Amendement van het lid Tseggai over het gelijktrekken van beleid omtrent restitutie van les-, cursus- en collegegeld
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Amendement
Nummer: 2026D06782, datum: 2026-02-11, bijgewerkt: 2026-02-12 18:16, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M. Tseggai, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VIII-85 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z03026:
- Indiener: M. Tseggai, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 800 VIII | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 | |
| Nr. 85 | AMENDEMENT VAN HET LID Tseggai | |
| Ontvangen 11 februari 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
I
Aan het opschrift wordt toegevoegd “en wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met het gelijk stellen van het restitutiebeleid bij tijdige uitschrijving voor studenten in het middelbaar onderwijs en het hoger onderwijs”.
II
Aan de beweegreden wordt vóór de puntkomma toegevoegd “en de Wet studiefinanciering 2000 te wijzigen om het restitutiebeleid bij tijdige uitschrijving voor studenten in het middelbaar onderwijs en hoger onderwijs gelijk te stellen”.
III
Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 3a
De Wet studiefinanciering 2000 wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 4.11 een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4.11a Stoppen voor 1 september
Indien een mbo-student in het studiejaar waarvoor hij op enig moment na 31 januari voor het eerst prestatiebeurs beroepsonderwijs geniet, ophoudt studiefinanciering te genieten vóór 1 september, en hij niet vóór 1 februari van het daaropvolgende studiejaar opnieuw studiefinanciering voor het volgen van beroepsonderwijs dan wel voor hoger onderwijs krijgt toegekend, wordt uiterlijk per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het laatstbedoelde studiejaar de in het eerste studiejaar toegekende prestatiebeurs beroepsonderwijs omgezet in een gift.
B
In artikel 5.10 wordt na “opnieuw studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs” ingevoegd “dan wel voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4”.
C
In artikel 5.11 wordt na “opnieuw studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs” ingevoegd “dan wel voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4”.
IV
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding “1.” geplaatst.
2. In het eerste lid (nieuw) wordt na “Deze wet” ingevoegd “, met uitzondering van artikel 3a,”.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Artikel 3a van deze wet treedt in werking met ingang van 1 september 2026.
V
In de departementale begrotingsstaat worden in artikel 04 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 27.000 (x € 1.000).
VI
In de departementale begrotingsstaat worden in artikel 04 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 11.600 (x € 1.000).
VII
In de departementale begrotingsstaat worden in artikel 06 Hoger beroepsonderwijs het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 8.600 (x € 1.000).
VIII
In de departementale begrotingsstaat worden in artikel 07 Wetenschappelijk onderwijs het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 6.800 (x € 1.000).
Toelichting
Met dit amendement stelt de indiener voor om het beleid omtrent restitutie van les-, cursus- en collegegeld tussen alle studenten gelijk te trekken, en daartoe de Wet studiefinanciering 2000 aan te passen.
Op dit moment worden mbo-studenten benadeeld ten opzichte van hbo- en wo-studenten als zij stoppen met hun studie. Hbo- en wo-studenten krijgen automatisch en zonder voorwaarden hun collegegeld terug bij tijdige uitschrijving. Mbo-studenten komen alleen in aanmerking voor restitutie van het lesgeld onder hele specifieke voorwaarden, zoals het hebben van een ernstige ziekte. Voor het overgrote deel van de mbo-studenten geldt dus dat zij cursus- en lesgeld moeten betalen voor de resterende maanden onderwijs terwijl zij dit niet meer volgen. Ook moeten zij zelf een aanvraag doen bij DUO (voor lesgeld in het geval van een bol- opleiding of vavo) of bij de onderwijsinstelling (voor cursusgeld in het geval van bbl-studenten), in plaats van automatische restitutie. De indiener leest in het coalitieakkoord Aan de slag! Bouwen aan een beter Nederland van D66, VVD en CDA dat ‘Studeren in het mbo staat gelijk aan studeren in hbo of wo’ (p.48) en neemt daarmee aan dat bovengenoemde ongelijkheid dan ook sowieso wordt rechtgetrokken.
Het doel van het niet restitueren van het les- of cursusgeld in het mbo en vavo is oorspronkelijk bedoeld om studenten te stimuleren een startkwalificatie te halen. De indiener acht de financiële prikkel in de vorm van terughoudend restitutiebeleid niet proportioneel voor het doel om voortijdige uitval van mbo-studenten zo veel mogelijk te voorkomen. Indiener is van mening dat voortijdig schoolverlaten zo veel mogelijk moet worden voorkomen maar dat andere maatregelen zoals flexibele instroommomenten, goede voorlichting & loopbaanbegeleiding en orientatiëjaren in het mbo veel effectiever zijn in het aanpakken van voortijdige uitval. Daarnaast kent de studiefinanciering voor bol-studenten niveau 3 en 4 de prestatiebeurssystematiek, die studenten reeds financieel stimuleert om een diploma te behalen.
Aanpassing in het restitutiebeleid kost 27 miljoen in totaal. Hiervoor is 18 miljoen bedoeld voor de restitutie van lesgeld en 9 miljoen voor de restitutie van cursusgeld.
Dekking vindt de indiener in de beleidsmatige reserve op Artikel 4 (€11,6 miljoen), Artikel 6 (€8,6 miljoen) en Artikel 7 (€6,8 miljoen).
Tseggai