Motie van de leden Tseggai en Westerveld over belemmeringen voor mensen met een uitkering om volksvertegenwoordiger te worden wegnemen
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Motie (kabinetsappreciatie: Overbodig)
Nummer: 2026D05237, datum: 2026-02-04, bijgewerkt: 2026-02-05 12:40, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36800-VII-35).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M. Tseggai, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: E.M. Westerveld, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VII-35 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z02288:
- Indiener: M. Tseggai, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: E.M. Westerveld, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-02-04 10:15: Tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur (CD 10/9) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
- 2026-02-10 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Nr. 35 MOTIE VAN DE LEDEN TSEGGAI EN WESTERVELD
Voorgesteld 4 februari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er voor mensen met een uitkering vaak onnodige financiële en administratieve belemmeringen zijn om raadslid, Statenlid of algemeen bestuurslid in een waterschap te worden;
constaterende dat in het rapport Uitkeringsgerechtigden en de raadsvergoeding aanbevelingen worden gedaan en dat het kabinet informatie over de bestaande regelgeving opnieuw breder onder de aandacht brengt;
van mening dat het hebben van een uitkering geen belemmerende factor zou mogen zijn om volksvertegenwoordiger te zijn;
verzoekt het kabinet met de decentrale overheden en de beroepsvereniging van decentrale volksvertegenwoordigers in gesprek te gaan en te bezien hoe bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Tseggai
Westerveld