[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op verzoek commissie over de situatie rondom Selibon

Handhaving milieuwetgeving

Brief regering

Nummer: 2026D06386, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-12 11:43, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 22343 -438 Handhaving milieuwetgeving.

Onderdeel van zaak 2026Z02841:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


22343 Handhaving milieuwetgeving

30872 Landelijk afvalbeheerplan

Nr. 438 Brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 februari 2026

In reactie op het schriftelijk verzoek van de Voorzitter van de commissie Koninkrijksrelaties van 21 januari 2026 met kenmerk 2026Z00925/2026D02335, om u te informeren over de situatie rondom Selibon en de inzet van het kabinet doe ik u mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) hierbij deze brief toekomen.

Tevens bied ik u hierbij, mede namens de staatssecretaris van IenW, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door de het lid Ceder (ChristenUnie) over de acute situatie rond Selibon. Deze vragen werden ingezonden op 21 januari 2026, met kenmerk 2026Z01000.

Beantwoording commissieverzoek situatie rondom Selibon

U verzoekt om nadere toelichting op welk ministerie regie neemt en welke acute stappen het kabinet gaat zetten rond Selibon Lagun. Voor ik in ga op de verschillende verantwoordelijkheden en stappen geef ik een overzicht van de situatie.

Situatie Selibon Lagun

Op zaterdag 17 januari 2026 is er opnieuw brand uitgebroken op de stortplaats Selibon Lagun. Dit heeft ertoe geleid dat aan het einde van de avond van 17 januari omwonenden zijn geëvacueerd vanwege de rookontwikkeling. Vanwege de omvang van de brand heeft de brandweer besloten om niet te blussen om de hitte te laten ontsnappen, zodat daarna de stortplaats verder kon worden afgedekt.

Deze brand staat echter niet op zichzelf. De afgelopen maanden hebben zich meerdere incidenten voorgedaan, die samenhangen met structurele tekortkomingen in het beheer van de stortplaats. In oktober 2025 is er een achterstand ontstaan bij het dagelijks afdekken van de stortplaats met diabaas vanwege (financiële) tekorten. Dit heeft Selibon N.V. gemeld bij het bestuurscollege. Inmiddels beschikt Selibon N.V. over voldoende afdekmateriaal en is bezig met het wegwerken van de achterstand. Dit moet het brandgevaar in de toekomst beperken.

De brand heeft wederom veel overlast voor de omwonenden veroorzaakt. Dit onderstreept de urgentie om niet alleen acute risico’s te beperken voor de inwoners van Bonaire, maar ook te komen tot een duurzame en structurele oplossing voor de afvalverwerking op Bonaire.

Bestuursovereenkomst Aanpak Selibon Lagun

De aanpak van de situatie bij Selibon Lagun valt binnen het kader van het interbestuurlijk toezicht, zoals uitgeoefend door de waarnemend Rijksvertegenwoordiger op grond van zijn wettelijke verantwoordelijkheden. In dat kader heeft de waarnemend Rijksvertegenwoordiger het Bestuurscollege in 2025 verzocht een verbeterplan op te stellen. Het traject van interbestuurlijk toezicht heeft geleid tot enkele concrete verbeteringen en tot het versterken van het bestuurlijk bewustzijn over de ernst van de problematiek.

Tegelijkertijd moet op basis van voortgangsrapportages en inspectiebevindingen worden vastgesteld dat deze stappen tot op heden onvoldoende zijn gebleken voor de noodzakelijke en structurele verbetering van de situatie. Het interbestuurlijk toezicht richt zich op het afdwingen van door de wet gevorderde besluiten. Dit traject loopt al langere tijd en bevindt zich in fase 3 (actief toezicht), de wnd. Rijksvertegenwoordiger zal eind februari 2026 besluiten of hij overgaat naar fase 4 op de interventieladder (vooraankondiging juridische interventie).

Tegen deze achtergrond is, naast het lopende toezichttraject van de wnd. Rijksvertegenwoordiger, gekozen voor een bestuurlijke aanpak. Op 20 november 2025 heb ik samen met het bestuurscollege de bestuursovereenkomst ‘aanpak Selibon Lagun’ ondertekend.1 Deze overeenkomst is er op gericht om op korte termijn zichtbare en merkbare stappen te zetten voor de omwonenden van de stortplaats. Die afspraken zien op een aantal prioriteiten, namelijk:

  • Het ondersteunen van professioneel stortplaatsbeheer door de bedrijfsvoering van Selibon N.V. op orde te brengen;

  • Op korte termijn de situatie rond de stortplaats Lagun te verbeteren, door onder andere een nieuw tijdelijk stortvak aan te leggen volgens de geldende milieunormen; en

  • Het versterken van het toezicht en uitvoering rond Lagun. Dit met maximale ondersteuning van de Omgevingsdienst NL en door het inrichten van een gezamenlijk programma voor de uitvoering van de aanpak.

Het bestuurscollege heeft sindsdien Selibon N.V. ondersteund met middelen en lastenverlichtingen ter waarde van 6,1 mln. USD, waaronder de aankoop van nieuw materieel. Momenteel loopt er een onafhankelijke audit bij Selibon N.V. die in kaart moet brengen wat er verder nodig is aan investeringen en maatregelen. Het bestuurscollege heeft zich in de bestuursovereenkomst verbonden aan de uitkomsten van dit onderzoek, welke in maart 2026 worden verwacht.

In het licht van de recente branden is het belangrijk dat we met elkaar de juiste prioriteiten stellen. Met name maatregelen die direct bijdragen aan risicobeperking, zoals professioneel stortplaatsbeheer, structurele persing van afval, dagelijkse afdekking en adequaat materieel, moeten met voorrang worden gerealiseerd. Hier ben ik met het bestuurscollege over in gesprek.

Voor de aanleg van een nieuw stortvak heb ik in 2025 € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld. Dit nieuwe stortvak is noodzakelijk om de periode tot de beoogde sluiting van de stortplaats eind 2028 op verantwoorde wijze te overbruggen en ondergrondse branden effectief te kunnen bestrijden. De staatssecretaris van IenW heeft een schriftelijk verzoek ontvangen van het bestuurscollege van Bonaire om een besluit te nemen over de MER-plicht conform de Wet Vrom BES voor onder andere de inrichting en de ingebruikname van een nieuw stortcompartiment op het Afvalcentrum Lagun. De staatssecretaris van IenW zal op de korte termijn hierover een besluit nemen.

Voor de inrichting van het programmateam ben ik voornemens om op korte termijn een samenwerkingsovereenkomst te tekenen met uitvoeringspartijen zoals Omgevingsdienst NL, het bestuurscollege van Bonaire en mijn collega’s van IenW en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Deze samenwerkingsovereenkomst heeft als doel de uitvoering te versterken, de inzet van onafhankelijke expertise en sterkere regievoering vanuit het Rijk en het bestuurscollege te organiseren.

Structurele oplossing afvalproblematiek en stortplaats

De hierboven geschetste maatregelen zijn nadrukkelijk overbruggingsmaatregelen. Daarnaast moeten bedrijven op Bonaire, Sint Eustatius en Saba zich vanaf 1 april 2024 houden aan de milieuregels uit het Inrichtingen- en Activiteitenbesluit BES. Uit inspectierapporten van de ILT blijkt dat ook op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving het structureel ontbreekt aan uitvoeringskracht en bestuurskracht waardoor bestaande projecten en programma’s bij het bestuurscollege vastlopen.

Een structurele oplossing moet in ieder geval zien op het sluiten van de stortplaats Lagun op 31 december 2028 en behelst een grootschalig gezondheidsonderzoek; maatregelen voor milieu en natuurherstel; een alternatieve locatie voor het scheiden en verwerken van afval en mogelijke overbruggingsmaatregelen voor de periode na 1 januari 2029. Het vereist een herziening van het afvalverwerkingssysteem, inclusief keuzes over verwerking, financiering, governance en milieubescherming

De wnd. Rijksvertegenwoordiger is interbestuurlijk toezichthouder voor de bewindspersoon die het aangaat, in dit geval op basis van de Wet VromBES, en kan door de fasen van de interventieladder te volgen in fase 5 in de plaats treden van het bestuurscollege voor zover het bestuurscollege bij de wet gevorderde beslissingen niet neemt. Deze interventieroute dient eerst volledig uitgelopen te worden.

De Kamer zal spoedig na het doorlopen van het interventietraject door de wnd. Rijksvertegenwoordiger over het vervolg geïnformeerd worden.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

E. van Marum


  1. Kamerstukken 22 343 en 30 872, nr. 434 en Kamerstukken 22 343 en 30 872, nr. 435.↩︎