[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verzoek openbaar lichaam Bonaire voor vrijstelling MER-plicht met betrekking tot de stortplaats Lagun

Handhaving milieuwetgeving

Brief regering

Nummer: 2026D06850, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-02-12 13:35, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 22343 -440 Handhaving milieuwetgeving.

Onderdeel van zaak 2026Z03067:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Op 24 september 2025 heeft het Bestuurscollege van Bonaire mij verzocht een vrijstelling te verlenen van de MER-plicht voor de aanleg, inrichting en ingebruikname van een nieuw stortcompartiment op het Afvalcentrum Lagun alsmede voor de activiteiten waarvoor Selibon een aanvraag om milieuvergunning bij het Openbaar Lichaam Bonaire heeft ingediend. Aanleg van een nieuw stortcompartiment, met bovenafdichting, bodembeschermende voorzieningen en dat voldoet aan milieuhygiënische eisen, is daarbij nodig om verdere vervuiling naar het milieu, zowel in de operationele fase van de stortplaats als in de gesloten fase, voorzien in 2028, zoveel te beperken. Ik heb dan ook veel begrip voor het verzoek van het Bestuurscollege.

Het verzoek om vrijstelling voor de MER-plicht is een uniek verzoek. Een dergelijk verzoek kan niet lichtvaardig worden ingewilligd ook al is de noodzaak duidelijk. De Wet vrom BES biedt er wel ruimte voor. Zover bekend is in Europees Nederland niet eerder een vrijstelling verleend voor een MER-plicht. Er is dan ook geen jurisprudentie over de bevoegdheid om aan te refereren. In de uitleg Europese richtsnoeren betreffende de toepassing van vrijstelling op grond van de Richtlijn 2022/19/EU1, is opgenomen dat de vrijstelling verband moet houden met de onmogelijkheid om aan alle vereisten van de richtlijn te voldoen zonder het doel van het project in gevaar te brengen. Het gaat daarbij om ‘uitzonderlijke gevallen’, zoals respons op een civiele noodsituatie. Voorbeelden van civiele noodsituaties die worden genoemd zijn overstromingen, aardbevingen, industriële ongevallen, enz.

In het najaar van 2025 was er nog onvoldoende aanleiding om over te gaan tot het verlenen van deze ongebruikelijke vrijstelling. Ik heb echter gezien de recente branden op de stortplaats Lagun, het verzoek opnieuw beoordeeld mede aan de hand van deze nieuwe feiten. Ik acht daardoor onverwijlde spoed voor beide wel noodzakelijk en wil daarom een oplossing versnellen door vrijstelling van de MER-plicht. Ik ga er daarbij van uit dat zaken goed in afstemming met omwonenden worden opgepakt. Het nieuwe stortcompartiment voor het storten van niet gevaarlijke afvalstoffen moet onverwijld worden uitgevoerd om ook op korte termijn merkbare verbeteringen te bereiken. Het Bestuurscollege heeft mij op 9 februari jl. in aanvulling op het verzoek per brief bevestigd dat in het nieuwe stortcompartiment geen asbest zal worden opgeslagen of begraven. Mijn besluit is dan ook mede naar aanleiding van deze informatie.

Gegeven het debat over Selibon vanmiddag vind ik het passend u voorafgaand te informeren over het feit dat ik vrijstelling van de MER-plicht zal verlenen. Ik zal het formele besluit voor de verlening van de vrijstelling voor de MER-plicht voor de aanleg, inrichting en ingebruikname van het nieuwe stortcompartiment evenals voor de overige activiteiten waarvoor een aanvraag om een milieuvergunning is ingediend zo spoedig mogelijk aan het Bestuurscollege van Bonaire versturen.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT - OPENBAAR VERVOER EN MILIEU,

A.A. (Thierry) Aartsen


  1. https://eurlex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=CELEX:52019XC1114(02)↩︎