Update techniekonderwijs in het vmbo
VMBO
Brief regering
Nummer: 2026D06420, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 12:39, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van kamerstukdossier 30079 -126 VMBO.
Onderdeel van zaak 2026Z02853:
- Indiener: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-02-12 14:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (š origineel)
30 079 VMBO
Nr. 126 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2026
Het vmbo biedt de helft van alle leerlingen een plek waar zij zich thuis voelen, kunnen groeien en gewaardeerd worden. Waar ze zich oriĆ«nteren op hun toekomst ā bijvoorbeeld in de techniek. Maar in 2018 stond het technisch vmbo zwaar onder druk. Leerlingendaling sloeg toe, vooral in het vmbo, waardoor tientallen technische vmbo-profielen verdwenen en het regionale opleidingsaanbod verschraalde.
Daarom investeert het kabinet sinds 2018 met het programma Sterk Techniekonderwijs (STO) structureel 100 miljoen euro per jaar in techniekonderwijs in het vmbo. Vmbo-scholen werken in een landelijk dekkend netwerk van 74 STO-regioās samen met het mbo, po en het bedrijfsleven aan toekomstbestendig, dekkend en kwalitatief sterk techniekonderwijs. STO-regioās laten zien dat ze door nauwe samenwerking de daling van het technisch vmbo een halt toeroepen. Door samenwerking groeit het technisch vmbo. Uit de onafhankelijke eindevaluatie in opdracht van OCW van de eerste fase 2020-2024 blijkt: STO werkt. Hierbij bied ik uw Kamer het rapport aan. Ook start ik met een verkenning naar de borging van het programma na 2029.
Mijlpaal 1: Meer techniekaanbod ondanks verschraling
Door leerlingendaling in het vmbo verschraalt het onderwijsaanbod. Vmbo-leerlingen komen niet meer vanzelfsprekend in aanraking met alle beroepsgerichte profielen. Het vmbo biedt niet meer de brede oriƫntatie die het hen hoort te bieden. Voor de start van STO was de landelijke trend dat techniekprofielen werden gesloten. STO is er in geslaagd om deze trend te keren. Sinds de start van STO is het aantal technische profielen in Nederland gelijk gebleven. Sterker nog, het is zelfs licht gestegen. Een grote prestatie gezien de forse leerlingendaling in het vmbo. Bij andere vmbo-profielen is de daling van het aanbod wel te zien. Dit geeft de kracht van regionale samenwerking weer. Ook worden er landelijk meer technische keuzevakken aangeboden. Dit is een succes, maar geen oplossing voor de lange termijn. Het technisch vmbo-aanbod moet structureel bestendigd worden. Daarom wordt er gewerkt aan een verkenning naar de toekomst van de beroepsgerichte profielen.
Mijlpaal 2: Meer leerlingen kiezen voor techniek
Door STO is techniek in het vmbo aantrekkelijker dan ooit. Het aandeel techniekleerlingen is tussen 2020 en 2025 toegenomen van 19,2% naar 20,4%. Ook zijn er meer leerlingen uit niet-technische profielen die een technisch keuzevak volgen en zich oriƫnteren op de techniek.
Mijlpaal 3: Meer docenten in de techniek ondanks het lerarentekort
Ook in het beroepsgerichte vmbo slaat het lerarenkort hard toe, met een tekort van 7,5%. Daarom ben ik trots om te zien dat tussen 2018 en 2023 in het technisch vmbo 14% meer fte aan docenten zijn. Ter vergelijking: In dezelfde periode daalt dit voor de niet-technische profielen met 11%.
Dit komt mede doordat het aantal zij-instromers in de technische vmbo-profielen van 11% naar 23% is gestegen. Samenwerking met het bedrijfsleven heeft dus niet alleen voordelen voor het onderwijs, maar geeft bedrijven de kans om de wereld van het onderwijs te ontdekken. In de voorbereidingen voor een wetsvoorstel bevoegdheden in het beroepsgericht vmbo wordt verkend hoe de routes voor mbo-opgeleide vakmensen naar het vmbo-leraarschap beter kunnen.
Het succes van STO is regionale samenwerking
STO werkt door regionale samenwerking. Scholen denken en werken vanuit het gezamenlijke belang. Regioās krijgen begeleiding en ondersteuning in het samenwerken, kennisdelen, en innoveren. Ook zien de onderzoekers als succesfactor dat het eigenaarschap bij het vmbo ligt. Het vmbo vormt de schakel tussen het po, mbo en bedrijfsleven. Het beroepsonderwijs laat met STO zien dat ondanks vele uitdagingen techniekonderwijs succesvol kan zijn.
Vijf jaar STO: nog niet alle opbrengsten geoogst
De hoofdconclusie van het onderzoek is dat met de eerste fase van STO de basis op orde is en successen zijn geboekt, maar nog niet alle opbrengsten zijn geoogst of geborgd. Er zijn nog steeds uitdagingen: stijgende kosten en verdere leerlingendaling zetten het beroepsgericht onderwijsaanbod, en met name het technische aanbod, verder onder druk. Deze uitdagingen zijn groter dan individuele vmbo-vestigingen aankunnen. Ook zijn er nog stappen te zetten op de aansluiting tussen vmbo en mbo. De oplossing ligt in structurele regionale samenwerking. De structurele investering in techniekonderwijs in het vmbo wordt dan ook in 2025-2029 vormgegeven door de tweede fase van het programma STO.1 Het landelijk dekkend netwerk van 74 regioās bouwt voort op hun succes om het techniekonderwijs in het vmbo nog sterker neer te zetten. Ik krijg veel signalen dat scholen onzeker zijn over de toekomst van dit programma. Ik wil hen geruststellen: sinds 2018 heeft het kabinet het belang van dit programma steeds opnieuw onderstreept. Het ministerie start zoals eerder toegezegd de verkenning naar een passende vorm van financiering voor STO na 2029, waarbij de financiĆ«le middelen voor het technisch vmbo regionale samenwerking borgen. Er wordt onderzocht hoe deze borging van STO er uit zal zien.
Het vmbo is in beweging, en STO moet mee. De uitdagingen zijn alleen op te lossen via regionale samenwerking tussen vmbo, mbo en bedrijfsleven. Dit succes was niet mogelijk geweest zonder al het enthousiasme en alle inzet van scholen, leraren, bedrijven, mbo-instellingen, programmaleiders, en alle anderen die zich inzetten voor sterk techniekonderwijs. Ook het advies van Wennink benadrukt het belang van het technisch vmbo. Hier moet structureel aandacht voor blijven.
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
Kamerstuk 30 079, nr. 119.ā©ļø