Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het niet uitvoeren van de aangenomen motie over een campagne om mensen te werven om in de zorg te werken
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D06168, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-02-09 15:50, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Onderdeel van zaak 2026Z00788:
- Gericht aan: J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Indiener: S.E.M. Dobbe, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1058
2026Z00788
Antwoord van minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 februari 2026)
Vraag 1
Waarom weigert u de aangenomen motie Dobbe uit te voeren, waarmee
een tweederdemeerderheid van de Kamer u verzocht om “om een
wervingscampagne op te zetten, vergelijkbaar met de wervingscampagne van
Defensie, om mensen te werven om in de zorg te werken, en de Kamer hier
voor de begrotingsbehandeling over te informeren”?
Antwoord vraag 1
Ik begrijp en deel de urgentie die aan deze motie ten grondslag ligt. De
uitvoering van moties wordt door het kabinet serieus genomen. Ik heb
ervoor gekozen om, binnen het arbeidsmarktbeleid voor zorg en welzijn,
een andere route te bewandelen die aansluit bij de beschikbare middelen
en eerder gemaakte afspraken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA). Op basis daarvan is samen met het veld een landelijke inzet
voorbereid gericht op loopbaanoriëntatie en zichtbaarheid van zorg en
welzijn. Zie ook de beantwoording van de vragen hierna.
Vraag 2
Waarom bent u niet bereid om een wervingscampagne op te zetten voor
de zorg, terwijl de personeelstekorten in de zorg één van de grootste
problemen in Nederland is?
Antwoord vraag 2
Ik deel de analyse dat de personeelstekorten in zorg en welzijn urgent
zijn. Tegelijkertijd vergt effectieve werving in deze sector een aanpak
die recht doet aan de grote diversiteit van beroepen, het regionale
karakter van de arbeidsmarkt en de decentrale organisatie van
werkgevers. Er is daarom samen met sociale partners gewerkt aan een
gerichte inzet die zich richt op instroom, behoud en herintrede, op een
manier die duurzaam, uitvoerbaar en realistisch is. De uitvoering van
deze inzet is momenteel in voorbereiding en sluit aan bij bestaande
samenwerkingsstructuren binnen de sector.
Vraag 3
Erkent u dat het feit dat uw ministerie niet rechtstreeks de
werkgever is van zorgverleners het niet onmogelijk maakt om een
wervingscampagne op te zetten?
Antwoord vraag 3
Dat erken ik. Tegelijkertijd acht ik het van belang om bij de opzet van
landelijke wervingsinspanningen goed aan te sluiten bij de autonomie en
verantwoordelijkheid van werkgevers en sectorale organisaties.
Individuele werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor de werving van
voldoende personeel. Ik zie dat zorg- en welzijnsinstellingen op lokaal
en regionaal niveau grote inspanning leveren op dit vlak. Het is mijn
rol om hen daar op landelijk niveau, in overleg met sociale partners en
andere betrokken partijen, zo goed mogelijk bij te ondersteunen. Om die
reden is ervoor gekozen om in nauwe samenwerking met betrokken partijen
toe te werken naar een initiatief dat zowel landelijk herkenbaar als
regionaal toepasbaar is.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het wel of niet opzetten van een
wervingscampagne voor de zorg, terwijl er ook in andere sectoren
personeelstekorten zijn, een politieke keuze is die een ruime
meerderheid van de Kamer al heeft gemaakt? Zo ja, waarom maakt u deze
weging dan eigenhandig opnieuw?
Antwoord vraag 4
Het kabinet weegt aangenomen moties zorgvuldig en voert deze in beginsel
uit. Tegelijkertijd is er sprake van een bredere arbeidsmarktdynamiek:
ook in andere (semi-)publieke sectoren zijn personeelstekorten. Dat
vraagt om doordachte keuzes in communicatie en werving. Mijn ministerie
staat daarom, gecoördineerd door het ministerie van SZW, in nauw contact
met andere departementen als het gaat om afstemming en samenwerking
tussen sectoren om de arbeidsmarkttekorten in Nederland het hoofd te
bieden. Een landelijke wervingscampagne voor de sector zorg en welzijn
past niet in de lijn die eerder kabinetsbreed is afgesproken, noch is
deze wens financieel en uitvoeringstechnisch haalbaar.
De brede oproep van de Kamer om werk te maken van de instroom in de sector zorg en welzijn neem ik serieus en heb ik daarom nadrukkelijk meegenomen in de gesprekken die ik hierover voer met het veld. Zoals eerder toegezegd in de stand van zaken brief voor het kerstreces1, breng ik uw Kamer op de hoogte van de uitkomst van deze gesprekken.
Er is brede steun vanuit het veld om meerjarig te investeren in het voortzetten en integreren van bestaande loopbaaninstrumenten. Dit is afgesproken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). De betrokken partijen hebben recent ingestemd met het reserveren van 4,6 miljoen euro per jaar voor dit doel. Hiermee wordt nog dit jaar een landelijk loopbaanplatform gelanceerd waarop studiekiezers, studenten, werkenden, zij-instromers en herintreders terecht kunnen voor betrouwbare informatie en persoonlijk advies om een volgende loopbaanstap te zetten richting zorg en welzijn. De lancering van dit platform gaat gepaard met landelijke publiekscommunicatie om zoveel mogelijk mensen uit de doelgroep te bereiken. Deze keuze heb ik niet opnieuw of eenzijdig gemaakt, maar in overleg met sociale partners en AZWA-partijen voorbereid. Daarbij is het doel van de motie overeind gebleven: meer mensen enthousiasmeren voor werken in zorg en welzijn. Het middel om tot dit doel te komen is aangepast aan wat uitvoerbaar is binnen de huidige financiële en organisatorische ruimte.
Vraag 5
Vindt u ook niet dat het ondemocratisch is om als dubbeldemissionair
minister, namens een coalitie die rust op 17% van de Kamer, een heel
duidelijke, simpele en uitvoerbare wens van 101 Kamerleden naast u neer
te leggen?
Antwoord vraag 5
De demissionaire status van het kabinet doet niets af aan het
uitgangspunt dat moties van de Kamer serieus worden genomen en in
beginsel worden uitgevoerd. Dat geldt ook in dit geval. Zoals eerder
aangegeven, is het financieel en uitvoeringstechnisch niet haalbaar om
op korte termijn een grootschalige wervingscampagne op te zetten. Ik
deel daarom niet de opvatting dat dit een heel simpele en op korte
termijn uitvoerbare wens is.
De opzet en uitvoering van een grootschalige wervingscampagne zoals bij Defensie kost tientallen miljoenen euro’s per jaar2. Het amendement van het lid Van Zanten over middelen beschikbaar stellen voor een publiekscampagne werken in de zorg is tijdens de begrotingsbehandeling vorig jaar verworpen3. Met de hoogte van deze eenmalige middelen was het bovendien ook niet mogelijk geweest om een grootschalige wervingscampagne succesvol op te zetten en uit te voeren. Een overheidscampagne vergt immers, afhankelijk van de beschikbare input, de kennisbasis en de mate waarin doel, doelgroep en boodschap vooraf scherp zijn, vaak een aanzienlijke voorbereidingstijd. Zeker wanneer het gaat om het ontwikkelen van een nieuwe campagne (en niet het herhalen van bestaande uitingen) wordt in de praktijk vaak uitgegaan van een voorbereiding in de orde van grootte van grofweg acht tot twaalf maanden; in sommige gevallen kan dit ook richting een jaar of langer lopen (onder meer door onderzoek, conceptontwikkeling, inkoop/aanbesteding, productie, toetsing en bestuurlijke afstemming). Daarbij is het nog maar de vraag of de voorgenomen wervingscampagne voldoende bijdraagt aan het beleidsdoel en of de investering zich daarmee laat rechtvaardigen. Om die reden kies ik voor een ander middel dan een overheidscampagne. Ik verwacht daarmee recht te doen aan de geest van de motie én aan de uitvoeringspraktijk in het veld.
Vraag 6
Wat betekent een aangenomen motie voor u? Is dat enkel een suggestie
die u alleen uitvoert als u het er toevallig mee eens bent? Of bent u
ook bereid om voorstellen uit te voeren waar u zelf niet achter staat,
als de Kamer u daartoe oproept?
Antwoord vraag 6
Een aangenomen motie beschouw ik als een opdracht aan het kabinet, die
ik serieus neem. Tegelijkertijd vraagt elke motie om nadere
interpretatie in de context van de uitvoerbaarheid, juridische kaders en
betrokkenheid van partijen. Dat betekent dat de precieze vorm van
uitvoering soms wordt ingevuld in overleg met het veld, zodat
maatregelen niet alleen wenselijk maar ook werkbaar zijn. Dat is hier
ook het geval.
Vraag 7
Bent u bereid om alsnog een wervingscampagne op te zetten voor de
zorg?
Antwoord vraag 7
Ik ben bereid en reeds doende om, in samenwerking met sociale partners
en AZWA-partijen, toe te werken naar een landelijke inzet die gericht is
op het versterken van de zichtbaarheid van zorg en welzijn als
aantrekkelijke loopbaankeuze. Kern van deze inzet is de ontwikkeling van
een breed loopbaanplatform, dat mensen ondersteunt bij het oriënteren
op, instromen in en doorgroeien binnen zorg en welzijn. Daarmee draagt
het niet alleen bij aan instroom, maar ook aan behoud en herintrede,
precies de plekken waar de personeelsopgave het meest knelt. Dit
landelijke loopbaanplatform betreft bovendien een unieke samenwerking
waarin alle branches binnen de sector zijn aangesloten; van zorg tot
welzijn. Op die manier ontstaat voor het eerst een gezamenlijke basis
met betrouwbare informatie voor iedereen die (weer) in de sector wil
werken.
Een landelijke wervingscampagne op de schaal van Defensie is op dit moment niet haalbaar, gezien de voorbereidingstijd, uitvoeringscomplexiteit en financiële impact die kan oplopen tot tientallen miljoenen euro’s per jaar. De gekozen route is beter uitvoerbaar binnen de beschikbare middelen, beter passend bij de structuur van de sector, en naar verwachting effectiever doordat zij gedragen wordt door het veld. De voortgang van deze inzet zal actief worden gemonitord, zodat indien nodig kan worden bijgestuurd.
Ik zal uw Kamer vanzelfsprekend op de hoogte houden van de vorderingen van het nieuwe loopbaanplatform. Ik ben ervan overtuigd dat deze aanpak, hoewel anders van vorm dan in de motie verzocht, recht doet aan de kern: méér mensen enthousiasmeren en behouden voor het werk in zorg en welzijn.
Kamerstukken II, 2025-2026, nr. 36800-XVI-24↩︎
Zie ook Kamerstukken II, 2025-2026, r. 2025Z20667. De wervingscampagne van Defensie heeft in de periode van 2020 tot en met 2025 tussen de 13 miljoen euro en 27 miljoen euro per jaar gekost. Voor een soortgelijke wervingscampagne als Defensie maar dan voor de sector zorg en welzijn is naar verwachting eenzelfde bedrag nodig over meerdere jaren.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, nr. 36 725 XVI↩︎