Kaderinstructie Nederlandse inzet voor de 14e Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO MC14)
Brief regering
Nummer: 2026D04289, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-29 15:01, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (Ooit VVD kamerlid)
- Kaderinstructie Nederlandse inzet voor de 14e Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
- Beslisnota bij Kamerbrief inzake Kaderinstructie Nederlandse inzet voor de 14e Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO MC14)
Onderdeel van zaak 2026Z01866:
- Indiener: A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij bied ik u de kaderinstructie aan met daarin de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden in de aanloop naar en tijdens de 14e Ministeriële Conferentie (MC14) van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). MC14 zal op 26-29 maart 2026 plaatsvinden in Yaoundé, de hoofdstad van Kameroen.
De tweejaarlijkse Ministeriële Conferentie is het belangrijkste besluitvormingsmoment van de WTO. Hier wordt politieke sturing aan het multilaterale handelssysteem gegeven. Handel vormt een belangrijke bron voor de Nederlandse welvaart: ongeveer één derde van de Nederlandse economie wordt verdiend door export en import van goederen en diensten. Het kabinet vindt het daarom belangrijk om goed voorbereid en met een duidelijke set aan prioriteiten naar Yaoundé af te reizen. Die prioriteiten vindt u in deze kaderinstructie. Ter introductie schets ik in deze brief de context waarin MC14 plaats zal vinden.
Multilaterale handelsregels zorgen al decennia voor stabiliteit en zekerheid – dit zijn belangrijke voorwaarden voor bedrijven om succesvol te ondernemen in het buitenland. De WTO is de organisatie waar multilaterale handelsregels zijn belegd. Helaas neemt de effectiviteit van de organisatie af. Gemaakte WTO-afspraken worden door sommige leden niet goed nageleefd, wat negatieve gevolgen heeft voor het gelijk speelveld tussen landen. Daarnaast functioneren belangrijke onderdelen van de WTO niet volledig, zoals het geschillenbeslechtingssysteem. En tot slot zorgt inefficiënte besluitvorming ervoor dat het lastig is om tot nieuwe handelsafspraken te komen of bestaande afspraken te moderniseren.
Nederland is daarom al langer van mening dat hervormingen nodig zijn om het multilaterale handelssysteem en de WTO te versterken. Ook de Europese Commissie, die namens de EU binnen de WTO onderhandelt, deelt dit standpunt. Het is van belang dat de uitdagingen binnen het handelssysteem worden aangepakt. Het behouden van een sterk, op regels-gebaseerd handelssysteem is in het Nederlandse belang. Toch beseft het kabinet zich ook dat hervormingen doorvoeren in een multilaterale organisatie met 166 lidstaten en het verbeteren van een systeem van handelsregels dat over decennia is ontwikkeld, een zaak van de lange adem is. Daar komt nog bij dat de mondiale handelspolitieke spanningen zijn toegenomen. Deze spanningen zijn helaas niet bevorderlijk voor het doorvoeren van WTO-hervormingen.
De handelsspanningen tonen zich vooral in, en als gevolg van, steeds meer handelsmaatregelen. Zoals in het grootschalig verlenen van industriële subsidies met negatieve gevolgen voor gelijk speelveld tussen landen, het ondermijnen van de basisprincipes van non-discriminatie en reciprociteit van het multilaterale handelssysteem, de niet-WTO conforme verhoging van importheffingen ter bescherming van de eigen industrie en het gebruik van importheffingen en exportrestricties voor andere dan economische doelen. Tot slot is er ook binnen de WTO verdeeldheid over de beste manier om hervormingen door te voeren. Terwijl Nederland en de EU waarde zien in een flexibelere organisatie waarbij lidstaten die het gezamenlijk eens zijn over nieuwe regels onderling afspraken kunnen maken, houden andere landen vast aan de praktijk waarbij instemming van alle 166 is vereist, hetgeen effectieve besluitvorming beperkt.
Met deze complexe geo-economische situatie in gedachten is de kaderinstructie voor MC14 geschreven. Het is van belang dat tijdens MC14 de hervormingsagenda overeind wordt gehouden met het oog op hervormingen voor de komende jaren. Om dit te bewerkstellingen is het belangrijk dat Nederland, samen met andere EU lidstaten en gelijkgezinde landen, de belangen en prioriteiten ten behoeve van een open, op regels-gebaseerde handelssysteem blijft uitdragen.
De belangrijkste prioriteiten van deze kaderinstructie zijn:
Borgen van de basisbeginselen van de WTO.
Met als doel dat de basisprincipes van het handelssysteem nageleefd blijven worden. Nederland is immers gebaat bij een stabiel en voorspelbaar handelssysteem.
Versterken van het gelijk speelveld tussen industriële sectoren van landen.
Met als stip op de horizon dat WTO-regels over industriële subsidies en andere vormen van staatssteun worden aangescherpt en beter nageleefd. Bedrijven uit staatsgeleide economieën hebben nu een oneigenlijk concurrentievoordeel ten opzichte van bedrijven uit markteconomieën.
Bijdragen aan een breder gebruik van plurilaterale initiatieven bij de WTO.
Met als doel dat beleidsvorming bij de WTO mogelijk blijft, doordat het mogelijk wordt gemaakt dat een groep aan WTO-leden in eerste instantie alleen afspraken met elkaar maakt.
Versterken van het gelijk speelveld tussen landen door integratie van milieu- en klimaataspecten in de WTO-agenda.
Met als doel dat de relatie tussen handel en milieu- en klimaatafspraken en de implementatie daarvan deel worden van de WTO-agenda ter borging van het gelijk speelveld.
Deelname van alle landen aan het WTO-systeem versterken.
Met als doel dat alle landen goed geïntegreerd zijn in het multilaterale handelssysteem. Een goede integratie draagt bij aan duurzame economische groei, vooral ook voor ontwikkelingslanden. Daarnaast vergroot het de handelskansen voor Nederlandse bedrijven.
Nederland zal zich in aanloop naar en tijdens MC14 actief voor deze prioriteiten inzetten, zowel binnen de Europese beleidsdiscussies over de EU-inzet als ondersteunend daaraan in de eigen bilaterale contacten met derde landen.
Staatssecretaris Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingshulp,
Aukje de Vries