar: S.E.M. Dobbe, Tweede Kamerlid (SP)
- Mede ondertekenaar: K.P. Piri, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: S.R.T. van Baarle, Tweede Kamerlid (DENK)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 V-74 Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z01721:
- Indiener: C. Teunissen, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: S.R.T. van Baarle, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: S.E.M. Dobbe, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: K.P. Piri, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-01-28 16:15: Begroting Buitenlandse Zaken (36800-V) voortzetting (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-02-04 00:00: Aanvang middagvergadering: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026
Nr. 74 MOTIE VAN HET LID TEUNISSEN C.S.
Voorgesteld 28 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Israëlische overheid per 1 januari 2026 de vergunningen van 37 internationale humanitaire organisaties heeft ingetrokken en opgeschort, waardoor zij hun hulpverlening in Gaza en de Westelijke Jordaanoever moeten beëindigen;
constaterende dat deze maatregel leidt tot het wegvallen van een groot deel van de medische zorg, voedselhulp, watervoorziening en onderdak;
overwegende dat onafhankelijke humanitaire hulp onder het internationaal humanitair recht beschermd is en door het Internationaal Gerechtshof als essentieel is aangemerkt om genocide te voorkomen;
overwegende dat ook derde staten de plicht hebben om alles in het werk te stellen om onbelemmerde, neutrale en onafhankelijke humanitaire hulp mogelijk te maken;
verzoekt de regering om op nationaal niveau sancties in te stellen tegen de Israëlische regering tot de 37 organisaties hun humanitaire werkzaamheden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever kunnen hervatten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Teunissen
Dobbe
Piri
Van Baarle