[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de voorhang AMvB vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde (Kamerstuk 31332-110)

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D04150, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-29 11:15, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z00487:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


31 332 Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen

Verslag van een schriftelijk overleg

Vastgesteld d.d. 


Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de staatssecretaris d.d. 14 januari 2026 inzake de voorhang AMvB vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde (Kamerstuk 31332, nr. 110). Bij brief van ... heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De fungerend voorzitter van de commissie

Bromet

Adjunct-griffier van de commissie

Easton

Inhoud

I Vragen en opmerkingen uit de fracties

  • Inbreng van de leden van de D66-fractie

  • Inbreng van de leden van de VVD-fractie

  • Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

  • Inbreng van de leden van de CDA-fractie

  • Inbreng van de leden van de JA21-fractie

  • Inbreng van de leden van de BBB-fractie

II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

I Vragen en opmerkingen uit de fracties

Inbreng van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen/wiskunde. Deze leden steunen deze nieuwe doelen en de spoedige implementatie ervan. Zij hebben momenteel geen verdere vragen.

Inbreng van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met bijzonder veel interesse de voorhang AMvB vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde gelezen en steunen een voortvarende invoering.

Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de voorhang van de algemene maatregel van bestuur Besluit vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde. Deze leden hebben hierover de volgende vragen aan de staatssecretaris.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in de algemene maatregel van bestuur (AMvB) wordt uitgegaan van een inwerkingsperiode van vijf jaar voordat de vernieuwde kerndoelen volledig verplicht worden. Deze leden vragen de staatssecretaris waarom voor een periode van vijf jaar is gekozen. Vijf jaar is binnen een schoolcarriĂšre namelijk ontzettend lang. Kan de staatssecretaris toelichten waarom een kortere periode, bijvoorbeeld drie jaar, niet haalbaar of wenselijk wordt geacht? Welke inhoudelijke, organisatorische of uitvoeringsmatige overwegingen liggen hieraan ten grondslag?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen de staatssecretaris er nogmaals op wijzen dat de vorige vernieuwing van het curriculum plaatsvond in 2006. Mochten er scholen zijn die pas in 2031 overgaan op de nieuwe kerndoelen, dan heeft het curriculum dus 25 jaar stilgestaan. Deze leden vragen zich dan ook af hoe deze lange inwerkingsperiode zich verhoudt tot de brede urgentie die juist wordt benadrukt ten aanzien van de vernieuwing van het curriculum; het zou een grote bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van de onderwijskwaliteit. Welke waarborgen zijn er dat scholen niet pas aan het einde van de inwerkingsperiode daadwerkelijk met de vernieuwde kerndoelen gaan werken? Daarnaast vragen deze leden hoe er wordt omgegaan met de terechte kritiek van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) dat de lange inwerkingsperiode ervoor zorgt dat de inspectie voor een heel lange tijd toezicht moet houden op twee verschillende curricula.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat het slagen van een curriculumherziening valt of staat met een zorgvuldige en realistische implementatie in de onderwijspraktijk. Daarbij is voldoende tijd en ruimte voor leraren cruciaal. Deze leden maken zich zorgen over de werkdruk die gepaard gaat met de invoering van de vernieuwde kerndoelen. Zij constateren dat voor de implementatie in het primair onderwijs wordt uitgegaan van zestien uur per school, terwijl in het voortgezet onderwijs wordt uitgegaan van zestien uur per leraar. Deze leden vragen de staatssecretaris hoe dit grote verschil tussen primair en voortgezet onderwijs te verklaren is, en waarom daarvoor gekozen is. Bedoelt de staatssecretaris hiermee dan de implementatie van de kerndoelen in het voortgezet onderwijs meer aandacht behoeft dan in het primair onderwijs?

Kan de staatssecretaris inzichtelijk maken hoe de implementatie in die zestien uur per school of per leraar kan plaatsvinden? Waarop heeft hij die zestien uur gebaseerd? En klopt het beeld van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat deze zestien uur niet extra is, maar dat het reguliere ontwikkeltijd voor leraren betreft die niet kan worden besteed aan professionalisering op andere vlakken? Wat in de ontwikkeling van leraren kan volgens de staatssecretaris wijken om de scholen zich te laten richten op de implementatie van de kerndoelen? Daarnaast vragen deze leden hoe wordt geborgd dat schoolbesturen daadwerkelijk de benodigde ruimte creëren voor teams om gezamenlijk aan de implementatie te werken en dat deze tijd niet slechts op papier beschikbaar is.

Acht de staatssecretaris het realistisch dat een volledige basisschool de implementatie van vernieuwde kerndoelen kan realiseren met slechts zestien uur in totaal? Hoe verhoudt deze tijdsbesteding zich tot de omvang en complexiteit van de curriculumvernieuwing, zeker in het primair onderwijs waar leraren meerdere vakken geven en kerndoelen integraal moeten worden verwerkt? Is de staatssecretaris het met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie eens dat zestien uur per school zorgt voor ongelijkheid tussen kleine scholen met weinig leraren en grote scholen met veel leraren? En dat er een ongelijkheid ontstaat tussen scholen met wel of geen lerarentekort? Kan de staatssecretaris de zorgen van deze leden daarover wegnemen?

In het besluit lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat er voor de implementatie van de curriculumherziening in periode van 2025-2028 €23 miljoen wordt vrijgemaakt. Kan de staatssecretaris verhelderen waarom dit geld is gereserveerd voor deze periode, terwijl de periode van inwerkingtreding loopt tot 2031? Deze leden zouden daarnaast graag een uitsplitsing zien van waarvoor precies die €23 miljoen is gereserveerd, alsmede een uitsplitsing van de €21,25 miljoen die structureel is gereserveerd voor het op peil houden van het curriculum.

Verder lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat als gevolg van dit besluit er een prikkel ontstaat voor private organisaties om hun aanbod af te stemmen op de (implementatie van de) geactualiseerde kerndoelen. Deze leden maken zich al langer zorgen over de steeds groter wordende invloed van private partijen in het onderwijs. Betekent dit dat een deel van het geld dat is gereserveerd voor de curriculumherziening ten goede komt aan private organisaties en daarmee dus aan hun winsten? Klopt het dat private organisaties in het onderwijs geen omzetbelasting betalen over de winsten die zij verkrijgen met publieke middelen? Waarom is er niet voor gekozen om de publieke organisaties die er zijn te versterken zodat zij scholen kunnen ondersteunen in de implementatie van het curriculum?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in het besluit onder de kop ‘Evaluatie en monitoring’ dat de nieuwe kerndoelen periodiek na een aantal jaar door Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) worden geĂ«valueerd. De leden vinden dat een goede zaak, maar missen in de uitwerking van de wettekst en de toelichting erop het aangenomen amendement Ceder c.s. waarin wordt gesteld dat de Onderwijsraad ook eens per tien jaar kijkt in hoeverre het curriculum nog actueel is.1 Kan de staatssecretaris toelichten waarom er in het besluit niets is opgenomen over dit amendement?

Nadat de voorhang van de nieuwe kerndoelen is afgerond, worden de vernieuwde kerndoelen voorgelegd aan de Raad van State. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de staatssecretaris zal doen indien de Raad van State in haar advies op de AMvB of het onderliggende besluit substantiële of fundamentele kritiek uit. Deze leden vragen zich af of de planning zoals die nu voorligt dan in gevaar komt, gezien deze vrij krap is als er uit wordt gegaan van inwerkingtreding op 1 augustus 2026. Daarnaast vragen deze leden zich af hoe de Kamer geïnformeerd wordt over de wijze waarop met het advies van de Raad van State wordt omgegaan.

Inbreng van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie maken graag van de gelegenheid gebruik enkele aanvullende vragen te stellen over de voorhang AMvB vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde.

De leden van de CDA-fractie merken op dat het aantal kerndoelen aanzienlijk is verminderd, wat deze leden als positief ervaren. Ook was het de bedoeling om de samenhang tussen de kerndoelen duidelijker te maken. Zij vragen de staatssecretaris uit te leggen hoe het versterken van die samenhang en het terugbrengen van het aantal kerndoelen zou kunnen bijdragen aan betere resultaten van leerlingen op het gebied van lezen, schrijven en rekenen.

De staatssecretaris geeft aan dat invoering van de nieuwe kerndoelen haalbaar is, mede dankzij een uitgebreid implementatieplan dat momenteel wordt ontwikkeld in overleg met sociale partners. De leden van de CDA-fractie willen graag weten wanneer dit implementatieplan klaar zal zijn en binnen welk tijdsbestek de nieuwe kerndoelen voor Nederlands, rekenen en wiskunde volledig ingevoerd worden. Tot slot vragen deze leden of en hoe er na de inwerkingtreding van het implementatieplan gemonitord zal gaan worden.

Inbreng van de leden van de JA21-fractie

De leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de vernieuwde kerndoelen en hebben hierover nog een aantal vragen en opmerkingen.

In algemene zin vragen de leden van de JA21-fractie in hoeverre de nu voorliggende kerndoelen meer of minder ambitie bevatten dan de vorige kerndoelen. Kan de staatssecretaris nog eens helder aangeven op welke manier de nu voorliggende kerndoelen inhoudelijk verschillen van de vorige kerndoelen? Aan welke stof, inhoud of vaardigheden zal met deze kerndoelen meer tijd moeten worden besteed en aan welke juist minder? Graag een toelichting.

In de tekst van de kerndoelen primair en speciaal onderwijs onderdeel A, Nederlands, kerndoel 3 staat: “de leerling produceert teksten”. Waarom is gekozen voor de term “produceert” in plaats van “schrijft”?

De kerndoelen leggen veel nadruk op zaken waarop kinderen zouden moeten “reflecteren” of die zij moeten “evalueren”. Zo gaan ze in de ogen van de leden van de JA21-fractie in sommige opzichten gebukt onder grote ambities op een hoog metaniveau. In kerndoel 5 bijvoorbeeld moet de leerling “reflecteren” op “het product van een taalactiviteit”. Of zoals bijvoorbeeld beschreven in kerndoel 7 van de kerndoelen Nederlands primair en speciaal onderwijs, onderdeel A: “de leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan je identiteit”. Waarom is gekozen voor deze ingewikkelde benadering en op welke wetenschappelijke inzichten berust deze? Is het niet belangrijker dat kinderen op de basisschool eerst fatsoenlijk leren lezen, schrijven en spreken waarbij het verkennen hoe de taal uiting geeft aan een identiteit eerder als een ‘extra’ kan worden beschouwd dan als een kerndoel? Op welke manier wordt onderzocht of leerlingen voldoen aan dit kerndoel en met taal uiting geven aan hun identiteit?

Dit geldt volgens de leden van de JA21-fractie ook tot op zekere hoogte voor kerndoel 7B: “de leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied” met bijvoorbeeld het “verkennen van overtuigingen over verschillende talen en taalvariĂ«teiten”. Hoe wordt dit getoetst? Als nu een school leerlingen wel goed leert spellen, schrijven, formuleren, spreken en lezen, maar niet doet aan het verkennen van overtuigingen over verschillende talen, voldoet die school dan dus niet aan deze kerndoelen? Welke gevolgen zou dat hebben?

Ten aanzien van kerndoel 6, “de leerling toont inzicht in taal als systeem”, doel B: “de leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie”. In hoeverre betekent dit kerndoel dat kinderen goed moeten leren spellen (en op een goede manier interpunctie moeten leren gebruiken) en waarom is dat niet op die manier geformuleerd?

Ten aanzien van de kerndoelen rekenen en wiskunde: hier geldt wellicht dat deze kennis en vaardigheden beter kunnen worden gemeten en vergeleken door de tijd. Hoe verhouden deze kerndoelen zich tot de vorige kerndoelen? En hoe verhouden deze kerndoelen zich tot die in onze buurlanden?

Ten aanzien van de kerndoelen onderbouw voortgezet onderwijs: in hoeverre verplichten deze kerndoelen om kinderen te leren een goed opstel te schrijven?

Inbreng van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de voorhang AMvB vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde. Deze leden hebben geen vragen aan de staatssecretaris.

II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap


  1. Kamerstuk 36699, nr. 36.↩