WODC-rapport 'Effectiviteit van strafrechtelijke sancties bij ernstige milieudelicten'
Handhaving milieuwetgeving
Brief regering
Nummer: 2026D06736, datum: 2026-02-11, bijgewerkt: 2026-02-11 19:09, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
- Rapport 'Effectiviteit strafrechtelijke sancties bij ernstige milieudelicten'
- Beslisnota bij Kamerbrief WODC-rapport 'Effectiviteit van strafrechtelijke sancties bij ernstige milieudelicten'
Onderdeel van kamerstukdossier 22343 -439 Handhaving milieuwetgeving.
Onderdeel van zaak 2026Z03003:
- Indiener: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-02-12 14:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-04 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Hierbij bied ik uw Kamer het WODC-rapport ‘Effectiviteit van strafrechtelijke sancties bij ernstige milieudelicten’ aan. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de afdeling Extern Wetenschappelijk Beleidsonderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) door een samenwerkingsverband van de Universiteit Leiden en de Universiteit Utrecht.
Overheden en toezichthouders hebben instrumenten om handhavend en bestraffend op te treden in geval van milieudelicten, teneinde de situatie aan te pakken en de overtreder te sanctioneren. Dat dient ook een afschrikwekkende werking te hebben, zodat herhaling van het milieudelict voorkomen wordt.
De doelstelling van het onderzoek was om in kaart te brengen hoe de strafpraktijk bij milieudelicten functioneert en de eventuele knelpunten die zich daarbij voordoen, ook was het doel meer zicht te krijgen op welke straf effectief is bij welk type milieudelict. Op basis van deze inzichten doen de onderzoekers handreikingen voor de praktijk voor een meer effectieve strafrechtelijke reactie op milieucriminaliteit en suggesties voor mogelijk vervolgonderzoek.
Dit onderzoek is mede uitgevoerd ter voorbereiding op uitvoering van de motie Hagen-Sneller (D66) die de regering verzoekt om de eis dat sancties op milieudelicten doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend moeten zijn, op te nemen in de Wet op de economische delicten.1
Ik dank het onderzoeksteam en het WODC voor het verrichte onderzoek en de uiteenzetting van bevindingen. Aangezien het onderzoek aanbevelingen aan de opsporing, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak bevat, vraagt dit overleg met deze partijen en enige tijd om de conclusies en aanbevelingen uit het rapport van een reactie te kunnen voorzien. Het is mijn intentie om uw Kamer na de zomer een inhoudelijke beleidsreactie te sturen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Foort van Oosten
Kamerstukken II, 2022–2023, 22 343, nr. 344.↩︎