A/B-brief ‘Uitbreiding zware bergingscapaciteit’
Materieelprojecten
Brief regering
Nummer: 2026D06638, datum: 2026-02-11, bijgewerkt: 2026-02-11 16:28, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G.P. Tuinman, staatssecretaris van Defensie (Ooit BBB kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 27830 -478 Materieelprojecten.
Onderdeel van zaak 2026Z02967:
- Indiener: G.P. Tuinman, staatssecretaris van Defensie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- 2026-02-12 14:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-12 10:45: Procedurevergadering Defensie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
| `> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag | |
|---|---|
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag |
|
| Datum | 11 februari 2026 |
| Betreft | A/B-brief ‘Uitbreiding zware bergingscapaciteit’ |
Ministerie van Defensie
Plein 4
MPC 58 B
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
www.defensie.nl
Onze referentie
D2026-000647
MINDEF20260005613
Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.
Geachte voorzitter,
De oorlog in Oekraïne laat zien dat voldoende gevechtskracht in het landdomein van essentieel belang is. In het kader van de verslechterde veiligheidssituatie op het Europese continent en de voorbereiding op een mogelijk grootschalig conflict is het belang van gevechtscapaciteit voor het landoptreden voor de NAVO sterk toegenomen. Defensie versterkt de slagkracht van de Koninklijke Landmacht en geeft hiermee (deels) invulling aan de NATO Priority Targets (NPT) die door NAVO aan Nederland zijn opgedragen.1 Onderdeel van deze groei is het versterken van de ondersteunende capaciteiten om inzetbaar te zijn binnen de context van hoofdtaak 1. Voor de Heavy Infantry Brigade (HIB) en de Medium Infantry Brigade (MIB) is aanvullende zware bergingscapaciteit noodzakelijk.
Met deze brief informeer ik u over de behoeftestelling en de resultaten van de onderzoeksfase van het project ‘Uitbreiding zware bergingscapaciteit’. Met dit project richt Defensie zich op verwerving van aanvullende zware bergingsvoertuigen inclusief de aanschaf van Remote Controlled Weapon Stations (RCWS), de aanschaf van munitie voor opleiden en trainen en inzetvoorraad, reservedelen, onderhoudspakketten, en IT-middelen. Defensie kiest binnen de afspraken van het Defensie Materieelproces (DMP)2 voor een gecombineerde A/B-brief.3 Deze versnelde procesgang creëert de mogelijkheid om op korte termijn de bestaande zware bergingscapaciteit uit te breiden.
Behoefte
Huidige capaciteit
Voor de zware bergingscapaciteit beschikt de Koninklijke Landmacht over Leopard-2 bergingstanks. Deze pantserrupsbergingstank (PRB) ondergaat een levensduur verlengende midlife update,4 waardoor deze systemen langer technisch inzetbaar blijven en de operationele relevantie binnen de huidige veiligheidscontext blijft behouden. De update voorziet onder meer in verbeterde bescherming en een RCWS.
Uitbreiding capaciteit
Tijdens een operatie moet het materieel dat niet meer zelfstandig kan rijden, veilig worden geborgen. Het toekomstig landoptreden kenmerkt zich door het gezamenlijk optreden met partners tegen een gelijkwaardige tegenstander in het hoogste geweldsspectrum. Het tempo is hoog, de afstanden lang en de inzet vereist mobiliteit die gelijk is aan die van de gevechtsvoertuigen. Binnen deze omstandigheden moet de PRB kunnen bergen, afvoeren en hijsen. De PRB moet daarom dezelfde mobiliteit bieden als gevechtsvoertuigen zoals bijvoorbeeld de CV90, Pantserhouwitser2000, Armoured Combat Support Vehicle (ACSV) en de Leopard-2A8 gevechtstank, kunnen bergen, hijsen en afvoeren, en een hoge beschermingsgraad hebben tegen conventionele en hedendaagse dreigingen zoals drones en loitering munitions.5
Bovenop de Leopard-2 bergingstanks die Defensie al gebruikt, heeft Defensie meer zware bergingscapaciteit nodig voor onder meer het nieuwe tankbataljon en het nieuwe pantserinfanteriebataljon CV90. Ook wordt capaciteit aangeschaft voor opleidingsbehoefte. Daarnaast neemt Defensie optieruimte in het contract op voor mogelijke toekomstige behoeften voor zowel operationele eenheden, opleidingsbehoefte en operationele reserve.
Verwervingsstrategie
In lijn met de motie-Paternotte/Van Campen6 laat Defensie standaardisatie en daarmee familievorming zwaarder mee wegen bij de aanschaf van militair materieel. Dit vergemakkelijkt gebruik en instandhouding, zorgt ervoor dat er meer en masse kan worden geproduceerd, waardoor aanvulling na gevechtsverlies makkelijker wordt en het verkort de opleidings- en trainingstijd om het systeem te beheersen. Daarnaast verkort het productietijden, zodat Defensie sneller over deze capaciteit kan beschikken en drukt het potentieel kosten.
Bij het formuleren van de eisen voor het zware bergingsvoertuig heeft Defensie er voor gekozen om de verwerving ‘van de plank’ te doen (Military off the Shelf: MOTS) en te kiezen voor bewezen technologiesystemen. Dit biedt voordelen op het gebied van prijs, verkrijgbaarheid van de onderdelen, levertijd, interoperabiliteit en instandhouding.
Defensie kiest voor de WiSENT-2 van de Duitse leverancier Flensburger Fahrzeugbau Gesellschaft mbh (FFG). Op basis van het operatieconcept en uit het marktonderzoek is gebleken dat alleen deze oplossing voldoet aan de gestelde eisen.
Defensie maakt gebruik van een uitzonderingsgrond uit de Aanbestedingswet op Defensie- en Veiligheidsgebied (ADV) voor de verwerving van deze capaciteit. Op grond hiervan verwerft Defensie de zware bergingscapaciteit single source bij de betreffende leverancier.
Industrieversterkend inkopen voor de Nederlandse Defensie en Technologische Industriële Basis (NLDTIB) en Europese Technologische Industriële Basis (EDTIB)
Op basis van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) werkt Defensie met verschillende instrumenten aan het versterken van de Nederlandse en Europese defensie-industrie.7 Dat is nodig voor het voortzettingsvermogen van onze krijgsmacht en het internationaal positioneren van onze industrie. Bij elke behoeftestelling beziet Defensie daarom in het materieelproces hoe de Nederlandse en Europese industrie optimaal een rol kunnen spelen en welke (strategische) partnerschappen daarvoor nodig zijn. Ook bij de aanschaf van de zware bergingscapaciteit zet Defensie actief in op dit beleid. Op dit moment vinden gesprekken plaats met zowel FFG als met de Nederlandse defensie-industrie. Mede in het licht van de aanschaf van de zware bergingscapaciteit, zal Defensie de productie- en leveringszekerheid met strategische partnerschappen verder versterken.
Daarom verkent het ministerie van Economische Zaken samen met Defensie en de beoogde leverancier hoe via Industriële Participatie een bijdrage wordt geleverd aan de versterking van kennis, capaciteiten en ervaring van de Nederlandse industrie. Op basis daarvan stelt de leverancier een plan op om samen te werken met de Nederlandse industrie en kennisinstellingen. Over de resultaten van het Industrieel Participatiebeleid wordt uw Kamer tweejaarlijks geïnformeerd.8
Internationale samenwerking en interoperabiliteit
Er zijn momenteel geen opties om aan te sluiten bij een lopende internationale samenwerking, maar er zijn wel mogelijkheden op het gebied van interoperabiliteit. De WiSENT-2 is al in gebruik in andere NAVO landen zoals Noorwegen, Canada, Denemarken en Hongarije. Binnen het project wordt bezien in hoeverre kan worden samengewerkt in de gebruikersgroep met Europese partners voor schaalvoordelen en interoperabiliteit in de aanschaf van bergingscapaciteit. Nationale interoperabiliteit (familievorming) wordt bereikt doordat de WiSENT-2 gebruik maakt van het chassis van de Leopard-2 gevechtstank.
Gerelateerde projecten
Dit project heeft een relatie met een aantal lopende projecten:
‘Levensduurverlenging zwaar bergingsvoertuig’; de huidige zware bergingsvoertuigen ondergaan een operationele en technische upgrade;9
Het programma Foxtrot realiseert de modernisering en vervanging van tactische communicatiemiddelen en de daaraan verbonden IT-infrastructuur.10 Met Foxtrot schaft Defensie onder andere radio’s aan die worden gebruikt in de zware bergingsvoertuigen en waarmee de eenheden onderling kunnen communiceren;
Binnen het programma ‘Aanvulling inzetvoorraad munitie’ bestelt Defensie de inzetvoorraad munitie;11
Er is een relatie met de projecten ‘Verwerving CV90’ en ‘Verwerving Leopard-2A8 gevechtstanks’. Defensie versterkt bij de instroom van de nieuwe gevechtscapaciteiten ook de logistieke capaciteit, zoals deze zware bergingscapaciteit.
Projectrisico’s
Voor het project is een risicobeoordeling gemaakt en zijn beheersmaatregelen getroffen. Binnen de projectbegroting is een risicoreservering opgenomen om de onderkende risico’s te dragen. De belangrijkste risico’s worden in de vertrouwelijke bijlage (kenmerk MINDEF2026005615) toegelicht.
Doeltreffendheid en doelmatigheid
Met de uitvoering van dit project geeft Defensie, onder verwijzing naar art. 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016, invulling aan doeltreffendheid en doelmatigheid.
Doeltreffendheid: Defensie versterkt en vergroot de eigen grondgebonden gevechtscapaciteit om een gelijkwaardige tegenstander te kunnen bestrijden. Met de uitvoering van dit project zijn de brigades beter in staat om de gevechtseenheden tot in de voorste linie te kunnen ondersteunen en wordt het voortzettingsvermogen vergroot. Hierdoor worden de gevechtseenheden effectiever.
Doelmatigheid: de verwerving van de zware bergingscapaciteit is doelmatig omdat de aanschaf van de WiSENT-2 voor nationale standaardisatie en interoperabiliteit zorgt aangezien Defensie hetzelfde chassis al in gebruik heeft. Het introduceren van de WiSENT-2 kan binnen de bestaande logistieke organisatie worden ingepast. Gebruik van hetzelfde chassis bevordert familievorming van materieel binnen Defensie en vereenvoudigt de instandhouding, hetgeen een kostendrukkend effect heeft.
Financiën
Met het project ‘Uitbreiding zware bergingscapaciteit’ is een budget gemoeid tussen de DMP-grenzen van € 250 miljoen en € 1 miljard. Deze investering komt ten laste van het investeringsbudget van Defensie. Een deel van de middelen voor dit project komt uit de aanvullende middelen die in de Voorjaarsnota 2025 aan Defensie zijn toegewezen. Defensie gaat pas onomkeerbare verplichtingen aan na parlementaire behandeling om de middelen van de Voorjaarsnota 2025 in de begroting op te nemen. De vertrouwelijke bijlage bevat nadere financiële informatie.
Planning en vooruitblik
Met deze gecombineerde A/B-brief worden de A-fase (behoeftestellingsfase) en de B-fase (onderzoeksfase) afgerond. Defensie beoogt de D-fase (verwervingsvoorbereidingsfase) in de tweede helft van 2026 af te ronden en de D-brief naar uw Kamer te sturen. Na de parlementaire behandeling van de D-brief zal Defensie de contracten tekenen.
Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Gijs Tuinman
Kamerstuk 36 592, nr. 1 van 5 september 2024 en↩︎
Kamerstuk 27 830, nr. 431 van 23 april 2024.↩︎
Kamerstuk 27 830, nr. 379 van 1 november 2022.↩︎
Kamerstuk 27 830, nr. 125 van 11 maart 2014.↩︎
Loitering Munition is geleide precisiemunitie die specifiek is ontwikkeld om over een grotere afstand (Beyond Line Of Sight), een doel aan te grijpen. Een kenmerkende eigenschap is dat het systeem gedurende een bepaalde tijd in de lucht kan ‘loiteren’, letterlijk: ‘rondhangen’.↩︎
Kamerstuk 21 501-20, nr. 2046 van 19 maart 2024.↩︎
Kamerstuk 31 125, nr. 134 van 4 april 2025.↩︎
Rapportage Industrieel Participatiebeleid, Kamerstuk 26 231, nr. 36 van 18 december 2023.↩︎
Kamerstuk 27 830, nr. 125 van 11 maart 2015.↩︎
Kamerstuk 27 830, nr. 439 van 22 mei 2024.↩︎
Kamerstuk 27 830, nr. 395 van 18 april 2023.↩︎