Motie van de leden Tijs van den Brink en Boelsma-Hoekstra over subsidiëring voor decentrale politieke partijen mogelijk maken
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Motie (kabinetsappreciatie: Ontraden)
Nummer: 2026D05565, datum: 2026-02-05, bijgewerkt: 2026-02-06 14:27, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36800-VII-43).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.A. (Tijs) van den Brink, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: L. Boelsma-Hoekstra, Tweede Kamerlid (CDA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VII-43 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z02461:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-02-10 15:00 ⇒ Aangehouden. (Besluit)
- 2026-02-05 10:15: Begroting Binnenlandse Zaken (36800-VII) (voortzetting) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-02-10 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Nr. 43 MOTIE VAN DE LEDEN TIJS VAN DEN BRINK EN BOELSMA-HOEKSTRA
Voorgesteld 5 februari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat decentrale politieke partijen een belangrijk onderdeel zijn van onze democratie, maar in tegenstelling tot landelijke lokale politieke partijen geen financiering ontvangen;
constaterende dat met de Wet op de politieke partijen er voorzien zal worden in deze financiering en dat het geld hiervoor daarom al gereserveerd is;
overwegende dat het conform het voorstel van de VNG uitvoerbaar is om dit geld via een tijdelijke, eenmalige, subsidieregeling aan lokale politieke partijen uit te keren;
verzoekt de regering subsidiëring voor decentrale politieke partijen mogelijk te maken, vooruitlopend op de Wet op de politieke partijen, aangezien de middelen hiervoor reeds beschikbaar zijn;
verzoekt de regering de Kamer daarbij eveneens te informeren over welke verplichtingen decentrale politieke partijen daarbij moeten aangaan rondom transparantie van financiën en kandidaatstellingsprocedures gedurende deze overbruggingsperiode,
en gaat over tot de orde van de dag.
Tijs van den Brink
Boelsma-Hoekstra