[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Besluit centrale overheidsbekostiging Orthopedagoog- Generalist

Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector

Brief regering

Nummer: 2026D05939, datum: 2026-02-06, bijgewerkt: 2026-02-09 09:33, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29282 -622 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector.

Onderdeel van zaak 2026Z02645:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

De afgelopen jaren is meerdere malen constructief overleg geweest tussen de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over de vraag of de opleiding tot Orthopedagoog-Generalist (OG) centraal bekostigd zou moeten worden. Met deze brief informeer ik u over het besluit dat de OG-opleiding niet centraal vanuit de overheid bekostigd zal gaan worden en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen.

Voordat ik inga op mijn besluit en overwegingen, wil ik benadrukken dat ik de OG erken als een beroepsgroep met een duidelijke professionele en maatschappelijke meerwaarde. De OG levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van zorg en begeleiding bij complexe orthopedagogische hulpvragen en is inzetbaar in meerdere domeinen, waaronder onderwijs, jeugdhulp, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg.

Om mijn besluit toe te lichten schets ik kort de aanloop. Op 9 januari 2020 heeft de NVO een formeel verzoek ingediend om de opleiding tot OG centraal vanuit de overheid te bekostigen. Hierover heeft op 6 oktober 2020 overleg plaatsgevonden tussen de NVO en het ministerie van VWS. Op 1 juni 2021 is vervolgens een brede veldbijeenkomst georganiseerd, waarin samen met vertegenwoordigers uit het veld is gesproken over de inhoud van de opleiding, de inzet van OG’s in verschillende domeinen en de vraagstukken rondom bekostiging. Naar aanleiding daarvan heeft het ministerie van VWS op 17 augustus 2021 een brief gestuurd naar de NVO met aanvullende vragen die van belang waren voor verdere besluitvorming. Deze zijn door de NVO op 12 november 2021 beantwoord. Vanwege de aanhoudende coronacrisis is de besluitvorming in die periode vertraagd. Daar komt bij dat – gerelateerd aan het bekostigingsvraagstuk - het ministerie van VWS en de NVO meer inzicht wensten in de nut en noodzaak van het beroep en de opleiding tot OG, naast de andere beroepen die werkzaam zijn in de werkvelden in de zorg waar de OG werkt. Om de nut en noodzaak aan te tonen heeft het Nivel1 in de periode januari tot maart 2024 in opdracht van de NVO een onderzoek uitgevoerd. Daarna is per 20 januari 2025 op het verzoek van NVO de opleiding tot OG ad hoc en eenmalig geraamd door het Capaciteitsorgaan (CO).

Het CO heeft het advies op 8 januari 2026 aan het ministerie van VWS aangeboden. Mede op basis van dit advies is het ministerie van VWS tot de conclusie gekomen dat centrale bekostiging van de opleiding tot OG niet aan de orde is. Het CO-advies zal gelijktijdig met deze brief worden gepubliceerd op de website van het CO en is als bijlage met deze brief meegezonden. De NVO is tevens gelijktijdig met deze brief over het advies en besluit geïnformeerd. Hierna volgen mijn overwegingen die tot mijn besluit hebben geleid.

Voorop staat dat er een aantoonbare noodzaak moet zijn om over te gaan tot centrale bekostiging van de OG-opleiding. In geval van de OG kan deze noodzaak niet worden onderbouwd.

Dat de noodzaak niet kan worden onderbouwd heeft onder meer te maken met het feit dat bekostiging vanuit de Rijksbegroting alleen kan worden ingezet als bekostiging in de markt niet of onvoldoende tot stand komt of kan komen, terwijl de beroepsbeoefenaar waartoe wordt opgeleid wel noodzakelijke zorg levert in het licht van een van de geldende zorgwetten die niet of onvoldoende door een andere beroepsbeoefenaar geboden kan worden. De bekostiging van de opleiding tot OG wordt reeds in de praktijk door het veld zelf gerealiseerd. Daarmee is geen sprake van marktfalen. Zo komt uit het CO-advies geen overtuigend bewijs naar voren dat sprake is van een structureel, landelijk tekort aan OG’s dat niet binnen het bestaande stelsel kan worden opgevangen. De capaciteitsraming laat verder zien dat het verschil tussen de huidige instroom (160) en de geraamde benodigde instroom (circa 184) beperkt is. Daarbij constateert het CO dat de opleidingscapaciteit bij instellingen ruimer is dan momenteel wordt benut en dat er voldoende potentiële opleidelingen beschikbaar zijn. Dit laat zien dat het veld in staat is gebleken om nagenoeg conform de raming op te leiden, wat als een positief en bemoedigend signaal wordt beschouwd.

Daarnaast zijn er geen signalen dat kwaliteit en patiëntveiligheid onder druk staan door decentrale bekostiging. De huidige wettelijke kaders, zoals de Wet BIG, professioneel toezicht en het beroepscompetentieprofiel dragen hier voldoende aan bij.

Hier komt bij dat de middelen voor opleiden schaars zijn en bekostiging van de OG-opleiding ten koste zou gaan van andere (medische) vervolgopleidingen waarvoor bekostiging vanuit de overheid primair is bedoeld. Centrale bekostiging van de OG-opleiding door de overheid zou daarmee kunnen leiden tot nieuwe marktverstoringen, ondoelmatigheden en onwenselijke precedentwerking voor andere (medische) opleidingen die heden ook decentraal bekostigd worden.

Gegeven het bovenstaande is centrale overheidsbekostiging van de opleiding tot OG niet aan de orde, ook niet in de vorm van de beschikbaarheidbijdrage, zoals door de NVO eerder gesuggereerd is. Dit besluit doet geen afbreuk aan de professionele en maatschappelijke meerwaarde van de OG.

De inzet van de OG blijft van grote waarde binnen verschillende zorg- en maatschappelijke domeinen. De kwaliteit van de beroepsuitoefening en de patiëntveiligheid zijn daarbij geborgd binnen de bestaande wettelijke kaders, het professioneel toezicht en de geldende beroepsstandaarden.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

de minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

Jan Anthonie Bruijn


  1. Nut en noodzaak van de orthopedagoog-generalist vanuit werkgeversperspectief | Nivel↩︎