Rapport 'De meldplicht en metaaldetectie'
Nieuwe visie cultuurbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D05726, datum: 2026-02-05, bijgewerkt: 2026-02-06 11:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Beslisnota bij Kamerbrief over het rapport 'De meldplicht en metaaldetectie'
- Onderzoek 'De meldplicht en metaaldetectie'
- Nota IOE inzake aanbieding themarapport over het functioneren van de
Onderdeel van kamerstukdossier 32820 -565 Nieuwe visie cultuurbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z02567:
- Indiener: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-03-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 5 februari 2026 |
|---|---|
| Betreft | Aanbieding rapport De meldplicht en metaaldetectie, Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed |
Hierbij stuur ik u het rapport De meldplicht en metaaldetectie, dat is opgesteld door de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (hierna: de Inspectie). Het betreft een onderzoek naar het functioneren van de meldplicht die sinds 2016 geldt voor vondsten gedaan door metaaldetectoramateurs. Middels deze brief geef ik u tevens mijn beleidsreactie op dit rapport.
Erfgoed en Kunsten
Rijnstraat 50
Den Haag
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
www.rijksoverheid.nl
Onze referentie
61987177
Bijlagen
1
Achtergrond
Met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet in 2016 werd een uitzondering op het opgravingsverbod ingevoerd voor het zoeken naar (archeologische) vondsten met een metaaldetector. Hiermee werd een bestaande praktijk voorzien van een juridische basis. Aan de uitzondering werden voorwaarden verbonden, waaronder de plicht om archeologische metaalvondsten (tijdig) te melden bij de minister van OCW.1
Het doel en de verwachting van het op deze manier reguleren van metaaldetectie was dat er minder vondsten in de illegaliteit zouden verdwijnen, meer vondsten gemeld zouden worden en de informatie over deze gemelde vondsten toegankelijk(er) zou worden voor onderzoek en publicatie.
Conclusies en aanbevelingen van de Inspectie
De Inspectie heeft onderzocht of de meldingsplicht voldoende functioneert en of de doelen behaald worden. Ze stelt vast dat er sinds 2016 meer vondsten worden gemeld en dat het aantal melders jaarlijks groeit. De Inspectie constateert echter ook dat het aantal gemelde vondsten achterblijft bij het (geschatte) aantal metaaldetectoramateurs en verwacht dat dit – zonder ingrijpen – de komende jaren zo zal blijven.
Op basis van deze bevindingen concludeert de Inspectie dat de meldplicht onvoldoende functioneert. De Inspectie stelt dat het noodzakelijk is om hier verandering in aan te brengen en adviseert mij daarom om:
te komen tot inzet op het informeren van metaaldetectoramateurs over hun rechten en plichten, in samenspraak met partners;
organisaties zoals Portable Antiquities of the Netherlands (PAN) en DDA Nederlandse Vereniging voor Metaaldetectie te betrekken en ondersteunen, omdat zij een belangrijk rol hebben gespeeld bij bewustwording van het belang van melden en (daarmee) in het vergroten van het aantal meldingen;
te zoeken naar beleidsmatige of wettelijke mogelijkheden om de meldplicht te stimuleren of desnoods strenger af te dwingen;
te laten onderzoeken waarom vondsten niet (tijdig) worden gemeld.
Beleidsreactie
Het verleden is van ons allemaal. Door metaaldetectie onder voorwaarden toe te staan, kan een grote groep mensen (vrijwillig) een bijdrage leveren aan de bestudering van dat verleden. Het melden van detectievondsten is sinds 2016 duidelijk toegenomen en diverse goede voorbeelden getuigen van de meerwaarde van deze verplichting. Denk hierbij aan de vondst van ruim 400 gouden en zilveren munten in Bunnik uit het begin van de jaartelling, die in het najaar van 2023 werd gemeld door twee metaaldetectoramateurs.2 Experts constateerden dat deze schatvondst het belang toont van de Neder-Germaanse limes voor de Romeinse veroveringen in Britannia. De munten hebben inmiddels een prominente plek gekregen in het Rijksmuseum van Oudheden.
Het stemt bovendien hoopvol dat het aantal melders jaarlijks toeneemt. Tegelijkertijd laat het rapport van de Inspectie zien dat we er nog niet zijn. Met elke vondst die niet gemeld wordt, verdwijnt immers een stukje kennis over ons gedeelde verleden. Ik sluit mij dan ook aan bij de conclusie van de Inspectie dat hier verandering in moet worden gebracht. Voor een deel ben ik hier al mee aan de slag.
Inzet op het informeren van detectoramateurs over rechten en plichten
De Inspectie raadt mij aan om inzet te plegen op het informeren van detectoramateurs over hun rechten en plichten. Eind 2024 werd uw Kamer geïnformeerd over het traject om te komen tot verbetering van de Erfgoedwet.3 In deze brief wordt reeds aangekondigd dat ik inzet op voorlichting om het melden van vondsten te stimuleren en dat ik hierbij nauw samenwerk met netwerken van vrijwilligers en beroepsarcheologen, zoals Archeohotspots en PAN.
Via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) ben ik doorlopend in gesprek met leden van de ‘zoekersgemeenschap’. Ik vraag de RCE om – samen met hen – te verkennen hoe niet-melders beter kunnen worden bereikt, betrokken en geïnformeerd. Het is van belang om hier ook gemeenten en provincies bij te betrekken, vanwege hun kennis van de lokale situatie en eventuele aanvullende regelgeving.
Betrekken en ondersteunen van organisaties zoals Portable Antiquities of the Netherlands (PAN) en de DDA
Vrijwilligers zijn ontzettend belangrijk voor de bestudering en instandhouding van archeologisch erfgoed. Ik span mij er daarom sinds 2023 in het bijzonder voor in om hun positie binnen het bestel te versterken, onder meer door het verlenen van subsidies om verenigingen te versterken en door meer samenwerking binnen het werkveld te stimuleren. Tegen de achtergrond van de ratificatie van het verdrag van Faro vindt bovendien tussen de RCE en diverse organisaties veel kennisuitwisseling plaats ten aanzien van de rechten, plichten en wensen van vrijwillige erfgoedbeoefenaars, onder andere via projecten die ik heb gefinancierd vanuit de Uitvoeringsagenda Faro.4 Daarbij is ook aandacht voor metaaldetectie.5
Sinds de start van PAN in 2016 is dit initiatief uitgegroeid tot een stabiel netwerk van zoekers, wetenschappers, erfgoedprofessionals, amateurarcheologen en (lokale) musea, waarbinnen veel metaalvondsten worden gemeld. PAN vervult daarmee een belangrijke brugfunctie tussen vrijwillige en professionele archeologiebeoefenaars. Ik hecht er veel waarde aan dat dit netwerk een duurzame toekomst heeft.
Mede naar aanleiding van een motie van uw Kamer uit 2019, wordt PAN daarom sinds 2022 door OCW gefinancierd middels een subsidie van €500.000 per jaar.6 OCW draagt bovendien jaarlijks €65.000 bij aan de beheerskosten van het achterliggende digitale systeem. Daarnaast investeer ik in de doorontwikkeling van PAN, zowel op technisch als wetenschappelijk vlak. Zo heb ik eind 2025 subsidies verstrekt voor groot onderhoud aan het systeem (€314.000) en voor de integratie van het zogenaamde Deventersysteem in PAN, waarmee aardewerk uit scheepswrakken kan worden gemeld en geregistreerd (€98.000). In 2022 werd reeds een subsidie verleend voor de inzet van maritieme expertise binnen PAN (€70.065).
In de Kamerbrief met betrekking tot het verbeteren van de Erfgoedwet, is reeds aangekondigd dat ik in de wet nader ga duiden welke rol de diverse digitale archeologische systemen en platforms vervullen binnen het archeologiebestel. Het via deze weg verduidelijken van de rol die PAN vervult binnen de meldingsplicht zal ook bijdragen aan de verdere bestendiging van het netwerk.
Aanpassing beleidskader of wettelijke mogelijkheden
De aanbeveling om te zoeken naar beleidsmatige of wettelijke mogelijkheden om de meldplicht te stimuleren of af te dwingen, betrek ik bij het traject om te komen tot verbetering van de Erfgoedwet. In de genoemde Kamerbrief is reeds aangekondigd dat ik in ieder geval de eigendomssituatie van toevalsvondsten zal gaan verduidelijken, omdat ik verwacht dat dit een positieve bijdrage zal leveren aan naleving van de meldplicht. Ik ga binnen dit traject verkennen wat er nog meer wenselijk en/of mogelijk is.
Onderzoek redenen voor niet (tijdig) melden
Om binnen het hierboven genoemde traject goede afwegingen te kunnen maken, is het van belang om te weten waarom een deel van de vondsten niet (tijdig) wordt gemeld. Ik probeer hier meer zicht op te krijgen, binnen het traject om te komen tot verbetering van de Erfgoedwet.
Tot slot
Ik ben er trots op dat we in Nederland voortdurend kijken hoe we ruimte kunnen bieden aan iedereen die een rol wil spelen in het opsporen, behouden en bestuderen van cultureel erfgoed, waaronder detectoramateurs. Het is daarvoor wel van het grootste belang dat zij zich houden aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de uitzondering waaronder dit mogelijk is en hun archeologische vondsten melden. Ik ben er van overtuigd dat de maatregelen in deze brief hier een positief effect op zullen hebben.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gouke Moes
In de praktijk kan men hiervoor terecht bij Archis (het centrale archeologisch informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), of bij PAN (Portable Antiquities of the Netherlands, een expertisenetwerk met een online meldingsplatform).↩︎
www.cultureelerfgoed.nl/actueel/nieuws/2025/01/27/grote-muntvondst-uit-romeinse-tijd-in-bunnik.↩︎
Kamerbrief Verbetering Erfgoedwet en erfgoedzorg, Tweede Kamer, vergaderjaar 2024 – 2025, 32 820, nr. 533.↩︎
Bijvoorbeeld via het project Samenwerken aan participatiemogelijkheden in de archeologie (https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2889) en via een recent verschenen brochure over de mogelijkheden voor participatie bij archeologisch onderzoek (https://www.cultureelerfgoed.nl/documenten/2025/01/01/participatie-en-archeologisch-onderzoek).↩︎
Bijvoorbeeld: Routegids "Invloed huidig APV-beleid op metaaldetectie en Faro" (https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2424) en Gegronde herinneringen: metaaldetectie als zorgzaam en mindful erfgoed in actie (https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/3111).↩︎
Tweede Kamer, vergaderjaar 2019, kamerstuk 32 820, nr. 297 (Beckerman).↩︎