[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Vermeer over verhoging van het heffingsvrije resultaat naar 3600 euro

Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)

Amendement

Nummer: 2026D05672, datum: 2026-02-05, bijgewerkt: 2026-03-06 14:04, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36748-36).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36748 -36 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3).

Onderdeel van zaak 2026Z02538:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026

36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)

Nr. 36 AMENDEMENT VAN HET LID VERMEER

Ontvangen 5 februari 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel R, wordt in het voorgestelde artikel 5.40 «€ 1.800» vervangen door «€ 3.600».

Toelichting

Dit amendement regelt dat het heffingsvrije resultaat in het nieuwe box 3-stelsel wordt verdubbeld van 1.800 euro naar 3.600 euro. Indiener is van mening dat kleine beleggers die nu niet onder de box 3-belasting vallen ook in de toekomst zoveel mogelijk moeten worden ontzien. De grens van 3.600 euro is gebaseerd op het huidige forfaitaire rendement van 6% in 2026, berekend over het maximale heffingsvrije vermogen van 59.357 euro(2026). Het rendement in deze voorbeeldsituatie zou uitkomen op 3.561 euro. Daarmee biedt een heffingsvrij resultaat van 3.600 euro in tegenstelling tot het huidige heffingsvrije resultaat een redelijke ondergrens.

De budgettaire derving van deze maatregel bedraagt zo’n 900 miljoen euro structureel. Indiener is van mening dat het verantwoord is om het begrotingstekort beperkt op te laten lopen van 2% (zoals afgesproken in het coalitieakkoord) tot 2,07%, nog ruim binnen de Europese norm van 3,0%, om hiermee onrechtvaardigheid en een grote, tot belastingderving leidende, kapitaalvlucht te voorkomen.


Vermeer