Stand van zaken discriminatie en racisme 2026
Racisme en Discriminatie
Brief regering
Nummer: 2026D06400, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 09:21, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Onderdeel van kamerstukdossier 30950 -510 Racisme en Discriminatie.
Onderdeel van zaak 2026Z02843:
- Indiener: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Volgcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-02-12 00:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
Middels deze Kamerbrief stel ik u op de hoogte van de stand van zaken van enkele moties, toezeggingen, acties en lopende trajecten binnen de portefeuille discriminatiebestrijding op het terrein van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Niet alle lopende moties en toezeggingen worden in deze brief behandeld. Op diverse trajecten moeten besluiten worden genomen alvorens uw Kamer kan worden geïnformeerd. Die besluiten laat ik aan een volgend kabinet, dat u vervolgens daarover zal informeren in de eerstvolgende voortgangsbrief over de aanpak van discriminatie en racisme.
Institutionele discriminatie en risicoprofilering
Discriminatietoets in het Beleidskompas: aanvullende handreiking Inclusief Beleid
Naar aanleiding van de motie van de leden Ceder (CU) en Azarkan (DENK)1 verkent het kabinet op welke wijze gehoor kan worden gegeven aan het verzoek om een (expliciete) discriminatietoets op te nemen in het Beleidskompas (voorheen het Integraal Afwegingskader). Dit wordt via verschillende trajecten opgepakt. Voor wet- en regelgeving is dit middels de handreiking constitutionele toetsing ondervangen: onderdeel daarvan is dat voorgenomen wet- en regelgeving wordt getoetst aan het verbod van discriminatie in artikel 1 van de Grondwet.2 Voor beleid wordt er in samenwerking met VWS, OCW en JenV een aanvullende handreiking Inclusief Beleid ontworpen. Deze handreiking, bedoeld als living document, gaat verder dan het opnemen van een discriminatietoets. Deze richt zich nadrukkelijk ook op het actief bewustmaken van ambtenaren van het belang van een inclusieve benadering en op de vraag hoe beleidsmedewerkers hier concreet invulling aan kunnen geven. Het streven is om u hierover in de eerstvolgende voortgangsbrief verder te informeren.
Bescherming tegen discriminatie op de BES-eilanden
Rechtshulp BES-eilanden
Op 1 januari 2026 is de wet Bescherming tegen discriminatie op de BES in werking getreden. Een belangrijke stap is de oprichting van een voorziening op elk eiland voor gratis rechtshulp en hulp bij discriminatie (op Bonaire: Lokèt Hurídiko, op Sint-Eustatius en Saba: Legal Desk). Het loket, waarvoor momenteel personeel wordt geworven, werkt er hard aan om zo snel mogelijk met haar dienstverlening te kunnen starten. In april is een feitelijke opening van het loket voorzien, en later dit jaar een officiële opening.
Moties en toezeggingen
Toezegging Bamenga (D66) gesprek ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) over de totaalaanpak van het strafrechtelijk traject ten aanzien van hatecrimes gericht tegen Nederlanders en de rol van politie en justitie hierin3
Zoals toegezegd in het commissiedebat over discriminatie, racisme en mensenrechten van 11 september 2025 is er gesproken met JenV over de door het lid Bamenga in het debat genoemde schrijnende gevallen waarin een actie van politie of OM heeft geleid tot haatmisdrijven tegen een (voormalige) verdachte en diens familie. In het commissiedebat vroeg het lid Bamenga om in gesprek te gaan met JenV over de totaalaanpak van het strafrechtelijk traject en mogelijkheden van inzage in stukken, eerherstel en excuses door de minister van JenV.
Daarover kan ik het volgende zeggen. De besluitvorming over aanhoudingen valt onder het gezag van het Openbaar Ministerie. Aanhoudingen kunnen alleen worden verricht wanneer er concrete verdenkingen zijn van strafbare feiten. Daarbij hebben het Openbaar Ministerie en de politie in hun optreden vanzelfsprekend altijd rekening te houden met geldende rechtsbeginselen, waaronder de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit, kinderrechten, de onschuldpresumptie en alle andere relevante omstandigheden. Van een aanhouding enkel om een signaal af te geven mag dan ook nooit sprake zijn.
Bij incidenten die leiden tot maatschappelijke onrust of grote publieke belangstelling is het gebruikelijk dat de politie, in afstemming met de betrokken partners, zo snel mogelijk communiceert over ontwikkelingen in een onderzoek, zoals een aanhouding van een verdachte. Als na de aanhouding van de verdachte uit onderzoek blijkt dat de eerder als verdachte aangemerkte persoon toch niet de persoon is die de strafbare feiten heeft gepleegd, dan wordt deze persoon daarover geïnformeerd. Uiteraard is dit niet de inzet, maar het is nooit helemaal te voorkomen dat ten aanzien van een persoon die op enig moment als verdachte wordt gezien op basis van nader onderzoek geen verdenking meer bestaat.
Wanneer sprake is van een, naar achteraf blijkt, onterechte verdenking die heeft geleid tot schade, materieel of immaterieel, staat het eenieder vrij te proberen de vermeende schade vergoed te krijgen. De diensten van een advocaat kunnen daarbij behulpzaam zijn. De kosten van rechtsbijstand kunnen onder bepaalde voorwaarden ook voor vergoeding in aanmerking komen. Ook kunnen burgers klachten indienen bij de verschillende betrokken organisaties zoals het Openbaar Ministerie. Eventueel kan de burger vervolgens deze klachten voorleggen aan de Nationale ombudsman.
Het past noch mij, noch de minister van JenV om te treden in de besluitvorming van het Openbaar Ministerie in individuele zaken. Deze bevoegdheid behoort toe aan het Openbaar Ministerie, en enig ingrijpen van het kabinet zou een inbreuk zijn op de onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Bijeenkomsten en gesprekken
Gesprek met het Collectief Jonge Moslims (CJM) en Moslim Studenten Associatie NL (MSA NL)
Op 18 december 2025 heb ik gesproken met vertegenwoordigers van de moslimjongerenorganisaties Collectief Jonge Moslims (CJM) en Muslim Student Association (MSA) NL. We hebben gesproken over burgerschap, de gedeelde verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken, de eigen kracht van de gemeenschap en hoe het bestrijden van moslimdiscriminatie kan bijdragen aan volwaardig burgerschap, waarbij taal en nuances van essentieel belang zijn. Het bijdragen aan een betere beeldvorming van moslims heeft een normerend effect, en taal is het middel om dat te bewerkstelligen. Zo hebben we gereflecteerd op de vraag hoe het komt dat er bij beeldvorming over incidenten bij personen met een Arabische achtergrond vaak direct een link wordt gelegd met het moslim-zijn, terwijl de vraag naar geloofsovertuiging minder vaak wordt betrokken bij personen met een andere achtergrond. Ik heb gevraagd om een reflectie vanuit de gemeenschap over hoe men zelf denkt dat dit komt en waar zien de moslimjongeren zelf kansen om die koppeling te doorbreken. Ik verwacht in een volgend gesprek terugkoppeling over deze vraagstelling te ontvangen, welke ik dan met de Kamer zal delen. Het was een kritisch, maar goed gesprek en ik heb beloofd de gesprekscycli aan de volgende minister van BZK over te dragen.
Opening kindvriendelijke ADVs
Het VN-kinderrechtencomité heeft Nederland in februari 2022 onder andere de aanbeveling gedaan om antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) in Nederland kindvriendelijk te maken. Op basis van deze aanbeveling heeft het kabinet besloten Discriminatie.nl te ondersteunen bij het kindervriendelijk maken van ADV’s. Na een pilot zijn inmiddels consulenten van alle ADV’s in Nederland getraind en opgeleid om hun dienstverlening specifiek toe te passen op kinderen en jongeren. Tijdens de landelijke lancering van Discriminatie.nl/Jeugd – zoals de kindvriendelijke ADV’s heten – vandaag, 10 februari 2026, zal ik een keurmerk lanceren waarmee ADV’s aan de buitenwereld duidelijk kunnen laten zien dat zij kindvriendelijk zijn. De aanbeveling van het VN-kinderrechtencomité is hiermee overgenomen en uitgevoerd door het kabinet.
Symposium toekomst gelijkebehandelingswetgeving
Naar aanleiding van de evaluatie van het College voor de Rechten van de Mens van de gelijkebehandelingswetgeving die ik u bij brief van 26 september 2025 heb toegezonden met een kabinetsreactie4 en de preadviezenbundel “Samen voor gelijkheid. Een toekomstvisie op het non-discriminatierecht” van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme van december 2025 organiseert het ministerie van BZK een congres over de toekomst van de gelijke behandelingswetgeving op 19 maart 2026.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart