[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Diederik van Dijk over de stemming in het Europees Parlement over het burgerinitiatief My Voice, My Choice

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D04300, datum: 2026-01-29, bijgewerkt: 2026-01-29 15:32, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z22660:

Preview document (🔗 origineel)


AH 989

2025Z22660

Antwoord van staatssecretaris Tielen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 29 januari 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 812

Vraag 1

Heeft het kabinet kennisgenomen van de resolutie van het Europees Parlement die het burgerinitiatief My Voice, My Choice verwelkomt, waarin opgeroepen wordt om abortus te vergoeden die ondergaan wordt in een EU-lidstaat met ruimere abortuswetgeving?1

Antwoord

Ja, ik ben bekend met de resolutie van het Europees Parlement en met het burgerinitiatief My Voice, My Choice.

Vraag 2

Kunt u bevestigen dat beleid en wetgeving over abortus geen Europese, maar een nationale bevoegdheid is?

Antwoord

De verdeling van bevoegdheden binnen de Europese Unie is vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).2 Dit verdrag bepaalt dat het aan de lidstaten is om hun beleid voor gezondheidszorg in te richten.3 De EU kan het optreden van de lidstaten wel ondersteunen, coördineren en aanvullen.4 De EU mag op dit terrein geen maatregelen vaststellen die de lidstaten verplichten hun wet- en regelgeving te harmoniseren.5 EU-lidstaten zijn hiermee, in beginsel, zelf bevoegd besluiten te nemen met betrekking tot hun nationale abortuswetgeving.

In specifieke situaties kan abortus binnen de werkingssfeer van het Unierecht vallen. Zo heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie abortus aangemerkt als een dienst6 en kunnen de lidstaten dus gebonden zijn aan de Unierechtelijke vrij-verkeersregels.

Vraag 3

Erkent u dat met dit burgerinitiatief de nationale soevereiniteit van EU-lidstaten in de praktijk wordt geschonden?

Antwoord

Nee. Het initiatief roept op om lidstaten financieel te steunen bij abortuszorg voor vrouwen die hier in hun eigen land geen veilige of legale toegang tot hebben. Het is aan de Europese Commissie (hierna: de Commissie) om hier een besluit over te nemen. Mocht de Commissie gehoor geven aan dit initiatief, dan kunnen lidstaten nog steeds zelf hun wet- en regelgeving over abortus bepalen.

De Commissie heeft het burgerinitiatief geregistreerd.7 Registratie van een burgerinitiatief vindt enkel plaats wanneer de Commissie tot de conclusie komt dat is voldaan aan de relevante criteria voor registratie uit Verordening 2019/788 inzake het Europees burgerinitiatief. Eén van de criteria is dat het initiatief een onderwerp moet betreffen waarvoor de Commissie bevoegd is een voorstel in te dienen. Daarnaast mag het initiatief niet indruisen tegen de waarden van de Unie.8 Als het burgerinitiatief de nationale soevereiniteit zoals vastgelegd in het VWEU zou schenden, zou de Commissie het initiatief dus niet hebben geregistreerd.

Vraag 4

Bent u het ermee eens dat het onwenselijk is dat andere lidstaten of Europese gremia zich gaan bemoeien met op democratische wijze tot stand gekomen beleid en wetgeving ten aanzien van abortus in lidstaten?

Vraag 5

Hoe wenselijk zou u het vinden als Europese instanties of andere EU-lidstaten zich actief zouden gaan bemoeien met het Nederlandse beleid ten aanzien van abortus?

Antwoord 4 en 5

Het zou onwenselijk zijn als de EU of haar lidstaten zouden handelen in strijd met de bevoegdheden die zijn vastgelegd in het VWEU. Bijvoorbeeld als de EU aan Nederland zou opleggen om de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) aan te passen. Als het om (seksuele en reproductieve) gezondheid gaat, is de EU bevoegd om lidstaten in hun beleid te ondersteunen, te coördineren en aan te vullen, zoals ook is toegelicht in het antwoord op vraag 1. Bovendien is het binnen internationale en Europese samenwerking gebruikelijk dat landen het gesprek met elkaar aangaan over verschillende onderwerpen, óók over kwesties die tot de nationale bevoegdheden behoren. Zolang dit gesprek plaatsvindt binnen de kaders van het VWEU en met respect voor nationale democratische besluitvorming, is dit niet onwenselijk maar juist een belangrijk onderdeel van internationale samenwerking.

Vraag 6

Is het kabinet het eens dat de wens van het burgerinitiatief en het Europees Parlement in strijd is met artikel 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat stelt dat eenieder recht heeft op bescherming – en dus ook het ongeboren leven?

Antwoord

Nee, dit burgerinitiatief (en toegang tot abortus in algemene zin) is niet in strijd met Europese grondrechten. In artikel 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie staat dat eenieder recht heeft op leven, maar ongeborenen worden niet expliciet genoemd. Hoewel er geen overeenstemming bestaat over de vraag of mensenrechten van toepassing zijn op ongeborenen, zijn de verdragen waarin mensenrechten zijn vastgelegd over het algemeen pas na de geboorte van toepassing. Dat volgt onder andere uit artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). Dit artikel stelt dat ‘alle mensen worden geboren in vrijheid en gelijkheid in waardigheid en rechten’. Als het burgerinitiatief in strijd zou zijn met EU-grondrechten had de Commissie het initiatief niet geregistreerd. De Commissie registreert een burgerinitiatief immers alleen als deze voldoet aan de relevante criteria voor registratie in de Verordening 2019/788 inzake het Europees burgerinitiatief.

Vraag 7

Deelt het kabinet de opvatting dat ‘grensverkeer’ voor abortus – vanuit onder meer Polen, Malta, maar ook Duitsland en België – in de meeste gevallen geen betrekking heeft op medische noodsituaties waarin het leven van de moeder direct gevaar loopt?

Antwoord

In Nederland wordt niet geregistreerd waarom vrouwen kiezen voor een abortus. Dat geldt ook voor buitenlandse vrouwen die voor een zwangerschapsafbreking naar Nederland zijn afgereisd. Het is dus niet bekend hoeveel van deze vrouwen hun zwangerschap om medische redenen wil afbreken. De reden van hun keuze doet er ook niet toe. Een belangrijk uitgangspunt in de Wafz is immers dat de vrouw zélf bepaalt wat voor haar een noodsituatie is. Het maakt in die zin dus niet uit of haar noodsituatie van (ernstige) medische of van andere aard is.

Vraag 8

Kunt u aangeven hoe het beleid en de wetgeving in Nederland zich verhoudt tot dit burgerinitiatief? Vergoedt Nederland op dit moment al abortussen van buitenlandse vrouwen?

Antwoord

In het burgerinitiatief wordt de Commissie opgeroepen om een financieringsmechanisme te ontwikkelen dat lidstaten kan ondersteunen bij toegang tot abortuszorg voor vrouwen die hier in hun eigen land geen veilige of legale toegang tot hebben.De subsidieregelingen voor abortus zijn van toepassing op behandelingen aan vrouwen die verzekerd zijn volgens de Wet langdurige zorg (Wlz). In principe is dit iedereen die vast in Nederland woont of werkt. Voor vrouwen die voor abortuszorg vanuit het buitenland naar Nederland reizen is geen vergoeding.

Vraag 9

Wat is de positie van Nederland ten aanzien van de inhoud van het burgerinitiatief?

Vraag 10

Welke wegen ziet u om te bevorderen dat de Commissie niet meegaat in dit burgerinitiatief?

Antwoord 9 en 10

Het is aan de Commissie om een besluit te nemen over het burgerinitiatief. Binnen zes maanden na de bekendmaking van het initiatief maakt de Commissie haar juridische en politieke conclusies over het initiatief bekend in een mededeling. Daarbij vermeldt de Commissie eveneens waarom zij al dan niet maatregelen neemt, en zo ja, welke maatregelen zij van plan is te nemen.9 Naar aanleiding van de mededeling van de Commissie zal het kabinet het Nederlandse standpunt interdepartementaal afstemmen via het gebruikelijke afstemmingsproces. Uw Kamer ontvang daarover dan een BNC-fiche.10

Vraag 11

Hoe geeft het kabinet invulling aan de aangenomen motie-Stoffer c.s. over zich actief verzetten tegen pogingen om abortus als mensenrecht op te nemen in Europese verdragen (Kamerstuk 36247, nr. 9)?

Antwoord

De motie-Stoffer c.s. verzoekt ons om ons actief te verzetten tegen pogingen om abortus als mensenrecht op te nemen in Europese Verdragen. Op dit moment zijn er geen concrete pogingen om abortus als mensenrecht op te nemen in de Europese Verdragen en is opvolging nu niet aan de orde.  


  1. Nederlands Dagblad, 17 december 2025, 'Europarlement wil abortus vergoeden en omzeilt zo nationale wetgeving. ‘Dit redt levens’'↩︎

  2. Artikelen 2 tot en met 6 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie↩︎

  3. Artikel 168, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie↩︎

  4. Artikel 6, onder a, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie↩︎

  5. Artikel 2, lid 5, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie↩︎

  6. C-159/90 Society for the Protection of Unborn Children Ireland Ltd v Grogan↩︎

  7. Uitvoeringsbesluit 2024/1158 van de Commissie van 10 april 2024.↩︎

  8. Zie artikel 6, lid 3, van Verordening 2019/788.↩︎

  9. Artikel 15, lid 2, Verordening 2019/788.↩︎

  10. BNC staat voor Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen. Een BNC-fiche geeft het standpunt van de Nederlandse regering ten aanzien van een nieuw Europees voorstel weer, waarmee de Nederlandse regering de onderhandelingen op Europees niveau ingaat.↩︎