[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

36785 Nota van wijziging inzake Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)

Nota van wijziging

Nummer: 2026D04788, datum: 2026-02-02, bijgewerkt: 2026-02-02 13:21, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z02072:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36785

Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)

Nota van wijziging

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Aan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

G

In artikel 24c, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

2

Aan artikel II wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

G

In artikel 55a, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

3

Aan artikel III wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

G

In artikel 25, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

4

Aan artikel VI wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

H

In artikel 21, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

5

Aan artikel VII wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

H

In artikel 36c, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

6

Aan artikel IX wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

J

In artikel 65a, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

7

Artikel X wordt als volgt gewijzigd:

A

Na onderdeel C wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

CA

In artikel 2:62, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

B

Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

Q

In artikel 3:59, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

8

Aan artikel XIII wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

J

In artikel 35a, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

9

Aan artikel XIV wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

J

In artikel 58, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

10

In artikel XVI wordt na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende:

BA

In artikel 79a, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

11

In artikel XVII wordt na onderdeel E een onderdeel ingevoegd, luidende:

EA

In artikel 34, eerste lid, wordt “gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering” vervangen door “van terugvordering of verdere terugvordering”.

12

Na artikel XVIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XVIIIA Samenloopbepalingen met Participatiewet in balans

Bij samenloop met onderdelen van de Participatiewet in balans wordt deze wet als volgt gewijzigd:

A

Indien artikel I, onderdeel E, van de Participatiewet in balans eerder in werking is getreden of treedt dan artikel IV, onderdeel A, van deze wet vervalt in artikel IV, onderdeel A “en vervalt “en de periode van de verlaging van de bijstand, bedoeld in artikel 18, vijfde en zesde lid””.

B

Indien artikel I, onderdeel L, eerste tot en met derde en vierde onderdeel, voor zover het betreft het nieuwe zevende lid, van de Participatiewet in balans eerder in werking is getreden of treedt dan artikel IV, onderdeel C, van deze wet wordt artikel IV, onderdeel C, als volgt gewijzigd:

1. De aanhef van het tweede onderdeel komt te luiden:

2. Onder vernummering van het vijfde, zesde en het, op 1 januari 2026 in werking getreden, achtste lid tot negende, tiende en twaalfde lid komen het vierde tot en met achtste lid (nieuw) te luiden:.

2. Het derde onderdeel vervalt.

C

Indien artikel I, onderdeel L, eerste tot en met derde en vierde onderdeel, voor zover het betreft het nieuwe zevende lid, van de Participatiewet in balans eerder in werking is getreden of treedt dan artikel IV, onderdeel C, van deze wet worden na artikel IV, onderdeel E, twee onderdelen ingevoegd, luidende:

EA

In artikel 18b, eerste lid, wordt “artikel 18, tweede tot en met zevende lid” vervangen door “artikel 18, tweede tot en met elfde lid”.

EB

In artikel 31, tweede lid, onderdeel m, wordt “artikel 18, achtste lid” vervangen door “artikel 18, twaalfde lid”.

D

Indien artikel I, onderdeel EE, van de Participatiewet in balans eerder in werking is getreden of treedt dan artikel IV, onderdeel G, van deze wet wordt artikel IV, onderdeel G, als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste onderdeel wordt toegevoegd “en in de laatste zin van het tweede lid wordt “artikel 18b, tweede tot en met negende lid” vervangen door “artikel 18b, tweede tot en met elfde lid””.

2. De aanhef van het tweede onderdeel komt te luiden:

2. Onder vernummering van het zevende, achtste en negende lid tot negende, tiende en elfde lid komen het vijfde tot en met achtste lid (nieuw) te luiden:.

3. Het derde onderdeel vervalt.

E

Indien artikel III, onderdeel I, van de Participatiewet in balans eerder in werking is getreden of treedt dan artikel XI, onderdeel B, van deze wet wordt artikel XI, onderdeel B, als volgt gewijzigd:

1. Na het derde onderdeel wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

3a. In het vierde lid wordt “het tweede of vijfde lid” vervangen door “het tweede of achtste lid”.

2. De aanhef van het vierde onderdeel komt te luiden:

4. Het vijfde lid wordt vervangen door vier leden, luidende:.

F

Indien artikel II, onderdeel H, van de Participatiewet in balans eerder in werking is getreden of treedt dan artikel XII, onderdeel C, van deze wet wordt artikel XII, onderdeel C, als volgt gewijzigd:

1. Na het derde onderdeel wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

3a. In het vierde lid wordt “het eerste of vijfde lid” vervangen door “het eerste of achtste lid”.

2. De aanhef van het vierde onderdeel komt te luiden:

4. Het vijfde lid wordt vervangen door vier leden, luidende:.

13

Artikel XX komt te luiden:

ARTIKEL XX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Toelichting

Met deze nota van wijziging wordt een aantal wijzigingen doorgevoerd op het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid. Het betreft twee onderwerpen, namelijk een kleine beleidswijziging ten aanzien van mogelijkheden voor de uitvoering om deel te nemen aan schuldregelingen en samenloopbepalingen naar aanleiding van de Participatiewet in balans. Daarnaast wordt gedifferentieerde inwerkingtreding mogelijk.

Onderdelen 1 tot en met 11 Deelname aan schuldregelingen

In de huidige wetgeving bestaat een bevoegdheid voor UWV, SVB en gemeenten om deel te nemen aan minnelijke schuldregelingen. Er bestaat een verschil tussen de wijze waarop dit geregeld is voor gemeenten en voor UWV en SVB. Gemeenten hebben de ongeclausuleerde mogelijkheid om deel te nemen aan schuldregelingen. UWV en SVB kunnen slechts gedeeltelijk afzien van een vordering binnen dit proces. Dit houdt in dat er in een schuldregeling altijd enige afbetaling moet zijn, willen UWV en SVB deel kunnen nemen. Hierdoor is gebleken dat UWV en SVB niet kunnen ingaan op schuldenregelingen ten aanzien van mensen die geen afloscapaciteit hebben. Deze personen bieden een schuldregeling zonder aflossing aan, waarbij schuldeisers akkoord gaan met een regeling waarbinnen in beginsel geen uitbetaling plaatsvindt. De schuldregeling kent de reguliere looptijd en de aflossing kan herzien worden indien iemand onverwacht toch afloscapaciteit krijgt. Daarna worden de schulden gesaneerd, ook als er geen uitbetaling heeft plaatsgevonden. Het voordeel van de mogelijkheid om deel te kunnen nemen aan een dergelijke regeling, is dat er nog de mogelijkheid bestaat van aflossing gedurende de looptijd. Bijvoorbeeld als iemand alsnog inkomen realiseert of bij het beschikbaar raken van vermogen. Daarnaast is het ongewenst om een persoon buiten een schuldregeling te moeten houden, of enkel te kunnen deelnemen aan een schuldregeling na gerechtelijke interventie via een dwangakkoord of wettelijke schuldsaneringsregeling.

Voorgesteld wordt om dit te wijzigen, zodat UWV en SVB in aanvulling op de huidige mogelijkheid om gedeeltelijk te kunnen afzien ook geheel te kunnen afzien van terugvordering. De bepalingen worden gelijk getrokken aan de bepalingen zoals deze in de Participatiewet bestaan, omdat de voorgestelde werkwijze daar praktisch kan. Dit komt de uniformiteit van overheidshandelen ten goede.

Onderdeel 12 Samenloop met Participatiewet in balans

In de Participatiewet in balans staan wijzigingen van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) die betrekking hebben op handhaving.

Daarbij wordt een aantal bepalingen gewijzigd die ook in dit wetsvoorstel gewijzigd worden. In artikel XVIIIA wordt de samenloop geregeld. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de wijzigingen in de Participatiewet in balans op het gebied van handhaving eerder in werking treden dan de wijzigingen in het onderhavig wetsvoorstel. De samenloopbepaling zorgt er dan voor dat de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ, zoals deze gewijzigd zijn door de betreffende bepalingen van de Participatiewet in balans, gewijzigd worden in de Wet handhaving. Als, zoals nu het voornemen is, op het punt van handhaving beide voorstellen op 1 januari 2027 in werking treden zal in het inwerkingtredingsbesluit opgenomen worden dat de wijzigingen in de Wet handhaving qua volgorde in werking treden na de wijzigingen van Participatiewet in balans.

Met name bij de artikelen 18 en 47c van de Participatiewet leidt de samenloop tot een groot aantal wijzigingen. Vanaf de (gedeeltelijke) inwerkingtreding van Participatiewet in balans op 1 januari 2026 heeft artikel 18 van de Participatiewet twee achtste leden. Het is het achtste lid met betrekking tot de kostendekkende bijdragen dat op 1 januari 2026 in werking is getreden dat wordt vernummerd tot twaalfde lid.

Dit ziet er als volgt uit:

Artikel 18 Participatiewet Participatiewet in balans Wetsvoorstel handhaving
Lid 1 geen wijziging geen wijziging
Lid 2 Wijziging nieuw lid 2
Lid 3 Wijziging geen wijziging
Lid 4 Vervallen nieuw lid 4
Lid 5 Vervallen nieuw lid 5
Lid 6 Vervallen nieuw lid 6
Lid 7 vervallen nieuw lid 7
Lid 8 Vervallen nieuw lid 8
Lid 9 vernummerd tot lid 4 vervangen door nieuw lid 4
Lid 10 vernummerd tot lid 5 vernummerd tot lid 9
Lid 11 Vervallen nieuw lid 11
Lid 12 vernummerd tot lid 6 vernummerd tot lid 10
nieuw lid 7 vervangen door nieuw lid 7
Op 1 januari 2026 in werking getreden lid 8 vernummerd tot lid 12
Artikel 47c Participatiewet
Lid 1 geen wijziging geen wijziging
Lid 2 Wijziging wijziging
Lid 3 geen wijziging geen wijziging
Lid 4 wijziging geen wijziging
Lid 5 nieuw lid 5 vervangen door nieuw lid 5
Lid 6 Vervallen nieuw lid 6
Lid 7 Vervallen nieuw lid 7
Lid 8 Vervallen nieuw lid 8
Lid 9 Vervallen
Lid 10 vernummerd tot lid 6 vervangen door nieuw lid 6
Lid 11 vernummerd tot lid 7 vernummerd tot lid 9
Lid 12 Vervallen nieuw lid 12
Lid 13 vernummerd tot lid 8 vernummerd tot lid 10
Lid 14 vernummerd tot lid 9 vernummerd tot lid 11

Onderdeel 14

De inwerkingtredingsbepaling wordt gewijzigd zodat gedifferentieerde inwerkingtreding mogelijk is. Vooralsnog is nog steeds de bedoeling dat de wet op een tijdstip in werking treedt. Maar gedifferentieerde inwerkingtreding kan mogelijk gebruikt worden als aanleiding is om bepaalde onderdelen eerder in werking te laten treden.

De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

M.L.J. Paul