Antwoord op vragen van de leden Van Oosterhout, Klos en Teunissen over het rapport van de Algemene Rekenkamer 'Energiebesparing: stimuleren of verplichten?'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D06302, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-10 13:22, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z00699:
- Gericht aan: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
- Indiener: A.S. van Oosterhout, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: C. Teunissen, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: F.C.O. Klos, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1066
2026Z00699
Antwoord van minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 10 februari 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1022
1
Bent u op de hoogte van het rapport van de Algemene Rekenkamer, waarin wordt geconcludeerd dat er voor ruim €50 miljoen overlap bestaat tussen vier subsidieregelingen voor energiebesparing en de wettelijke energiebesparingsplicht?
Antwoord
Ja.
2
Deelt u de conclusies van de Algemene Rekenkamer over de omvang van de overlap en de geïdentificeerde regelingen?
Antwoord
Ja, het kabinet deelt de conclusies van de Algemene Rekenkamer (AR). De financiële overlap bedraagt circa €50 miljoen van €1,2 miljard aan beschikbare middelen en is daarmee relatief beperkt. Bij de meeste regelingen gaat het goed. Bij vier regelingen is de overlap tijdelijk mogelijk geweest. De door de AR onderzochte periode betreft 2019-2024. In de tussentijd werd de door het kabinet geconstateerde overlap reeds hersteld bijvoorbeeld bij de ISDE-regeling zodat verplichte maatregelen niet meer in aanmerking komen voor subsidie, waardoor per 1 januari 2023 er geen overlap meer was. Ook bij de EG-regeling is in 2024 de overlap hersteld.
Bij de VWS-regelingen is er vanaf 2026 geen overlap meer. Alle subsidiabele maatregelen die betrekking hebben op energiebesparing zijn uit de regeling geschrapt.
3
Welk deel van de recent beschikbare subsidiebudgetten voor energiebesparing bij bedrijven is ingezet voor maatregelen die reeds onder bestaande wettelijke verplichtingen vallen, uitgesplitst naar regeling en jaar, en acht u deze inzet doelmatig?
Antwoord
De overlap uitgesplitst per regeling per jaar die in het verleden heeft plaatsgevonden, is weergegeven in de bevindingen van de AR zoals opgenomen in de Bijlage 6 van het rapport. Het kabinet acht, net als de AR, de overlap tussen normerende en stimulerende instrumenten ondoelmatig en streeft ernaar om die aan de voorkant uit te sluiten. Op dit moment is de door de AR geconstateerde overlap hersteld.
4
Hoe verklaart u dat er volgens de Algemene Rekenkamer nog steeds onvoldoende zicht is op welke bedrijven precies onder de energiebesparingsplicht vallen, terwijl deze plicht al sinds 1993 bestaat?
Antwoord
De energiebesparingsplicht heeft niet altijd de aandacht gehad die noodzakelijk was. Het kabinet is daarom een traject gestart om toezicht en handhaving te verbeteren. Zo krijgen omgevingsdiensten sinds 2022 extra middelen voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht en worden sinds 2025 de energiegegevens via de netbeheerders gedeeld met de toezichthouders. Met omgevingsdiensten, VNG en IPO is gewerkt aan een meerjarenuitvoeringsplan om toezicht te verbeteren. De eerste effecten daarvan beginnen nu zichtbaar te worden. Met de ingezette verbetermaatregelen beschikken de toezichthouders in toenemende mate over de benodigde gegevens.
5
Hoe bent u voornemens het door de Algemene Rekenkamer gesignaleerde gebrek aan inzicht in informatie, effectiviteit en overlap van regelingen te verbeteren?
Antwoord
Zie voor het antwoord op de vraag over inzicht in informatie en effectiviteit de antwoorden op vraag 4 en 6. Met RVO, die veel subsidieregelingen uitvoert, wordt gewerkt aan een werkwijze waardoor bij het opstellen van regelingen overlap met de energiebesparingsplicht kan worden uitgesloten. Tijdens de opdrachttoets bij RVO zal op overlap worden getoetst. Deze toets wordt uitgevoerd bij de inrichting van nieuw subsidie-instrumentarium,
6
Hoe beoordeelt u de effectiviteit van de huidige energiebesparingsplicht en de handhaving daarvan in termen van daadwerkelijk gerealiseerde energiebesparing en CO₂-reductie, en beschikt u over een sectorale onderbouwing van deze effecten?
Antwoord
Het is op dit moment niet mogelijk om het precieze additionele effect van de energiebesparingsplicht uitgedrukt in PJ’s of tonnen CO2 vast te stellen. TNO is reeds in samenwerking met CBS aan de slag om dit in kaart te brengen. Met omgevingsdiensten wordt daarnaast bekeken hoe de effectiviteit van handhaving meer inzichtelijk kan worden gemaakt. In Q1 verschijnt de tweede editie van de Monitor Energiebesparing, waarin onder meer het energiegebruik in 2025 per sector wordt weergegeven.
7
Bent u, conform de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer, bereid subsidieregelingen zodanig aan te passen dat financiering van maatregelen die onder de energiebesparingsplicht vallen uitsluitend mogelijk is bij aantoonbare aanvullende besparing boven op de wettelijke plicht, en zo ja, op welke termijn?
Antwoord
Het Kabinet is van mening dat maatregelen die verplicht zijn onder de energiebesparingsplicht voor een bedrijf of instelling niet ook subsidie mogen krijgen zonder dat hier een onderbouwing voor is. Op dit moment, conform de constatering van de Algemene Rekenkamer, zijn er geen regelingen die onder de minister van KGG vallen die overlappen met de energiebesparingsplicht. De overlap was bij de ISDE-regeling geconstateerd, maar die is per 1 januari 2023 hersteld. Het rapport van de Algemene Rekenkamer constateert dat er van 2019 tot en met 2024 overlap is geweest tussen de subsidieregeling Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties (BOSA) en de energiebesparingsplicht. Vanaf 2026 zijn energiebesparende maatregelen ook daar niet langer subsidiabel binnen de BOSA.
8
Hoe waarborgt u dat deze aanpassingen aansluiten bij de invoering van de nieuwe regels voor de energiebesparingsplicht?
Antwoord
De wettelijk vastgestelde vierjaarlijkse cyclus van actualisatie van de energiebesparingsplicht biedt bedrijven en instellingen stabiliteit, omdat wijzigingen op een vast moment plaatsvinden. De meeste subsidieregelingen worden op 1 januari geïntroduceerd of verlengd. Daarom streeft het kabinet ernaar om de nieuwe regels voor energiebesparingsplicht op 1 januari 2027 te publiceren om zo beter aan te sluiten bij de datum waarop de subsidieregelingen worden verlengd of worden geïntroduceerd. Tot slot worden, ten opzichte van de vorige actualisatie van de plicht in 2023, de nieuwe regels interdepartementaal afgestemd in de stuurgroep energiebesparing waarbij wordt ingezet op de brede bekendheid van de energiebesparingsplicht bij andere departementen alsmede wordt gevraagd om subsidieregelingen indien nodig aan te passen. Zodoende worden alle departementen actief betrokken bij de wijzigingen in de plicht.
9
Hoe voorkomt u dat aanpassingen aan de energiebesparingsplicht afbreuk doen aan de urgentie en de noodzaak om – mede in het licht van Europese richtlijn – juist meer energiebesparing te realiseren in Nederland?
Antwoord
De voorgenomen ophoging van de ondergrens voor elektriciteit resulteert in een verlies van besparingspotentieel. Daar tegenover staat dat de terugverdientijd van de energiebesparende maatregelen vanaf 2027 wordt opgehoogd naar 7 jaar. Hiermee wordt minimaal 10 PJ aan additioneel besparingspotentieel ontsloten. Ook werkt het kabinet aan het energiebesparingsfonds waardoor mkb-bedrijven, ook de bedrijven die niet onder de energiebesparingsplicht vallen, extra gestimuleerd worden om energiebesparende maatregelen te treffen. Hier zullen zij leningen kunnen verkrijgen voor energiebesparende maatregelen.
10
Erkent u de gebrekkige handhaving, en gebrek aan informatie over doelmatigheid van de handhaving van de energiebesparingsplicht, zoals geconstateerd door de Algemene Rekenkamer?
Antwoord
Deel I van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer ziet op de periode 2008-2023. Het Kabinet onderschrijft de bevinding dat toezicht en handhaving jarenlang ontoereikend is geweest. Sinds 2022 stelt het Rijk aanvullende middelen voor toezicht en handhaving beschikbaar. Ook zijn er tal van wijzigingen geweest die de handhaving efficiënter en professioneler hebben gemaakt, zoals opleidingen en kennisdeling tussen de omgevingsdiensten, het onderbrengen van de handhavingstaken onder het basistakenpakket en de energiegegevensdeling van de netbeheerders. Hierdoor is het toezicht en handhaving in de afgelopen jaren sterk verbeterd.
11
Kunt u toezeggen om eventueel vrijkomende middelen in te zetten voor het versterken van de handhaving van de energiebesparingsplicht?
Antwoord
Er is op dit moment geen sprake meer van overlap. Daarbij is het niet zo dat er bij de subsidieregelingen waarbij er sprake was van overlap middelen zijn vrijgekomen. Deze middelen zijn nog steeds noodzakelijk voor het bereiken van de doelen waarvoor deze subsidies zijn opgezet. Het kabinet onderzoekt nu conform de motie van het lid Van Oosterhout1 of er aanvullende middelen voor toezicht en handhaving nodig zijn.
Kamerstukken II, 2025/26, 29 023, nr. 613.↩︎