Tweeminutendebat Politie (CD 18/12) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D04103, datum: 2026-01-28, bijgewerkt: 2026-01-29 10:08, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-28 10:25: Tweeminutendebat Politie (CD 18/12) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (๐ origineel)
Politie
Politie
Aan de orde is het tweeminutendebat Politie (CD d.d.
18/12).
De voorzitter:
We gaan meteen door met het tweeminutendebat Politie, tevens met deze
minister. Ik geef daarvoor het woord aan mevrouw Faber van de PVV als
eerste spreker van de zijde van de Kamer. Gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de politie het gezag op straat dient terug te
krijgen;
overwegende dat uit angst om beticht te worden van etnisch profileren er
allerlei ridicule maatregelen worden genomen, zoals het inzetten van de
selectiepaal, waar zowel binnen als buiten de politie om wordt
gelachen;
overwegende dat het inclusiebeleid bij de politie is doorgeslagen en er
niet altijd met gelijke maten wordt gemeten;
overwegende dat het beleid niet altijd eenduidig wordt uitgevoerd door
onder andere verschillende opvattingen over proportioneel optreden
binnen de lokale driehoek;
overwegende dat het beroep van politieagent te belangrijk is om
geridiculiseerd te worden;
verzoekt de regering het bestuur van de politie aan te zetten te stoppen
met politiek correcte spelletjes die het aanzien en respect van de
politie schaden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 1304 (29628).
Mevrouw Faber (PVV):
Dan de volgende.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat boa's neutraliteit dienen uit te stralen en zich dienen
te onthouden van religieuze uitingen;
constaterende dat er een AMvB klaarligt die voorziet in een verbod op
religieuze uitingen voor boa's;
constaterende dat de minister deze AMvB niet wil bekrachtigen terwijl
daar geen wettelijke belemmering voor is;
constaterende dat de minister niet tegen het verbod is, maar dit
wettelijk wil vastleggen;
verzoekt de regering de AMvB die voorziet in een verbod op religieuze
uitingen in werking te laten treden tot de beoogde wet die ook voorziet
in een verbod op religieuze uitingen van kracht is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 1305 (29628).
Mevrouw Faber (PVV):
Binnen de tijd!
De voorzitter:
Uitstekend, mevrouw Faber. Het belooft een mooie dag te worden. Dank u
wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf. Zij spreekt namens D66. Gaat
uw gang.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb รฉรฉn motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Commissie Monitoring Waarborgen Heimelijk Werk in
haar eindrapport concludeert dat het nieuw opgerichte undercoverteam
(UCT) van de Nationale Politie door grote tijdsdruk een valse start
heeft gemaakt;
constaterende dat de commissie wijst op risico's op het gebied van
kennisoverdracht, leiderschap en het terugkeren van een ongewenste
organisatiecultuur;
overwegende dat eerdere tekortkomingen binnen het voormalige stelsel WOD
hebben geleid tot ernstige gevolgen, waaronder risico's voor de mentale
gezondheid van medewerkers;
verzoekt de regering om het functioneren, de organisatiecultuur en het
personeelswelzijn binnen het nieuwe undercoverteam structureel te
monitoren, en de Kamer hierover periodiek te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Struijs,
Michon-Derkzen, Mutluer, Straatman, Coenradie en Schilder.
Zij krijgt nr. 1306 (29628).
Dank u wel.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zou aan mevrouw Van der Werf willen vragen of ik deze motie mede kan
indienen.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Zeker.
De voorzitter:
Dan zullen we dat in orde maken. Kijk aan! Mevrouw Mutluer, doet u
mee?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ja, heel graag, want volgens mij hebben we heel nadrukkelijk om die
monitoring gevraagd, ook naar aanleiding van het gesprek. Wij steunen de
motie van harte en willen die medeondertekenen.
De voorzitter:
Ook de naam van mevrouw Mutluer komt erbij.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Heel goed. Ik zag mevrouw Straatman een opstaande beweging maken.
De voorzitter:
Ja, ik zie het ook. Ik zie mevrouw Straatman ook.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dat klopt. Ik twijfelde, maar ik doe ook graag mee.
De voorzitter:
Het is soms net een markt, hรจ.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Mevrouw Coenradie? Mevrouw Faber?
De voorzitter:
Nou, mevrouw Coenradie?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Welja.
De voorzitter:
Mevrouw Coenradie tekent ook mee. Mevrouw Faber?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Mevrouw Schilder komt eraan.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Ik teken mee.
De voorzitter:
Ook de naam van mevrouw Schilder zullen we meenemen.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Geweldig, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Werf. Tot slot is het woord aan mevrouw
Coenradie als laatste spreker van de zijde van ... O, ik zie de heer El
Abassi binnenkomen. Hij stond op de sprekerslijst, dus het kan net. Gaat
uw gang, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank. Ik zal meteen beginnen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het WODC-rapport Samen sterker benadrukt dat
herkenbaarheid en representatie essentieel zijn voor vertrouwen in de
politie;
overwegende dat aanwezigheid van de politie op maatschappelijke
evenementen bijdraagt aan zichtbaarheid en werving;
verzoekt de regering te bevestigen dat de aanwezigheid van de politie op
verbindende maatschappelijke en culturele evenementen past binnen haar
neutraliteit en publieke taak,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1307 (29628).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zowel de Raad van State als het College voor de
Rechten van de Mens ernstige bezwaren hebben geuit tegen een verbod op
religieuze uitingen voor boa's;
verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoe deze adviezen zijn
meegewogen en het beleid hierop te heroverwegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1308 (29628).
De heer El Abassi (DENK):
Dan mijn laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Raad van State en het College voor de Rechten van
de Mens hebben gewaarschuwd dat een verbod op religieuze uitingen voor
boa's strijdig is met grondrechten en stigmatiserend werkt;
overwegende dat inconsistent beleid rond inclusie en neutraliteit het
vertrouwen in de rechtsstaat ondermijnt;
verzoekt de regering af te zien van het aanpassen van wetgeving om een
verbod op religieuze uitingen voor boa's mogelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1309 (29628).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer El Abassi. Dan nu toch tot slot: de laatste spreker
van de zijde van de Kamer, mevrouw Coenradie, die spreekt namens JA21.
Gaat uw gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat geweldsincidenten met wapens toenemen, met name onder
jongeren;
overwegende dat schaarse politiecapaciteit effectief en gericht moet
worden ingezet;
overwegende dat handhaving het meest effectief is wanneer die
plaatsvindt op basis van objectieve risico-indicatoren, zoals locatie,
gedrag, bezit en bekende geweldspatronen;
verzoekt de regering te bezien hoe, binnen bestaande of nieuwe
wettelijke kaders, gerichter doelgroepenbeleid kan worden toegepast bij
handhaving, zodat politiecapaciteit doelgericht kan worden ingezet en
agenten duidelijke kaders en rugdekking krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1310 (29628).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer de op 2 september 2025 ingediende
motie-Michon-Derkzen c.s. met een ruime meerderheid heeft aangenomen
waarin de korpsleiding wordt verzocht te stoppen met de
controlepaal;
overwegende dat het verzoek van de Kamer naast zich neer is
gelegd;
verzoekt de regering desnoods via regelgeving af te dwingen dat er
gestopt wordt met de inzet van de controlepaal,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1311 (29628).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de politie kampt met ernstige operationele
uitdagingen;
overwegende dat beschikbare middelen primair moeten worden ingezet voor
de kerntaken van de politie;
verzoekt de regering te stoppen met diversiteitsbeleid binnen de politie
en de vrijvallende middelen en capaciteit in te zetten voor de
versterking van de operationele slagkracht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Schilder.
Zij krijgt nr. 1312 (29628).
Dank u wel. Ik schors tien minuten tot 10.40 uur voor de appreciaties van de ingediende moties.
De vergadering wordt van 10.30 uur tot 10.40 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Van Oosten:
Dank, voorzitter. Er zijn negen moties ingediend. Ik loop er met uw
welnemen snel doorheen.
De motie op stuk nr. 1304 is van mevrouw Faber. Zij verzoekt eigenlijk
de politie te stoppen met politieke spelletjes. Ik ontraad deze motie.
Ik herken me ook niet in de motie zoals die daar ligt.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik heb in mijn motie aangegeven wat ik vind van de selectiepaal. De
dienders in Amsterdam geven zelf aan dat ze eigenlijk voor paal staan
met die paal op straat. Er wordt ook om gelachen, zowel binnen als
buiten de politie. Die paal is in feite in het leven geroepen door de
leiding, omdat men niet beticht wilde worden van etnisch profileren. Dat
is natuurlijk gewoon onzin, want je kunt die paal beter maar thuislaten
als je in de Bijlmer gaat controleren. Mijn vraag is natuurlijk wel: is
de minister het ermee eens dat je in feite gewoon voor gek staat met
zo'n paal? Dat is toch ook een motie van wantrouwen naar je eigen
diender toe; alsof die zelf niet in staat is om op de juiste manier te
controleren.
Minister Van Oosten:
Ik heb geen reden om te twijfelen aan de professionele inschatting die
de politie kan maken als het gaat om de inzetbaarheid die op dat
ogenblik gevraagd wordt. Mevrouw Coenradie vraagt ook specifiek naar de
paal als zodanig. Ik kom daar dadelijk bij de appreciatie nog even op
terug. Ik deel de zorgen van mevrouw Faber op dat punt niet. Ik acht de
politie zeer wel in staat om geen "spelletjes" โ zo zegt de politie het
zelf โ te spelen met de veiligheid in dit land.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1305.
Minister Van Oosten:
De motie-Faber op stuk nr. 1305 ziet op de AMvB rondom religieuze
uitingen bij boa's. Ik ontraad deze motie. De Raad van State heeft
namelijk het advies gegeven โ daar hecht ik waarde aan โ om dit op het
niveau van de formele wet te organiseren. Als ik dat niet doe, dan zie
ik gebeuren dat het besluit bij de eerste de beste keer door de rechter
onderuit wordt gehaald. Dat lijkt me zeer onverstandig. Ik ontraad de
motie dus om die reden.
Mevrouw Faber (PVV):
Ja, maar het is niet bij wet verboden om deze AMvB te bekrachtigen. Dat
mag wettelijk gezien wel. Ik zie niet in waarom je door de rechter
teruggefloten zou worden. Dat is mijn vraag.
Minister Van Oosten:
Klopt, maar het is wel zo dat ik dat als hoog risico taxeer. Daarnaast
vind ik het ook waardevol om wat te doen met het advies dat ik van de
Raad van State krijg. Ik ben ook bij machte om daar wat aan te doen.
Daarom ontraad ik uw motie.
Mevrouw Faber (PVV):
Maar in feite laat de minister dan dus wel zijn oren hangen naar de Raad
van State. Wettelijk gezien mag dit namelijk. Het is helemaal geen gek
voorstel om de AMvB te bekrachtigen tot de wet er is.
Minister Van Oosten:
Daar zijn mevrouw Faber en ik het dan niet over eens. Ik lees het advies
van de Raad van State zo dat de Raad van State mij adviseert: organiseer
dat in een formele wet en zorg dat daar een discussie over kan
plaatsvinden in dit Kamerhuis. Dat is dan ook de weg die we wat mij
betreft zouden moeten bewandelen. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1306.
Minister Van Oosten:
De motie op stuk nr. 1306 is een motie van mevrouw Van der Werf, en vele
anderen, kan ik inmiddels ook zeggen. Die motie wil ik oordeel Kamer
geven, want die ligt in het verlengde van de discussie die we
kortgeleden met elkaar gevoerd hebben. Het is goed voor de Handelingen,
denk ik, dat ik wel even expliciteer hoe ik dit dan doe, in navolging
van wat ik toen al gezegd heb. Er is een visitatiecommissie ingesteld.
Die commissie bestaat uit externe experts met kennis van zaken van het
domein heimelijk werk. Dat onderwerp blijf ik ook actief bespreken met
de korpschef. Ik informeer uw Kamer in eerste instantie in het
halfjaarbericht politie, dat we binnenkort weer gaan krijgen. Langs die
weg gaan we het volgen. Ik reken daarbij op mevrouw Van der Werf om dat
uitdrukkelijk te doen. Deze motie krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie een non-verbale instemming van mevrouw Van der Werf. De motie op
stuk nr. 1307.
Minister Van Oosten:
De motie op stuk nr. 1307, van de heer El Abassi, vraagt eigenlijk of de
politie aanwezig kan zijn bij momenten die ertoe doen, laat ik het zo
zeggen. De politie doet dit al. Die motie is overbodig. De politie
overweegt wel per keer, vanuit de verantwoordelijkheid die ze heeft om
een benaderbare politie te zijn, of het wel of niet passend is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1307: overbodig. De motie op stuk nr. 1308.
Minister Van Oosten:
De motie op stuk nr. 1308, ook van de heer El Abassi, is ook overbodig.
De overwegingen wat betreft het verbod op de religieuze uitingen voor
boa's dienen dan te worden uitgelegd in de memorie van toelichting bij
het wetstraject. Dan kunnen we op dat moment er met elkaar de discussie
over voeren.
De motie op stuk nr. 1309, ook van de heer El Abassi, ontraad ik
eveneens. Die ziet specifiek op de neutraliteit als zodanig, niet in het
bijzonder op een al dan niet wetstraject. De neutraliteit acht ik
belangrijk voor de taakuitvoering en daarom moet niet worden afgezien
van een wetstraject. Ik ontraad de motie.
De motie op stuk nr. 1310, van mevrouw Coenradie, ziet op bestaande of
nieuwe wettelijke kaders rondom beleid dat kan worden toegepast bij
handhaving. Als ik 'm niet begrijp, dan hoor ik dat van mevrouw
Coenradie, maar ik lees de motie zo dat het specifiek gaat over
situaties rondom preventief fouilleren. Als dat zo is, dan vind ik de
motie overbodig. Het is namelijk een lokale aangelegenheid, die onder
het lokale gezag plaatsvindt. Preventief fouilleren gebeurt in
aangewezen veiligheidsrisicogebieden op basis van zorgvuldige analyses
en niet specifiek op basis van doelgroepenbeleid. Met andere woorden: er
vindt een aselectieve controle plaats in de veiligheidsrisicogebieden.
Daarom beschouw en apprecieer ik de motie als overbodig.
De motie op stuk nr. 1311, van mevrouw Coenradie, ziet op de paal waar
mevrouw Faber het net ook al over had. Het verzoek is om via regelgeving
af te dwingen dat daarmee wordt gestopt. Kort en goed komt het op het
volgende neer. Ik heb de afwegingen net al bij mevrouw Faber aangeven.
Wat betreft de inzet van de politie en de mogelijkheden die de politie
heeft om zich in te zetten daar wat dat past en nodig is, vertrouw ik op
de professionele afweging. Ik vind het niet proportioneel om een
wetstraject te starten, zoals mevrouw Coenradie voorstelt. Ik ontraad
deze motie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik kan me er wel iets bij voorstellen dat de minister een heel
wetgevingstraject buitenproportioneel vindt. Ik vind het nog erger dat
er gewoon geen uitvoering wordt gegeven aan een motie van mevrouw
Michon-Derkzen die hier ligt. De vraag is hoe we hier vervolgens mee om
kunnen gaan. Nu wijst men namelijk toch elke keer naar elkaar. De lokale
overheid, in dit geval de driehoek, wijst naar de minister en andersom.
Ondertussen wordt het handelingskader van de politie steeds dikker en
vreemder.
Minister Van Oosten:
Het past nu om even terug te grijpen op de discussie die toen gevoerd
is. In de appreciatie op de motie van mevrouw Michon-Derkzen is
aangegeven dat de inzet van de paal facultatief is en dat het aan het
lokale gezag is om wel of niet tot de inzet ervan te besluiten. Er is
toen toegezegd om het te bespreken met het LOVP, dat gezelschap van
regioburgemeesters en de korpsleiding. Dat is gebeurd; dat heb ik zelf
nog gedaan. Ook daaruit is gekomen dat het uiteindelijk aan het lokale
gezag is om het wel of niet te doen. Volgens mij heb ik dat ook aan u
teruggekoppeld. Dan kom ik uiteindelijk bij uw dictum, namelijk het
verzoek om dat vast te leggen in een formele wet. Ik zeg u hoe ik ben
omgegaan met die motie. Volgens mij is dat in lijn daarmee, maar ik vind
het buitenproportioneel om daar een wet van te maken. Daarom ontraad ik
'm.
De laatste motie is de motie op stuk nr. 1312, ook van mevrouw
Coenradie. Die ziet op diversiteitsbeleid et cetera en in het bijzonder
het stoppen daarmee. Die ontraad ik. Om voor iedere burger een
effectieve en benaderbare politie met slagkracht te zijn, is een diverse
politieorganisatie van belang. Ook draagt een diverse politieorganisatie
bij aan het vertrouwen van de samenleving.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat
Politie.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd. Ik
schors de vergadering tot 10.55 uur. Daarna zullen we verdergaan met het
de behandeling van de begroting Justitie en Veiligheid. De vergadering
is geschorst tot 10.55 uur.
De vergadering wordt van 10.48 uur tot 10.56 uur geschorst.