Antwoord op vragen van het lid Ergin over het niet naar behoren beantwoorden van vragen over het reguleren van versterkte gebedsoproepen
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D05351, datum: 2026-02-04, bijgewerkt: 2026-02-04 15:00, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Onderdeel van zaak 2025Z21786:
- Gericht aan: J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Indiener: D.A. Ergin, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1030
2025Z21786
Antwoord van staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 4 februari 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 794
Kunt u toelichten waarom bedrijfsgevoelige informatie in de opdrachtgever–opdrachtnemerrelatie zou verhinderen dat correspondentie tussen het ministerie en gemeenten, burgers en andere externe partijen (geanonimiseerd en waar nodig deels gelakt) aan de Kamer wordt verstrekt?
Antwoord vraag 1
Voorafgaand aan opdrachtverleningen wordt eerst een offerteaanvraag opgesteld. Op basis daarvan verstuurt de opdrachtnemer een offerte, die vervolgens door de opdrachtgever wordt bevestigd. Alle opdrachten aan derde partijen worden afgesloten met één of meerdere eindproducten, bijvoorbeeld een eindrapportage. In een dergelijk eindrapportage is opgenomen hoe de opdracht tot stand is gekomen en welke resultaten er zijn behaald.
Bij de uitvoering van de opdracht worden de relevante stukken – voor zover mogelijk zonder bedrijfsgevoelige informatie en waar nodig gedeeltelijk gelakt – als bijlagen bij het eindproduct (de rapportage) openbaar gemaakt. De offerte, de offerteaanvraag en de dienstverleningsovereenkomst zijn reeds openbaar gemaakt bij de beantwoording van de Kamervragen van het lid Ergin op 9 september 2025.1
Voor de start van de verkenning heeft er geen correspondentie plaatsgevonden tussen het ministerie (als opdrachtgever) en burgers of andere externe partijen.
Welke concrete passages in de opgevraagde correspondentie kwalificeert u als bedrijfsgevoelig, en op basis van welke wettelijke bepalingen concludeert u dat deze informatie in deze fase niet kan worden gedeeld?
Antwoord vraag 2
Bedrijfsgevoelige informatie omvat veelal cijfermatige gegevens rondom (uur)tarieven, het aantal uren dat voor bepaalde werkzaamheden wordt besteed en de totale tijdsduur per onderdeel van de opdracht. Zoals hierboven vermeld wordt deze informatie - voor zover relevant - na afloop van de opdracht geopenbaard met inachtneming van het weglaten c.q. lakken van bedrijfsgevoelige informatie.
Waarom is het niet mogelijk om ten minste een inventarislijst van alle relevante documenten (correspondentie, memo’s, adviezen, e-mails en verslagen) te delen, zodat de Kamer kan beoordelen welke stukken onder bedrijfsgevoeligheid zouden kunnen vallen?
Antwoord vraag 3
Een inventarisatielijst zal ik zo spoedig als mogelijk naar uw Kamer verzenden. Gelet op het enorme aantal documenten waarop een inventarisatie plaats moet vinden, zal dit echter veel tijd kosten. Mijn ambtenaren gaan aan de slag met het voorbereiden van deze stukken. Zodra deze stukken gereed zijn voor verzending, zal ik in ieder geval de volgende documenten aan uw Kamer doen toekomen:
Vragenlijst 0-meting
Geanonimiseerde lijst met gemeente die gevraagd zijn om deel te nemen aan de ‘verdiepende gesprekken’
Mails die zijn verstuurd naar gemeente met de uitnodiging voor de nulmeting en de verdiepende gesprekken
Relevante nota’s m.b.t. dit traject
Na afronding van het traject wordt de eindrapportage samen met de volgende bijlagen geopenbaard:
Gespreksformats en gespreksverslagen van deze gesprekken (indien nodig gelakt en geanonimiseerd)
Resultaten van de 0-meting (analyse)
Gespreksverslagen van de ‘expertsessies’ en bijeenkomsten landelijke koepelorganisaties van moskeeën (indien nodig gelakt en geanonimiseerd)
Kunt u bevestigen of verslagen, interne notities, analysememo’s of gespreksverslagen behoren tot de “overige relevante stukken” die volgens uw beantwoording pas na afronding van het traject openbaar worden gemaakt? Zo ja, waarom kunnen deze stukken niet eerder worden verstrekt?
Antwoord vraag 4
In mijn antwoord op vraag 3 heb ik een overzicht gegeven van de relevante stukken die zo spoedig mogelijk verstrekt worden en daarmee openbaar zullen worden gemaakt. Tijdens dit intensieve traject, gericht op het boven tafel krijgen van alle door uw Kamer gevraagde informatie, is uiteraard veel intern e-mailverkeer geweest tussen betrokkenen. Dit interne e-mailverkeer behoort niet standaard tot de ‘overige relevante stukken’ die na afloop van een traject openbaar worden gemaakt. Het betreft hier o.a. vergaderverzoeken, agenda’s voor overleggen en reacties op concepten.
De analyse van de 0-meting wordt door de opdrachtnemer opgesteld en als bijlage toegevoegd aan de eindrapportage. Interne notities, zoals agendaverzoeken, besprekingen van opgeleverde stukken en het bewaken van de voortgang van het traject, behoren eveneens niet tot de standaard openbaar te maken stukken.
Doordat de verschillende fasen van het traject niet altijd volgordelijk verlopen en verschillende doorlooptijden kennen, zijn de afzonderlijke gespreksverslagen per fase nog niet helemaal afgerond. Deze verslagen zullen wel onderdeel uitmaken van de bijlagen bij het eindrapport van de opdrachtnemer.
Wanneer acht u het traject volledig afgerond, en kunt u een concrete datum of fasering geven waaruit blijkt op welk moment de Kamer de volledige correspondentie wél kan ontvangen?
Antwoord vraag 5
Dit traject omvat een zeer groot aantal documenten en (gespreks)verslagen, afkomstig uit verschillende, elkaar deels overlappende fasen. Door de betrokkenheid van een groot aantal (samenwerkings)partners, zoals gemeenten, leden van buurtorganisaties, moskeebesturen, experts en koepelorganisaties, is het niet altijd mogelijk om overlegmomenten ver vooruit in te plannen. Dit heeft geleid tot enige vertraging in het traject.
Als beoogde einddatum voor de afronding van het traject is eind mei 2026 voorzien. Daarna zal ik alle documenten delen met uw Kamer.
U verwijst naar tussentijdse resultaten van de nulmeting die “uiterlijk voor het einde van dit jaar” worden toegezonden. Betreft dit uitsluitend uitkomsten, of bent u bereid ook onderliggende documenten zoals vragenlijsten, gespreksformats en analysekaders te verstrekken?
Antwoord vraag 6
De tussentijdse resultaten betreffen de uitkomsten van de 0-meting. Daarbij horen als onderliggende documenten de vragenlijst en een analyse van de ingestuurde antwoorden. De gespreksformats voor de verdiepende gesprekken volgen in de volgende fase van het traject. Zoals vermeld in het antwoord op uw vraag 3 zullen deze documenten onderdeel uitmaken van de eindrapportage.
U stelt dat verdiepende gesprekken worden gevoerd die geen buurtonderzoek vormen. Kunt u precies omschrijven welke criteria volgens u bepalen of een activiteit wél of niet als buurtonderzoek wordt beschouwd?
Antwoord vraag 7
Tijdens de verdiepende gesprekken met gemeenten, lokale vertegenwoordigers van buurtbewoners en moskeeën, worden de eerste resultaten van de landelijke 0-meting besproken en wordt de lokale situatie in kaart gebracht. Deze gesprekken vinden plaats in kleine kring en zijn bedoeld om praktijkvoorbeelden te verzamelen over hoe er lokaal wordt omgegaan met versterkte gebedsoproepen.
Het betreft hier een selecte groep deelnemers, niet de hele buurt. Er wordt geen aanvullend onderzoek uitgevoerd of informatie uitgevraagd.
Worden van deze verdiepende gesprekken verslagen, notulen of samenvattingen gemaakt? Zo ja, waarom worden deze stukken niet met de Kamer gedeeld, gelet op hun rol in het formuleren van mogelijke beleidsmaatregelen?
Antwoord vraag 8
Ja, zie hiervoor het antwoord op vraag 3.
Met hoeveel gemeenten, omwonenden en geloofsgemeenschappen zijn deze gesprekken gevoerd, op welke wijze zijn deelnemers geselecteerd en welke methodiek wordt gebruikt om de opgehaalde informatie te wegen?
Antwoord vraag 9
Voor de verdiepende gesprekken zijn via verschillende kanalen circa 40 gemeenten benaderd om deel te nemen aan dit onderdeel van het traject. De selectie van deze gemeenten is gebaseerd op drie criteria: de grootte van de gemeente, geografische spreiding in Nederland en de aanwezigheid van versterkte religieuze geluidsuitingen.
Tot nu toe hebben in vier gemeenten verdiepende gesprekken plaatsgevonden. In de komende periode staat nog één verdiepend gesprek gepland in een andere gemeente. De overige gemeenten hebben om uiteenlopende redenen aangegeven niet deel te willen nemen aan deze verdiepende gesprekken.
Kunt u garanderen dat alle stukken die niet expliciet bedrijfsgevoelig zijn, waaronder gespreksverslagen, interne analyses, e-mailwisselingen met gemeenten en beleidsmemo’s uiterlijk tegelijk met de eindrapportage openbaar worden gemaakt?
Antwoord vraag 10
Zoals ik heb uiteengezet in antwoord op uw vraag 3 zullen de bovengenoemde documenten zo spoedig mogelijk worden gedeeld met uw Kamer. Voor de volledigheid en gelet op de omvang van de overige documenten die niet in deze fase kunnen worden gedeeld, zullen deze bij de oplevering van de eindrapportage als bijlage worden toegevoegd.
Bent u bereid de juridische toetsing die ten grondslag ligt aan uw besluit om correspondentie niet te verstrekken, inclusief afwegingen onder artikel 68 Grondwet, met de Kamer te delen?
Antwoord vraag 11
Zoals aangegeven ben ik bereid om alle relevante documenten en onderliggende stukken met uw Kamer te delen en daarmee te openbaren. Voor de volledigheid en gelet op de grote hoeveelheid, zullen de documenten die (nog) niet in deze fase worden gedeeld bij de oplevering van de eindrapportage als bijlage worden toegevoegd. Er is geen sprake van een weigering van informatie zoals bedoeld in de Beleidslijn actieve openbaarmaking 2022 zodat een juridisch oordeel bij een beroep op een verschoningsgrond van artikel 68 Grondwet niet aan de orde is. In dit kader verwijs ik ook naar de Verzamelbrief over artikel 68 van de Grondwet en de daarbij gevoegde bijlage, die de minister van BZK op 20 juni 2025 aan uw Kamer heeft doen toekomen.2
Kunt u alle bovenstaande vragen separaat beantwoorden?
Antwoord vraag 12
Ja.