[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Bevindingen verkenning naar een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)

Innovatiebeleid

Brief regering

Nummer: 2026D06225, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-02-10 09:43, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 33009 -175 Innovatiebeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z02770:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Naar aanleiding van het 3%-R&D-actieplan1 heeft een ambtelijke projectgroep een verkenning uitgevoerd naar de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). De oprichting van zo’n organisatie is ook opgenomen in het coalitieakkoord van het aanstaande kabinet, hierover zal nog nadere besluitvorming plaatsvinden. Conform de toezegging om deze verkenning begin 2026 met uw Kamer te delen bied ik u hierbij de bevindingen aan. De verkenning geeft antwoord drie vragen:

  1. Hoe werkt het Advanced Research Projects Agency (ARPA)-model, is het succesvol, en wat zijn de kernwaarden en ontwerpkeuzes?

  2. Is een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie van toegevoegde waarde voor Nederland?

  3. Hoe kan het ARPA-model, door NADI, optimaal ingericht worden in de Nederlandse context?

Het ‘International Benchmark of Coordinated Research Programs’ rapport is een onafhankelijk onderzoek dat in opdracht van EZ is opgesteld door de denktank Renaissance Philanthropy (Bijlage 1 bij deze Kamerbrief). Dit rapport geeft antwoord op de eerste vraag. De tweede en derde vraag worden beantwoord in het ontwerpvoorstel van de projectgroep (Bijlage 2 bij deze Kamerbrief). Dit voorstel is gebaseerd op basis van gerichte deskresearch, de internationale benchmark, gesprekken met experts en werkbezoeken aan ARPA-organisaties in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Het voorstel is getoetst bij een expertpanel bestaande uit Nederlandse tech-ondernemers met ervaring bij buitenlandse ARPA-organisaties, vertegenwoordigers van SPRIN-D, en experts uit het Nederlandse innovatie-ecosysteem.

Belangrijkste bevindingen van de verkenning

De verkenning bevestigt dat NADI van grote toegevoegde waarde kan zijn voor Nederland. Met NADI kan Nederland een onafhankelijke organisatie creëren die het doel heeft om complexe maatschappelijke problemen rondom onder meer veiligheid, energie, gezondheid en digitalisering op te lossen door baanbrekende innovaties te forceren. Buitenlandse succesvoorbeelden laten zien dat dit gepaard gaat met aanmerkelijke economische spill-overs.2 Anders dan bestaande instrumenten combineert NADI hoge risicotolerantie met snelle en flexibele besluitvorming en financiering over de gehele innovatieketen. Daarmee wijkt NADI af van – tevens belangrijke – bestaande instrumenten, zoals de programma’s die zijn gefinancierd vanuit het Nationaal Groeifonds, waarin de nadruk ligt op langjarige publiek-private innovatiesamenwerking in bestaande of nieuwe ecosystemen.

Uit de verkenning blijkt dat de organisatie een oplossing kan bieden voor een drietal hardnekkige problemen in het Nederlandse innovatielandschap. Allereerst bereiken disruptieve of baanbrekende innovaties voor maatschappelijke uitdagingen in Nederland onvoldoende schaal en treedt de overheid onvoldoende op als eerste afnemer (‘launching customer’) van innovatieve oplossingen en bedrijven.3 Veel innovaties blijven hangen in de zogenaamde ‘pilotfase’.4 Het ontbreekt aan een vehikel dat innovatie over de gehele keten heen kan financieren en de brug slaat naar daadwerkelijke toepassing en inkoop. Ten tweede kan NADI een oplossing zijn voor de Nederlandse valorisatie-uitdaging. Nederland behoort wetenschappelijk tot de wereldtop, maar we slagen er onvoldoende in om deze excellente kennisbasis om te zetten in schaalbare toepassingen en nieuwe economische bedrijvigheid.5 Door probleemgedreven R&D te financieren kan NADI dit overbruggen. Ten slotte kent het Nederlandse innovatielandschap een nadruk op fiscale instrumenten, zoals de WBSO en Innovatiebox. Zulke instrumenten zijn van groot belang voor het Nederlandse innovatie- en vestigingsklimaat, maar minder geschikt om meer radicale vormen van innovatie te stimuleren.

De oprichting van NADI is bovendien een kans om een aantal bestaande innovatie-instrumenten en loketten te integreren in één samenhangende structuur en zo de drukte in het innovatie-instrumentarium te verminderen. De buitenlandse ARPA-organisaties hebben beschikking over instrumenten die lijken op de Nederlandse Innovation Impact Challenge en kleinere valorisatie-regelingen. NADI kan daarbij een actieve rol spelen als katalysator voor innovatiegericht inkopen in Nederland, door de introductie van nieuwe flexibele financierings- en inkoopinstrumenten die niet alleen voor NADI beschikbaar zijn maar ook voor andere delen van de overheid. NADI kan daarnaast gerichte challenges uitvoeren voor inkopende overheidspartijen die het NADI-model willen benutten voor een concreet vraagstuk, bijvoorbeeld gekoppeld aan het missiegedreven innovatiebeleid.

De verkenning laat zien dat ARPA-organisaties wereldwijd een aantal kernwaarden delen. Deze vijf kernwaarden vormen een samenhangend geheel: ze versterken elkaar en zijn alleen effectief in combinatie. Het onderzoek toont aan dat het weglaten of afzwakken van één element ertoe leidt dat de organisatie terugvalt in conventionele subsidieverstrekking en haar onderscheidend vermogen verliest. Uit de verkenning blijkt dat NADI alleen effectief kan opereren wanneer deze vijf kernwaarden strikt worden geborgd:

  1. Excellente mensen en organisatie: de organisatie moet excellente mensen (zowel technisch als ondernemend) aan zich binden die fungeren als programmamanager met vergaande mandaten om individueel besluiten te nemen – binnen de kaders van het programma.

  2. Autonomie en onafhankelijkheid: de organisatie moet onafhankelijk opereren op afstand van politiek en beleid, zodat projecten alleen op hun effectiviteit worden beoordeeld.

  3. Hoge risicotolerantie: de organisatie moet zijn ingericht op het ondersteunen van risicovolle projecten die in potentie veel maatschappelijke impact kunnen hebben. Het succes van de organisatie moet niet worden beoordeeld projectniveau, maar op portfolioniveau.

  4. Snelheid en wendbaarheid: korte beslislijnen, beperkte bureaucratie en programma's met duidelijke begin- en eindpunten zijn essentieel. De organisatie moet flexibel kunnen opschalen, afstoten en bijsturen.

  5. Voldoende schaal: om voldoende risico’s te kunnen nemen, onvermijdelijke mislukkingen te kunnen dragen en uiteindelijk echte doorbraken te realiseren moet de organisatie substantiële schaal hebben.

Thematische focus en internationale samenwerking

Gezien de schaal van Nederland ligt het in de rede de organisatie te richten op een beperkt aantal thema’s. Deze thema’s dienen voldoende breed te zijn, zodat de autonomie van de organisatie is geborgd. De in het Rapport-Wennink voorgestelde thema’s – digitalisering & AI, veiligheid & weerbaarheid, gezondheid & biotechnologie en energie- en klimaattechnologie – zouden bijvoorbeeld een goede basis kunnen vormen voor de eerste NADI programma’s. Deze thema’s sluiten bovendien goed aan op reeds aangebrachte focus in het nieuwe industriebeleid.6 Buitenlandse voorbeelden laten zien dat een fasering mogelijk is, waarbij eerst met één of een beperkt aantal thema’s wordt gestart en dit gaandeweg wordt uitgebreid.

NADI kan daarnaast samenwerken met vergelijkbare Europese organisaties SPRIN-D en ARIA. De Europese ARPA-organisaties kunnen waar dat meerwaarde heeft gezamenlijke programma's of challenges opzetten, elkaars expertise benutten en samen fungeren als magneet voor excellente R&D-teams uit heel Europa, zonder dat dit ten koste gaat van de snelheid en autonomie die het model kenmerken.

Vervolgstappen

Uit de verkenning blijkt dat NADI een belangrijke bijdrage kan leveren aan het versterken van het Nederlandse innovatievermogen, mits een aantal kritieke kernwaarden worden geborgd. Een definitief besluit over de oprichting van NADI is vanzelfsprekend aan een nieuw kabinet, conform wat is afgesproken in het coalitieakkoord.

Vincent Karremans

Minister van Economische Zaken


  1. Ministerie van Economische Zaken (2025). Investeren in een weerbare en toekomstbestendige

    economie: het 3%-R&D-actieplan.↩︎

  2. Mazzucato (2013): The Entrepreneurial State.↩︎

  3. European Commission (2024): Benchmarking of Innovation Procurement Investments and Policy Frameworks Across Europe.↩︎

  4. Leendertse et al. (2025): The Pilot Trap: Interactions Between Sustainable Start-Ups and Clients in the Built Environment.↩︎

  5. Rapport-Wennink (2025): De route naar toekomstige welvaart.↩︎

  6. Ministerie van Economische Zaken (2025). Kamerbrief over industriebeleid met focus.↩︎