Uitvoering Noordzeeakkoord afspraak m.b.t. 1,2% bodembescherming
Brief regering
Nummer: 2026D06221, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-02-09 17:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Kaarten beschermingsgebieden Noordzeegebied
- Noordzeeoverleg 1 oktober 2025
- Beslisnota bij Uitvoering Noordzeeakkoord afspraak m.b.t. 1,2% bodembescherming
Onderdeel van zaak 2026Z02769:
- Indiener: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-03-04 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Bij deze informeer ik uw Kamer over de invulling van de Noordzeeakkoord (NZA) afspraak 4.38 met betrekking tot de resterende 1,2% om te komen tot 15% zeebodembescherming op de Nederlandse Noordzee. Voor deze invulling heb ik besloten in drie gebieden instandhoudingsmaatregelen te nemen ten behoeve van bodembescherming. Hiermee neem ik een belangrijke stap in de uitvoering van het NZA en het voldoen aan de wettelijke verplichtingen vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) en de Natuurherstelverordening (NHV). Hiermee geef ik tevens invulling aan de motie-Flach c.s1.
Ik heb dit besluit genomen in afstemming met de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), en de conclusies van het Noordzeeoverleg (NZO) als basis genomen.
Voorgenomen besluit omtrent beoogde gebieden
De gebieden om invulling te geven aan de 1,2% bodembescherming zijn:
Natura2000 (N2000)-gebied Doggersbank: 0,5%.
KRM-gebied Friese Front (uitbreiding): 0,3%.
Natuurcompensatie Voordelta (NCV): 0,4%.
Ik verwijs naar de bijgevoegde kaartbeelden in bijlage 1 voor de locaties van de gebieden betreffende de Doggersbank en het Friese Front. In mijn besluit heb ik getracht zo veel mogelijk rekening te houden met de impact op de Nederlandse visserijsector, het beschermen van ecologische waardevolle gebieden, het aansluiten op het internationale netwerk van beschermde gebieden, en de handhaafbaarheid van de afspraken over bodembescherming in deze gebieden.
Het gebied met aanvullende bodembescherming binnen de Doggersbank beslaat ca. 294 km². Het gaat om het noordwestelijk deel van het N2000-gebied waarbij gekozen is om het aanvullende bodembeschermingsgebied aan te laten sluiten op de bodembeschermingsgebieden op de Nederlandse en Duitse Doggersbank die per 18 november jl. in werking zijn getreden. Dit gebied is zoveel mogelijk in lijn met het kaartbeeld van het NZO van de Doggersbank (zie bijlage 2). Het N2000-gebied Doggersbank is aangewezen voor bescherming van het daar voorkomende habitattype Permanent overstroomde zandbanken (subtype C). Met dit aanvullende bodembeschermingsgebied wordt het habitattype effectiever beschermd in de relatief ondiepe delen van de Doggersbank. Ook wordt bijgedragen aan het bereiken van de Goede Milieu Toestand (GMT) onder de KRM. Bij het bepalen van de locatie wordt rekening gehouden met de vaarbewegingen van de vissers. Het blijft dus mogelijk voor vissers om van west naar oost te vissen door een zone open te laten tussen de noordelijk en zuidelijk gelegen bodembeschermingsgebieden op de Doggersbank.
Ten aanzien van het Friese Front gaat het om een nieuw gebied grenzend in het zuidoosten aan het KRM-gebied Friese Front van ca.176 km². De visserijsector heeft de uitbreiding van KRM-gebied Friese Front voorgesteld in de gesprekken binnen het NZO. Het nieuwe bodembeschermingsgebied zal het brede habitattype ‘ondiep zand’ beschermen en bijdragen aan de GMT onder de KRM. In Mariene Strategie deel 32 (2028-2033) zal het KRM-gebied Friese Front uitgebreid worden zodat het gebied beschermd is en ik maatregelen kan treffen. Voor dit gebied geldt nadrukkelijk dat er geen overlap is met de voorziene uitbreiding van het reserveringsgebied voor zandwinning in het Partieel Herziene Programma Noordzee 2022-2027. Zandwinning op de Noordzee ten behoeve van klimaatbestendigheid van de kust, het tegengaan van overstromingsrisico’s en als ophoog- en bouwzand voor op het land, is een nationaal belang. De winbare zandvoorraad is momenteel ontoereikend om aan de groeiende vraag om Nederland te voorzien van winbaar zand te blijven voldoen3. Om het tekort te verminderen wordt voorzien om in het Partieel herziene Programma Noordzee 2022-2027 de huidige reserveringszone voor zandwinning uit te breiden met twee nautische mijl (NM) van 12 NM naar 14 NM4 zeewaarts van de -20 meter dieptelijn. Op termijn zal ook deze uitbreiding ontoereikend zijn. Omdat zandwinning een bodemberoerende activiteit is, gaan bescherming van zeebodemhabitats en zandwinning niet samen. Gezien het nationale belang van zandwinning is er in dit geval van uitbreiding van het Friese Front voor gekozen dat de begrenzing wordt gevormd door de reserveringszone voor zandwinning.
De gebieden die in het kader van NCV worden gesloten voor bodemvisserij, neem ik mee bij de invulling van de 1,2%. De gebieden beslaan ca. 240 km². Over de alternatieve invulling van de natuurcompensatie heb ik u met mijn brief5 van 11 juli 2025 geïnformeerd. De nationale uitwerking daarvan wordt opgepakt nadat de Europese Commissie (EC) met dit alternatief heeft ingestemd. Hiermee geef ik invulling aan mijn eerdere toezegging om de gebiedssluitingen mee te nemen in het kader van het NZA (Kamerstuk 29 664, nr. 214).
Voorafgaand proces
Dit voorgenomen besluit volgt na een periode van overleg tussen de NZO partijen om tot consensus te komen over de invulling van de 1,2% bodembescherming.
In het NZA is in afspraak 4.38 opgenomen dat in 2023 13,7% van de Noordzee, binnen ecologisch waardevolle gebieden, volledig gevrijwaard is van bodemberoering door visserij. Voor dat percentage zijn de specifieke gebieden ook vastgelegd in het NZA. Bij een herberekening van de oppervlakte van die specifieke gebieden is gebleken dat deze optellen tot 13,8% van het Nederlands deel van de Noordzee. In het NZA is opgenomen dat het percentage voor bodembescherming oploopt, naar 15% in 2030. De gebieden voor de resterende 1,2% heeft het NZO in gezamenlijkheid gezocht. De bescherming betreft alleen een vrijwaring van bodemberoerende visserij.
In het NZO is gesproken over gebieden die in aanmerking komen om de resterende 1,2% in te vullen. Ter ondersteuning van het gesprek heeft het NZO tussen maart en mei 2025 een Joint Fact Finding (JFF) traject uitgevoerd. Met de JFF zijn de ecologische en de economische waarden van gebieden in kaart gebracht. De voorzitter van het NZO heeft mij vervolgens op 1 oktober 2025 geïnformeerd over de conclusies van het NZO en op 17 oktober het bijbehorende kaartbeeld van het te sluiten gebied op de Doggersbank gestuurd (zie de NZO brieven in bijlage 2). Helaas is het niet gelukt om tot volledige consensus in het NZO te komen. Het betreft een conclusie op basis van de grootst mogelijke meerderheid van partijen, rekening houdend met de belangen van de minderheid. Dit pakket bestaat uit:
0,8% te sluiten gebied in N2000-gebied de Doggersbank,
0,4% te sluiten gebied in het kader van Natuurcompensatie Voordelta.
De meerderheid van de NZO partijen vindt dit pakket een acceptabele oplossing. De sector voedsel en visserij heeft aangegeven niet in te kunnen stemmen met het pakket vanwege de gebiedssluiting op de Doggersbank. Dit heeft een nadelig effect op de scholvisserij. Weliswaar met een beperkte omzet voor de vissers onder Nederlandse vlag, maar een meer substantiële omzet voor Nederlandse vissers onder buitenlandse vlag en de impact daarvan op de gehele Nederlandse keten. In de Joint Fact Finding heeft het NZO overwogen of de totale impact van de sluiting berekend kon worden. Vanwege het ontbreken van data van de vissersvloot varend onder de buitenlandse vlag, heeft het NZO ervoor gekozen alleen naar de economische impact op de Nederlandse bodemberoerende vloot te kijken.
Ik betreur het feit dat de sector die het meest geraakt wordt door deze sluitingen niet heeft kunnen instemmen met de NZO conclusies. Ik heb daarom gekozen voor een invulling die meer aansluit bij het voorstel van de Nederlandse visserijsector en waarmee evengoed ecologisch relevante gebieden worden beschermd. Alhoewel ik ook de standpunten van de natuurorganisaties begrijp en ik ook de concessies die zij hebben gedaan in het proces waardeer, kan ik de conclusies uit het NZO niet volledig overnemen, omdat er geen consensus over het gehele pakket is. Wel heb ik dat deel van het plan overgenomen waar wel consensus over is. Hierbij houd ik nadrukkelijk rekening met de natuurwaarden in de beoogde gebieden. Dit heeft geleid tot de invulling die ik aan het begin van deze brief heb beschreven en die op bepaalde elementen afwijkt van de NZO-conclusies.
Implementatie
Buiten de 3-mijlszone, waar de Doggersbank, de uitbreiding van KRM-gebied Friese Front en delen van de NCV-gebieden liggen, mogen ook andere landen vissen in de Nederlandse wateren. Hier geldt het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Om ook voor deze buitenlandse vissers de maatregelen te laten gelden, moet een Europese procedure doorlopen worden waarbij overeenstemming van andere relevante lidstaten met een visserijbelang vereist is. Het is aan de Europese Commissie (EC) om de gezamenlijke aanbeveling om te zetten in wetgeving. Ik verwacht dat dit traject enkele jaren zal kosten, maar wel binnen de NZA-deadline van 2030 kan worden afgerond. Ik zet me ervoor in om in samenwerking met de andere lidstaten en de EC dit proces zo snel als mogelijk te doorlopen. De Kamer en het NZO worden op de hoogte houden van relevante ontwikkelingen bij de implementatie.
Tot slot
Ik ben veel dank verschuldigd aan het NZO voor alle gesprekken die zijn gevoerd over de invulling van de 1,2% bodembescherming en ik waardeer deze inzet enorm. Met alle verschillende belangen en de krappe ruimte op de Noordzee is het niet makkelijk er samen uit te komen. Ik ben daarom zo dicht mogelijk bij de NZO-conclusies gebleven.
Met bovenbeschreven maatregelenpakket heb ik getracht een goede balans aan te brengen tussen de belangen van de visserij, een ecologisch waardevolle invulling, en de invulling van de motie-Flach c.s. Gelet op de gebieden, ben ik van mening dat dit maatregelenpakket uitlegbaar is aan de EC.
Jean Rummenie
Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XIV, nr. 8↩︎
In het kader van de voorbereiding van het KRM-programma van maatregelen (Mariene Strategie deel 3 2028-2033) wordt overwogen om binnen gebieden waar op basis van de KRM instandhoudingsmaatregelen voor de zeebodem genomen zijn ook geen zandwinning toe te staan.↩︎
Oplossingsrichtingen ten behoeve van de beschikbare zandvoorraad↩︎
Kamerbrief Ontwerp Partiële Herziening Programma Noordzee 2022-2027↩︎
Kamerbrief voorgenomen besluit alternatieve natuurcompensatie Voordelta | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl↩︎